blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Narain Jit

5 juni 2017: Apan ájá aur sab kalkatihan ke yád men

door Bris Mahabier

1. De kalkatihá’s emigreerden met de hoop op terugkeer

Kalkatiha’s, zo werden in Suriname de Brits-Indische contractarbeiders door hun kinderen, de Hindoestanen van de tweede en de derde generatie, genoemd. Immers, de emigranten waren uit de havenstad Calcutta vertrokken, vandaar deze benaming. 80% van de Hindoestaanse contactarbeiders kwam uit Uttar Pradesh. read on…

Karin Lachmising – Contact

Thuis heb ik heel lang op het terras gezeten,
ik keek naar de maan, alsof die knikte, zei,
dat het gaat zoals het gaat.
Ik dacht daar nog over na,
wat had ik gezegd, gedaan read on…

Noodzaak voor verder onderzoek van het Sarnámi

Verslag in woord en beeld van het Sárnami congres

 

Deze pagina is geheel gewijd aan de vorige week (5/6 mei 2017)  gehouden Sarnámi-conferentie, gehouden in het Universiteits guesthouse in Paramaribo. Moderatoren tijdens de discussies waren Indra Djwalapersad, Radjen Baldew, Bhola Narain en Maurits Hassankhan. Op deze literaire pagina zijn korte verslagen van de gepresenteerde lezingen opgenomen, gemaakt door Sita Patadien [SP] en Hilde Neus [HN]. Er was ook vertier. In de avonduren werden er baithak gana liederen ten gehore gebracht door Kries Ramkhelawan en zijn gezelschap. Op de tweede dag waren er diverse auteurs die voordroegen uit eigen werk. Ook presenteerde de toneelgroep Hasti Masti onder leiding van Shanti Matai een sketch die mooi aansloot bij het thema van de conferentie: grootouders die moeite hebben om te communiceren met hun kleinzoon, omdat die het Sarnámi niet spreekt. Vastlegging en overdracht is belangrijk bij het voortbestaan van een taal. Voor het Sarnámi is de prognose positief en deze conferentie draagt daar zeker aan bij. Alle foto’s: Michiel van Kempen. read on…

Jit Narain ontvangt ‘Trefossaprijs’ 2017

door Carlo Jadnanansing

 

De Henri Frans de Ziel Stichting (in de volksmond bekend als Trefossa stichting) heeft op vrijdag 13 januari 2017 de H.F. de Ziel Literatuur- en Cultuurprijs (Trefossaprijs) 2017 in het Self Reliance Auditorium te Paramaribo uitgereikt aan de dichter/arts/landbouwer Djietnarainsingh Baldewsing, meer bekend als ‘Jit Narain’. read on…

De betekenis van Nauyuga voor het verdere leven en carrière

door Bris Mahabier en Naushad Boedhoe

 

In dit hoofdstuk zal in kort bestek worden geschetst wat de betekenis van de vereniging Nauyuga is geweest in het verdere leven en de carrièreontwikkeling van haar oud-leden. Wat hebben oud-leden in Nauyuga geleerd, hoe hebben de in verenigingsverband opgedane kennis en vaardigheden een rol gespeeld in hun leven en carrière en welke vriendschappen en andere relaties heeft Nauyuga opgeleverd? read on…

Een tegendraads dichter kort belicht

door Jerry Dewnarain

In Jit Narains (pseudoniem van Djietnarainsingh Baldewsingh) bundel Dosti ke cáh / Wat vriendschap verlangt / What friendship desires staan 42 gedichten. Elk gedicht staat er vijf keer in. Nederlands, Sarnámi en Engels lees je als je aan de ene voorkant begint; Hindi en Sarnámi in Devanagarischrift lees je als je het boek omdraait en aan de andere voorkant begint. Een boek met twee voorkanten heeft geen achterkant: de beide eindes bevinden zich precies in het midden. Dosti ke cáh / Wat vriendschap verlangt / What friendship desires is alleen al door deze talenrijkdom en de vormgeving als dubbelboek een opmerkelijke uitgave. read on…

Update Tori Oso avond 27 februari

Ook aanwezig bij de presentatie van Hecht en Sterk van Shrinivási zijn Hein Eersel, Jerry Dewnarain en Rappa. Samen met Lila Gobardhan zullen zij participeren in het panelgesprek over de bundel. Jerry Dewnarain heeft al een voorzet gedaan. Van zijn hand verschijnt op zaterdag 23 februari een recensie in De Ware Tijd Literair.

Diana Lebacs bij de Curaçaose presentatie van Hecht en Sterk
Op de S’77 avond van woensdag 27 februari zullen er twee boeken worden gepresenteerd. In het eerste deel van de avond gaat het om de nieuwe dichtbundel van Shrinivasi, Hecht en Sterk. Geert Koefoed verzorgt een korte inleiding en Jit Narain, Guillaume Pool en Lila Gobardhan dragen voor uit de bundel. Daarna volgt de paneldiscussie waaraan het publiek mag deelnemen. In het tweede deel van de avond presenteert Karen van Gelder haar boek Hilde. Hilde is een oude dame die terugblikt op haar flamboyante leven. Ze groeit op in de Surinaamse smeltkroes van rassen, rangen en standen. Door een tragische gebeurtenis kiest ze voor een bohemien leven en een glanzende carrière, haar grote liefde achterlatend. Pas na een jarenlange strijd met zichzelf is ze in staat de demonen uit het verleden te overwinnen. Een bijzondere inspiratiebron van Karen is ‘internal voice dialogue’, een concept van de psycholoog Hubert Hermans.
Beide publicaties zullen op de avond te koop zijn en u hebt de gelegenheid het boek Hilde te laten signeren door de auteur. Alle literatuurliefhebbers zijn van harte welkom. De avond is vrij toegankelijk. Aanvang: Stipt 20.00u.

[Mededeling van Schrijversgroep ’77]

Jit Narain

Portret van de Surinaamse dichter Jit Narain, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 22 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Mohan torst in zijn eentje de Sarnámi traditie

door Michiel van Kempen

Met de literatuur in het Sarnámi, de moedertaal van de Surinaamse Hindostanen, is het een wisselvallige geschiedenis geworden. Na 1977 swingde de boel de pan uit rond arts/dichter/taalpropagandist Jit Narain in Den Haag, met zijn zingende broer Rabin Baldewsingh (the singing detective van het Haagse college van B & W), met de lederen feministe Gharietje Choenni, met de ragfijn dichtende Chitra Gajadin (de schrik van het eerste Sarnámi festival in Paramaribo), met Hindi hopman Surj Biere en de wandelende megafoon van de Sarnámi grammatica Moti Marhé. En natuurlijk met Cándani, vers van onder een districtskoe uitgekropen, niet gehinderd door enige kennis van welke schrijfwijze dan ook, maar wel wonderschoon zingend als een treurige leeuwerik aan het hof van koning Akbar. En dan, ploef, zakt het hele zaakje in elkaar, begraaft Narain zich in Saramacca, begint Choenni aan een striptease en kruipt er uit het zwarte leder nog slechts een pensionhoudster op Bonaire, encanailleert Cándani zich met de stankbel van Scientology en lijken alle anderen zich tevreden te hebben gesteld met de rol van voetnoot in de literaire geschiedenis. Rabin Baldewsingh verklaart publiekelijk dat schrijven in het Sarnámi geen zin heeft en de Hindostanen alleen maar terugdringt in groepselement; hier spreekt de brede burgervader in de dop.
Als die storm is overgewaaid duikt opeens Raj Ramdas op, broer van de zoveel beroemdere essayist Anil die nooit iets met de Hindostaanse beweging had, maar die zich wel als een echte pasja in India vestigde, voorzien van tuinman, chauffeur en kokkie. Raj Ramdas maakt indruk op het festival Winternachten met zijn voordracht uit zijn fraai uitgegeven bundel Kahán hai u/Waar is zij (2003). Als ook van die weldadig aanvoelende Sarnámi windvlaag helemaal niets meer te merken is, kondigt Raj Mohan zich aan, hij lijkt bereid de Sarnámi traditie in zijn eentje voort te zetten, eerst met de tweetalige bundel Bapauti/Erfenis (2008), nu met de omvangrijke bundel Tihá/Troost.
De tweede afdeling van de nieuwe bundel geeft 22 gedichten enkel in het Nederlands. De eerste afdeling bevat zeventien gedichten in het Sarnámi met een Nederlandse vertaling ernaast, waarbij direct gezegd moet worden dat deze vertalingen zich soms tamelijk ver van de oorspronkelijke taal begeven. Een dichter mag natuurlijk met zijn teksten doen wat hij wil, maar voor iemand die toch graag de twee versies wil vergelijken is het tamelijk hinderlijk dat de regels niet parallel lopen, ja, dat de Nederlandse vertaling soms meer dan een halve bladzijde langer uitpakt. Neem deze strofe van mooie zegging:

áj phir chhui ke jáylá tor ego puráná dukh

Wat dan in de vertaling tot klein brandhout verhakkeld wordt in zeven versregeltjes, alsof aan elk woord een gewicht van veertig kilo hangt:

vandaag
raak ik
weer eens
een oud
verdriet
van jou aan
en vertrek

Wat direct opvalt is hoezeer de twee afdelingen uiteenlopen naar inhoud én naar taal. De Sarnámi gedichten zijn intiem, geven kleine familiescènes, ontspruiten bijna altijd uit de melancholie over een verdwenen of een verdwijnende wereld. Ze worden gedragen door het verdriet van de migrant die ergens tussen India, Suriname en Nederland de coördinaten van zijn leven en – vooruit maar – zijn identiteit probeert te zoeken. Dat zijn allemaal motieven die ook uit het werk van de andere Sarnámi dichters bekend zijn. Natuurlijk speelt ‘áji’, de grootmoederfiguur, er een belangrijke rol in; bij welke van de Sarnámi auteurs wordt zij – de witgehaakte orhni op het hoofd, de koemest aan de hielen en de moede rimpels in het gezicht – niet tot leven gewekt in vaak liefdevolle versregels? Opmerkelijk is ook hoe eenvoudig het taalgebruik in die eerste afdeling is, hoe beperkt het vocabulaire (ik bedoel dat niet negatief!) en hoezeer dat vocabulaire helemaal in het verlengde ligt van de woordenschat van Narain en Cándani.

tor hawá men milal bá mahak hamár cháhe tor matti jagghá na de hai enrhi dhansáwe khát

mijn geur is vermengd met je wind
al geeft jouw aarde geen plek
om mijn hiel in te planten

De taferelen en metaforen die Mohan ons voortovert zijn traditioneel, het olielampje is er natuurlijk, het vuur, de rijst, de vleermuizen, de bruidsstoet, de diya, kortom: de hele setting van het rurale Hindostaanse leven. Naar de soms overdonderende metaforen die Jit Narain wist te vinden, zoek je bij Raj Mohan tevergeefs. Maar het is misschien niet helemaal fair om hem te vergelijken met een dichter waarvan er maar één per generatie, zo niet per eeuw voorkomt.

Op zich zijn Mohans vertalingen wel acceptabel, al haalt er niet één zelfs maar in de verte de klankrijkdom van het Sarnámi (de gedichten zijn ook als liedteksten bedoeld en je moet er Mohans CD Daayra eigenlijk bij beluisteren). Op enkele plaatsen zijn de vertalingen tenenkrommend prozaïsch, zoals in deze regels waarbij men wijlen J.-P. Balkenende zuinigjes-goedkeurend ziet knikken:

hoe red ik mijn cultuur
te midden van honderd rassen
normen en waarden van anderen

De afdeling met gedichten in het Nederlands herneemt wel enkele motieven uit de eerste afdeling, maar is veelvormiger, het gaat daar ook over het Suikerfeest, over een schietincident in Amerika en zowaar over dik-zijn! Het vocabulaire is ook veel uitgebreider, wat misschien ook wel komt doordat er geen beperking is om de tekst in een liedvorm te brengen. Voor Raj Mohan betekent dat dan dat het fijnzinnig oproepen van een sfeer zoals in de eerste afdeling plaats maakt voor benoemen. De Nederlandse poëzie is veel cerebraler dan die in het Sarnámi:

de muzen van Apollo
worden erbij geroepen.
gewekt uit een eindeloze droom
over kosmische muziek en aards vermaak.

deze fijnzinnigheid van twee werelden
verborgen in een halssnoer van parabels,
tooisel van de nieuwe keizers van theater

Mij lijkt dat de laatste twee versregels de poëzie uitmaken en dat de regel ervóór liever iets had kunnen beschrijven dat de genoemde fijnzinnigheid oproept, dan dat die regel zelf de fijnzinnigheid expliciet benoemt. Dat oproepen lukt Mohan overigens soms wel, zoals in een gedicht over een vakantie in Suriname, waar hij een hete asfaltweg in Suriname laat contrasteren met de schoorsteenmantel in Nederland. Hinderlijk in de bundel zijn wel verschillende taalfouten, zoals ‘jouw ellende kan ik/ niet meer te verdragen’, ‘zonder enig steun’ en ‘een interactief/ breedbeeld tv’. Gewoon niet aandachtig genoeg geredigeerd.
Maar goed, laat ik er nu maar het zwijgen toe doen, tenslotte kreeg ik op pagina 66 toch al een subtiele tik op de neus in het gedicht ‘geschiedenis’:

de blanke
vertelt mij zijn verhaal
en ik luister
de blanke
vertelt mij mijn verhaal
en ik luister

Raj Mohan, Tihá/Troost, Haarlem: In de Knipscheer, 2011. 74 p., ISBN 978 90 6265 661 5, prijs € 16,90.

[uit Oso, 2011, nr. 2]

Interguyanese literatuur in Fort Zeelandia

Het Inter Guyana Cultural Festival gaat deze week van start en duurt het hele weekend door. In samenwerking met Schrijversgroep ’77 is een literair programma uitgezet. Op vrijdag 26 augustus beginnen de workshops Proza en Drama, verzorgd door resp. Ismene Krishnadath en Tolin Alexander. De workshops worden in de Louiseschool verzorgd en duren van 9.00 – 13.00u.

Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus gaat het het literair gebeuren verder in Fort Zeelandia, in de expositiezaal boven de oude apotheek. Het publiek kan de hele dag, vanaf 9.00u boeken bekijken en kopen in de boekenstands. Op zaterdagochtend om 10.00u zijn er presentaties van schrijvers uit Guyana, Suriname en Frans Guyana. Vanuit Frans Guyana schuiven M. Henri Claude Coeta, Tchisseka Lobelt, Monique Dorcy, Marie Benoit aan. Coeta is schrijver, de rest van de delegatie is verbonden aan de Frans Guyanese organisatie Promolivres die regelmatig boekenbeurzen en internationale literatuurfestivals organiseert in Frans Guyana. Uit Guyana komen Jolyon Boston en Petambar Persaud (foto links). Deze laatste is bekend van zijn televisieprogramma’s met spoken word en orale vertellingen en erg actief in Guyanese literaire kringen.

Op zondag is er van 11.30u tot 12.30u een ochtendcauserie, een luchtig gesprek over schrijvers, boeken en leven in de Guyana’s. Hierbij zitten schrijvers Petambar Persaud, Tchissèka Lobelt en Cynthia McLeod aan. Zowel op zaterdag en zondag kunt u aanschuiven bij schrijvers aan tafel om hen de vragen te stellen die u altijd wilde stellen.

Op zaterdagochtend zijn de volgende Surinaamse schrijvers aanwezig: Rappa, Soecy Gummels, Jeffrey Quartier en Sombra. In de middaguren zijn dat: Susan van Dijk, Cobi Pengel en Charles Chang. Zondagmorgen kunt u babbelen met Kadi Kartokromo, Jit Narain, Indra Hu. ’s middags zijn Sombra, Roué Hupsel en Celestine Raalte present. Alphons Levens kunt u beide dagen ontmoeten in de boekenstand. Het is ook een goede gelegenheid om een praatje te maken met onze gasten uit de buurlanden en hun literaire producties te bekijken.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter