blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: pedagogiek

De rol van de man binnen de opvoeding

De “Stichting Fiti Fu Wini” organiseert een lezing over de rol van de man binnen de opvoeding en de gevolgen voor de samenleving. Onduidelijk is wie de lezing houdt. read on…

Tante duwt hoofd neefje (11) in toiletpot

Een 11-jarige jongen zal zich het begin van het jaar 2016 nog lang heugen. Vrijdagmiddag was er een conflict met zijn tante, die van oordeel was dat de jongen haar op ernstige wijze had gebrutaliseerd. read on…

‘Ik ga je rammelen’

Columnist Sheila Sitalsing (Surinaams, Caribisch, in elk geval niet-Nederlands), moeder van twee, las een boek over de voordelen van Surinaams opvoeden en kan het er alleen maar hartgrondig mee eens zijn. read on…

‘Suriname moet echt vrezen voor een verloren generatie’

door Pieter van Maele
Bijna negen op de tien Surinaamse kinderen onder de veertien jaar krijgen thuis te maken met lichamelijke of geestelijke mishandeling. Geen enkel Caribisch land doet het zo slecht. Suriname kampt verder met een torenhoge schooluitval en erg veel tienerzwangerschappen. Sila Kisoensingh was tot enkele jaren geleden de enige neuropsycholoog van het land. In haar praktijk in Paramaribo behandelt ze jongeren met gedrags- en leerstoornissen. De afgelopen jaren probeerde ze met talloze lezingen haar landgenoten wakker te schudden. read on…

De seksleerlingen: Wat nu?

door Ricky Stutgard

Momenteel is er veel commotie over de seksleerlingen [een Mulo-linge had orale seks met een andere leerling, beide in uniform, terwijl andere jongens toekeken; het filmpje werd via internet verspreid – red. CU]. Het zien van deze beelden heeft de tongen losgemaakt, ook verscheidene deskundigen hebben hun pen gepakt en hun zienswijze kenbaar gemaakt. read on…

De honderd talen van kinderen

De Italiaanse pedagoog en filosoof Loris Malaguzzi (1920-1994) was een van de voortrekkers van kindgericht, kindvriendelijk onderwijs. Onderstaand gedicht van hem past volgens ons bij 1 juli in Suriname. Kinderen zijn in wezen zo vrij, maar binnen opvoeding en onderwijs lijkt het soms of de slavernij nog bestaat! [redactie de Ware Tijd literair]. read on…

Nieuw boek geeft tips voor omgaan met jongeren

Ismene Krishnadath heeft aan minister Ismanto
Adna het boek Prettig omgaan met jongeren 

overhandigd.  De minister beloofde voortaan
prettig met jongeren te zullen omgaan.(Foto: S en J)
Het boek Prettig omgaan met jongeren gaat in op de specifieke ontwikkelingspsychologische vraagstukken bij de vorming van jongeren. Minister Ismanto Adna van Sport- en Jeugdzaken (S en J) meent dat het een bijdrage zal leveren aan de verdere groei van de Surinaamse jeugd. De minister die verantwoordelijk is voor het jeugdbeleid in Suriname, heeft gisteren van schrijfster Ismene Krishnadath dit wetenschappelijk werk ontvangen.
Er zijn opvoedkundige adviezen voor ouders, leerkrachten en andere professionele opvoeders van jongeren, in opgenomen. Naast eenvoudige theorieën zijn er handige checklists, tips en richtlijnen. Jongeren komen zelf in beeld met typerende uitspraken en sprekende foto’s, licht de voorlichting van S en J toe.
[van Starnieuws, 3 april 2014]

‘Prettig omgaan met jongeren’ doet jongeren groeien

Foto © Michiel van Kempen

door Els Moor

Onlangs kwam het boek van Ismene Krishnadath uit: Prettig omgaan met jongeren met als ondertitel Opvoedkundige adviezen voor ouders en leerkrachten. Oei, ‘prettig omgaan met jongeren’; veel jongeren ervaren dat nog niet, thuis en/of  op school. Dit eveneens‘prettig’uitgegeven boek is dan ook een aanwinst!

Jongeren zijn de toekomst, schrijft Ismene in haar voorwoord. Dit boek moet dienen als een handreiking voor de voorbereiding van de toekomst van jongeren. Ismene Krishnadath is niet alleen een schrijfster van kinderboeken, jeugdromans en fictie voor volwassenen, in het dagelijks leven is ze pedagoog en onderwijskundige. Dit boek is uitgekomen bij haar eigen uitgeverij, Publishing Services Suriname. Ze is dus ook nog uitgever. Samen met Raquel Yap die de grafische vormgeving deed, heeft ze een aantrekkelijk en creatief boek uitgegeven over een moeilijk en vaak ook pijnlijk onderwerp.

Jongeren, adolescenten, ze zijn tussen de twaalf jaar tot voor in de twintig. Vijf delen heeft het boek. Het eerste gaat over adolescentie; wat houdt die levensfase precies in. Het tweede gaat over vrijheid en discipline, waar liggen de grenzen. Deel drie gaat over seksualiteit, vier over de rol van vriendschap in het leven van jongeren en deel vijf is op de toekomst gericht. Adolescentie is de levensfase van  groei op alle gebied, de groei van het lichaam, de ontwikkeling van geslachtskenmerken en van de neurologische groei. Al deze veranderingen bij jongeren, lichamelijke en verstandelijke, worden  begrijpelijk beschrevren met afbeeldingen en schema’s die het geheel nog duidelijker maken. Ook de emotionele ontwikkeling, waaronder verliefdheid, krijgt veel aandacht. Verliefd zijn hoort bij deze leeftijdsgroep. Energierijk voedsel met veel mineralen en vitamines is onontbeerlijk bij al deze ontwikkelingen. Een foto van een gezonde portie onderstreept dit. Jongeren worden in deze fase ook  vaak kritisch ten opzichte van hun ouders. Ze zijn dan op zoek naar hun eigen waarden, normen en idealen en dat kan tot botsingen met ouders en andere begeleiders leiden. Opvoeders moeten openstaan voor de aan hen toevertrouwde jongeren en hen ondersteunen. Dan werken ze op een positieve wijze mee aan de identiteitsvorming. In een duidelijk schema geeft Ismene de verschillende ‘opvoedingsstijlen’aan, de democrastische opvoedingsstijl, de toegeeflijke, de autoritaire en de onverschillige. Niet moeilijk om te zien welke opvoedingsstijl de beste is! Ook zijn er checklijsten voor ouders en leerkrachten met kenmerken van deze stijlen. Zo kan een ouder of een leerkracht zichzelf onder de loep nemen en de jongere kan een oordeel vellen over zijn of haar ouder of leerkracht. Is die wel democratisch?

Ook het deel over seksualiteit is informatief en functioneel. Opvoeders weten vaak niet met de problemen van seksualiteit bij de jongeren om te gaan. Onderwerpen zoals seksuele voorlichting, zwangerschap, homoseksualiteit en lesbisch-zijn, liggen moeilijk en worden hier besproken als gewone onderwerpen.
Vriendschappen van jongeren, maar vooral ook acceptatie van elkaar worden helder besproken met tot slot lijsten met ‘adviezen’voor ouders en leerkrachten. ‘Heb oog voor de sfeer in de klas. Probeer een sfeer van veiligheid en “behoren bij” te creëren’, is het eerste advies voor de leerkrachten. Ook wordt de leerkracht aangeraden zich te verdiepen in de eigen ‘virtuele wereld’ van de jongeren met Facebook en Twitter via hun smartphone of tablet. Een boek van deze tijd!

Toekomst en beroepskeuze zijn essentiële onderwerpen. Jongeren hebben daar veel steun en begrip van hun begeleiders bij nodig. Begrip voor de jongere zelf en wat die kan en wil en niet begrip voor wat de ouders voor hun zoon of dochter in hun hoofd hebben. De jongeren moeten zichzelf en hun mogelijkheden kunnen ontdekken om een goede toekomst tegemoet te gaan.

Zelden heb ik zo’n praktisch, informatief en aantrekkelijk opvoedkundig boek gezien. Ouders van adolescenten moeten het hebben en op alle scholen voj en vos en beroepsonderwijs moeten er meerdere exemplaren komen. Het zou goed zijn als de vaak zogenaamde deskundigen van het ministerie van Onderwijs het zouden bestuderen en met elkaar bespreken. Het boek is ook een ideale basis voor trainingen op dit gebied, workshops en conferenties. Geen theoretisch gezeur, maar duidelijk informatie. Met zulke invulling van de pedagogie ‘groeien’we!

Ismene Krishnadath: Prettig omgaan met jongeren. Opvoedkundige adviezen voor ouders en leerkrachten. Publishing Services Suriname, 2013.  Grafische vormgeving Raquel Yhap. ISBN : 978-99914-7-248-5

Composities van een uitgesteld leven (5)

door Willem van Lit

 In aanloop tot een beschrijving van een casus die de zoektocht beschrijft naar het gezamenlijke geluk, waarbij men de angst en de trauma’s van de geschiedenis en het onbehagen met de bestaande situatie tracht te overwinnen, in deze 5e aflevering nog wat laatste opmerkingen over het nationalisme en een bespreking van het fenomeen utopische samenleving.

(vervolg over nationalisme)

De reflex naar binnen, het belang van de stam, het nationalisme zijn in de wereld van tegenstellingen tussen natiestaten al onder ontelbare gedaanten naar voren gekomen. Het primaat van de internationale politiek is vanuit dit oogpunt in feite nog steeds gebaseerd op het magisch tribalisme, de totalitaire ethiek van de collectivistische samenleving en dit komt direct voort uit de reactionair nationalistische stromingen en praktijk uit de 19e eeuw, een praktijk waaruit Europa dure lessen heeft mogen leren: naakt nationalistisch kapitalisme, stompzinnig patriottisme, nationaalsocialisme, fascisme en het communisme, kortom: bloedvergieten.

De Peloponnesische oorlog (5e eeuw v.C. in Griekenland), de strijd tussen de open samenleving van Athene en de gesloten gemeenschap van Sparta heeft vele kinderen gekend, die aan deze eerste strijd tussen democratie en tribaal collectivisme ten grondslag heeft gelegen[1]. De vele kinderen hebben hun ouders in wreedheid en bloederigheid ontelbare malen overtroffen. De reflex van het tribalisme en nationalisme komt voort uit het onbehagen dat wordt gevoeld door de druk van de voortgaande beschaving, het mechanisme van de grote onderlinge afhankelijkheid dat ons dwingt open te staan voor anderen, vreemdelingen en onszelf en waarin we de enorme ruimte van vrijheid ontwaren, een ruimte waar we gedongen worden keuzes te maken, te wéten, te beseffen en waar we onze weg moeten zoeken op basis van eigen verantwoordelijkheid. De reflex ontstaat op momenten dat de beschermende stamstructuur uiteen valt en dit veroorzaakt het nostalgisch heimwee naar oude verbondenheid en geborgenheid: het vaderland, de moedertaal. De reflex of nostomanie is zó sterk gebleken dat het tot een universeel beginsel van de VN is uitgeroepen: zelfbeschikking van de natiestaat.

Utopie

In het voorgaande heb ik onder andere genoemd insularisme, totalitarisme, purificatie of zuivering. Ineke Vanobbergen heeft een masterproeve[2] geschreven over verbanden tussen literatuur en maatschappij en dat is een “naïeve hoop” zoals ze dat zelf noemt. Ze kwam bij deze zoektocht uit bij het verschijnsel utopie. Een totaalstudie maken over het verband tussen literatuur en samenleving is een utopie en dus heeft ze zich gericht op het fenomeen utopie in de literatuur, “ook een obsessie”, schrijft ze. De genoemde begrippen insularisme, totalitarisme en purificatie sluiten hier goed bij aan, zo ontdekte ze.

De utopie is van alle tijden. Thomas More is de eerste geweest die het begrip expliciet heeft gebruikt, maar mensen zijn altijd op zoek geweest naar plaatsen en tijden die de ideaalsituatie zou zijn. Het is een plek die men met reizen door tijd, ruimte of in een droom kan bereiken: een gelukkig land (vaak een eiland) of een Gouden Tijdperk, zoals Plato zich het geïdealiseerde Sparta voorstelde. Het is in de geschiedenis onder verschillende namen beschreven. Men situeert zo’n plaats in het verleden (bv. Atlantis), maar ook in de toekomst (Koninkrijk Gods). Het vergt reizen, hetzij over land, hetzij in ruimte of tijd. Vanobbergen citeert ook anderen (o.a. Leibniz en Vogelaar) als ze schrijft: “Het heden gaat zwanger van de toekomst. Niettemin blijft de reis in de toekomst, zelfs in de meest geavanceerde technische utopie, een projectie van tradities uit het verleden”. Ze noemt een zevental belangrijke kenmerken van de utopie: het insularisme, totalitarisme, het collectieve geluk, zuiverheid en zuivering, het belang van opvoeding en onderwijs en tenslotte de ontevredenheid met de huidige of bestaande samenleving.

De geïdealiseerde situatie speelt zich af op en in een onbereikbare plaats en/of tijd, meestal een eiland. Hier wil men in een toestand van tijdloosheid verblijven en alles moet blijven zoals het is. De toestand is “puur”; men wil geen verandering omdat dit leidt tot afbraak en verderf. In die situatie is alles voor iedereen gelijk: men behoort als lid van de stam tot dezelfde familie, clan of bloedband. Het collectief staat voorop en ieder is daaraan ondergeschikt. Rechtvaardigheid is dát wat juist is voor de gemeenschap. Individuele vrijheid en verantwoordelijkheid bestaan niet: alles past in het totaal en ieder is slechts onderdeel van dat totaal. Personen zijn inwisselbaar en niet uniek. De utopie straalt geluk uit; ze móet dat ook doen. Een opmerkelijke constatering is de volgende: “Het geluk staat lijnrecht tegenover de trauma’s uit het verre verleden. Hoe traumatischer het verre verleden was, hoe schitterender het geluk zal zijn in de utopie”[3]. Men is verplicht gelukkig te zijn en men zal er niet voor terugdeinzen “een offer te brengen om het grote geluk” . Men dient gematigd te zijn. Matigheid is zelfs onderdeel van dat grote geluk. Er bestaat voorts een “niet aflatende drang naar zuiverheid” (‘La pureté est le caractere dominant des moeurs utopiennes […’]”). Deze reinheid manifesteert zich onder andere in het handhaven van een strikte scheiding tussen leden van de gemeenschap en buitenstaanders. Deze laatsten worden niet toegelaten en zij mogen of kunnen niet deelnemen aan het “geluk” van de gemeenschap. Om de zuiverheid te garanderen moet iedereen vanaf zeer jonge leeftijd opgevoed en onderwezen worden: zo zuiver mogelijk in de zeden, gewoonten en cultuur. Op afwijking volgt straf. De norm is de norm van de stam of het collectief en er is dus geweld nodig om de puurheid te handhaven.

Zij beschrijft de utopische realiteit dus consequent aan de hand van wat Popper bedoelde met zijn tribalisme en gesloten gemeenschap. De reflex van mensen naar een realiteit die utopisch is, ligt onder andere besloten in de drang naar een natiestaat, de geborgenheid van het herkenbare. Het onbehagen met de voortgaande beschavingsdynamiek ligt hier aan ten grondslag.

Hard werken aan onevenwichtigheid

Insularisme, tribalisme, de utopie en nationalisme. De begrippen sluiten op elkaar aan en overlappen elkaar in betekenis. Samengevat kom ik, zoals Vanobbergen hiervoor voor utopie voor dit begrippencomplex uit bij een zevental kenmerken. Voorts onderscheid ik een drietal effecten die voortkomen uit de aard van de kenmerken. De kenmerken zijn de volgende:

1) De neiging tot maatschappelijke isolatie waarbij men zich wil verplaatsen in of terugtrekken op een geïdealiseerde ruimte, plaats of tijd. In veel gevallen zijn eilanden door hun natuurlijke beslotenheid, populair als oord.

2) Het streven naar zuiverheid van cultuur en geest. Dit wordt ook purificatie genoemd. Het komt voort uit het idee dat er een perfect oermodel zou bestaan, waar het verlangen naar uitgaat (nostalgie). Dat oermodel kent veelal een wat spiritueel of sacraal karakter. De veranderingen of ontwikkelingen die in de loop van de geschiedenis plaatsvinden, doen steeds afbreuk aan het oermodel en dat betekent dat geschiedenis het verhaal is van verval en verderf.

3) De geïdealiseerde samenleving is collectivistisch van aard. Het werkt als een organisme met een natuurlijk biologische ordening: er is een vaste schikking van mensen in relatie tot hun functie in de samenleving. De orde is gesloten van aard; buitenstaanders worden tijdelijk gedoogd, maar zij zullen nooit deel uit kunnen maken van de stam of clan. Zij kunnen ook nooit de diepe betekenis van het “zijn” van de stam doorgronden.

4) Door het collectivistische karakter en de vaste maatschappelijke ordening is de gesloten samenleving ook totalitair van aard. De schikking is ook verticaal vastgelegd: er is een onwrikbare ordening in boven/onderschikking. Hoewel niet noodzakelijk, is slavernij geen vreemd verschijnsel in dergelijke ordening. Er is geen vrijheid van wisseling in de groepen en men ervaart ook geen individuele of persoonlijke verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid heeft een collectief karakter.

5) Het ethisch kader en de morele codes van individuen zijn onderworpen aan dat van het collectief bepaalde. Rechtvaardigheid heeft geen individueel karakter; het is dát wat goed is voor de groep of stam en het stijgt uit boven het individuele belang of positie. In feite bestaat er zelfs geen individueel belang.

6) Om het ideaal zuiver te houden, het collectief loyaal, de cultuur onbeweeglijk sterk en het sacrale karakter van het oermodel levend, wordt veel belang gehecht aan educatie, opvoeding en vorming. Dit heeft het karakter van militante indoctrinatie.

7) Er moet een gezamenlijk geluksgevoel ontstaan. Dit dient de identiteit van het collectief constant te bevestigen zonder dat er ruimte is voor het individuele. Dat geluksgevoel is altijd gematigd van aard en kan nooit het individuele overstijgen. Dit geluksgevoel is eveneens de weerspiegeling van de kracht waarmee het volk zich heeft ontrukt aan historisch leed en trauma’s. De huidige maatschappelijke toestand is ook onbehaaglijk, maar de toekomst zal schitterend zijn als ieder zich houdt aan zijn positie, schikking en functie in het collectief. Het zal een geluk zijn dat zijn oorsprong vindt in het perfecte oermodel, dat vóór alle ellende uit het verleden de bron was van toenmalige gelukzaligheid.

[wordt vervolgd]

[1] Popper, pag. 214.
[2] Vanobbergen, Ineke. Van droom naar nachtmerrie, 2008 – 2009, pag. 4 – 15.
[3] Vanobbergen, pag 13.

Eunice Lieveld
Alle gereproduceerde werken komen uit de serie “Wees niet zo beknot, stel jezelf open!” van Eunice Lieveld.

Opvoeding op Sint Eustatius



Paul Rosenmöller reist in de laatste drie afleveringen van Spraakmakende Zaken naar de eilanden St. Eustatius, Saba en Bonaire. Aanleiding hiervoor is een groot onderzoek van UNICEF Nederland naar de positie van kinderen op de zes eilanden van de Nederlandse Cariben. De aflevering van 9 augustus (Nederland 2) op St. Eustatius richt zich op de opvoeding van kinderen die vaak nogal wat te wensen over laat. Vaders die niet bij hun gezin wonen en moeders, veelal met kinderen van verschillende mannen, die er alleen voorstaan. Door de verslechterde economische omstandigheden zijn ze gedwongen meer dan fulltime te werken en er blijft weinig aandacht over voor de kinderen, die zodoende vaak aan hun lot worden overgelaten.

Still uit de afleveringSint Eustatius -of Statia zoals de inwoners zelf zeggen- heeft een oppervlakte van 21 km². De hoofdplaats is Oranjestad. De officiële talen op het eiland zijn Nederlands, Papiaments en Engels, maar Engels is de voertaal. Toch is dit eiland net zo Nederlands als Terschelling of Ameland. Want sinds eind 2010 hebben St. Eustatius, Saba en Bonaire een bijzondere status binnen het koninkrijk en zijn ze te vergelijken met een gewone gemeente in Nederland. Er wonen op Statius nog geen drieduizend mensen, zo’n 800 jonger dan 20. Die jongeren heten koninkrijkskinderen, maar of ze ook een koninklijke opvoeding krijgen? Nou nee. Nederland is ook in dit Caribisch deel van het koninkrijk, verantwoordelijk voor de naleving van het VN verdrag voor de rechten van het kind. En met die rechten is veel mis, zo blijkt uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van Unicef Nederland. Veel kinderen worden aan hun lot overgelaten: vader is er vandoor, moeder heeft geen tijd, de school is gebrekkig en er is weinig te doen.

Sinds 10-10-10 wordt er -mede door de komst van het centrum voor Jeugd & Gezin- bewuster nagedacht over opvoeding. Past de gebruikelijke opvoedingsstijl (ouders zijn de baas en kind luistert, soms met harde hand) nog wel bij deze tijd? Kinderen worden steeds mondiger en door de komst van internet en smartphones wordt hun (wereld)beeld groter.
Er zijn verschillende initiatieven om ouders te leren over (positief) opvoeden en zijn er activiteiten voor kinderen om verveling tegen te gaan en hun ontwikkeling te stimuleren. In hoeverre helpen deze projecten? Hoe hardnekkig zijn de ideeën over opvoeding op Statia? En wat willen de kinderen zelf? Hoe zorgt Statia ervoor dat ze haar kinderen niet verliest?

Aan tafel
Still uit de afleveringPaul Rosenmöller praat met diverse jongeren op Statia. Hoe ervaren zij het leven op dit kleine eiland? Zien zij hun toekomst op Statia of vinden zij de mogelijkheden te beperkt? Ook spreekt hij met Dion Humphreys, beter bekend als rapper en producer Mega D. Deze artiest heeft ‘The Mega D Youth Foundation‘ opgericht, omdat hij zag dat veel jongeren na school aan hun lot worden overgelaten. Mega D. organiseert verschillende activiteiten, zoals huiswerkklassen, sportactiviteiten en zomerkampen.
Verder zit Camelia Berkel aan tafel. Zij is hoofd van ECE, een expertisecentrum voor kinderen op Statia. Eerder was zij directeur van de enige middelbare school op Statia. Berkel vindt het erg belangrijk dat ouders op het eiland praten over opvoeding: Wat zijn de moeilijkheden? En wat kan er anders?
Karin Kloosterboer, onderzoeker kinderrechten bij Unicef Nederland, werkt momenteel aan het onderzoek ‘Koninkrijkskinderen. Kinderrechten op de Nederlandse Cariben.‘ Zij bevestigt het beeld van veel eenoudergezinnen; moeders die er alleen voor staan en twee of drie banen hebben om te overleven. De kinderen zijn vaak van verschillende vaders die buiten beeld zijn. Het tekort aan aandacht thuis halen ze in op school door daar strontvervelend te doen.
Maar gelukkig zijn er steeds meer activiteit voor zowel ouders als kinderen. De tafelgasten zijn het erover eens: Statia wil niet haar kinderen verliezen.

Still uit de aflevering

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter