blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Nankoe Lucia

Surinaamse voorouders in beeld 1868 – 1950

‘Oma, wie is die bruid op deze foto? Bent u dat, samen met opa?’ Hoe vaak klinkt zo’n vraag wel niet bij het zien van een ietwat vergeelde trouwfoto in een lijstje op de muur, in een album, op een dressoir, of op een mobiele telefoon. read on…

Simone Schwartz-Bart vertaald

Eenakter ‘Jouw mooie kapitein’

Op de redactie (van het Antilliaans Dagblad) is een boek bezorgd, van een Franse uitgever, met een theatertekst van Simone Schwartz-Bart in vijf talen. Naast het origineel, in het Frans, ‘Ton beau capitaine’, vier vertalingen, een in het Kreyòl (van Haïti) ‘Bèl gran kapitenn a’w la’, een in het Engels ‘Your handsome captain, een in het Spaans ‘Tu hermoso capitán’ en – u raadde het al – een in het Nederlands ‘Jouw mooie kapitein’. read on…

SP Politiek café: ‘De slaaf vliegt weg’ – 151 jaar afschaffing van de slavernij

Op vrijdag 27 juni 2014 komen literatuurwetenschapper Lucia Nankoe en cultureel erfgoedonderzoeker Jules Rijssen naar het politiek café van SP Leiden. Ze zullen spreken over de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de beeldvorming hierover en in discussie gaan met het publiek. read on…

De slaaf vliegt weg

door Nelly Rosa

‘Een volk dat geen toegang heeft tot de bronnen van zijn geschiedenis, wordt een volk met een zelfbeeld gebaseerd op mythen en stereotypen’. Deze stelling van de Amerikaanse historica en onderzoeker Barbara Tuchman wordt door de Surinaamse auteur Cynthia McLeod in de bundel De slaaf vliegt weg aangehaald. read on…

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis
door Jeroen Heuvel
Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana,
siert de kaft van het boek
In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.
Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.
In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”
Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.
In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.
Schwarzkopf van Natasja Kensmil
De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.
Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.
In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario – Mi nigrita

 

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.
In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]
Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore
De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.
Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies – ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies – Stuart Hall aangestipt.
Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?
Nicolaas Porter – Facing truth
De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.
De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.
Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.
Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.
Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.
Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.
De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.
Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!
Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!
Nederland, 9 maart 2014

 

Vlieg terug naar Afrika

Henk Vos – Vliegende man (brons)
 

door Hilde Neus

 
De meest indrukwekkende versie die ik ooit las van de slaaf die terugvliegt naar Afrika, is in de roman De hemelvaart van Solomon van de zwarte Amerikaanse auteur Toni Morrison. Het is het verhaal van Macon Dead, wiens zoon beweert dat zijn opa Solomon kon vliegen en als een adelaar weggezeild is naar Afrika. Het is jammer dat dit verhaal niet is opgenomen in De slaaf vliegt weg(samenstelling Lucia Nankoe & Jules Rijssen). Maar ook de vermelding van het motief in het verhaal over Tata Colinvan Ruud Mungroo zou hier niet hebben misstaan. Dit motief van de titel van de bundel komt verder voor als afbeelding van Elis Juliana, met een kleine verklaring erbij. De kern wordt gevormd door lezingen, gepresenteerd op het internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Waar en wanneer deze bijeenkomst werd gehouden staat in een noot vermeld; in de Muiderkerk in 2009. De centrale vraag is of en welke historische romans een rol spelen in de beeldvorming over het slavernijverleden. En hoe ze doorwerken in de hedendaagse discussies en in de persoonlijke beleving van de nazaten. De samenstellers proberen deze vragen in de inleiding te beantwoorden. Ze slagen daar maar deels in, omdat er veel voorbeelden aangehaald worden die allerlei kunstvormen bevatten, maar geen historische romans zijn. Het artikel van Suzanne Diop, ‘Het Eerste Internationaal Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars’ (pp. 29-33) is zo’n voorbeeld dat niet over historische romans gaat. (Kijk ook naar het onterechte gebruik van hoofdletters in de titel!)
Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel. Dan is de opname van veel stukken in de bundel, zoals de verhouding tussen etnische groepen getoond in de film Wan Pipel, wel verantwoord. Er zijn natuurlijk allerlei gevoelige zaken die uitvloeiselen zijn van de slavernij, en zodra die gevisualiseerd worden heb je ook een bepaalde vorm van beeldvorming.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd
De inhoud van de bundel werkt dus vervreemdend omdat je van de auteur, zelf literatuurwetenschapper, een andere insteek zou verwachten. En zeker als dan blijkt dat er allerlei stukken zijn opgenomen die niet op het symposium voorbij zijn gekomen, terwijl de bijdrage van M. van Kempen, die er wel bij was, vanwege een tekort aan beschikbare redactionele ruimte is teruggetrokken. Dan roept dit vragen op.
Bij zo een titel en inleiding waren mijn verwachtingen anders. Dat neemt niet weg dat de stukken bijna allemaal iets met de slavernij te maken hebben, maar het gevaar is dat de lezer met zo een gevarieerde waaier aan informatie toch blijft zitten met vragen over de context. Je kunt die dan op internet opzoeken, maar is dat de bedoeling van de bundel? Al in het eerste stuk, van Nankoe zelf (‘Reverence’) heeft ze het binnen vier pagina’s over Toussaint Louverture, Edwi[d]ge Danticat, de kunstenaar Basquiat, de zanger Maxwell en de Neville Brothers, auteur Simone Schwartz-Bart en de kunstenaar Frankétienne. Alles wordt even aangestipt en daardoor mist het stuk diepgang.
Cynthia Mc Leod vraagt zich in haar bijdrage af of het aan te bevelen is dat de lezer zich een beeld vormt van de geschiedenis via historische romans. Daar wil ze zich, ondanks de geweldige verkoopcijfers van bijvoorbeeld Hoe duur was de suiker?, niet over uitlaten. ‘Dat zou de uitkomst van het symposium moeten zijn’, is haar mening.
Ik denk dat een symposium over dit onderwerp ook geen uitsluitsel kan geven, daarvoor is het onderwerp te breed en te gecompliceerd. Wel is duidelijk dat historie in vele vormen verwerkt kan worden, letterlijk en figuurlijk. In literatuur, schilderijen, beelden, poëzie en zang, alle denkbare kunstvormen. En door over de slavernij na te denken en die uit te drukken in kunst, kunnen de nazaten van de slaven tevens aan een stukje rouwverwerking doen. En de nazaten van de slavenhouders kunnen zich plaatsvervangend schamen na zich verwonderd te hebben over de verschrikkingen die in die tijd plaats hebben gevonden. Eenieder doet dat op zijn eigen manier. Dat blijkt wél duidelijk uit de inhoud van deze bundel. Met bijdragen van onder meer Anil Ramdas, Rudy Bedacht, Remy Jungerman en Rihana Jamaludin, om maar wat Surinaamse auteurs in deze bundel te noemen.
Lucia Nankoe & Jules Rijssen (samenstelling): De slaaf vliegt weg. Beeldvorming over slavernij in de kunsten. Arnhem: LM Publishers, 2013. ISBN 978-94-6022-274-0

De slaaf vliegt weg

Beeldvorming over slavernij in de kunsten
De kern van de bundel vormen enkele tot essays bewerkte lezingen op het in september 2009 te Amsterdam gehouden internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis, georganiseerd door stichting Podium Kwakoe en het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfgoed (NINsee).
Sprekers waren Lucia Nankoe, Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin, Fausten Charles. Suzanne Diop was afwezig maar stelde haar essay ter beschikking. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in. Dagvoorzitter was Margot Dijkgraaf.
In het publieke debat worden vaak historische romans aangehaald om standpunten te verdedigen, vooral van succesvolle Caribische auteurs als Edgar Cairo, Lou Lichtveld/Albert Helman, Frank Martinus Arion en Carel de Haseth, waarin het Nederlandse slavernijverleden aan de orde komt. Die auteurs gelden dan als autoriteiten en worden geciteerd in allerlei discussies.
Spelen romans en andere kunstgenres werkelijk een rol in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke? Welke rol hebben ze in de hedendaagse discussie over de doorwerking ervan in het algemeen en in de persoonlijke beleving van de nazaten van de in slavernij gebrachte Afrikanen?
In deze bundel verwijzen ook beeldend kunstenaars als Frank Creton, Remy Jungerman, Letitia Brunst, Natasja Kensmil, Elis Juliana en Ras Ishi Butcher naar de geschiedenis waarin het thema slavernij centraal staat. Literaire bijdragen zijn van de hand van Rudy Bedacht, Ina Césaire, Léon-Gontran Damas, Gilda Dannarag,
Lucia Nankoe en Jules Rijssen nodigen u – mede namens alle auteurs en beeldend kunstenaars – uit voor de boekpresentatie van De Slaaf vliegt weg, die plaats zal vinden op vrijdag 13 december 2013 in het Stadsarchief Amsterdam (Vijzelstraat 32, 1017 HL Amsterdam). Inloop: 15.30 uur, aanvang 16.00 uur
Organisatie: NiNsee (Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis). Aan/afmelding: info@ninsee.nl
Na de presentatie is er gelegenheid tot het kopen van het boek.

Humor, weemoed en ontroering in Jouw mooie kapitein

Subliem acteerwerk van Maikel van Hetten

 door Carlo Jadnanansing
Een stoel, een kapmes, een afgedragen jas, een matras op de grond en een cassetterecorder op een wankele tafel, vormden het povere decor van het toneelstuk Jouw mooie kapiteindat op 25 juli 2013 in Surinaamse première ging in theater Unique.
De airconditioning was uitgedaan om het geluid beter tot zijn recht te doen komen. De daardoor ontstane drukkende tropisch hitte versterkte de emotioneel geladen sfeer die het stuk opriep. Er was maar één speler, de Haitiaanse gastarbeider Wilnor, werkzaam in Guadeloupe, verpersoonlijkt door de in Nederland wonende Surinaamse acteur Maikel van Hetten.

Maikel van Hetten

 

Toch was er een constante dialoog in het door de Franse schrijfster Simone Schwarz-Bart geschreven werk. Dit komt omdat Wilnor via een cassetterecorder communiceerde met zijn in Haïti wonende vrouw Marie-Ange (stem van de bekende Curaçaose zangeres Izaline Calister).
De prachtige Nederlandse vertaling is van de hand van Lucia Nankoe, een in Nederland wonende literatuurwetenschapper en expert in de Caribische literatuur, naar wier idee het drama is gemaakt. Het thema van het stuk is universeel en tijdloos. Het is het eeuwige verhaal van een man uit een arm land die om zijn gezin te verzorgen in een rijk land gaat werken met achterlating van huis en haard. De problemen die daarbij ontstaan hebben eveneens een universeel karakter. Hoe zit het met de huwelijkstrouw in de periode van de scheiding door middel van een latos (living apart together overseas) relatie?  “Een vrouw heeft een man nodig en een man heeft een vrouw nodig. Dit is de wet van het leven, teneinde te bewerkstelligen dat het leven voortgang vindt”, aldus de boodschap van het stuk.
Als Marie-Ange per cassetterecorder opbiecht dat ze – zij het onder druk – bezweken is voor de charmes van de koerier die haar de enveloppe met geld moest brengen, breekt de hel los voor Wilnor. Hij kan zijn emoties nauwelijks de baas, maar weet zich op bewonderenswaardige wijze te herstellen. Hiermee toont hij inderdaad een waardige kapitein te zijn die het schip van het leven op kundige wijze weet te besturen.
Van Hetten geeft op unieke wijze niet alleen met woorden, maar nog meer door zijn robotachtige maar ritmische dansbewegingen, uitdrukking aan zijn emoties. Zijn dans lijkt pijlen af te vuren op het publiek, die rechtstreeks het hart treffen. Het literaire taalgebruik is eveneens doeltreffend.
“Scheiding is als een oceaan, waarin menigeen verdrinkt”.
“Tussen waarheid en verdichtsel ligt een glibberig pad”
Van Hetten is er geslaagd vanaf hij het podium betrad, zijn kapmes op de grond wierp,  en een slok nam uit de bijna lege fles met rum, tot aan het einde van het  één uur durende theaterstuk, de aandacht van het publiek vast te houden.
Tijdens de discussie die na het stuk volgde, zei Lucia Nankoe dat zij getroffen was door de waardigheid en vergevingsgezindheid van de hoofdpersoon. De Caribische man zou naar haar zeggen op een voetstuk geplaatst zijn.
Dat een toneelstuk voor verschillende interpretaties vatbaar is, is duidelijk gebleken. Anders dan Nankoe waren enkelen van mening dat Wilnor wel begrip getoond heeft voor het overspel en de daardoor ontstane zwangerschap van zijn vrouw, maar dat het geenszins zijn bedoeling was naar haar terug te keren. Hij zou haar alleen het beste hebben toegewenst en dus slechts afstand gedaan hebben van wraakgevoelens waar velen last van hebben.
Hoe het ook moge zijn, Van Hetten heeft als Wilnor een personage neergezet dat het publiek afwisselend liet lachen en ontroerde. Nu onze oudste theatergezelschap Thalia zich primair lijkt toe te leggen op het verhuren van haar accommodatie, is het voor het theaterminnende publiek een verrassing om op een dergelijk stuk van hoog niveau vergast te worden, ook al moet het van overzee komen. Het verzoek om voorstellingen voor de middelbare-schooljeugd kon door Nankoe niet worden ingewilligd, daar de speler en technici binnen enkele dagen weer moeten vertrekken.
Merci beaucoup au beau capitain Wilnor et toute la organisation!
[uit Dagblad Suriname, 30-07-2013]

 

Première Jouw mooie kapitein weekt emoties los

door Jerry Dewnarain
 
Paramaribo – In een vol Theater Unique heeft het publiek ongetwijfeld kunnen genieten van Jouw knappe kapitein. Het theaterstuk van Simone Schwarz-Bart Ton beau capitaine, door Lucia Nankoe vertaald in Jouw knappe kapitein, is donderdag in première gegaan.
“Ik vond het stuk niet mooi”, zei een bekende advocaat tijdens de discussie die na de opvoering plaatsvond. Niet mooi, omdat het ons confronteert met de harde realiteit van armoede en uitbuiting van onder andere Haïtianen. De tekst, de productie en de opvoering vond ik wel prachtig. Maar nee, ik word er droevig van.”

 

Eenzaamheid
De voorstelling presenteert het hoofdpersonage Wilnor Baptiste, die als veldarbeider werkt op Guadeloupe, terwijl zijn vrouw Marie-Ange achterblijft op Haïti. Gedurende hun lange scheiding communiceren zij met behulp van cassettebandjes. Eenzaamheid, scheiding en ontheemding zijn de thema’s die steeds naar voren komen gedurende de gesprekken tussen Wilnor en zijn vrouw. Ook de ruimte heeft een belangrijke functie in de voorstelling. De kleine kamer van Wilnor ademt een sfeer van armoede en soberheid. De enige meubelen in de kamer zijn: een stoel, een oude krat en een matras op de vloer. Dit doet denken aan een cel in een gevangenis, wat tegelijkertijd ook het thema eenzaamheid benadrukt. Ver weg van zijn land en familie lijkt Wilnor wel veroordeeld tot een eenzaam leven.
Groot en waardig
Het stuk is verdeeld in twee delen: in het eerste deel luistert Wilnor naar de stem van Marie-Ange via de cassettebandjes en geeft af en toe lachwekkende commentaren. In het laatste deel is Wilnor aan het woord wanneer zijn krachtige stem als reactie wordt vastgelegd op de band. Het toneelstuk, gaat van start wanneer Wilnor terugkeert naar huis van de zware arbeid. Het is dan avond. Hij gaat op zijn enige stoel zitten en haalt uit zijn tas een cassetteband die door zijn vriend uit Haïti is gebracht. Hij luistert naar zijn vrouw Marie-Ange. Haar eerste woorden zijn liefdevol: ‘Hallo, hallo Wilnor Baptiste’, wat lijkt op een telefoongesprek. Uit het gesprek blijkt uiteindelijk dat Marie-Ange zwanger raakt van de vriend van Wilnor die haar het geld van haar man uit Guadeloupe brengt. Desondanks accepteert Wilnor de pijnlijke daad van zijn vrouw en hij lijkt haar die te vergeven. Dit maakt dat haar kapitein Wilnor een man is met een mooi hart. Een hardwerkende man in een vreemd land die toch groot en waardig blijft voor zijn vrouw.
Aan de discussie hebben meer mannen deel genomen dan vrouwen. Een notaris zei: “Ik vind dat het stuk de zwarte man niet op een voetstuk plaatst, maar dat er juist een loopje met hem wordt genomen. Dit blijkt uit fragmenten van de tekst waarbij je wel moest lachen.” De première kreeg een staande ovatie van het publiek. Het stuk is zaterdag nog te zien in Theater Unique.
[uit de Ware Tijd, 27/07/2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter