blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Mil Marijke van

Sas; Het bosduiveltje op één been

door Marijke van Mil

Sas; Het bosduiveltje op één been is gebaseerd op verhalen van de Braziliaanse auteur Monteiro Lobato (18 april 1882 – 4 juli 1948) rond Saci-pererê, een tricksterfiguur uit zijn land. In zijn kinderboeken verweefde hij zijn eigen fantasie met folkloristische elementen, mythen, moderne literatuur en zelfs films en stripverhalen.

Saci-pererê

Dominee Wim Baart, die gepromoveerd was op Anansi verhalen, haalde Lobato’s boeken naar Nederland en begon ze te vertalen. Hij zag overeenkomsten tussen Saci-pererê en Anansi en wilde meer weten. Speciaal voor dit project leerde hij op latere leeftijd Portugees maar hij kon de vertaling niet afronden. Liesbeth Schröder nam het van hem over en Lichtveld en Van Duin bewerkten haar teksten op hun beurt tot Sasí; Het bosduiveltje op één been.

Saci-pererê, die nu dus Sasi heet, is een gitzwart, éénbenig boswezentje dat kwaadaardig kan zijn maar ook wensen inwilligt van wie hem gevangen houdt. Hij heeft niet alleen veel weg van Anansi de spin maar ook van de Surinaamse Bakru, een geest die de mensen uitdaagt, tergt en op het verkeerde been zet. Net als Anansi is hij populair in de kinderliteratuur. Hij verliest nooit en is ondanks zijn ene been sterk en snel. Daarom fungeert hij als mascotte voor diverse Braziliaanse voetbalclubs. Er is een uitgestorven reptiel naar hem genoemd waarvan naast andere resten, één been is gevonden in het zuiden van Brazilië. Naast zwarte saci’s bestaan er ook bruine saci’s en saci’s met rode ogen.
In Sasí. Het bosduiveltje op één been is stadskind Pedrinjo de held. Hij en zijn nichtje Narizínjo, die bij hun oma op de plantage logeren, vangen Sasi. Niet lang daarna verdwijnt Narizínjo. Pedrinjo denkt dat zij is ontvoerd door andere bosduiveltjes die wraak nemen voor Sasi. Hij beweegt het duiveltje hem te helpen Narizínjo te vinden in ruil voor diens vrijheid.
Tijdens zijn zoektocht ontmoet Pedrinjo de ene na de andere fantastische figuur: Muilezel Zonder Kop, Weerwolf, Jara de watermama, Koeka de heks en nog vele anderen. Geen van allen brengen Pedrinjo dichter bij de verblijfplaats van zijn nichtje maar de ontmoetingen zorgen op het eerste gezicht wel voor spanning, mysterie en avontuur. Bij nadere beschouwing leert Pedrinjo door deze ontmoetingen veel over het leven. Bijvoorbeeld dat niets eenduidig is. Muilezel, een betoverde vrouw, heeft weliswaar geen kop, maar toch neusgaten waaruit ze vuur spuugt. En hoewel sasi’s maar één been hebben, kunnen ze toch hun benen kruisen. Van Sasi hoort hij dat monsters tegelijk wel en niet kunnen bestaan. ‘[…] Als jij monsters ziet, bestaan monsters. Als jij monsters niet ziet, bestaan monsters niet’ (p.37).
Hij leert dat het leven vol tegenstrijdigheden en vreemde waarheden zit. Zo hoort hij het verhaal van een slaafje dat wordt mishandeld en sterft. De volgende dag stijgt het kind op een wolk naar de hemel en is vanaf dan een heilige die wordt geraadpleegd door de bevolking. Slachtoffers worden overwinnaars. Pedrinjo leert ook dat mensen met al hun boekenkennis moeten onderdoen voor bijvoorbeeld de muskiet en de mestkever. Zij worden geboren met wijsheid en het is de levenskracht zelf die hun de juiste weg wijst.
Op het eind van het verhaal vinden Pedrinjo en Sasi de kleine Narizínjo. Zij is helemaal niet gevangen genomen door andere sasi’s. Ze is betoverd en wordt gevangen gehouden door Koeka, de heks. Gelukkig weet Pedrinjo haar te overmeesteren en zo wordt Narizínjo bevrijd. Sasi heeft zijn taak volbracht en neemt zijn vrijheid.
De 27 hoofdstukken zijn kort en het boek kan makkelijk in enkele voorleessessie uitgelezen worden. De grafische illustraties van Lichtveld zijn zoals gewoonlijk vaardig getekend, vol humor en − heel passend − erg eng. Lichtveld weet zelfs aan de Muilezel Zonder Kop een expressieve gedaante te geven (p. 64).
               
Het boek is opgedragen aan Wim Baart en aan Noëlle, een kleindochter van Noni Lichtveld die nauw betrokken was bij dit verhaal. Baart, die de negentig haalde en de vijftienjarige Noëlle, die jeugdkanker had, stierven in dezelfde week.
Met dit boek hebben de twee schrijfsters ons de tropenvariant gepresenteerd van het donkere bos van Hans en Grietje waar onze angsten, levensvragen en geheime verlangens vorm krijgen en ze hebben met Sasi een interessant personage in de Nederlandse (jeugd)literatuur geïntroduceerd.
Noni Lichtveld en Lieke van Duin, Sas; Het bosduiveltje op één been, met illustraties van Noni Lichtveld. Amsterdam: Zirkoon, 2009. 101 p. ISBN 978 90 5247 389 5, prijs € 12,50 (exclusief € 2,30 verzendkosten). Te bestellen via: liekevanduin@dds.nl.

[uit Oso, 2012.1]

Expositie Marijke van Mil Amsterdam

Schokkerig en spiegelend, maar toch wel charmante impressie of niet? Illustraties, kleurplaten en textiele doeken van Marijke van Mil, Bibliotheek Javaplein, Amsterdam, september-t/m 30 oktober 2012.

Marijke van Mil: Kinderen van de Zon


In de Openbare Bibliotheek aan het Javaplein in Amsterdam hangen kleurplaten en illustraties van Marijke van Mil bij het verhaal De kinderen van de zon. De titel van deze expositie verwijst naar een inheemse mythe uit Suriname die de inspiratiebron is voor de tentoongestelde werken. Ook hangen er twee textiele doeken die Marijke van Mil heeft gemaakt in een vrij project dat was geïnspireerd door deze mythe. In aansluiting op deze expositie en het thema van de Kinderboekenweek Hallo Wereld heeft Marijke van Mil ook een voorstelling gemaakt die zij op woensdag 3 oktober om 15.30 uur in Bibliotheek Indische Buurt aan het Javaplein zal spelen.
Marijke van Mil, geboren te Suriname, heeft zich gespecialiseerd in het vertellen van sprookjes en volksverhalen. Een aantal heeft ze op papier gezet, samen met eigen fantasievolle illustraties.
De expositieKinderen van de Zon is te zien in bibliotheek Javaplein van 17 september t/m 30 oktober

Hoe krijg je een ‘happy end’?

door Els Moor & Marja Themen

Er zijn nogal wat opvoeders die vinden dat voor kinderen een verhaal altijd positief moet aflopen. Er mogen allerlei gevaarlijke of griezelige dingen gebeuren, maar op het eind moet alles weer goedkomen. In de Surinaamse jeugdliteratuur waarvan vele verhalen bewerkingen zijn uit de orale cultuur, is dat echter lang niet altijd zo.

Pikin Todo en Pikin Sneki, een echt Surinaams vertelsel noemt Francis Vriendwijk het. En dat is het ook; een kikkertje en een kleine slang, die vriendjes zijn, zo verschillend en toch vriendjes, dat kennen we wel in ons land, maar een slang en een kikker… dat is te mooi om waar te zijn. Ze hebben een goede tijd samen en dan ontdekken ze via hun ouders dat kikkertje eigenlijk eten voor slangetje is. Gelukkig dat kikkertje het op tijd te horen krijgt: hij wordt niet opgegeten, maar zijn vriend is hij kwijt en daarover heeft hij verdriet. Het is geen fatale afloop, maar ook geen goede. In gesprekken over het verhaal op Kinderboekenfestival met kinderen, zie je herkenning. ‘Ik mag ook niet met mijn vriendinnetje spelen’, zei een meisje, ‘omdat onze ouders ruzie hebben.’ Maar hoe dan ook: Pikin-Todo werd niet opgegeten.

Er is zelfs een oplossing waardoor ze vriendjes kunnen blijven. Doordat Pikin Todo elke dag een broodje brengt voor Pikin Sneki, waardoor hij zijn vriendje niet opeet en ze toch kunnen spelen, een happy end dus. Marijke van Mil heeft dit als einde verzonnen voor haar versie van deze oude Surinaamse vertelling, Kikkertje & Slangetje. Dit is zo tegennatuurlijk, zo ongeloofwaardig dat het verhaal erdoor onderuit gehaald wordt. Niet alles kan nou eenmaal mooi en romantisch aflopen. Ook hierover hebben kinderen gepraat op Kinderboekenfestival, ze hebben de twee verhalen rond dezelfde bron vergeleken en ze geven allemaal de voorkeur aan Pikin-Todo en Pikin-Sneki.

Een ander voorbeeld: De tuinman en de apen van Wim Veer. Het is een bewerking van een boeddhistisch sprookje en heeft ook niet bepaald een happy end; wel een einde waar je van alles mee kunt, waar kinderen op verschillende manieren verder over kunnen nadenken en over kunnen praten.

En neem dan ‘Jejeta’ uit de bundel Saramaccaanse vertellingen Hielientie Daytie. Het is een mooi verhaal, prachtig dat die moeder het kind krijgt waar ze zo naar verlangt, Jejeta, uit zeeschuim, Sukuma. Maar dan moet wel aan een belangrijke voorwaarde voldaan worden, ze mag nooit ‘Sukuma’ genoemd worden, anders wordt ze weer schuim. Na jaren komt die vreselijke Anasi (Saramaccaanse variant van Anansi) en die krijgt het voor elkaar Jejeta in een situatie te brengen waarin hij die voorwaarde schendt. Jejeta wordt weer schuim en haar moeder is haar kwijt.
Het is een beeld dat we herkennen, ook nu, door hebzucht, kwaadspreken of jaloezie doet de ene mens de ander iets negatiefs aan. En het leven is, vooral in het binnenland vaak al moeilijk genoeg. Ondanks alle moeilijkheden, iedere dag weer leven, dat is al vanaf de slaventijd ‘overleven’. En de Surinaamse literatuur staat bol van dit thema. Lees maar de Anansiverhalen van Ismene Krishnadath en Anansi dala van Marylin Simons. Allemaal kinderverhalen, maar in de wereld van spin Anansi wordt de keiharde mensenwereld weerspiegeld.

‘Kot Ede Nombu’ eveneens uit de Saramaccaanse bundel, is ook zo’n keiharde vertelling, over een jongen met een gebrek, dat hem aangedaan wordt doordat twee mensen in een woedebui hem allebei naar zich toe trekken en hij scheurt. Sindsdien wordt hij vreselijk gepest. Uiteindelijk loopt dit verhaal wel goed af, doordat hij zelf besluit om met zijn geliefde die hij dan heeft het dorp uit te gaan en elders te gaan wonen..

Verhalen, ook voor de jeugd, zijn een spiegel van een maatschappij. Als je een dikke bult op je hoofd hebt en ja kijkt in de spiegel, is die bult niet verdwenen. Maar je kunt hem ook laten opereren en dan ben je later in de spiegel een stuk mooier. Zelf iets doen om je situatie te verbeteren is een belangrijk motief. Je kunt dat op een egocentrische, slechte manier doen, zoals Anansi vaak doet, en dan loopt het met hem niet goed af, maar ook op een manier die blijk geeft van nadenken. En dan loopt het goed af, ook in een verhaal. Okorié en Agambé, uit het boek van Sherida Sabajo, zijn twee jongens uit het binnenland, een uit een inheems dorp en een uit een marrondorp. Ze zijn verdwaald in het bos en komen elkaar tegen. De ene is bang en huilt, de ander zoekt oplossingen voor alle problemen. Tenslotte ziet hij een ‘telefoonboom’ en begrijpt dat die redding kan brengen. Hij slaat erop en het geluid weerklinkt door het bos. De families van de beide jongens vinden elkaar bij de jongens. Ze zijn gered en de dorpen onderhouden sindsdien vriendschapsbanden.

‘Welzijn’ is nu een aantal jaren het thema van het Kinderboekenfestival. Een prachtig thema om over te praten in de klas of elders met kinderen. Hoe bereik je dat je in ‘welzijn’ leeft? Verhalen laten het vaak zien: door na te denken, samen te werken en hulp te bieden en als dat gebeurt is er een ‘happy end’!

Het verhaaltje is dan uit , zoals Wim Veer laat zien in ‘Misi Powisi’:

[…] en met zijn hele
grote snuit
blaast kleine pakira
het verhaaltje uit..

Besproken boeken:
Francis Vriendwijk: 3 Surinaamse vertellingen. Koprokanu tan de, Bigi-Bere’Bigi-Ede en Fini-Futu, Pikin-Todo en Pikin-Sneki (2010)
Marijke van Mil: Kikkertje en Slangetje, Uitgeverij Vasallucci, Amsterdam, 2001
Hielentie Daytie, Saramaccaanse vertellingen. Uitgever: VGOV, Paramaribo, 2006
Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi, Paramaribo, 1989
idem, Bruine bonen met zoutvlees, Paramaribo 1992
idem, Anansi keert terug naar de 81ste afslag, Paramaribo, 1997
Marylin Simons: Anansi dala, uitgegeven door stichting PCO Suriname, Paramaribo, 2004
Sherida Sabajo: Okorié en Agambé, een uitgave van De nationale Stichting Kinderboekenfestival, Paramaribo, 2008
Wim Veer: misi powisi, Paramaribo, 2008

Onderste foto: @ Michiel van Kempen

De andere zijde van de zon

Marijke Schweitz

door Marijke van Mil

De andere zijde van de zon is de eerste jeugdroman van de Nederlandse Marijke Schweitz. Ze schrijft ook korte verhalen. Als kind en na haar studie heeft Schweitz op de Antillen gewoond. Haar verbondenheid met twee continenten heeft een duidelijk stempel op dit boek gedrukt en wordt verbeeld in de intrigerende titel die verwijst naar Nederland en Curaçao. De andere kant van de zon kan ook slaan op het donkere geheim rond de familiegeschiedenis van de hoofdpersoon dat uiteindelijk word opgelost. De Papiamentu versie van haar boek, E otro kara di solo ligt in de Antilliaanse boekhandel.

Het boek bevat twee verhaallijnen. De eerste handelt over de Nederlandse Noor, een tiener die met haar vader en haar broer Twan het huishouden draaiende probeert te houden nu Anne, haar moeder, naar Curaçao is gegaan. Zij is daar op ziekenbezoek bij oom Anton waar ze als kind heeft gewoond.

Het tweede verhaal, dat in een ander lettertype is gedrukt, gaat over Annes kindertijd op de Antillen. Het staat in een manuscript dat Anne zelf heeft geschreven en dat Noor stiekem beetje bij beetje leest Het leven van Noor, Twan en hun vader draait voornamelijk om boodschappen doen, gekibbel over en weer en eten koken, en is weinig opwindend. Het verhaal van de jonge Anne daarentegen is het avontuur waar het boek om draait.

Annes moeder is dood en van haar vader weet ze niets. Ze wordt door haar oma in Delft opgevoed. Na de dood van de oude vrouw wordt Anne op de boot naar Curaçao gezet waar ze gaat wonen in het gezin van oom Anton. Ze leert het eiland kennen, sluit vriendschappen en maakt er angstige momenten mee tijdens de arbeidersopstand van 30 mei 1969.

Als ze op onderzoek gaat naar haar familiegeschiedenis komt ze erachter dat haar moeder nog maar een meisje van zestien was, toen zij geboren werd. De dood van de jonge vrouw is in geheimen gehuld. Wat is er precies gebeurd? Waarom had oma een hekel aan haar vader? En waarom is tante Carolien, de vrouw van oom Anton, zelfs bang voor hem? Anne vermoedt dat haar tante haar liever niet in huis wil hebben en voelt zich er niet welkom. Geen wonder dat ze wegloopt, als haar grootste medestanders, oom Anton en neefje Bart, niet thuis zijn.

Anne is een volwaardige hoofdpersoon. De zoektocht naar haar eigen geschiedenis en het relaas over haar nieuwe leven op Curaçao had voor het boek voldoende kunnen zijn. Wellicht had de roman ook geschreven kunnen worden zonder de hoofdstukken rond dochter Noor. Noor wordt eigenlijk alleen opgevoerd om ons aanvullende informatie over het leven van haar moeder te geven of vragen te stellen die zich eerder al in het hoofd van de lezer hebben gevormd. Verder gaat ze vaak, nogal overbodig, samenvatten wat al in Annes hoofdstukken duidelijk is gemaakt: De hele dag op school heeft ze zich afgevraagd wat er met Anne zal gebeuren. Weglopen en buiten slapen, ook al is het in de tuin van je vriendin, is best eng! Waar moet ze nu slapen, want als ze teruggaat (…) zal ze opgepakt en teruggebracht worden naar tante Carolien. Zou Marisol haar nog kunnen helpen?

Ze onderneemt vaak acties die nergens toe leiden en niets aan de spanning toevoegen. Zo wil ze, na het lezen van een heftig stuk, daar met haar broer over praten, maar hij slaapt. Dan gaat ze een glas melk drinken en overweegt haar moeder, die nog op Curaçao is, te bellen, maar ze doet het niet. Ook vraagt ze zich voor de zoveelste keer af of wat ze gelezen heeft, wel echt is gebeurd. Dat is een vraag waar de lezer het antwoord allang op weet.

Het interessantst zijn de beschrijvingen van Annes bootreis en haar nieuwe leven op het eiland. Bij het lezen van de scènes op de boot voel je de wind, ruik je de olie en hoop je dat Anne eindelijk zeebenen ontwikkelt. Wie het eiland kent, zal zich kunnen inleven in de familietochtjes naar de baai, het verlangen naar ijsjes, pasteitjes en cola. Wie het eiland niet kent maakt al lezend de hitte mee, ziet geiten knabbelen aan alles dat ze tegenkomen, hoort honden blaffen en krijgt wellicht zin zelf eens die kant op te gaan. Want, anders dan de sombere cover doet vermoeden, spelen zon, zee en vrijheid in het verhaal een belangrijke rol.

>Marijke Schweitz, De andere zijde van de zon, Curaçao: Fundashon Editorial Sembra Buki, 2010, 184 p., ISBN 978 99904 1 183 6, prijs € 14,75. In Nederland verkrijgbaar via agbroek@planet.nl, telefoon 06-30367327 of 071-5142604.

[uit Oso, april 2011]

Sprookjes, poëzie en spannende verhalen van Marijke van Mil

De opening van de tentoonstelling Sprookjes, poëzie en spannende verhalen van Marijke van Mil vindt plaats op zaterdag 17 juli 2010 in de Amsterdamse Bibliotheek Cinetol.
.

Marijke van Mil, kinderboekenschrijfster, illustrator en verhalenvertelster is geboren in Suriname, woont sinds haar twaalfde in Nederland en heeft in Amsterdam Beeldende Kunst gestudeerd.

Te zien zijn illustraties, digitale prenten en decordoeken. Ook worden voor het eerst de doeken Dood van de broers (geborduurd) en Geboorte (geweven) getoond.

Plaats: Bibliotheek Cinetol
Tolstraat 160 (De Pijp)
1074 VM Amsterdam
Tijd: 14.00- 15.30 uur

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter