blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Kensmil Iris

30 jaar CBK Zuidoost Jubileumtentoonstelling 30 x 30

Centrum Beeldende Kunst Zuidoost bestaat dit jaar 30 jaar. In hartje Bijlmer waar CBK Zuidoost gesitueerd is brengt zij al 30 jaar meerdere werelden bij elkaar. Met actuele beeldende kunst nodigt CBK Zuidoost kunstenaars uit om nieuwe verhalen te vertellen en daarmee het nieuwe Nederland te verbeelden. Inclusief en niet vanuit 1 ideaal, waarbij alle verhalen gelden. Met de jubileumtentoonstelling ’30 x 30’, een Salon-achtige tentoonstelling, zie je indirect een portret van 30 jaar CBK Zuidoost. read on…

Becoming More #1: On Experience and Choices

Iris Kensmil is de curator van de expositie Becoming More #1: On Experience and Choices in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Op vrijdag 19 mei is er een dag met gesprekken, discussies en voordrachten. Sprekers zijn Gloria Wekker, Nancy Jouwe, Ernestine Comvalius, André Reeder, Mitchell Esajas, Jessica de Abreu, Karin Amatmoekrim, Sinan Cankaya, Paul Goodwin, Wayne Modest, Simone Zeefuik. read on…

Kunstenaars roemen ‘Roemers Drieling’

door Stuart Rahan

Amsterdam – De Decembermoorden in Suriname hebben bijzondere indruk gemaakt op de negen internationale kunstenaars die meewerkten aan de expositie Roemers Drieling. Zij mochten allemaal een interpretatie geven van de trilogie van de schrijfster Astrid Roemer. In hun vrije kunstzinnige resultaat waren zij het met elkaar eens dat de Decembermoorden een onuitwisbare indruk op hen heeft gemaakt. [De expositie zou geopend worden door Astrid Roemer, maar die schitterde door afwezigheid – red. CU.] read on…

Cultuurlijn 1102: Praten, kunst en theater over slavernijverleden

door Stuart Rahan

Annet Zondervan, directeur van het Centrum voor Beeldende Kunst Zuidoost maakt het eerste project Cultuurlijn 1102 van de drie cultuurinstellingen in Amsterdam Zuidoost bekend. Foto © Stuart Rahan.

 

Amsterdam Zuidoost – Zij die behoefte hadden om op één dag nader kennis te maken met het Nederlandse slavernijverleden, hebben donderdag vanuit drie verschillende invalshoeken hun behoefte kunnen bevredigen. In gesprekken hebben inleiders hun licht laten schijnen op het slavernijverleden en hoe 150 jaar na de afschaffing in 1863, zij ermee omgaan. Kunstenaars geven slavernij een eigen gezicht door middel van een tentoonstelling en in het theater hebben rebelse vrouwen van toen een gezicht gekregen.
De drie grootste cultuurinstellingen van Zuidoost staken de koppen bij elkaar en startten hun eerste gezamenlijke activiteit onder de noemer Cultuurlijn 1102, hun gemeenschappelijke postcode. Imagine IC, Centrum Beeldende Kunst Zuidoost (CBK Zuidoost) en het Bijlmer Parktheater stelden een cultuurprogramma samen met slavernij als interessant thema in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing daarvan.
Nieuwe begrippen
Hoofdgast Saidiya Hartman van de Columbia Universiteit in de VS ging tijdens het onderdeel ‘Spoken slavery’ in op het immaterieel erfgoed van de slavernij. Daarbij maakte zij gebruik van het verhaal van een jonge Afrikaanse vrouw tijdens de overtocht van haar continent naar Amerika. Dat verhaal heeft Hartman opgetekend in het boek Lose your mother waarbij zij experimenteerde met verhalen van overlevering.
Door de eeuwen heen zijn het Engels en Nederlands verrijkt met woorden die in de slavernijperiode andere betekenissen hadden. Slaven zijn tegenwoordig ‘slaafgemaakten’, slaves werden het begrip ‘enslaved’. Volgens inleider Hester Dibbits maken nieuwe begrippen onder andere deel uit van de vernieuwde manier waarop slavernij herdacht wordt. Zangeres Denise Jannah droeg met haar optreden op geëigende wijze bij aan de herinnering van het slavernijverleden. “Fu sabi pe y’e go, yu musu sabi pe yu kemopo. Om je toekomst te bepalen dien je eerst te weten waar je vandaan komt”, vertolkte zij in twee prachtige liedjes. Zij bezong ‘Mama Aisa’ in een nummer dat zij op harmonieuze wijze liet overgaan in ‘Strange Fruit’, een lied dat herinnert aan de wreedheden van de slavernij.
Charl Landvreugd. Foto Facebook
Document
In het Centrum voor Beeldende Kunst kon het publiek vervolgens de opening meemaken van de tentoonstelling Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst. Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur van Het Parool opende de tentoonstelling officieel. Hij liet de aanwezigen delen in een gewaagde actie van de krant die onlangs op de voorpagina een oud document, dat gebruikt werd tijdens de slavernij plaatste. Met dat document konden handelaren een bestelling voor slaafgemaakten plaatsen of werden slaafgemaakten aangeboden. “Twee voor de prijs van één, was zo’n aanbieding”, vertelde Ockhuyzen wat volgens hem voor die tijd de normaalste zaak was. Hij kreeg niet alleen complimenten. Er waren ook lezers die zich afvroegen of het plaatsen van het oude document wel nodig was.
Iris Kensmil – Kapitani I

 

De tentoonstelling bestaat uit werk van twintig kunstenaars met een Nederlandse, Antilliaanse en Surinaamse achtergrond. Ken Doorson, Remy Jungerman, Patricia Kaersenhout, Iris Kensmil, Charl Landvreugd en George Struikelblok zijn enkele bekende Surinaamse kunstenaars. Van Iris Kensmil staan daarnaast nog drie fictieve portretten van marronkapiteins in de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum. Zij maakte de portretten ‘Out of History’, in opdracht van CBK Zuidoost en het Amsterdam Museum.
De dag werd afgesloten met de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen in het Bijlmer Parktheater. Drie geesten van overleden slavinnen bieden troost en hulp aan een jonge Afrikaanse vrouw die tegen haar wil in de prostitutie belandt. Zij vertellen over hun eigen ellende, maar met trots delen zij verhalen van hun verzet.
[uit de Ware Tijd, 22/06/2013]

Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst

Op 20 juni wordt de expositie Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst geopend. CBK Zuidoost herdenkt met deze groepstentoonstelling dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij afschafte. Twintig kunstenaars tonen hun visie op slavernij: van letterlijke verbeeldingen van gebeurtenissen tot abstracte benaderingen van het onderwerp. Het geheel doet nadenken over de gevolgen en de betekenis van slavernijgeschiedenis voor de huidige samenleving. Bij deze groepstentoonstelling is een publicatie gemaakt: Aspha Bijnaar geeft een toelichting op de historische aspecten in het werk van de kunstenaars:
Sara Blokland
Nardo Brudet
Frank Creton
Brian Coutinho
Ken Doorson
Jeannette Ehlers
Antonio Guzman
Remy Jungerman
Patricia Kaersenhout
Iris Kensmil
Renée Koldewijn
Carla Kranendonk
Charl Landvreugd
Runny Margarita
Tirzo Martha
Helen Martina
Henny Overbeek
Hector Raphaela
Brett Russel
George Struikelblok
Publicatie: Aspha Bijnaar, onderzoeker en auteur
Spreker: Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur en chef Kunst, Het Parool
Met: Jeannine La Rose, zangeres; Ronald Snijders, fluitist
attent op de opening van de tentoonstelling Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst.
Openingsdatum:  donderdag 20 juni 2013
Tijd: 17.30 uur
Locatie: Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam Zuidoost
Te zien t/m 31 augustus.
Iris Kensmil
Eerder dit jaar opende in de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum Out of History, een drieluik van kunstenaar Iris Kensmil dat zij maakte in opdracht van CBK Zuidoost en het Amsterdam Museum. Out of History is een onderdeel van de Gouden Eeuw-tentoonstelling. De serie bestaat uit drie fictieve portretten van mensen uit de 18de eeuw die tegen de koloniale onderdrukking in een eigen positie en toekomst opbouwden. De samenwerking van CBK Zuidoost met het Amsterdam Museum ontsluit erfgoed van de stad met actuele kunst.
De tentoonstelling ‘Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst’ is van 12 september t/m 20 oktober ook te zien in Kunstenlab Deventer.
www.kunstenlab.nl

Group exhibition Running Thread (Wakaman)

Remy Jungerman, Iris Kensmil, Charl Landvreugd and Kurt Nahar

Exhibition date – 17th of December, 2011 until the 4th of February, 2012
Opening – 17th of December, from 3p.m. to 7p.m.
Gallery hours – Thursday to Saturday, from 11a.m to 6p.m

Remy Jungerman was born in Moengo, Suriname and has lived in Amsterdam since 1990. His work is intrinsically related to his Surinamese origins and is centered on global citizenship in today’s society. Jungerman uses collages, sculptures and installations to show cultural critique(s) of the local and the global, the internal and the external. Traditional materials and objects are placed in different contexts that challenge the established notions of their representation within Western society. Jungerman gets his inspiration from Afro-religious elements of the traditional Maroon culture in Suriname and the Diaspora. At the same time he is also inspired by Western trends in art and modern communication technology.

Rechts: Remy Jungerman, White Hand, 2007

Jungerman first studied art at the Academy for Higher Arts and Cultural Studies, Paramaribo (Suriname). After moving to Amsterdam in 1990 he studied at the Gerrit Rietveld Academy. Since his first group exhibition in the Stedelijk Museum, Amsterdam, Jungerman has participated in several solo and group exhibitions worldwide.

Creating an image of the (historical) presence of black people is the drive behind all the works of Iris Kensmil. Although she has born in Amsterdam, Kensmil lived part of her youth in Suriname. As she states: “Because of my black skin, I can’t take my participation in the European Culture for granted the way white people think they can do (Frantz Fanon). From 2004 on she makes works that commemorate historical moments from struggle for the emancipation of black people.

Rechts: Iris Kensmil, Blue turns grey

Kensmil draws on personal memories as well as a range of historical textual and visual material. She selects this materials on base of how she perceives what is the history of a Black European, a history that is paradoxically non-European. So most of her works are about the African-American movements or about Suriname, beside the “global” works of free imagination, e.g. about Ragga. Born in 1970, Iris Kensmil lives and works in Amsterdam. She graduates in the Minerva Groningen. In 2004 she won the Wim Izaks Prize, in 2009/2010 she did a residency at the ISCP, New York.

Charl Landvreugd was born in Suriname and raised in Rotterdam. Aesthetically, politically, theoretically as well as practically, black is the base color in his practice. Landvreugd has studied at the Goldsmiths College (London) and Columbia University (NYC), and continued his investigations of black and Blackness. He explores the plurality of black hues and advocates for distinctions in black diversity. Although Landvreugd works as a visual artist, mainly sculpture, installation and video, he has also a wide experience as a curator and a writer, working in Europe, the Caribbean and the United States.

Rechts: Charl Landvreugd – disco goes to holiday spacecamp to find Anana Keduaman Keduampon. 30 x 30 x 15 cm stone, plastic, paper, glitter, sugar, feathers, 2007

Charl Landvreugd uses Black as an instrument to speak off our communal efforts to bridge cultural gaps worldwide. Since 2009, Landvreugd has already shown his work in New York, London and Amsterdam, and also is his home country, Suriname, along with some of the other artists presented in this exhibition at C&H art space. Despite of his short career, this young artist has already developed three artist residencies, participated in several publications and curated exhibitions with other artists, all related to black-Dutch artists in Dutch society.

Kurt Nahar defines his art works as a contribution to raising the consciousness of the general public and to encourage discussions around important, sometimes forgotten subjects. The Dada movement is clearly present in his work and Nahar’s work can be seen as an act of protest and contestation for social and political circumstances in Suriname, where he lives. Nahar’s works are a combination of common objects, photographs, film, painting, poems and furniture all together. The visual chaos, full of provocative symbolisms, tends to confront the viewer’s with social issues, of which the artist thinks that they should be brought out to public discussion.

Rechts: Werk van Kurt Nahar met het beeld van Kwaku

Kurt Nahar, 1972, was born in Paramaribo, Suriname, where he lives and works. Between 1993-1997 he studies at the Nola Hatterman Institute (Art School), and in 2000 Nahar attended the Edna Manley College for the Visual and Performing Arts, and in 2009 Research residency at the Rijksacademie. He has exhibit mostly between Suriname and the Netherlands.

C&H art space
Tweede Kostverlorenkade, 50
1053 SB – Amsterdam
info@ch-artspace.com
www.ch-artspace.com

Stedelijk koopt werk van Iris Kensmil aan

door Priscilla Tosari

2010 was een spannend jaar voor Kensmil. Het grootste deel van het jaar vertoefde ze in New York, waarbij ze artist in residence was bij International Studio & Curatorial Program (ISCP). Het was een inspirerende, maar zware periode. Vooral een periode van netwerken, waarbij wekelijks wel twee curatoren langs kwamen om haar te ontmoeten en haar werk te bezichtigen. Twee keer per jaar organiseert het ISCP groepstentoonstellingen met alle residenten, waar ze zelf ook aan participeerde. Daarnaast had ze in New York ook een expositie met collega-kunstenaar Charl Landvreugd met de titel No sdon na bakra sturu. De expositie was een hommage aan Elfriede Baarn-Dijksteel (1947-2010), voorzitter van de culturele vereniging Na Afrikan Kulturu fu Sranan (NAKS) in Suriname.

Mellow dance, inkt, pastel, spray op papier, 122x125cm, 2007
Werk van Iris Kensmil aangekocht door het Stedelijk Museum

Ondertussen had Kensmil zich aangemeld voor de tentoonstelling Monumentalism in The Temporary Stedelijk van Het Stedelijk Museum te Amsterdam. Ze kozen haar werk voor hun eerste tentoonstelling. In juli 2010 keerde zij daarom terug naar Nederland. The Temporary Stedelijk exposeerde ‘Sidonhopo’ 2009/10. Een muurschildering waar, op een pastelkleurige panji, een stuk van een brief opgenomen is, die Granman Adjankoeso, leider van de Saramaccaner marrons, schreef aan de secretaris van de Volkenbond in Genève. Op de schildering bracht Kensmil portretten aan van enkele granmans. De muurschildering geeft wederom een emancipatiestrijd weer van de zwarte bevolking, deze keer in Suriname.

Onlangs heeft Het Stedelijk Museum besloten een drietal werken van Kensmil aan te kopen naar aanleiding van de tentoonstelling Monumentalisme – Geschiedenis en nationale identiteit in de hedendaagse kunst. Het gaat daarbij om twee tekeningen en een installatie Who Speaks (december 1982), 2008/ 2010. In 2008 maakte Kensmil de installatie al. Die werd toen geëxposeerd in Museum Jan Cunen in Oss. Het werk bestaat uit 15 portretten van Surinamers die in december 1982 vermoord zijn. Voor Het Stedelijk Museum vernieuwde Kensmil de installatie met regels uit een gedicht van Edgar Cairo, Te fri sa loi. De 15 portretten hangen nu tussen deze regels van Cairo’s gedicht. De twee tekeningen, ‘Mellow Dance’, 2007 en ‘Cool Down the Space’, 2008, die Het Stedelijk ook aankocht, tonen figuren die de typische Ragga-dansbewegingen maken.

Kensmil staat niet stil. In april doet ze mee aan een groepstentoonstelling in Galerie Ferdinand van Dieten in Amsterdam. En in september exposeert ze in Chicago. Ze maakt dan deel uit van een samenwerking van Nederlandse kunstenaars en kunstenaars uit Chicago. Kensmil zal gekoppeld worden aan de uit Chicago afkomstige kunstenares Carol Jackson.

Er is al veel geschreven over Iris Kensmil. Ze zat op de Academie Minerva in Groningen (1992-1996) en kreeg in 2004 het Wim Izaks Stipendium. Het is niet voor niks dat het Stedelijk besloot werk van haar aan te kopen. Met haar werken maakt ze en schrijft ze geschiedenis en breidt ze de Westerse canon uit. Kensmil is een Black-European kunstenares en wordt genoemd als één van de diasporakunstenaars die momenteel in opgang zijn.

Priscilla Tosari (Paramaribo, 1978) is kunsthistorica. Naast haar werk bij Stichting Beeldende Kunst Amsterdam, schrijft zij op freelance basis kunstgerelateerde artikelen. Zij is woonachtig en werkzaam in Amsterdam.

[van Sranan Art Xposed, editie 4]

No sidon na bakra sturu

Charl Landvreugd and Iris Kensmil invite you to: No sidon na bakra sturu (do not sit on the white man’s chair); Homage to Elfriede Baarn–Dijksteel.

Elfriede Baarn-Dijksteel was the President of the social and cultural society NAKS, Na Afrikan Kulturu fu Sranan (The African Culture of Suriname). The 63 year old institution advocates, self-awareness and the celebration of heritage of people of Afro-Surinamese descent. Under Elfriede Baarn–Dijksteel’s visionary leadership NAKS emerged as the prime institute cultivating and promoting African heritage in Suriname, especially amongst youngsters. She viewed knowledge of self and respect of one’s own tools to gain empowerment, confidence and build thriving communities. Elfriede strongly believed that Suriname’s cultural diversity and its history should be leveraged as an asset, in economic and social development.
Elfriede Baarn-Dijksteel passed away on February 1, 2010.

You are cordially invited to celebrate the spirit of Elfriede Baarn-Dijksteel, as well as a lineage of other wise man and women who dedicated their lives to the emancipation of the black people

In an installation of Iris Kensmil and Charl Landvreugd, poems of Elfriede Baarn – Dijksteel and selected others will be read accompanied by ancestral drums.

As a guest you are invited to bring a (small) symbolic gift like you would bring in your own culture to pay tribute to the deceased The present will become part of the installation.

The newly published book of poetry by Elfriede Baarn–Dijksteel will be available.

Location: 6-8 months space, 265 West 37th St. @18th. New York
Date: June 25, from 7 to 9 p.m.
Please BYOB

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter