blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Jagdew Eric

2018 uitgeroepen tot Albert Helman-jaar

2018 wordt uitgeroepen tot Albert Helman-jaar. Verschillende instellingen hebben daartoe de handen ineengeslagen. Een lang jaar zal er van alles rond de grote Surinaamse schrijver gebeuren: een film, een musical, een toneelstuk, een tentoonstelling, een congres, heruitgaven van zijn werk. read on…

Nummer zes van His/Her Tori, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur

door Christine F. Samsom

Het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van onze Universiteit kwam in november 2015 uit met, hoe kan het ook anders, het nummer 40 jaar staatkundige onafhankelijkeid; Wi mu seti kondre bun van His/Her Tori, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur. Het siert de redactie, bestaande uit de wetenschappers Jerome Egger, Eric Jagdew en Hilde Neus-van der Putten, dat zij tegen de klippen opvarend, toch weer met een prachtig nummer is uitgekomen, een niet geringe prestatie na het eerste-lustrum-nummer over de Grondenrechten. Want in deze tijd in Suriname uitkomen met een boek, zo’n dik tijdschrift kan je gerust een boek noemen, getuigt van moed, doorzettingsvermogen en geloof in eigen kunnen, zullen we maar zeggen! read on…

Adekus brengt vier boeken uit over erfenis slavernij en contractarbeid

De Anton de Kom Universiteit van Suriname (ADEKUS) heeft op zaterdag 4 juni 2016 in het IGSR-gebouw boekenpresentaties gehouden over vier boeken die ze heeft uitgebracht in het kader van de conferentie Legacy of Slavery and Indentured Labour, die in juni 2013 werd gehouden.
Besloten werd om 46 van de 100 presentaties in boekvorm te publiceren. Deze boeken zijn onder grote publieke belangstelling aan het publiek gepresenteerd. read on…

‘Stoutmoedige opstandelingen’

door Christine F. Samsom
Wat jammer dat de tijdmachine nog steeds niet is uitgevonden door Willy Wortel! Na het lezen van het proefschrift Vrede te midden van oorlog in Suriname. Inheemsen, Europeanen, Marrons en Vredesverdragen 1667-1863 van onze jonge doctor in de Humaniora, Eric Jagdew, had ik best wel aan mijn Nederlandse, Duitse, Franse en Engels/joodse voorvaders willen vragen, of ze misschien deel hadden uitgemaakt van het koloniale leger van kapitein-luitenant Creutz op weg naar granman Adoe der Saramakaners. read on…

Eric Jagdew: de eerste doctor in de humaniora (menswetenschappen) in Suriname

Op veel universiteiten klinkt bij bepaalde gelegenheden, bijvoorbeeld bij de aanvang van het collegejaar, op de dies natalis, de geboortedag van de universiteit, of bij een promotie, het studentenlied ‘Gaudeamus igitur, iuvenes dum sumus, Latijn voor ‘Laat ons verblijden zolang we nog jong zijn’. Afgelopen woensdag 29 oktober 2014 liet het universiteitskoor het lied horen in de aula van de AdeKUS, de centrumkerk aan het Kerkplein, en schreed een achttal in deftige toga’s gehulde hoogleraren in optocht naar voren. read on…

Jagdew, eerste gepromoveerde Faculteit der Humaniora

door Wilfred Leeuwin

De Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) heeft woensdagavond in de Centrumkerk haar eerste gepromoveerde afgeleverd van de Faculteit der Humaniora. Eric Jagdew verdedigde met succes zijn proefschrift, Vrede te midden van oorlog in Suriname. Inheemsen, Europeanen, Marrons en Vredesverdragen 1667-1863. Hij is de eerste wetenschapper in deze materie met een doctorale bul. read on…

His/Her Tori over grondenrechten in Suriname

door Christine F. Samsom

In mei van dit jaar verscheen het eerste-lustrum-nummer van His/her Tori, het tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur. Het moet als een grote prestatie van het redactieteam, bestaande uit Jerome Egger, Eric Jagdew en Hilde Neus-van der Putten, worden gezien, dat het ons nu al vijf jaar voorziet van stof tot nadenken op hoog niveau. De uitgave van dit jaar is een speciaal, extra dik nummer, met ‘Grondenrechten’ als thema. read on…

Een eigen geschiedenis vraagt om eigen geschiedschrijving

door Ruben Bakker
Geschiedenis kan ‘over’ Suriname gaan, maar is die dan ook ‘van’ Suriname? Voor geschiedschrijving (of historiografie) is het uitermate belangrijk vanuit welk perspectief gekeken wordt. Dit komt al naar voren in de ondertitel van de bundel Verkenningen in de historiografie van Suriname, die de ambitie aangeeft om te komen Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk. Deze ambitie spreekt ook uit het symposium ‘Geschiedschrijving van Suriname’, gehouden in 2013, waar deze bundel uit voortgekomen is.
In een geschiedenis van het volk staat het volk centraal, dit in tegenstelling tot een koloniale geschiedenis, waar de relatie met de kolonisator centraal staat. Als men spreekt van dekolonisatie van de geschiedschrijving wordt bedoeld dat niet alleen het bestuur van een land, maar ook de geschiedschrijving onafhankelijk wordt. Maar wat betekent dit precies? En hoe kunnen we dat bereiken? Dit zijn de vragen die in de bundel centraal staan. De bundel bestaat uit 25 Nederlands- en Engelstalige essays, geschreven door Surinaamse en buitenlandse (vooral Nederlandse) historici. Hiermee beslaat de bundel – die in twee delen is uitgekomen –  zo’n 656 pagina’s in totaal.

read on…

Dekolonisatie van de geschiedschrijving, een poging tot een evenwichtige benadering

door Eric R. Jagdew

Al enkele jaren discussieert men over dekolonisatie van de Surinaamse geschiedschrijving. Deze discussie is na 2010 toegenomen, nadat Dew Baboeram door Nederlandse en Surinaamse historici beschuldigd werd van het bedrijven van wetenschappelijk kolonialisme. Vanwege de nogal eenzijdige beïnvloeding van de publieke opinie is onterecht een indruk ontstaan alsof de afgelopen 40 jaar niets is gedaan aan het surinamiseren van de Surinaamse geschiedenis. Dit is dan ook de reden waarom ik in de pen ben geklommen en deze reactie heb geschreven. Het doel hiervan is de Surinamers, maar vooral de politici en beleidsmakers erop attent te maken dat dekolonisatie een lang proces is en in dit proces zij geloof moeten hebben in hun eigen mensen en vooral zichzelf goed moeten laten informeren. In feite moeten wij als volk veel meer gaan lezen en niet klakkeloos aannemen wat anderen zeggen, dus kritisch denken en handelen; maar vooral eerlijk zijn, hetgeen ik enigszins mis in deze discussie.
Voor de duidelijkheid moet worden vermeld dat het proces van surinamisering van het onderwijs en de geschiedschrijving lang vóór de onafhankelijkheid, met name na de Tweede Wereldoorlog met de zogenoemde ‘Baas in Eigen Huis’-beweging op gang is gekomen. Met de onafhankelijkheid in 1975 en de staatsgreep van 1980 kwam de dekolonisatie van de geschiedschrijving beter op gang: er werden nieuwe leerdoelen en methoden ontwikkeld voor het basisonderwijs en deels voor het voortgezet onderwijs. Zie hiervoor onder meer Doelstellingen voor het geschiedenisonderwijs bij het LO en VOJ (Jagdew, 2010). Zo werd ook de naam van de universiteit van Suriname veranderd in de Anton de Kom Universiteit van Suriname (Jagdew, 2011), mede door het dekolonisatieproces in de regio en de ‘Derde Wereld’-gedachte. Vanaf deze periode begonnen de in Suriname woonachtige academici ook westerse theorieën te toetsen door meer naar de regio te kijken en door meer aan geïntegreerde wetenschapsbeoefening te doen. Voorbeelden hiervan zijn Jack Menke, Glenn Sankatsing, Marten Schalkwijk en anderen. (Menke, 2011).
Waldo Heilbron
In een artikel uit het derde nummer van His/her Tori. Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, heb ik (Jagdew, 2012) aangegeven waarom er na een periode van vernieuwingen een vertraging optrad in het proces van surinamisering. De realiteit is dat wij het Surinaamse onderwijs enigszins hebben kunnen surinamiseren, maar de daadwerkelijke dekolonisatie van de geschiedschrijving in Suriname is uitgebleven. Dit komt omdat het Surinaams kader in de jaren ’80 en ’90 moest hosselen om te overleven en daardoor geen tijd had om zich bezig te houden met vernieuwingen. Zo is er ook verzuimd al die tijd genoeg eigen academisch geschoolde historici op te leiden en hen die tools aan te reiken, opdat zij het proces van surinamisering konden voortzetten (Hassankhan, 2013). Hiermee zeg ik niet dat (Surinaamse) academici in het buitenland en dus ook in Nederland geen bijdrage hebben geleverd aan dit proces. Integendeel, er is een bijdrage geleverd door onder anderen Waldo Heilbron, Glenn Willemsen, Ruben Gowricharn en Sandew Hira. Laatstgenoemde, beïnvloed door het marxisme, schreef de Surinaamse geschiedenis vanuit een socialistische bril.
Als deeltijdse medewerker op de afdeling curriculumontwikkeling kreeg ik aan het begin van deze eeuw het doelstellingenboekje voor het geschiedenisonderwijs in handen en mocht op basis hiervan de geschiedenisboekjes van de vierde en vijfde klas van de lagere school herschrijven. Gaandeweg het proces werd onder leiding van Linda Sairras-Rozenblad, Ewald Joemratie en Fariel Izaak ook een nieuw leerplan ontwikkeld voor het basisonderwijs, met name voor het geschiedenisonderwijs. Op basis van dit leerplan, dat toen breedvoerig is besproken met nagenoeg alle stakeholders binnen het Surinaamse onderwijs, hebben Eric Jagdew, Joyce Playfair en later Roekminie Sewradj-Debipersad de geschiedenisleerboekjes van klasse vier en vijf van het gewoon lager onderwijs herschreven. Degenen die achterbleven op CO/MINOV hebben vervolgens na 2007 aan boekje zes gewerkt.
Ik wil in deze reactie expliciet het geschiedenisboekje van leerjaar vijf van het basisonderwijs behandelen, omdat critici bij de discussie over herschrijving van de Surinaamse geschiedenis, hun afkeuring uitspreken over de gehele geschiedenismethode van het lager onderwijs zonder vooraf dit boekje grondig te hebben doorgenomen. Met onderstaande passages uit boekje vijf wil ik aantonen dat de situatie anders is.

De Gazon Matodja Award

 

Op de bladzijden 8, 50 en 52 wordt onder meer de leerling geleerd over het ware karakter van het kolonialisme, namelijk onderdrukking en uitbuiting. Pagina 8: ‘Ons land is van 1667 tot 1975 een kolonie geweest van Nederland en is daardoor eeuwenlang uitgebuit. De rijkdommen van Suriname werden door Nederland weggedragen en niet gebruikt om ons land tot ontwikkeling (bloei) te brengen.’ Pagina 50: ‘De Spanjaarden veroverden en onderdrukten de Indianen omdat ze betere wapens hadden. Uit hebzucht stalen de Spanjaarden de rijkdommen van de Indianen. Daarnaast beroofden zij de Indianen van hun vruchtbare gronden en hun vrijheid.’ Pagina 52: ‘Deze (wereld)handel was echter oneerlijk en ongelijk, want alleen Europa verdiende eraan. Europa maakte grote winsten ten koste van de andere werelddelen. Europa werd rijker en rijker en Afrika, Azië en Amerika werden alleen maar armer.
Hernán Cortez
De leerlingen worden in dit boekje ook doelbewust aan het denken gezet over het onrechtvaardig handelen van de blanke kolonisten in Suriname. Hiertoe wordt op bladzijde 60 in vraag 4 gesteld: ‘In 1593 liet de Spaanse koning Filips II Guyana in bezit nemen door Domingo de Vera. Vind je dat de Spanjaarden het recht hadden om dat te doen? Waarom zeg je ja of nee?’ En op de bladzijde 66 wordt de volgende vraag gesteld: ‘In 1662 gaf de koning van Engeland Suriname als eigendom aan Willoughby en Laurens Hide. Mocht de koning dat wel doen?’
Bij het ontwikkelen van boekje vijf vonden we, dat de kinderen naast vaderlandsliefde ook de wreedheid van slavenhandel en slavernij bijgebracht moest worden, en dat de Nederlandse slavenhandelaren wrede slavendrijvers waren. In dit kader staat er op bladzijde 82: ‘Deze reis (van Afrika naar Suriname) was voor de slaven een echte marteling. In de kleine scheepsruimten waren zij gedurende de hele reis aan elkaar vastgebonden’, en op pagina 93: ‘Als hij (de meester) vond dat de slaven niet hard genoeg werkten of brutaal waren, kregen zij zeer wrede straffen. Als straf kon de slaaf zweepslagen krijgen of de Spaanse bok, maar hij kon ook worden verminkt’. Natuurlijk waren onze voorouders heldhaftige mensen die in verzet kwamen tegen de onderdrukking en uitbuiting. Hierover staat er respectievelijk op de bladzijden 70, 103 en 112 letterlijk: ‘De blanke soldaten konden de dappere Indianen en Marrons niet verslaan. Daarom sloot de gouverneur vrede met hen’; ‘De slaven in de stad en op de plantages keurden de slavernij af. Zij waren niet bereid in deze slechte situatie te leven. Daarom leverden zij strijd om vrije mensen te zijn’, en ‘De Marrons beschikten over weinig wapens, maar wel veel moed om te strijden. Zij voerden een soort guerrillaoorlog tegen de blanken’.
Dit zijn slechts enkele opsommingen, maar er zullen in het boekje hier en daar nog wat zinnen en woorden voorkomen die herschreven moeten worden. Echter, laten wij als wij onszelf willen ‘promoten’ niet halve waarheden en leugens verspreiden, maar aan een evenwichtige benadering van zaken doen.
Maagdenstraat Paramaribo, ca. 1940
 
Geraadpleegde literatuur:
– Hassankhan, M.S.: ‘Dekolonisatie van de geschiedschrijving van Suriname. Een utopie?’ In: M.S. Hassankhan, J.L. Egger & E.R. Jagdew: Verkenningen in de historiografie van Suriname. Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk, deel 1. Paramaribo: AdeKUS, 2013: pp. 47-89;
– Jagdew, E.R.: ‘The Development of the History Education in Suriname, 1667-present day. From Dutchifying to Surinamising’. In: Report Policy Dialogue Workshop, pp. 14-38. (UWI St. Augustine, december 2009): pp. 14-38;
– Jagdew, E.R.: ‘Anton de Kom en de februari opstand van 1933 in Suriname. Een historiografische beschrijving, 1929-heden’. In: Universiteitsblad AdeKUS: Interactie, 2011, nr. 09, pp. 19-41;
– Jagdew, E.R.: ‘Dekolonisatie van de Surinaamse geschiedschrijving. Waarom is die uitgebleven?’ In: His/her Tori (juli 2012), pp. 5-15;
– Menke, Jack: Het spanningsveld tussen methodologie en diversiteit in de samenleving’, inaugurele rede (…) bij aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de Sociale Wetenschappen (…), 2009;
Wij en ons verleden: De geschiedenis van ons volk voor de vijfde klas van het basisonderwijs. Leerlingenboek leerjaar 5. Paramaribo: MINOV/Afdeling Curriculumontwikkeling, 2007.

Nog steeds weinig wetenschappelijke publicaties

Op donderdag 5 december 2013 vond er een boekpresentatie plaats in het gebouw van de Institute for Graduate Studies and Research (IGSR). De titel van het boek is Verkenning in de historiografie van Suriname. Het boek is geschreven onder redactie van de historici Maurits Hassankhan, Jerome Egger en Eric Jagdew. Het boek is een product van de conferentie Geschiedschrijving van Suriname die in oktober 2012 werd gehouden. In het boek wordt een uiteenzetting gegeven hoe de geschiedschrijving zich vanaf 1940 heeft ontwikkeld. De boekpresentatie werd gedaan door dhr. Maurits Hassankhan. Tijdens de presentatie is naar voren gekomen dat er nog steeds te weinig wetenschappelijke publicaties plaatsvinden.

[uit Dagblad Suriname, 6 december 2013]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter