blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Pattynama Pamela

Colonizing children: ‘Verraaier, verraaier!’

“Ik liep maar met ze mee. Onmiddellijk werd ik weggeduwd, uitgescholden en uitgejouwd. De groep waar ik bij ging staan joeg mij honend weg, de andere groep schreeuwde: ‘Verraaier, verraaier!’
Ik had een foute keus gemaakt, was als Indo bij de Hollandse belanda’s gaan staan.” read on…

Djam boekoe: Amatmoekrim

De Surinaams-Nederlandse auteur Karin Amatmoekrim schrijft veel over haar familie. Deze kwam vanuit Java, Afrika en China naar Suriname en reisde soms door naar Nederland. read on…

De koloniale snaar

door Pamela Pattynama

Het koloniale verleden raakt nog steeds een gevoelige snaar. Zo blijkt het lastig om ook voor het geweld daarvan ruimte te maken in het nationale geheugen. Nederlands-Indië is omgeven door nostalgie. Tegelijkertijd duiken koloniale wandaden telkens op om vervolgens weer ‘vergeten’ te worden. read on…

Afscheidscolloquium en afscheidscollege Ena Jansen

Op 17 juni 2016 wordt het symposium Bijna familie; Else Böhler, de baboe, Martha, Anna, Florence, de downstairs en Sophie gehouden ter gelegenheid van het afscheid van prof. dr. Ena Jansen als bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. read on…

Indische Letteren over Indië-films

Op vrijdag 25 september 2015 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde weer een lezingenmiddag die geheel gewijd is aan de Indië-film. Tijdens de lezingen worden filmfragmenten vertoond. read on…

Lezingenmiddag over Louis Couperus

Op vrijdag 27 september 2013 houdt de Werkgroep Indische Letteren weer een lezingenmiddag in Leiden. Dit keer is de middag geheel gewijd aan Louis Couperus, naar aanleiding van zijn honderdvijftigste geboortedag.

Programma:
15.00 uur  opening
15.10 uur  Petra Teunissen-Nijsse: Couperus en Japan
15.40 uur  Olf Praamstra: Het vijandige Indië van Couperus
16.10 uur  theepauze
16.40 uur  Pamela Pattynama: Gevaarlijke geheimen. Interraciale seksualiteit in
                        De stille kracht.
17.10 uur  Jacqueline Bel: De Indische Couperus
17.40 uur  Discussie
18.00 uur  Sluiting
Locatie: Universiteit Leiden, gebouw 1175 (Lipsius), Cleveringaplaats 1, zaal 003.
De toegang is gratis. Alle belangstellenden zijn van harte welkom.

De toekomst van de studie van de (post)koloniale Nederlandse literatuur

Aan de Universiteit van Amsterdam vond op vrijdagmiddag 20 september 2013 een debatbijenkomst plaats, georganiseerd door de hoogleraren Thomas Vaessens en Michiel van Kempen, over de toekomst van de studie van de (post)koloniale literatuurstudie in Nederland. Wetenschappers van verschillende universiteiten bogen zich over vragen naar de status en richting van dit veld van literatuurwetenschap. Hieronder de inleiding die Michiel van Kempen gaf ter opening van de bijeenkomst.

door Michiel van Kempen

Michiel van Kempen en Adriaan van Dis

Het veld van de studie van de postkoloniale literatuur van Nederland is enorm in beweging. Het lijkt alsof er een wisseling van de wacht gaande is. Academici die zich bezig hielden met (post)koloniale literatuur concentreerden zich 25 jaar geleden voornamelijk rond de Werkgroep Indische Letteren.  Vooral in Leiden werd de Oost een speerpunt van onderzoek, terwijl aan de UvA na het terugtreden van Bert Paasman in 2004 een bijzondere leerstoel voor de Indische letteren werd gecreëerd. Aandacht voor de West was veel minder breed en kwam er pas later met de Werkgroep Caraïbische Letteren en een leerstoel in Amsterdam vanaf 2006. De studie van de Zuid-Afrikaanse literatuur, vroeger gedoceerd aan verschillende universiteiten, concentreert zich in recente jaren enkel nog rond de bijzondere leerstoel Afrikaans aan de UvA.

De Indische Letteren hebben altijd een breed publiek aan zich weten te verbinden, maar dat publiek is sterk vergrijzend, en de academici van 25 jaar geleden maken plaats voor een jongere generatie (de bestaande universitaire posten lijken overigens snel te verdwijnen). Met die verandering van de wacht, lijkt zich ook een paradigmaverschuiving voor te doen. De academici rond Indische Letteren waren de mensen van de literatuurgeschiedenis van de realia, van de smakelijke, anekdotische literatuurgeschiedenis, verpakt in goed vertelde verhalen. Dat was ook wat hen altijd verbond met een breed publiek. De expansie van de – vooral Angelsaksische, in mindere mate Francofone – postkoloniale literatuurwetenschap lijkt aan deze generatie geheel voorbij te zijn gegaan.
Een nieuwe generatie literatuurwetenschappers heeft wel weet van die postkoloniale literatuurwetenschap, en maakt (mogelijk vanuit die wetenschap aangestuurd) andere keuzes dan die van de traditionele literatuurgeschiedenis en tekstanalyse. Zij zoekt nadrukkelijk de raakvlakken op met cultural studies, plaatst literaire verschijnselen in een sterk cultuurhistorische context, in een discours-analytisch denkkader of analyseert met middelen die zijn aangereikt door de mediastudies, of vanuit gender- en diversiteitsperspectief.

Bij mijn weten bestaat er op dit moment enkel aan de Open Universiteit  een masterprogramma over koloniale cultuur en literatuur; er zijn daar ook plannen om postkoloniale studies nog meer te integreren in het interdiscplinaire onderwijs- en onderzoeksprogramma van de faculteit Cultuurwetenschappen.

 

In Utrecht is er een Postcolonial Studies Initiative. Dat is geen onderzoeksinstituut maar samenwerkingsverband van onderzoekers van zeer divers pluimage en geaffilieerd met universiteiten in binnen- en buitenland. Van de circa 40 aangesloten onderzoekers vermelden er 4 dat zij ook bezig zijn met Nederlandse postkoloniale literatuur. De Universiteit Utrecht kent ook een Engelstalige minor Postcolonial Studies waar studenten worden ingewijd in de theoretische en methodogische  aspecten van postcolonial studies.
Leiden heeft een Platform for Postcolonial Readings (Isabel Hoving, Sarah de Mul), dat enigszins met dat van Utrecht te vergelijken is, zij het dat het veel bescheidener is naar omvang.
Het KITLV kent een jaarlijkse brede multidisciplinaire cursus Caraïbistiek; één college daarvan is gewijd aan Caraïbische literatuur.
In Antwerpen is er The Postcolonial Literatures Research Group at the University of Antwerp, maar richt zich sterk tot de literatuur die in verband staat met de Franstalige koloniën.

 

Enkele uitgangspunten
Dit overziende wil ik graag met u nadenken over enkele uitgangspunten die ik hier bij wijze van aanzetten tot discussie formuleer over wat de Nederlandse (post)koloniale literatuurstudie zou moeten of zou kunnen inhouden.
Belangrijkste uitgangspunt zal moeten zijn dat de postkoloniale literatuurstudie haar terrein duidelijk afbakent en een unieke plek opeist. De literatuur van Oost, West en Zuid is breed en complex naar te bestuderen tijd, talen en culturen, en heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandse literatuurgeschiedenis met belangwekkende auteurs als Multatuli, Daum, Couperus, Dermout, Helman, Debrot, Haasse, Van Dis, Cairo, Roemer, Ramdas. Het gaat allerminst om een quantité négligeable, maar om een corpus auteurs en teksten dat vanuit de neerlandistiek gespecialiseerde aandacht verdient, al was het alleen maar omdat die literatuur ook een belangrijke doorwerking heeft in de multiculturele literatuur van het Nederland van nu. De studie van de postkoloniale literaturen van Nederland zal zich duidelijk moeten realiseren dat zij niet de overlap zal moeten maken met het veld van andere disciplines waarmee zij wel raakvlakken heeft. Niemand zit te wachten op neerlandici die de literatuur geschreven in het Frans, Engels, Spaans enz. analyseren (tenzij vanuit comparatistisch oogpunt). Niemand wacht erop tot neerlandici zich begeven op het terrein van de Black Studies, de global studies, van de Angelsaksische postcolonial criticism, van de slavernijstudie zoals die door historici aan verschillende universiteiten nu aandacht krijgt, van de antropologische verhaalanalyse. Wel zal zij met al deze disciplines voeling moeten houden, en ook het multidisciplinaire onderzoek mee vorm moeten geven. Goede samenwerking met universiteiten elders in de wereld en vooral ook met instellingen in de voormalige Nederlandse koloniën kan de positie van het vakgebied alleen maar versterken.

 

Een ander uitgangspunt is dat de postkoloniale Nederlandse literatuurwetenschap niet gaat in de richting van wat in de voormalige koloniën zelf prioriteit heeft of verdient:  de wording van de nationale literaturen, maar dat zij de focus legt op die verschijnselen die een directe band met Nederland hebben, en die ook een zekere mate van urgentie hebben voor de multiculturele samenleving van dit moment. Vanzelfsprekend behoort de wijze waarop de Nederlandse samenleving in beeld komt bij tweede en derde generatie Indische, Surinaamse en Antilliaanse auteurs (Marion Bloem, Alfred Birney, Ellen Ombre, Karin Amatmoekrim) tot het aandachtsveld. En natuurlijk zal er ook aandacht moeten zijn voor die andere culturen van de multiculturele samenleving die niet direct gelieerd zijn aan de voormalige koloniën: die van schrijvers met een link naar de Marokkaanse wereld (Benali, Bouazza, Stitou, Boudou, El Bezaz,  Laroui, Benzakour) en die van auteurs met wortels in andere landen als Kader Abdolah, Yasmine Allas, Özkan Akyol enz.). Tenslotte zal de verbeelding van de multiculturele samenleving door witte schrijvers als Joost Zwagerman, Robert Vuijsje, Stephan Sanders, Diederik Samwel evenzeer interessant zijn vanuit postkoloniaal perspectief; die andere framing zal onvermijdelijk waardevolle nieuwe interpretaties van hun werk opleveren.
Literatuurwetenschappers bijeen in Berkeley, California, september 2011. Foto © Michiel van Kempen
Te bediscussiëren kwesties

Vanuit deze ideeën zouden onze gedachten moeten gaan over een aantal kwesties
Inhoudelijk
          Hoe kan de postkoloniale literatuurwetenschap haar bestaansrecht bewijzen en vanuit welk paradigma of welke paradigmata kan daar het beste invulling aan worden gegeven, zonder te vervallen in het eindeloze methodenpluralisme waarin de postcolonial studies zijn terechtgekomen? Hoe wordt het veld afgebakend? Wat is er Nederlands aan die neerlandistiek? In welke mate heeft de inmiddels al traditioneel geworden (structurele) tekstanalyse daarin (nog) een plaats? En in hoeverre blijven de traditionele geografische grenzen intact, of kunnen die/moeten die geïncorporeerd worden binnen een groter verband.
De drie Amsterdamse bijzonder hoogleraren
postkoloniale literatuurwetenschap bijeen op
Curaçao, waar gewerkt werd aan de opzet
van een Masters Literatuurwetenschap aan de UNA,
januari 2009. V.l.n.r. Pamela Pattynama,
Ena Jansen en Michiel van Kempen

 

Inbedding
          Hoe kunnen vanuit een stevig theoretisch fundament researchresultaten zo worden gepubliceerd dat zij een redelijke mate van publieksvriendelijkheid behouden, en zo ook een ruim publiek betrekken bij het vak? Bij welke gremia van de samenleving  moet de postkoloniale literatuurstudie allereerst aansluiting zoeken? Wat kunnen die gremia betekenen voor het maatschappelijke en universitaire draagvlak van het vak? Hoe kan het beste worden ingegaan tegen de tendens van afbraak van postkoloniale instellingen als gevolg van de bezuinigingen van de laatste jaren (Moluks Museum, KIT, KITLV, NiNsee, MC Theater enz.)?
Internationale inbedding
          Hoe kunnen er structurele verbanden gelegd worden met onderzoeksinstellingen in de voormalige koloniën (Indonesië, Suriname, de voormalige Antillen, Zuid-Afrika)? Hoe kan die internationale samenwerking en uitwisseling het best gestalte krijgen?
Institutionele vormgeving
          Wat is nu de beste institutionele omgeving waarbinnen de postkoloniale literatuurstudie kan floreren? Moet er een paraplu gecreëerd worden die de verschillende deelvelden overhuift? Moet dat dan een gewoon hoogleraarschap zijn of een andere vorm krijgen? Is een gewoon hoogleraarschap haalbaar, hoe ligt dit politiek in de academische wereld, en waar kan het  draagvlak daarvoor (ook materieel) met de meeste kans van slagen gevonden worden?

Indië on the move

Pamela Pattynama
De Departementen Neerlandistiek en Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam organiseren  op vrijdag 31 mei 2013 in Spui25 een symposium ter gelegenheid van het afscheid van Pamela Pattynama, Bijzonder hoogleraar Koloniale en Postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis.
Programma
9:00 Ontvangst met koffie en thee
9.30 Opening
Vijf reflecties op onderzoek naar Indië
Prof. dr. Mieke Aerts
‘Als ik mij omdraai, kan er niets zijn’: de geest van Indië
Dr. Paul Bijl
Transnationale herinneringen aan Raden Ajeng Kartini
Prof. dr. Frank van Vree
‘Toen alles nog heel was’ herinnering en nostalgie
Pauze
Prof. dr. Julia Noordegraaf
Het Nachleben van de Indische films van de familie Sanders
Prof. dr. Jeroen de Kloet en Leonie Schmidt MA
Verlangen, verzet of nostalgie? Postkoloniale oprispingen in Yogyakarta en Hong Kong
Datum: 9:30 – 12:00, vrijdag 31 mei 2013. SPUI25, Amsterdam
Aanmelding noodzakelijk via www.Spui25.nl

Gouden tijden, zwarte bladzijden

Op vrijdagavond 15 maart vindt het Boekenbal  plaats, de aftrap van de Nederlandse Boekenweek 2013, die dit jaar in het teken staat van contrasten. Het verleden van de Lage Landen kent roemrijke periodes, maar evenzovele schaduwkanten. Het is een geschiedenis van heldendaden en verraad, van glorieuze gebeurtenissen en van rampspoed. In de literatuur zijn de verschillende kanten van de geschiedenis veelvuldig terug te vinden. Drie bijzonder hoogleraren van het departement Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam komen deze avond aan het woord over dit thema. Zij spreken over de ambiguïteit in de literatuur uit Indië, het Caraibisch gebied en Zuid-Afrika in tijden van slavernij.
Pamela Pattynama, Ena Jansen, Michiel van Kempen
‘Ek, Philida van die Caab. Ek wat slaaf was. Ek wat mens is. Ek wat eintlik alles is.’ Vertellers in Zuid-Afrikaanse slavernijromans.
Prof. dr. Ena Jansen (bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde)
 
‘Laat uw bannanen zwarter roosten/ten teken dat gij niet zijt te troosten!’ Literatuur in tijden van slavernij.
Prof. dr. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische letteren)
 
Slavin of oermoeder? De figuur van de njai in de Indisch-Nederlandse literatuur.
Prof. dr. Pamela Pattynama (bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis).
Datum en locatie: donderdag 14 maart om 20.00 uur in SPUI25, Spui 25, Amsterdam
Aanmelden is verplicht en kan via www.spui25.nl
Graag tot ziens op 7 maart.

30 mei 2012 – Nederlands Buitengaats

Rond 1900 geloofde de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse taal en letterkunde, Jan te Winkel, nog in het bestaan van Nederlands als wereldtaal: “Ooit had Nederland de kans gehad om een rol van betekenis te spelen in Noord-Amerika – in de tijd dat New York nog Nieuw Amsterdam heette -, maar die kans hebben wij verspeeld. De Nederlandse bezittingen in Amerika waren overgenomen door de Engelsen en in de Verenigde Staten was Engels de voertaal geworden. Maar in 1899 bood de geschiedenis een herkansing. Als in Zuid-Afrika de Boeren de Engelsen zouden verslaan – en dankzij onzee hulp en vooral door de onuitputtelijke moed van de Boeren zag het daarnaar uit – betekende dat de geboorte van een nieuwe wereldstaat in wording. Zoals eens de Verenigde Staten van Noord-Amerika zich met geweld hadden losgemaakt van Engeland, zo zouden uit deze oorlog de Verenigde Staten van Zuid-Afrika geboren worden en zich ontwikkelen ‘tot een even machtig wereldrijk […] als de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in de negentiende eeuw zijn geworden.’ En voor geen volk, vervolgde Te Winkel, had deze gebeurtenis meer betekenis dan voor het onze. Het was de laatste kans ‘om onze taal tot eene wereldtaal, onze letterkunde tot eene wereldlitteratuur te maken.’De geschiedenis heeft Te Winkel geen gelijk gegeven, maar de sporen van het wereldrijk dat Nederland ooit geweest is, zijn tot de dag van vandaag zichtbaar. De Nederlandse koloniale expansie die in de zeventiende eeuw is begonnen, heeft een literaire en taalkundige erfenis nagelaten, waar lange tijd te weinig naar is omgekeken. Op de themamiddag ‘Nederlands Buitengaats’ spreekt Michiel van Kempen over de literatuur van de Caraïben en Suriname, Anna Pytlowany over het Nederlands op Ceylon en Pamela Pattynama over de Indische Letteren. Cefas van Rossem gaat in op de studie van het Negerhollands, een taal die zich ontwikkelde in een voormalige Deense kolonie, de US Virgin Islands. Olf Praamstra spreekt tenslotte over een vergeten koloniale literatuur: de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika.

Alle belangstellenden worden van harte uitgenodigd de middag bij te wonen.

Namens de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde: Marijke Mooijaart, Jan Noordegraaf, Olf Praamstra

Programma

13.00 uur Ontvangst

13.30 uur Opening en inleiding door de voorzitter van de Commissie, Jan Noordegraaf

13.45-14.15 uur Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam)
‘West-Indische letteren: de literatuur van de Caraïben en Suriname’

14.15-14.45 uur Anna Pytlowany (Universiteit van Amsterdam)
‘Commerce, God and language: a linguistic history of the ‘battle for souls’ in Dutch colonial Ceylon’

14.45-15.15 uur Pamela Pattynama (Universiteit van Amsterdam)
‘Nostalgie bij Bloem: Indisch-Nederlandse literatuur en film’

15.15-15.45 uur Pauze

15.45-16.15 uur Cefas van Rossem (Radboud Universiteit Nijmegen)
“Flies in Amber’. De woordenlijsten van Frank Nelson, een ontbrekende schakel in de geschiedenis van het Negerhollands’

16.15-16.45 uur Olf Praamstra (Universiteit Leiden)
‘De Muze van de Kaap’, de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika

Uitloop/discussie
17.00-18.00 uur: borrel

Organisatie: Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
Locatie: Lipsiusgebouw, Universiteit Leiden, Letterenfaculteit, zaal 227, Cleveringaplaats 1 (tegenover de Universiteitsbibliotheek).
NB: anders dan andere jaren is de bijeenkomst niet in de Universiteitsbibliotheek.
Graag aanmelden vóór 16 mei bij j.noordegraaf@vu.nl.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter