blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Morrison Toni

Het kapitaal van de morele welwillendheid

Tekst van de vijfde Cola Debrot-lezing van de Werkgroep Caraïbische Letteren, OBA, 16 februari 2018

 

door Stephan Sanders

 

Toen ik het verzoek kreeg van de Werkgroep Caraïbische letteren om de 5de Cola Debrot lezing te geven, wist ik niet hoe snel ik het moest aannemen: ik ben, zoals u zult merken onderhand een expert in het aangenomen zijn, in het aangenomen worden. Volgens de letter van de wet en de genealogie heb ik niets te zoeken in het Caraïbische gebied. Maar ja, wie houdt zich nu strikt aan de letter van de wet; wie houdt zich nu altijd aan de nauw omschreven, vastomlijnde grenzen van zijn identiteit. Ik in ieder geval niet – en dat deel ik met het Caraïbisch gebied. read on…

‘Thuis’: een mamyo-roman van Toni Morrison

door Hilde Neus

De kunst van het mamyo maken is in Suriname aan het verdwijnen. Mijn schoonmoeder maakte voor elk van haar kinderen rondom de geboorte een mamyo-dekentje voor in het kinderbed; voor elk familielid en voor elke belangrijke gebeurtenis een lapje. De mamyo, oftewel patchworkdeken, speelt een belangrijke rol in de nieuwe roman van Toni Morrison. Ze is de enige nog levende Noord-Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur, en een zwarte vrouw. Dat laatste is belangrijk: ze schrijft over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en over de positie van vrouwen. read on…

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]
Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore
De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.
Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies – ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies – Stuart Hall aangestipt.
Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?
Nicolaas Porter – Facing truth
De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.
De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.
Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.
Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.
Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.
Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.
De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.
Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!
Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!
Nederland, 9 maart 2014

 

Vlieg terug naar Afrika

Henk Vos – Vliegende man (brons)
 

door Hilde Neus

 
De meest indrukwekkende versie die ik ooit las van de slaaf die terugvliegt naar Afrika, is in de roman De hemelvaart van Solomon van de zwarte Amerikaanse auteur Toni Morrison. Het is het verhaal van Macon Dead, wiens zoon beweert dat zijn opa Solomon kon vliegen en als een adelaar weggezeild is naar Afrika. Het is jammer dat dit verhaal niet is opgenomen in De slaaf vliegt weg(samenstelling Lucia Nankoe & Jules Rijssen). Maar ook de vermelding van het motief in het verhaal over Tata Colinvan Ruud Mungroo zou hier niet hebben misstaan. Dit motief van de titel van de bundel komt verder voor als afbeelding van Elis Juliana, met een kleine verklaring erbij. De kern wordt gevormd door lezingen, gepresenteerd op het internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Waar en wanneer deze bijeenkomst werd gehouden staat in een noot vermeld; in de Muiderkerk in 2009. De centrale vraag is of en welke historische romans een rol spelen in de beeldvorming over het slavernijverleden. En hoe ze doorwerken in de hedendaagse discussies en in de persoonlijke beleving van de nazaten. De samenstellers proberen deze vragen in de inleiding te beantwoorden. Ze slagen daar maar deels in, omdat er veel voorbeelden aangehaald worden die allerlei kunstvormen bevatten, maar geen historische romans zijn. Het artikel van Suzanne Diop, ‘Het Eerste Internationaal Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars’ (pp. 29-33) is zo’n voorbeeld dat niet over historische romans gaat. (Kijk ook naar het onterechte gebruik van hoofdletters in de titel!)
Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel. Dan is de opname van veel stukken in de bundel, zoals de verhouding tussen etnische groepen getoond in de film Wan Pipel, wel verantwoord. Er zijn natuurlijk allerlei gevoelige zaken die uitvloeiselen zijn van de slavernij, en zodra die gevisualiseerd worden heb je ook een bepaalde vorm van beeldvorming.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd
De inhoud van de bundel werkt dus vervreemdend omdat je van de auteur, zelf literatuurwetenschapper, een andere insteek zou verwachten. En zeker als dan blijkt dat er allerlei stukken zijn opgenomen die niet op het symposium voorbij zijn gekomen, terwijl de bijdrage van M. van Kempen, die er wel bij was, vanwege een tekort aan beschikbare redactionele ruimte is teruggetrokken. Dan roept dit vragen op.
Bij zo een titel en inleiding waren mijn verwachtingen anders. Dat neemt niet weg dat de stukken bijna allemaal iets met de slavernij te maken hebben, maar het gevaar is dat de lezer met zo een gevarieerde waaier aan informatie toch blijft zitten met vragen over de context. Je kunt die dan op internet opzoeken, maar is dat de bedoeling van de bundel? Al in het eerste stuk, van Nankoe zelf (‘Reverence’) heeft ze het binnen vier pagina’s over Toussaint Louverture, Edwi[d]ge Danticat, de kunstenaar Basquiat, de zanger Maxwell en de Neville Brothers, auteur Simone Schwartz-Bart en de kunstenaar Frankétienne. Alles wordt even aangestipt en daardoor mist het stuk diepgang.
Cynthia Mc Leod vraagt zich in haar bijdrage af of het aan te bevelen is dat de lezer zich een beeld vormt van de geschiedenis via historische romans. Daar wil ze zich, ondanks de geweldige verkoopcijfers van bijvoorbeeld Hoe duur was de suiker?, niet over uitlaten. ‘Dat zou de uitkomst van het symposium moeten zijn’, is haar mening.
Ik denk dat een symposium over dit onderwerp ook geen uitsluitsel kan geven, daarvoor is het onderwerp te breed en te gecompliceerd. Wel is duidelijk dat historie in vele vormen verwerkt kan worden, letterlijk en figuurlijk. In literatuur, schilderijen, beelden, poëzie en zang, alle denkbare kunstvormen. En door over de slavernij na te denken en die uit te drukken in kunst, kunnen de nazaten van de slaven tevens aan een stukje rouwverwerking doen. En de nazaten van de slavenhouders kunnen zich plaatsvervangend schamen na zich verwonderd te hebben over de verschrikkingen die in die tijd plaats hebben gevonden. Eenieder doet dat op zijn eigen manier. Dat blijkt wél duidelijk uit de inhoud van deze bundel. Met bijdragen van onder meer Anil Ramdas, Rudy Bedacht, Remy Jungerman en Rihana Jamaludin, om maar wat Surinaamse auteurs in deze bundel te noemen.
Lucia Nankoe & Jules Rijssen (samenstelling): De slaaf vliegt weg. Beeldvorming over slavernij in de kunsten. Arnhem: LM Publishers, 2013. ISBN 978-94-6022-274-0

De Caribische literatuur neigt naar onafhankelijkheid

Artwel Cain

door Quito Nicolaas

Dr. Artwel Cain promoveerde in 2007 op een studie naar de sociale mobiliteit van etnische minderheden in Nederland. Daarnaast is hij lange tijd directeur van het Ninsee, het Nationale Instituut voor het Slavernijverleden geweest. In 2009 verscheen onder zijn redactie het boek Tula, de slavenopstand van 1795 op Curaçao met bijdragen van verschillende auteurs. Tegenwoordig zwaait hij de scepter bij de Institute of Cultural Heritage and Knowledge. Vandaag een interview met hem over zijn leesgedrag en de boeken die hij leest.

Hoeveel boeken telt uw collectie?
Ik ga er van uit dat wij meer dan zo’n 1000 boeken hebben, dat zijn inclusief studieboeken en dan geschreven in vijf talen: Engels, Nederlands, Spaans, Frans en Papiaments.

In hoeveel tijd is deze verzameling opgebouwd?
Deze boeken zijn in een periode van ruim 35 jaar verzameld.

Wat is uw favoriete boek?
Mijn favoriete boek is moeilijk te noemen, omdat ik veel boeken ontzettend goed vind, maar als ik toch een moet noemen dan wordt het: Song of Solomon van Toni Morrison. Dat boek heb ik eind jaren zeventig gekocht. Op dat moment was ik vooral een muzikant die belangstelling had in boeken, vooral boeken geschreven door schrijvers uit het Caribische gebied en zwarte Amerikanen.

Ik begon het boek te lezen en was uit het lood geslagen. Ik had nooit eerder zoiets moois gelezen. Zij had ook stukjes van liederen in de tekst opgenomen en zij liet haar karakters praten net alsof ze bezig waren muziekinstrumenten te spelen. Daarna heb ik tot nu toe al haar boeken gekocht en gelezen. Tot dat moment had ik Richard Wright (bekend van Notes of a native son) en James Baldwin (bekend van Go tell it on the mountain) als mijn favoriete schrijvers. Toni Morrison is nog steeds mijn favoriete schrijfster. Uiteraard heb ik ook een aantal van haar essays.

Welke zijn de overwegingen die u neemt bij het kopen van een boek?
Ik ga af van een aantal punten; ken ik de schrijver en haar/zijn werk? Is hij/zij al door vrienden gelezen en hebben ze die aanbevolen? Wat was de toon en inhoud van de recensie die ik in een krant of een tijdschrift gelezen heb? Is deze schrijver een goede verhalenverteller? En tot slot wil ik mijn tijd met deze schrijver doorbrengen?

Welke indeling hanteert u om uw boeken te categoriseren?
Die bestaat in mijn collectie op dit moment niet. Ik ben ruim zes jaren geleden op onze tweede verdieping van een studeerkamer naar de andere verhuisd. Sindsdien heb ik geen tijd vrij gemaakt om alles op de juiste plek terug te zetten net hoe ik dat had in de eerste kamer. Er zijn trouwens in de tussentijd veel meer boeken bij gekomen en die zijn gewoon op de boeken planken voor de anderen gelegd. Wanneer wij na zo veel jaren uit dit huis verhuizen ben ik dan bereid de nieuwe studiekamer netjes in te richten en de boeken nogmaals te categoriseren.

Zijn er ook andere plekken in het huis, waar boeken worden verzameld?
Ja, er zijn andere boeken in de zolderkamer vanwaar ik verhuisd ben. Mijn vrouw Alida Kock heeft ook een werkstudio in huis en daarin zijn ook weer vele boeken.

Leest u naast fictie ook non-fictie of andersom?
In de laatste tien jaar lees ik meer non-fictie dan fictie. Dit vanwege studie en mijn werk. Het zou ondoenlijk zijn op dit moment om ze allemaal te gaan benoemen. De laatste goede fictie dat ik recentelijk heb gelezen is van Maryse Conde: Windward heights. Tussen de bedrijven door lees ik op dit moment Miles een autobiografie van Miles Davis samen met Quincy Troupe. Dat is non-fictie. Het leest ook lekker.

Wanneer leest u meestal, waar en wat (genre) leest u dan ?
Studieboeken lees ik overdag en fictie in het weekeinde of in de avonduren, indien ik thuis ben.

Leest u in het weekend andere boeken dan door de week?
Ja, dat doe ik. Door de week gaat het om wetenschappelijke literatuur en in het weekend leuke boeken, meestal romans.

Behoren tijdschriften ook tot de door u gelezen lectuur?
Op dit moment niet. Ik heb geen tijd ervoor in de laatste jaren vrij gemaakt. Dit is een bewuste keus.

Welk boek zou u voor een tweede keer willen lezen en waarom?
Dat zal Black skin White masks van Frantz Fanon zijn. Ik heb dit boek ruim veertig jaar geleden gelezen. Ik zal het nu beter begrijpen en kunnen analyseren. Intussen heb ik ontzettend veel studies hierover en citaten ervan gelezen. Wellicht is dat een van de redenen dat ik het nog niet herlezen heb. Ik gebruik de tijd om ander werk dat ik nog niet gelezen heb te lezen.

Welk boek beschouwt u als een miskoop en waarom?
Dat heb ik niet. Een boek dat wel in de buurt komt is A Bend in the River door V.S. Naipaul. In dat boek heeft hij een fictief Afrikaans land dat net onafhankelijk was geworden en haar inwoners op een beestachtige wijze neergehaald. Dat was in 1979. Daarvoor had ik al zijn boeken gelezen. Na het lezen van A Bend in the River, kwam ik tot de conclusie dat V.S. Naipaul niet schrijft voor mensen zoals ik en die op mij lijken. Een aantal jaren geleden heb ik A House for Mister Biswas nog een keer gelezen voor een boekenclub die wij in Capelle aan de IJssel hadden, maar daarna heb ik geen boeken meer van hem gekocht en gelezen, behalve Een half leven dat ik in 2001 gratis bij een boekwinkel gekregen heb.

Wie is uw favoriete schrijver/auteur en waarom?
Toni Morrison. Zij weet een verhaal te vertellen en zij heeft veel kennis van zaken. Een van haar boeken, Jazz, vond ik in eerste instantie moeilijk te lezen vanwege de wijze waarop het geschreven is, maar daarna dacht ik het boek niet voor niets Jazz heet.

Wat is zo bijzonder aan de Caribische literatuur?
De Caribische literatuur neigt naar onafhankelijkheid. Men houdt zich niet bezig met “the single story” Dat wil zeggen, datgene wat men denkt dat de lezers in het Westen over het Caribische volk willen lezen. De verhalen zijn meestal herkenbaar. Ze brengen je weer thuis. George Lamming en Maryse Conde zijn twee goede voorbeelden van schrijvers die dit doen. Het zijn twee schrijvers die trouwens nog levend zijn. In het geval van gedichten gaat dat ook op voor wat betreft het werk van Lasana Sekou en Derek Walcott. Uiteraard zijn er veel meer goede schrijvers in de diverse landen en eilanden. Ik kan mij met deze schrijvers identificeren. Ik voel mij thuis bij hun werk.

Hoe kijkt u naar de wereld der wetenschap/letteren?
Zowel bij de wetenschap als bij de letteren dienen Caribische mensen hun eigen verhalen in alle tonen en kleuren zelf te vertellen. Men moet niet meer de fout maken om zich slechts bezig te houden met de ‘master’s narrative’. Men dient de ruimte te nemen en te vullen met de eigen fictie en non-fictie.

Familie De Kom, tussen werkelijkheid en fictie

door Ida Does
Anton de Kom en zijn vrouw Petronella Borsboom
Nieuwsgierig was ik naar het nieuwe boek van Karin Amatmoekrim De man van veel over Anton de Kom. In interviews vertelden de schrijfster dat het fictie was. De periode dat Anton de Kom opgenomen werd in een Haagse psychiatrische kliniek had haar aandacht getrokken. In de biografie van De Kom (Rob Woortman en Alice Boots – 2009) was dat summier behandeld, vertelde zij, en zij besloot die setting te nemen voor haar nieuwe roman. Met een werkbeurs van het Letterenfonds werd het boek mogelijk gemaakt.In mijn vorige romans kon ik leunen op mijn talent om een verhaal te vertellen, nu moest ik het biografische verhaal van een historische figuur naar mijn hand zetten. En ook: Ik wilde hem los zien van de feiten, deze pinnen je te veel vast. Natuurlijk heb je wel feiten nodig, ik kan niet hele grote dingen verzinnen die niet zijn gebeurd. Zijn leven spreekt heel erg tot de verbeelding, maar wil je echt in de roman gezogen worden, dan moet je je losmaken van de werkelijkheid.

 
De kliniek Ockenburgh in Loosduinen waar De Kom werd verpleegd
 
Afspraak 
Deze redenering hield me bezig. Dit was geen historische roman dus, er was nauwelijks research gedaan, vertelde de schrijfster. (Abusievelijk vermeldt Amatmoekrim dat de kliniek waar De Kom was opgenomen in Scheveningen was. In werkelijkheid was dat in Loosduinen, Den Haag. Onzorgvuldigheid of fictie?) Geen historische roman, maar wat dan wel? Hoe moest ik het lezen? Waarom wel bepaalde historische feiten gebruiken en andere niet? En wat was feit en wat niet en hoe zou ik dat als lezer weten? Wat was de afspraak dan tussen lezer en schrijfster? Ik moest denken aan een discussie, jaren geleden, naar aanleiding van Connie Palmen’s boek Lucifer. Daarin bracht zij de bekende Nederlandse componist Peter Schat in verband met de noodlottige dood van zijn vrouw. Palmen gaf haar personages andere namen, maar schreef op de flaptekst en in het nawoord dat het ging om Peter Schat en Marina Schapers. Deze handelswijze maakte haar boek omstreden, leverde haar veel (ethisch -literaire) kritiek op en navenant prima verkoopcijfers.
Karin Amatmoekrim
In Amatmoekrim’s boek heet de hoofdpersoon wel gewoon ‘Anton de Kom’. In haar proloog schrijft de auteur: Anton de Kom (1898-1945) was de schrijver van het boek Wij slaven van Suriname. Hij woonde in Den Haag en was getrouwd met de Hollandse Petronella Borsboom. Ze kregen vier kinderen. … De Kom werd uiteindelijk verbannen naar Nederland, waar hij door de economische crisis en zijn roemruchte verleden in grote financiële problemen kwam. In de winter van 1939 werd hij, zwaar overspannen, gedwongen opgenomen in een gesloten psychiatrische inrichting. Dit is zijn verhaal.
Fictie?Verwarring 
Verder bladerend kom ik bekende namen tegen, zoon Ad, dochter Judith. Zonen Ton en Cees. De man van veel blijkt ook zeer te gaan over Petronella, de echtgenote van Anton en moeder van… Voor mijn gevoel kwam ik terecht op een hellend vlak tussen fictie en werkelijkheid. Ik raakte in verwarring. Was ik overgevoelig omdat ik mij verbonden voel met de geschiedenis van Anton de Kom en met zijn familie? Wilde ik niet weten van de overspannenheid van een bekende Surinaamse held ? Miste ik de souplesse om te hoppen tussen fictie en werkelijkheid in een mij bekend verhaal? Ik ging diep bij mezelf te rade. Nee, hij viel niet van zijn voetstuk, want nieuws was het niet. Dat hij overspannen was geweest en drie maanden opgenomen in een kliniek, dat hoort bij het bekende narratief van Anton de Kom. Zijn kinderen Ad, Cees, Ton en Judith hebben dat in de loop der jaren vaak verteld aan mediamensen, publicisten en documentairemakers, waaronder ikzelf. Maar iets klopte niet bij dit boek.

Ad de Kom en zijn dochter Els bij de overhandiging van het archief-De Kom
aan het Letterkundig Museum
Het presenteren van ‘fictie’, met echte mensen, echte namen, echte data, echte gebeurtenissen. Waren ze allen al lang dood, was het misschien anders, maar drie van hen, zijn nog springlevend. Ad, de oudste zoon van Anton de Kom, is 87 jaar oud. Toen zijn vader gedwongen werd opgenomen was hij 13. Hij kan zich het nog goed herinneren, die avond. In Amatmoekrim’s verhaal gaat dat zo: De buurtbewoners stroomden met tientallen uit hun huizen om getuige te zijn van het spektakel met de gestoorde buurman die meegenomen werd als een dolle hond. Vanuit de diepte zag hij wat zij zagen. Ze stootten elkaar aan en wezen naar hoe hij wanhopig van angst en woede werd afgevoerd. Moet je nou eens kijken, zeiden ze tegen elkaar, hoe hij moet worden opgetild omdat hij weigert te lopen. Zijn benen trapten wild in de lucht terwijl ze hem onder zijn oksels grepen en meevoerden. De broeders waren wel wat gewend, dat zag je aan de routine waarmee ze hem in bedwang hielden. Er stond een ambulance op hen te wachten. Er was een brancard, ze hadden leren banden nodig om hem op zijn plaats vast te binden. De deur van de wagen bleef te lang openstaan, iedereen kon hem zo zien zitten. Hoe hij brulde en vloekte en aan de banden rukte.
Ik vraag het Ad, volledig overbodig, nog maar eens expliciet: “Werd uw vader vastgebonden?” “Welnee, dat is helemaal niet waar.” Hij vertelt er even vrij als feitelijk over. Geen sprake van vastgebonden worden, geen sprake van als een ‘dolle hond’ weggevoerd worden. Veeleer een uitgeputte, verslagen man, die zich, na aanvankelijk kort verbaal protest, boos liet meevoeren omdat hij niet anders kon. Geen sprake van tientallen buren die openlijk naar buiten stroomden, wel stiekem glurende buren…wie kent ze niet. Ik kreeg er een ongemakkelijk gevoel over.
 
Judith de Kom bij de inbruikleengeving van het archief-De Kom
aan de Universiteit van Amsterdam
 
In ongewisse 
Ik zocht, behalve met Ad, ook contact met Judith (82). Ik was verbijsterd over wat ik te horen kreeg. Volledig overrompeld waren zij allen door de publicatie van dit boek. Zij wisten, zonder uitzondering, van niets. Hoorden erover op de radio, soms via een telefoontje van een kennis of familielid. Ze lazen hun eigen naam en dat van hun ouders in een boek, waar ze niet over geïnformeerd waren. Een boek dat over hen ging, maar ook weer niet. Het kwam als een klap in het gezicht. Gevoelens van frustratie, woede, verdriet en onmacht maakten zich van hen meester. Cees de Kom (85) las verbaasd en boos een aankondiging in de Surinaamse kranten dat hij het boek in Paramaribo in ontvangst zou nemen uit handen van de schrijfster. Hoe pijnlijk prematuur en fictief dat bericht was, bleek wel bij de presentatie in Torarica. De familie De Kom was opvallend afwezig.
Ik vroeg me af wat de afwegingen van de schrijfster waren geweest om de naam van Anton de Kom, zijn kinderen en zijn vrouw, te verbinden aan dit gefantaseerde verhaal. En waarom juist de kinderen van De Kom niet erover geïnformeerd waren. Geen briefje vooraf, geen briefje achteraf. Ik vroeg het aan de auteur. Zij antwoordde dat ze het “een beetje een vreemde vraag vond”. Ze had geen overleg met hen gezocht, omdat het een roman betrof en geen biografie. Of dat haar goed recht is, weet ik niet echt – dat zou voer voor juristen kunnen zijn – maar respectvol is het zeer zeker niet. De kinderen van Anton en Petronella de Kom hebben de oorlog meegemaakt en na arrestatie van hun vader jarenlang in het ongewisse geleefd over zijn lot. Hun sensitiviteit voor verhalen over hun vader zou invoelbaar moeten zijn.

Presentatie van de De Kom-biografie in Suriname. Geheel links Rob Woortman, naast hem Alice Boots

In de gedeelde geschiedenis van Suriname en Nederland neemt de familie een bijzondere plek in. Niet alleen door wat ze heeft meegemaakt in de jaren dertig in Suriname en in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Zij onderscheiden zich ook doordat zij zich, na de dood van hun vader, actief inzetten voor het levend houden van de narratief van De Kom. Met name dochter Judith de Kom heeft een groot deel van haar leven ten dienste gesteld van die nagedachtenis. Het is niet in de laatste plaats aan haar inspanningen te danken dat het leven van De Kom zo goed gearchiveerd is. En zo liefdevol is doorverteld.

Rob Woortman; de biografie van De Kom die hij samen met Alice Boots schreef,
wordt nergens in Amatmoekrims roman vermeld
 
 
Vergetelheid 
Uitgever Prometheus prijst het boek aan: In deze opzienbarende nieuwe roman van Karin Amatmoekrim wordt het waargebeurde verhaal van Anton de Kom, die zijn leven gaf voor het verzet tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, eens en voor altijd uit de vergetelheid gehaald. Een aantrekkelijke gedachte als het om marketing gaat. Een pompeuze en pretentieuze zin, maar vooral: niet waar. Anton de Kom is de bekendste Surinaamse verzetsman. Er zijn, in Paramaribo en in Den Haag straten naar hem vernoemd. Een plein in Amsterdam Zuidoost draagt zijn naam, een eigen standbeeld daarop. Toets Anton de Kom in op je Tomtom naar Amsterdam en Den Haag en het systeem brengt je ernaar toe. Er is een lesbrief over hem gemaakt voor basisscholen in Zuidoost. Er zijn decennialang diverse conferenties aan hem gewijd, de Surinaamse Universiteit draagt zijn naam, er zijn tv-documentaires over hem gemaakt, die de aandacht trekken van een internationaal publiek. Er liggen plannen voor een tv-serie. Zijn biografie werd in 2010 bekroond met de Eduard du Perronprijs. Thematijdschriften zijn aan hem gewijd, musea nemen zijn beeltenis op, vele sites verwijzen naar hem en zijn werk. Hij ligt begraven op het ereveld Loenen en zijn levensverhaal is uitgekozen voor publicaties over de gevallenen die daar begraven liggen.De Kom is postuum onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis. Eerder dit jaar werd in Zaandam een brug naar hem vernoemd. En last but not least lijkt De Kom er zelf voor te zorgen, dat zijn werk absoluut niet in vergetelheid is geraakt. Een telefoontje naar Uitgeverij Atlas Contact leert mij snel dat het boek Wij Slaven van Suriname de twaalfde druk beleeft. We hebben het eigenlijk altijd in druk vertelt de woordvoerster. Vanaf 1934. [Dit is niet waar: het boek werd na 1934 pas in 1971 weer herdruk. – red. CU]  Was het dan toch, zoals Ad vermoedde, dat er met dit nieuwe boek meegelift wordt op juist de bekendheid van zijn vader?

 
Toni Morrison
 
Ethisch Ethische afwegingen en dilemma’s zijn voor alle kunstenaars en verhalenvertellers heel herkenbaar. Je moet er een weg in vinden. Mij bleef in dit verband dit citaat van Toni Morrison altijd bij:

Making a little life for oneself by scavenging other people’s lives is a big question, and it does have moral and ethical implications. In fiction, I feel the most intelligent, and the most free, and the most excited, when my characters are fully invented people. That’s part of the excitement. If they’re based on somebody else, in a funny way it’s an infringement of a copyright. That person owns his life, has a patent on it. It shouldn’t be available for fiction. Toni Morrison, Nobel Laureate in Literature (Paris Review-The Art of Fiction- 1993)
Morrison maakt haar afweging helder. Andere afwegingen zijn denkbaar. Het antwoord op de literair-ethische vragen van fictie over echte (nog levende) mensen, ligt niet in het genre (‘roman’) an sich, maar in de literair-ethische afweging. Daardoor wordt zichtbaar hoe de belangen van alle betrokkenen zijn meegewogen.

Ida Does is documentaire filmmaker. Zij maakte in 2012 de bekroonde documentaire ‘Vrede, herinneringen aan Anton de Kom’.

[van Starnieuws, 2 november 2013]

 

Een feestje voor oude blanken (1)

door Rudie Kagie

Het Nederlandse slavernijverleden wordt dit jaar volop herdacht. Niet naar ieders zin. ‘Er is gesleuteld, genuanceerd en afgezwakt.’
 
 
De openbare verkoop van een slavin en haar twee kinderen in Suriname op een prent uit Benoits Voyage à Surinam, 1839. 
 
Bij de jaarlijkse kranslegging in Amsterdam op 1 juli, de dag waarop de afschaffing van de slavernij wordt herdacht, sprak Mark Rutte afgelopen jaar over het lot ‘van al die vrouwen, mannen en kinderen die plotseling niet meer over hun eigen leven konden beschikken’.
Slavernij ontmenselijkt, vond de premier. ‘Slavernij reduceert mensen tot productiemiddelen en het stelt het gewin van een kleine groep boven de waardigheid van velen.’ Mooi gesproken, maar hoe valt dit regeringsstandpunt te rijmen met het besluit om de subsidie aan het NiNsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) per 1 januari 2013 stop te zetten? De vraag werd vanachter het katheder onverwacht opgeworpen door spreekster Barryl Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. De premier antwoordde na afloop, buiten het bereik van camera’s en microfoons, dat hij het ook niet helpen kan dat stevig op culturele instellingen moet worden bezuinigd. Dankzij een gulle geste van de gemeente Amsterdam die anderhalve ton per jaar beschikbaar stelt, lukte het om een sterk afgeslankt NiNsee van de ondergang te redden, zij het na inlevering van de riante huisvesting en ontslag voor zeven betaalde krachten.
Toni Morrison
Desondanks zal slavernij als onderwerp komend jaar in vele varianten voorbijkomen. Geholpen door een Amsterdamse subsidie van zevenenhalve ton tamboereert de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013 een jaar lang ter gelegenheid van de mijlpaal die anderhalve eeuw geleden werd bereikt: op 1 juli 1863 kwam officieel een einde aan de slavernij in de Nederlandse koloniën. Tientallen manifestaties, tentoonstellingen, concerten, een massaal Keti Koti-ontbijt op het Leidseplein, redevoeringen (gedacht wordt aan Michelle Obama, Angela Davis en Toni Morrison), boeken, films en theatervoorstellingen moeten de terugblik tot een succes maken. Zelfs de Boekenweek doet mee. Thema: Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden.
Onbe­schaafde mensen

Van zo veel aandacht voor zijn stokpaardje moet het humeur van Sandew Hira opbeuren, zou je denken, maar in zijn kantoor in het Haagse Statenkwartier toont de van oorsprong Surinaamse historicus zich allerminst onder de indruk. ‘Dit wordt gewoon een feestje voor een paar oude blanke mannen en vrouwen – and that’s it,’ zegt hij. ‘Er wordt een rond getal gebruikt om iets te vieren. In 2014 is iedereen het weer vergeten. Als er geen slavernij had bestaan, zou Europa het hebben uitgevonden om het te kunnen afschaffen. De afschaffing van de slavernij wordt als het hoogtepunt van de Europese beschaving beschouwd, maar eigenlijk was het een dieptepunt. Beschaafde mensen beginnen met de erkenning dat er een misdaad tegen de menselijkheid heeft plaatsgevonden, bieden hun excuses hiervoor aan en compenseren de slachtoffers voor de schade en het leed dat ze geleden hebben. Onbe­schaafde mensen ontkennen de misdaad, vragen om dankbaarheid van het slachtoffer en compenseren de dader. Bij de afschaffing van de slavernij heeft Nederland de slavenhouders gecompenseerd, niet de slachtoffers. Eigenlijk interesseert dat hele slavernijverleden Nederland geen reet. Als het echt niet anders kan, dan moet het maar herdacht worden – maar gelukkig staat het onderwerp na dat ene jaar niet meer op de kaart. Dat is het beleid in dit land.’

Het Keti Koti-festival bij het Slavernijmonument, 2011. Foto: Amaury Miller

Eeuwenlang was de geschiedschrijving van de Nederlandse slavernij in Suriname en op de Antillen het specialisme van blanke experts die volgens hun zwarte critici vanuit een ‘Eurocentrisch perspectief’ redeneerden. Des te meer opzien baart Hira met een radicale, antikoloniale visie op het verleden. Hij schrijft er polemische columns en boeken over. Van Den Helder tot Maastricht leidde hij tot dusver achtenzeventig keer een workshop over het thema dat hij in zijn veelbesproken pamflet Decolo­nizing the Mind (2009) aan de kaak stelt.

Onlangs stak de auteur zijn verhaal af op uitnodiging van zwarte studenten van de Hogeschool Rotterdam. Hij vertelt: ‘Toen ik begon, kwam een witte vrouw binnen en ging zitten. Achteraf bleek zij de mentor van die werkgroep te zijn. Toen ik de verschrikkingen van de Zwarte holocaust in kaart begon te brengen, zag ik haar helemaal in elkaar krimpen. O jee, dacht ik, die komt straks psychisch in de problemen. In de pauze ging ik naar haar toe. Ik heb het gevoel dat je me persoonlijk beschuldigt, zei ze. Interessant. Ineens realiseerde ik me dat zich hier een identiteitskwestie openbaarde. Die vrouw is opgevoed met het idee dat ze tot een goed volk behoort. En dan kom ik langs om te vertellen dat wat de Nederlandse uitbuiters in de negentiende eeuw hebben aangericht, veel erger was dan wat de Duitse nazi’s deden. Niet leuk om te horen. Maar als je nou eens gewoon zou beginnen met te erkennen dat je voorouders een misdaad tegen de menselijkheid hebben begaan, zei ik tegen die vrouw, dan kun je toch afstand nemen van wat ze gedaan hebben? Sinds de Duitsers hebben verklaard dat nazisme geen deel van de Duitse cultuur behoort te zijn, heeft de opgroeiende generatie in de Bondsrepubliek geen reden meer om zich schuldig te voelen over wat tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Waarom kunnen de Nederlanders niet hetzelfde doen met kolonialisme en slavernij? Na de pauze hebben we dat thema als onderdeel van de workshop verder bediscussieerd. Na afloop zag ik die mentor met een somber gezicht vertrekken. Ik dacht: die komt hier geen tweede keer. Zo’n twee maanden later belde ze me op. Ze vertelde me dat ze de directie van de Hogeschool over mijn bezoek had verteld en dat ze eigenlijk vond dat al haar collega’s kennis moesten nemen van mijn verhaal. Ik was stomverbaasd. Het gevolg was dat ik een paar weken later wéér op die Hogeschool was, nu om voor een gehoor van zo’n zeventig voornamelijk witte medewerkers mijn exposé over de slavernij af te steken. De directeur introduceerde mij met de mededeling dat ik dingen zou gaan zeggen die misschien shocking waren, maar dat het vanuit wetenschappelijk oogpunt toch goed was om kennis te nemen van mijn standpunt. Toen ik dat hoorde, dacht ik: gewéldig, er is hoop voor Nederland. Een beschaafd land heeft de plicht om excuses te maken en een herstelbetalingstraject in gang te zetten als slavernij als misdaad tegen de menselijkheid wordt erkend. Ik ging er steeds van uit dat de erkenning van die misdaad nog minstens een halve eeuw op zich zou laten wachten, maar na die ervaring in Rotterdam denk ik dat het misschien sneller kan.’

[wordt vervolgd]
[uit Vrij Nederland, 15 januari 2013]

Nobelprijswinnares Toni Morrison aan de slag met Shakespeare

Toni Morrison
In de Brusselse KVS is van donderdag 26 mei tot zondag 29 mei de internationale productie Desdemona te zien, met de Amerikaanse actrice Elizabeth Marvel in de hoofdrol. Regisseur is Peter Sellars, schrijfster is Nobelprijswinnares Toni Morrison. Het project is gebaseerd op Shakespeare’s Othello.
Lees hier verder

Kathleen Gyssels over de Franse en Engelse Caraïben

La Caraïbe et sa diaspora clament un imaginaire commun, des préoccupations esthétiques et éthiques qui se font écho, au-delà des ondes linguistiques qui diffractent « la communauté imaginée » caribéenne. Or, ces littératures sont rarement comparées, le comparatisme demeure trop souvent une impasse. À partir de cinq « raverses », dix auteurs franco- et anglophones sont ici comparés. Juxtaposant dans chacun des chapitres une voix anglophone et une voix francophone de cette Caraïbe étendue, de frappantes concordances, au-delà de la balkanisation, apparaissent. Ressemblances dans l’usage de la slave narrative chez Morrison et Condé, dans le tabou du gender chez Baldwin et Damas, dans la popularité du travelogue en Amérique du Nord et dans l’intérêt que lui portait Laferrière et Danticat ; ou encore même l’absence de la Créole dans les fictions sur la Révolution haïtienne (Fignolé et Smartt-Bell). Enfin, les débuts respectifs de Harris et de Glissant esquissent déjà, de manière parallèle, la créolisation (esthétique, stylistique, thématique).

Kathleen Gyssels est professeur de littératures francophones postcoloniales à l’Université d’Anvers. Auteur de Filles de Solitude. Essai sur l’identité antillaise dans les [auto-]biographies fictives de Simone et André Schwarz-Bart (1996) et de Sages sorcières? Révision de la mauvaise mère dans Beloved (T. Morrison), Praisesong for the Widow (P. Marshall) et Moi, Tituba (M. Condé) (2001), elle dirige un groupe de recherche en littératures postcoloniales.

Kathleen Gyssels, Passes et impasses dans le comparatisme postcolonial caribéen. Cinq études.
Paris: Honoré Champion, coll. “Bibliothèque de littérature générale et comparée” n°86, 2010, 384 p
EAN13 : 9782745319883.
€ 88

Foto van Kathleen Gyssels: @ Michiel van Kempen

Toni Morrison onthulde slavernijgedenkteken

Nobelprijswinnares Toni Morrison (prof. Chloe Anthony Wofford) onthulde op 5 november j.l. in Parijs een bank met een plaquette ter herinnering aan de afschaffing van de slavernij. Het was het eerste monument buiten de VS van de Toni Morrison Society. De Amerikaanse auteur van onder meer Song of Solomon, Beloved en Jazz, winnaar van de Pulitzerprijs in 1988 en de Nobelprijs in 1993, ontving een medaille van de stad Parijs, nadat ze een dag eerder al Frankrijks hoogste onderscheiding had gekregen, de Légion d’Honneur.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter