blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Lobo Ronny

Energie en levenslust

door Ronny Lobo

Op 7 juli werd Renzo twee. We vierden dit twee dagen later, op de verjaardag van zijn oudste broer, met een geweldige splashparty in de tuin. In spanning wachtte de hele familie op het telefoontje uit Nederland waarmee de geboorte van mijn tweede kleinzoon zou worden aangekondigd, wat de volgende dag prompt gebeurde. Een mooi moment om over mijn tweede leg te mijmeren. Vele vrienden tonen een speciale belangstelling voor hoe het opvoeden van een kind mij op mijn leeftijd vergaat. read on…

Van het Leidseplein tot Sophia’s Lust

Verslag van het Amsterdamse Boekenbal, vrijdag 24 maart 2017
door Daan Bronkhorst

Omdat jullie met ons meeleefden in de aanloop naar het Boekenbal, hier een klein verslag van de avond.

Voorafgaand, bij een fijn eten in het nieuwe pand van de Singel-uitgevers, zei de ene auteur die dit keer niet meeging tegen ons:
Maak je op voor de teleurstelling van je leven. En de andere: We noemen het altijd het meest overschatte feest van het jaar. read on…

Kunstige roman van Ronny Lobo

door Jos de Roo

Van de roman Bouwen op drijfzand (2013) verscheen in januari 2015 de tweede druk. Terecht, want Ronny Lobo schreef een vernieuwend werk met hoogst originele motieven. Het is aanvankelijk een ode aan de architectuur en waar vindt men die verder in de Curacaose literatuur? Maar het is ook een tegenhanger van het motief van de macho-figuur met zijn veelwijverij, zoals een ouderwets woord het uitdrukt. Het spiegelbeeld van zo’n macho is de romanfiguur Karin, die aan veelmannerij doet. read on…

‘Schutkleur’ van metaforenkoningin

door Eric de Brabander

De Haarlemse uitgeverij ‘In de Knipscheer’, uitgever van een grote hoeveelheid Nederlandse postkoloniale literatuur, kwam afgelopen september met een aantal nieuwe boeken van Curaçaose bodem op de markt. Het gaat goed met de Curaçaose literatuur. Er is een aantal nieuwe schrijvers opgestaan de afgelopen jaren, zoals Jopi Hart die zijn derde roman mocht presenteren in een overvolle theaterzaal van Cultuurcentrum Podium Mozaïek in Amsterdam West.
read on…

Tirami sù: Licht en luchtig als een Curaçaose wals

door Walter Palm

De befaamde eerste vraag die Jörgen Raymann aan zijn gasten stelt in zijn tv-programma ‘Raymann is laat’ luidt:’Wie is je vader, wie is je moeder?’. De vraag naar de biologische vader is een terugkerend thema in Antilliaanse romans. Zo is in de roman ‘De rots der struikeling’ van Boeli van Leeuwen de hoofdpersoon Eddy Lejeune bevangen door twijfel over zijn afkomst. ‘Het bloed stolde in mijn aderen’ bij alleen de gedachte dat zijn officiële vader niet zijn biologische vader is.

read on…

Antilliaans Boekenfeest

Uitgeverij In de Knipscheer presenteert op 13 september in het Amsterdamse Podium Mozaïek nieuwe boeken van Aruba, Bonaire en Curaçao. Met onder anderen de auteurs Henriette de Mezquita, Bernadette Heiligers, Joseph Hart, Ronny Lobo, Olga Orman, Quito Nicolaas, Clyde Lo A Njoe, Jos de Roo en Jacques Thönissen. read on…

Veiligheid carnavalsroute niets te maken met carnaval’

Curaçao – “De veiligheid van de gebouwen aan de Roodeweg en Breedestraat zou niet alleen met carnaval moeten tellen”, zegt architect Ronny Lobo. Volgens de architect maakt het zelfs niet veel uit dat de parade in februari door de straten dendert, zo schrijft Caribisch Netwerk. read on…

‘Doortastend en terughoudend’

Architect Ronny Lobo debuteerde met Bouwen op Drijfzand, een roman over architectuur, de Caribische samenleving en de liefde.
door Otti Thomas
Ronny Lobo

 

De voortgang bij de bouw van twee huizen compenseren de besluiteloosheid van hoofdpersoon Kenzo in de liefde. Een architect bouwt niet zozeer huizen of andere gebouwen, maar verwezenlijkt dromen. Dromen van opdrachtgevers en evenzeer eigen dromen. Dit is zeker het geval in Bouwen op Drijfzand, het debuut van Ronny Lobo. Zijn ervaringen als architect vormen de basis voor het boek, waarin hoofdpersoon Kenzo Schmidt huizen ontwerpt voor een getrouwd en een ongetrouwd stel.
Het verhaal heeft veel vaart, want het is grotendeels opgebouwd uit de contacten die Kenzo als vertellende ik-persoon heeft met zijn opdrachtgevers. Uitgebreide achtergrondinformatie over de twee eilanden, verhandelingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen, een uitleg over het vak van architect of een vooruitblik op toekomstige ontwikkelingen zijn er niet. De lezer leert gelijktijdig met Kenzo de personages kennen.
Onderhandelingen met het echtpaar Paul en Heidi Michel maken duidelijk dat de man streeft naar besparingen, terwijl zijn vrouw vooral een mooi huis wil. Uit de gesprekken en een zeiltochtje met Roy Goodweather blijkt hoeveel liefde deze opdrachtgever heeft voor de eenvoud van de natuur. En dan zijn er natuurlijk de momenten met Goodweathers vriendin Karin Oei, op wie Kenzo verliefd wordt.
De keuze voor een ik-persoon werkt vooral goed als Lobo zijn hoofdpersoon zijn liefde voor de architectuur en de natuur laat delen.
Anders dan de tekst op de achterflap doet vermoeden, is de keuze tussen het behoud van de natuur en de gewenste luxe van de klant in het boek niet prominent aanwezig. Die afweging moet des te meer gemaakt worden als het gaat om de bouw en inrichting; de afmetingen van de kamers, de kleur van tegels en de stijl van de meubels.
“De kunst was om je zo snel mogelijk in te leven in de gekste wensen van een opdrachtgever. Soms kwamen er toch creatieve oplossingen uit. Een letterlijke verwerking van hun ideeën kon tot de ergste kitsch leiden. Zoals een geïsoleerd vijvertje in de voortuin met daarover een bruggetje, dan van nergens naar nergens leidde. Met daaromheen kaboutertjes en eendjes.’’
Ronny Lobo
Liefde voor bouwproces
Lobo laat via zijn alter ego merken hoeveel liefde hij heeft voor het bouwproces. Bijvoorbeeld als Kenzo vol verbazing toekijkt bij het aanbrengen van de dakpannen. “Met open mond keek ik toe. (…) De man bij de pallet jongleerde de pannen naar de luchtacrobaat op het dak. Die ving ze op en legde ze direct op hun plaats. De snelheid waarmee ze dat deden had meer weg van tennissen dan van dakdekken.’’
Diezelfde bewondering blijkt ook tijdens een inspectie van het huis in aanbouw. “Terwijl ik al wandelend door de woonkamer naar boven keek, bleef mijn rechtervoet ergens achter haken waardoor ik bijna viel. Met moeite kon ik me tegen een ruwe muur staande houden. Toen ik naar beneden keek, zag ik dat ik gestruikeld was over een rood bekrijt touwtje dat pal over de vloer gespannen was.’’ De rode touwtjes zijn door het hele huis gespannen. De aannemer legt desgevraagd uit dat de touwtjes gebruikt worden om het pleisterwerk waterpas en haaks aan te brengen. Niet alleen per ruimte, maar ook ten opzichte van alle andere ruimtes in het huis.
“Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Tijdens mijn hele bouwkundige loopbaan op alle eilanden van de Nederlandse Antillen was ik nooit eerder deze precisie tegengekomen’’, denkt Kenzo.
Waar deze fragmenten het hoofdpersonage tot leven wekken, zijn het de dialogen die de andere personages tot mensen van vlees en bloed maken, aangevuld met de gedachten en gevoelens die Kenzo vervolgens met de lezer deelt. “Het was verhelderend om het grote verschil in achtergrond tussen Paul en Heidi te kennen. Paul, een verwende jongen die niets tekort kwam, en Heidi, een bedeesd meisje dat zich niet zomaar tegen iedereen uitte’’, denkt hij na een ontmoeting met het echtpaar uit Nederland. Roy Goodweather leert hij echt kennen tijdens een uitstapje op zijn zeilboot. “Bij Roy was de behoefte aan luxe niet ontwikkeld. Hij vroeg zich steeds af waarom bepaalde ruimten zo groot moesten zijn. Op zijn zeiljacht was alles klein en toch was het geschikt om in te wonen, eten, douchen en zelfs om de liefde in te bedrijven (…).’’
 
 
Karin Oei
Seksscènes
Het personage dat te weinig uit de verf komt, is Karin Oei, die nota bene een cruciale rol speelt als de vrouw op wie Kenzo verliefd wordt. Hoewel vanaf de eerste pagina duidelijk is dat ze voor elkaar zullen vallen, lijkt het desbetreffende moment vrij willekeurig, omdat er weinig ontwikkeling in hun relatie lijkt te zitten. Het zijn de gedachten van de hoofdpersoon die hier juist vertragend werken en zelfs voor een gevoel van herhaling zorgen. Ook tijdens de seksscènes analyseert Kenzo te veel. Op een regel als: “Voor ik me verder tegen haar verleiding kon verzetten, lagen we in het zand”, volgt een regel als “Onze lichamen lieten zich gaan alsof ze al langere tijd smachtten naar dit verboden moment.’’ Plastisch is een omschrijving als “Ze beklom mij en met haar handen greep ze mijn gezicht vast en begon me te kussen, te bijten, te likken.’’ Maar dan volgt weer een gedachte: “Ongelooflijk hoe gevoelig mannentepels kunnen worden op zo’n moment.”
Ook de gedachten die Kenzo voor en na elke ontmoeting met Karin heeft, halen de vaart uit het verhaal. Hun hele relatie is ondanks alle passie ingekaderd door twijfel. Aanvankelijk weet Kenzo zich geen raad met gevoelens van verliefdheid en voelt hij zich schuldig dat hij zijn zakelijke belangen niet kan scheiden van zijn persoonlijke verlangens. Vervolgens twijfelt hij of de gevoelens die Karin voor hem heeft wel echt zijn als hij vermoedt dat ze behalve hemzelf nog een andere minnaar heeft. Waar gedachten en gesprekken voldoen om de andere personages te leren kennen, blijft Karin hierdoor enigszins in de mist hangen. De besluiteloosheid en terughoudendheid van Kenzo maken hem bovendien niet sympathieker.
Toch indrukwekkend
Als architect is Kenzo een stuk doortastender en het kost de lezer weinig moeite om zich in te beelden hoe beide huizen langzaam realiteit worden. “Bij elke muur die werd opgetrokken, sloot een ruimte zich af van buiten. Maar tegelijkertijd kreeg de ruimte een andere relatie met buiten, door de grote raamvensters die als een soort passe-partout de omgeving inkaderden.”
Mede dankzij deze fragmenten en orkaan Ivan die aan het einde voor een onverwachte ontwikkeling zorgt, is Bouwen op Drijfzand toch een indrukwekkend debuut.
[uit Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 18 januari 2014]

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (2)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur en de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de tweede aflevering: Adviesraadslid, criticus en hoogleraar Wim Rutgers.

1.
De uitreiking van een eredoctoraat aan Elis Juliana door de University of Curaçao op 18 juni 2013.
2.
De uitreiking van de derde Premio Willem C.J. (Boeli) van Leeuwen op 10 oktober (de geboortedag van Boeli) aan Tanio Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth voor onder meer de Papiamentstalige opera Katibu di shon.
3.
De overhandiging van de literaire nalatenschap van Luis H. Daal aan de Mongui Maduro bibliotheek op Curaçao op 5 oktober 2013.
Overhandiging literaire nalatenschap Luis H. Daal

 

4.
De vijfde tweedelige publicatie in rij van de proceedings van de Annual Eastern Caribbean Island Cultures Conference, een uitgave van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, de University of Curaçao en de Universidad de Puerto Rico, waaraan meer dan 75 lokale en internationale auteurs hebben meegewerkt.
5.
De presentatie van Uitgeverij In de Knipscheer op 8 september van niet minder dan vijf boeken tegelijk van Arubaanse en Curaçaose schrijvers: Giselle Ecury: De rode appel, Joseph Hart: Verkiezingsdans, Els Langenfeld: Porto Marie, Ronny Lobo: Bouwen op drijfzand, Jacques Thönissen: Onder de watapana

 

Toespraak Ronny Lobo bij boekpresentatie Bouwen op drijfzand

door Ronny Lobo

Ronny Lobo biedt zijn boek aan aan de Gevolmachtige Minister
van Curaçao  Marvelyne Wiles. Foto © Nico van der Ven

De afgelopen 35 jaar heb ik als architect een verhaal proberen te vertellen met ruimte en materiaal, het helaas steeds schaarser wordende verhaal dat we architectuur noemen. In mijn praktijk werd ik steeds geconfronteerd met de vele verhalen van opdrachtgevers, aannemers, leveranciers, de overheid en andere betrokkenen. Vooral het verhaal van mijn opdrachtgevers, dat zich voor mijn ogen afspeelde intrigeerde mij. B.v. hoe een dominante man het voor mij niet kon verbergen dat zijn timide vrouw feitelijk de belangrijkste beslissingen nam. Ook het noodlot bij mijn opdrachtgevers bleef niet uit, zoals het met ruzie uit elkaar gaan, nog voordat de eerste steen was gelegd of, erger nog, het overlijden van één van mijn opdrachtgeefsters, vlak voordat ze de sleutel van haar huis van de aannemer mocht ontvangen (haar man compenseerde al gauw zijn verdriet door in het nieuwe huis met een meisje uit zijn stamkroeg te gaan wonen). Of het verhaal van een aannemer die zichzelf per ongeluk opblies met vuurwerk. Ik had al gauw door dat de levensverhalen van al die mensen waar ik mee werkte, dezelfde waren als van alle andere mensen op de wereld, ook die in mijn eigen familie- en vriendenkring.

Een architectuurontwerp van Lobo: Flagstones
Op een goeie dag vond ik dat het tijd werd om deze verhalen op te schrijven. Ook om eindelijk zelf een keer opdrachtgever te zijn en wel van mezelf. Maar vanuit mijn eigen vak geschreven, in de vorm van een architectuurroman. Dat het een liefdesroman geworden is, is de schuld van de personages in het boek, die zonder dat ik daar als architect voldoende grip op kon houden, hun gevoelens de vrije loop lieten. Denkt u bij het lezen asjeblieft niet dat ik als architect zo’n enerverend leven heb gehad als de hoofdpersoon Kenzo.

Goethe

Schrijfproces

Bijna 230 jaar geleden zei de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832): Alle wijze gedachten zijn al duizenden keren gedacht, maar om ze ons eigen te maken, moeten wij ze steeds weer opnieuw en oprecht overdenken zodat ze wortel te schieten in onze persoonlijke ervaring. In analogie hiermee zegt men in de literaire wereld vaak dat alles al ooit geschreven is. Ik aanvaardde de uitdaging om te proberen mijn verhaal zodanig op te schrijven dat u er, ondanks uw jarenlange leeservaring, plezier aan kunt beleven.
Goethe noemde architectuur “bevroren muziek”, daarmee een link makend tussen architectuur en muziek. Al schrijvend ontdekte ik de overeenkomsten tussen literatuur en architectuur. Begrippen als tijd, ruimte, gebeurtenis, vorm, ritme, verhoudingen en kleur, worden in vrijwel alle kunstzinnige uitingen gebruikt. Ook in de literatuur, vooral in poëzie. Bij vrijwel allemaal probeert de maker met zo weinig mogelijk middelen zoveel mogelijk te zeggen. Bij architectuur zijn het de bouwmaterialen, bij muziek de noten, bij literatuur de woorden. Er is echter één groot verschil, bij architectuur maak je het ontwerp op verzoek, ja soms zelfs op bevel van een opdrachtgever. Niemand heeft mij gevraagd om een roman te schrijven. Er is nog een verschil. Voordat ik mijn eerste concrete opdracht in de architectuur uitvoerde, had ik zes jaar in Delft geleerd hoe het moest. Met het schrijven begon ik terwijl ik de kunst en de techniek ervan nergens had geleerd. Schoorvoetend begon ik met reisverhalen en gedichten, die waarschijnlijk nooit gepubliceerd zullen worden. Daarna met een papiamentstalig kinderboek met de titel E biahe di Tobias. Nu mijn debuutroman.
Toen ik het eerste manuscript naar mijn gevoel af had kreeg ik van een vriendin van mij, taalkundige Ini Statia, het advies om het compleet te herschrijven. Het deed me denken aan mijn studietijd, wanneer de hoogleraar met zijn dikke 6B potlood door je mooie ontwerp ging krassen. Ook wijlen Erich Zielinski en Frank Martinus, die het proces als schrijver al meerdere malen hadden meegemaakt, gaven kritisch commentaar. Vele tekstblokken belandden in de prullenbak, nota bene om het verhaal te verbeteren.
Ronald Bos – met blote voeten – legt Ronny Lobo uit hoe wij dat in
Nederland allemaal doen

Nadat het manuscript met hun adviezen helemaal herschreven was kwam ik via Ini terecht bij Pim Wiersinga, hier in de zaal, die zei ‘het kan een goede roman worden’. Hij gaf me de probleempunten aan en adviseerde om professionele coaching te zoeken (zelf kreeg hij het te druk, omdat hij verliefd werd). Ini verwees mij naar Ronald Bos van het Nederlands Letterenfonds, waar ik coaching aanvroeg. Die liet het manuscript door drie experts lezen die gelukkig ook allemaal vonden dat er voldoende potentie zat in het verhaal. Peter de Rijk werd aangewezen als mijn coach. Die heeft ervoor gezorgd dat ik, om het met zijn woorden te zeggen, meer peper bij het gerecht heb gedaan. Nadat we samen via e-mail het hele manuscript hadden doorgeworsteld verliep de ingang bij uitgeverij In de Knipscheer als vanzelfsprekend. Die zette Jim Rotteveel in als redacteur, die nogmaals elk woord omdraaide.

Het meest intrigerende van het schrijfproces vond ik het feit dat alles wat je opschrijft, moet kloppen met de werkelijkheid, terwijl het hele verhaal fictief is. Je mag dus veel verzinnen behalve onzin. Om de werkelijkheid te benaderen moet je research doen waar je enorm veel van leert. Dat is vooral de verrijking van mezelf geweest die ik bij het schrijven voelde. Niet alleen meer kennis opdoen van de materiële werkelijkheid, meer ook van de psychologie van de personages, hun passies, leed en hun ziekten.

Pim Wiersinga. Foto © Michiel van Kempen

 

Alle goede componisten, schrijvers en architecten zijn zich ervan bewust dat in hun artistieke creaties echte kwaliteit nooit bereikt wordt door toeval. Het is gewoon veel discipline opbrengen en hard werken. Maar je moet vooral aan de slag gaan! Picasso was hierin zeer extreem. Hij zei: als ik weet wat ik ga schilderen, hoef ik het niet meer te schilderen. Zo is het eigenlijk met schrijven ook.
Goede architectuur, muziek en romans hebben nog iets met elkaar gemeen. Ze zijn allemaal afhankelijk van deelname van het publiek – geen architectuur zonder gebruikers – geen muziek zonder luisteraars, Izaline kan dat bevestigen – geen boeken zonder lezers. Ik hoop daarom dat mijn boek het grote publiek bevalt. Vergeet vooral niet om mij jullie kritische commentaar te sturen. Hier put ik weer inspiratie uit voor het volgende manuscript.

 

Dankwoord
Behalve Ini Statia, Pim Wiersinga, Ronald Bos, Peter de Rijk, Erich Zielinski en Frank Martinus, die ik hiervoor genoemd heb, wil ik vooral de proeflezers Audrey Linzey, Nel Casimiri en mijn zus Sonia Vinck-Lobo bedanken en natuurlijk mijn vrouw Denise die mij met geduld en liefde constant stimuleerde. Zonder hun hulp zou het wellicht niet zover zijn gekomen.
Daarnaast dank ik de vele mensen in mijn omgeving waaronder familie, vrienden, opdrachtgevers en aannemers die mij tot deze roman inspireerden.
Mijn dank gaat eveneens uit naar het Prins Bernard Cultuur Fonds Caribisch Gebied die heeft bijgedragen aan mijn aanwezigheid hier.
Dank U
Ronny Lobo
8 september 2013
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter