blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Heer Janny de

Gastcollege Janny de Heer

Postkantoor Paramaribo. Collectie Buku Bibliotheca Surinamica

Janny de Heer, auteur van het boek Gentleman in slavernij zal een gastcollege verzorgen over de aanpak, het onderzoek, hoe verwerk je feiten in een historische roman en haar leven als auteur.

Datum: woensdag 12 februari 2014
Tijd: 18.00-20.00 uur
Locatie: Terrein Kennedystichting, Ingang J.A. Pengelstraat
Dit college is een gratis college; iedereen is uitgenodigd! De eerstejaars doen automatisch mee.
Een jongeman uit een welgestelde Duitse familie, Johann Dieterich Horst, zoekt in 1827 zijn geluk in Suriname. In de loop der jaren klimt hij op van ‘blankofficier’, directeur tot administrateur op diverse plantages. Als hij zeker weet dat hij in Suriname wil blijven, koopt hij zelf plantages. In een maatschappij waar slavernij een gegeven is zou hij de slaven het liefst willen behandelen zoals hij vroeger thuis op het landgoed van zijn vader geleerd heeft met het personeel om te gaan. Hij is begaan met de slaven, en vanaf het begin voelt hij zich vooral betrokken bij het lot van Candasie en haar kinderen, al is hij niet altijd in staat de slavin te beschermen.
Horst leeft in twee werelden. De sympathie en vriendschap die hij voor Candasie voelt, mondt op een avond uit in meer. Dezelfde avond slaat het wantrouwen echter bij hem toe en dat verdrijft de liefde waar hij even daarvoor nog zo zeker van was. Afrika, een slavin, is weggelopen en Candasie zou haar geholpen hebben. Horst weigert die beschuldigingen te geloven totdat hij het haar rechtstreeks vraagt en hij in haar ogen een bekentenis meent te zien. Pas een jaar later hoort hij dat zijn zoon in slavernij is geboren en hij koopt het kind vrij zodra hij kan.
Gentleman in slavernij is een meeslepende geschiedenis over het koloniale Suriname in de 19de eeuw, een tijd van grote veranderingen in de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen. Meeslepend omdat de roman vertelt over hoe het dagelijks leven op en om de plantages werkelijk was. Janny de Heer ontraadselt daarbij knap de familiegeheimen die rond Johann Dieterich Horst zijn ontstaan tot aan zijn dood op 72-jarige leeftijd op een wel heel dramatisch moment.
Enkele recensies van het boek lees je hier
Geef je vooral eerst op voor deelname via sms op 8563674 of email info@schrijversvakschool.org

Janny de Heer in Suriname

Op vrijdag 7 februari 2014 presenteert Janny de Heer haar historische roman Gentleman in slavernij in de Bibliotheek CCS, soldatenstraat, Paramaribo. Aanvangstijd 18.00 uur.

Deutsche in Suriname, Familie und Freunde Ihr seid alle herzlich zur Buchpräsentation der Autorin Janny de Heer eingeladen. Sie stellt ihr Buch “Gentlemen in slavernij” vor und in diesem Zusammenhang das Leben und Wirken des Deutschen Dietrich Horst zur Zeit der Sklaverei in Suriname. Ein lohnenswerter Beitrag zur Geschichte Surinams.

Gentleman in slavernij: een Duitser in Suriname

 
door Ezra de Haan
De titel Gentleman in slavernij van Janny de Heer zal bij sommige lezers wellicht als provocerend overkomen. Het is immers een contradictie. Gentleman, een heer dus, een nette kerel in combinatie met het woord slavernij wringt. De afschuw die het woord slavernij oproept, is vanzelfsprekend. Iedere uitleg daarvan is overbodig. Maar hoe valt die slavernij dan te rijmen met het woord gentleman?
Janny de Heer
Allereerst moeten we op de hoogte zijn van het tijdgewricht waarin het boek zich afspeelt. Johann Dieterich Horst is een Duitser die in Suriname terecht komt. Hij komt uit een welgestelde familie, zijn leven is van de wieg tot het graf uitgestippeld en toch kiest hij in 1827 voor het ongewisse. Met Horst belanden we in een maatschappij waar de slavernij een gegeven is. Hij vormt een onderdeel van die samenleving en klimt op van ‘blankofficier’, directeur tot administrateur op diverse plantages. Wanneer hij zeker is dat hij in Suriname wil blijven, koopt hij wat plantages.Nu heeft deze Horst, door zijn afkomst en opvoeding, een andere kijk op de omgang met personeel dan in die dagen usance was. Zeker wat betreft de houding naar slaven. Horst voelt zich begaan met deze mensen en zijn gevoelens gaan zelfs verder dan dat, hij voelt zich aangetrokken tot de slavin Candasie. Die levenshouding zorgt voor een spagaat wanneer Candasie zwanger van Horst blijkt te zijn en hij haar tegelijkertijd schuldig acht aan het helpen vluchten van een slavin.

Natuurlijk pleit het bovenstaande Horst niet vrij van medeplichtigheid aan een zwarte bladzijde van onze geschiedenis. En dat was juist de bedoeling van Janny de Heer.

Het verhaal laat zien dat zelfs mensen die begrepen dat het niet deugde en wisten dat het einde van de slavernij in zicht was, niet ontkwamen aan vuile handen. Dat deze Horst deed wat hij kon binnen de mores van zijn tijd, blijkt uit het vrijkopen van zijn eigen zoon en het feit dat hij hem zijn achternaam gaf. En daarmee dus erkende. Maar daarmee was hij er nog niet. De moeder van het kind was immers nog slavin en ook haar andere kinderen droegen dat lot… De auteur laat zien dat de slavernij ervoor zorgde dat ieder zinnig mens eronder leed. En dat dit in Suriname alleen maar erger werd naarmate andere landen die vervloekte slavernij afschaften…Doordat Horst als administrateur diverse plantages bezoekt, kan de lezer, met zijn ogen, het Suriname van toen leren kennen. We maken het reizen op de rivier mee, het ‘leven’ op de plantages, de slavenopstanden en de repressie daarvan.

Janny de Heer gebruikt in haar roman een truc die we in negentiende-eeuwse romans ook tegenkomen. De schrijver vertelt, voorafgaand aan ieder nieuw hoofdstuk, hoe het met het land en de slavernij is gesteld. Hoe het verzet tegen die slavernij zowel in Nederland als in Suriname begint te groeien. Deze, vrij zakelijke, informatie kan, zelfs in deze vorm nog afschuw wekken. Neem de volgende regels:

‘Na een aantal mislukte voorstellen werd in 1851 een wet aangenomen waarin betere behandeling van de slaven werd vastgelegd. Het gebruik van de zweep bleef toegestaan.’

Ieder hoofdstuk brengt ons dus verder in de tijd, maakt ons het verloop van de geschiedenis duidelijk en toont ons een Horst die het beste met de mensen voorheeft maar daar, zeker naar de normen van onze tijd, niet altijd naar handelt. Duidelijk is echter wel dat hij in zijn tijd een buitenbeentje geweest moet zijn. Het kwam zelden tot nooit voor dat blanken de kinderen die ze bij de slavinnen verwekten als hun kind erkenden en hun naam gaven.

Wat mij erg aan deze roman beviel was het feit dat ik veel meer over de geschiedenis van Suriname te weten kwam. Want wat weten we eigenlijk over die tijd? Beschamend weinig. En dat gaat niet alleen op voor het hoofdstuk van de slavernij.

Zo brengt Janny de Heer ons, via Horst, naar een rampzalig project van die dagen: de Surinaamse nederzetting Groningen. Op het moment dat de Duitser aankomt, is alles al in het honderd gelopen als gevolg van woningnood, onvruchtbare grond, geïsoleerde ligging, vervoersproblemen en een dodelijke tyfus. Argeloze boeren uit Nederland weten amper de akkers tot bloei te krijgen en krijgen de weinige producten die ze verbouwen niet op tijd naar de stad. Ook Horst brengt het tot wanhoop en zijn weergave van de situatie geeft precies weer hoe men er in die tijd over dacht.

‘Hij vertelde dat het broeide op de plantage onder de negers. Ze worden te mondig, leren lezen, worden christen, verbouwen hun eigen voedsel op de kostgronden. Daar houden ze pluimvee en vangen hun eigen vis uit de rivier. Ze verkopen en handelen, zoals het hun betaamt. Het geld mogen ze houden. Allemaal prachtig maar naarmate de magen gevulder raken, neemt de drang om vrij te zijn toe. Ze hebben hun eigen handeltje, ze verdienen goed geld en bezitten soms meer dan hun basya. Het geeft scheve gezichten onderling, ze maken veel ruzie in de slavenkwartieren. Daarnaast klagen ze over de arbeid, vinden de taken te zwaar, de dagen te lang. Als het erop aan komt zijn zij met veel meer dan wij. Mocht het tot een opstand komen, vraag ik mij af hoe ik mijn gezin kan beschermen.’

Zonder ook maar iets te verdoezelen heeft Janny de Heer een ontluisterende roman over de Surinaamse geschiedenis en de slavernij geschreven. Eens te meer blijkt dat ieder boek dat over dit onderwerp wordt geschreven uiterst belangrijk is. De gekozen vorm, die van de roman, is zeer juist geweest. Droge historische feiten komen pas tot leven als we leren wat het voor de betrokkenen heeft betekend en hun gedachten en gevoelens beschreven worden. Janny de Heer heeft in het personage Johann Dieterich Horst het juiste voorbeeld gevonden van iemand die voortdurend in twee werelden leefde. Het gaat in dit boek dan ook om meer dan de begrippen goed en kwaad. Het gaat om het waarom en hoe. Gentleman in slavernij is daarmee een boek dat door het onderwerp afstoot en aantrekt. Maar alleen door de confrontatie aan te gaan zullen we geschiedenis leren te begrijpen. Hoe gruwelijk die ook is.
Janny de Heer: Gentleman in slavernij . Haarlem: In de Knipscheer, 2013.  ISBN 978-90-6265-832-9
[Bron: Literatuurplein.nl]

Heer in slavernij

Johann Dieterich Horst en zijn zonen

door Hilde Neus

 
De roman Gentleman in slavernij van Janny de Heer, recentelijk uitgegeven bij In de Knipscheer, neigt naar De zwarte lord van Rihana Jamaludin, verschenen in 2009 bij KIT Publishers. Zelfs het Engelse woord in de titel ontbreekt niet. De tijd waarin beide verhalen zich afspelen is de eerste helft van de negentiende eeuw. Waar in Jamaludins boek een jonge blanke vrouw de hoofdrol speelt, is dat in de roman van De Heer een jongeman van Duitse komaf, die om de familieboedel te redden gaat werken in Suriname. Hij begint als blankofficier, wat beslist geen vetpot is. Johann Dieterich Horst is van nature een goed mens en kan zich moeilijk verenigen met het slavernijsysteem. Zijn vele aanvaringen met planters die een slechtere inborst hebben maken dat wel duidelijk. Achter in de roman staat een groot aantal bronnen vermeld, alhoewel die uit de diverse archieven niet zijn gespecificeerd, en dus moeilijk na te trekken. Deze roman is een gefictionaliseerde biografie. Horst heeft werkelijk bestaan en zijn stamboom is ook nagetrokken. De namen zijn terug te vinden in het ‘Manumissieboek’ (Ten Hove & Dragtenstein, BSS 19, 1997). Verder zijn de details zoals het leven op de verschillende plantages door de auteur ingekleurd met allerlei informatie uit hedendaagse bronnen. Dat is jammer, want er is een aantal reisbeschrijvingen uit de tijd waarin Horst in Suriname verbleef, waaruit de auteur een beter en gedetailleerder tijdsbeeld had kunnen destilleren (bijvoorbeeld: Quandt – ook een Duitser – 1807, Teenstra 1828, Van Breugel 1842, allemaal digitaal op de site van dbnl, afdeling Suriname, in te zien.)
Janny de Heer. Foto @ Sanne Landvreugd
Een gefictioneerde biografie, de spellingscorrector zet er een rood streepje onder en maakt er ‘gefrictioneerde’ van [maar het moet zijn: gefictionaliseerde – red. CU]. Waar Jamaludin er in slaagt een negentiende-eeuws verhaal à la Jane Austen op te voeren, doet de roman van De Heer onwaarachtig aan. Dit komt omdat de fricties ontelbaar zijn. Het is eigenlijk beschamend dat een echte ‘Suriname’-uitgeverij als In de Knipscheer geen goede redacteur met kennis over Suriname op het boek heeft gezet. Het standpunt ‘het is een roman’ is valide, maar fouten tegen de natuur kunnen mijns inziens echt niet. Al op pagina 24, bij de aankomst van Horst in Suriname, frons ik mijn wenkbrauwen: ‘Tien dagen later doemde de kust van Guyana op. In de verte ontvouwde zich een lange strakke strook donkere bossen waarvan ze, dichterbij gekomen, de spiegeling in het water zagen schitteren.’ Erg onwaarschijnlijk met die modderbanken voor onze kust! Volgens mij verwart de auteur hier Suriname met Curaçao. ‘De volgende ochtend was hij al vroeg op weg naar de haven. Vanaf het ochtendgloren vertrokken de tentboten naar de plantages en hij wilde met de eerste mee’ (p. 27). In Suriname is het verkeer op de rivieren afhankelijk van het getij, wat varieerde. Er waren dus geen vaste tijden waarop de boten vertrokken. Men voer weg uit Paramaribo bij eb, omdat de rivier dan harder richting zee stroomde en de mannen zich minder hoefden in te spannen tijdens het roeien. Vanaf Nieuw-Amsterdam vertrok men bij vloed de Commewijnerivier op, dan had men het tij mee. Dit zijn details die storend werken voor een lezer die in Suriname woont.
Maar ook het verhaal komt bij mij erg dun over. De auteur beschrijft Horst als een integer, diepvoelend mens. Hij raakt verliefd op de mooie slavin Candasie, maar laat haar van het ene op het andere moment vallen als hij begrijpt dat ze meer weet over de verdwijning van een gevluchte slavin. ‘Sindsdien leefde hij met de brokstukken van een in de kiem gesmoorde liefde en een verloren gelegenheid die alles voor hem had betekend.’ Alles? Mijn liefde zou echt niet zo snel zijn verdwenen, zeker niet als ik enig begrip had voor het leed van de slaven. Een jaar later blijkt dat Candasie een kind heeft gekregen van Horst. ‘Als ik het had geweten’, fluisterde hij, ‘was hij niet als slaaf geboren.’ (p. 143) In Suriname is een kind automatisch slaaf als zijn moeder dat is. Hij had dus vóór de geboorte van de jongen Candasie moeten manumitteren. Hij koopt het kind vrij. Na een reis naar Duitsland waarbij hij de landerijen van zijn ouders verkoopt, keert hij in 1844 terug naar Suriname. Daar begint hij een relatie met een dochter van Candasie – Carolina, een mulattin. Ook haar koopt hij vrij. Haar moeder weigert aanvankelijk mee te werken omdat slaven gescheiden van vrijen moeten leven en zij ‘haar dochter niet meer zou zien’. Nu was dit echt niet de realiteit in Suriname, de plantages lagen relatief dicht bij elkaar. Horst krijgt enkele kinderen met Carolina. De Heer neemt ook de kolonisering van de boeren in Groningen op in haar roman en schetst zo de ellende van de vele ziektes die daarmee gepaard gingen. Ook de aanloop naar de emancipatie op 1 juli 1863 komt aan bod. Op de plantage Lust en Rust leeft Horst rustig met zijn gezin totdat hij besluit zijn zonen naar Duitsland te sturen om te gaan studeren. Hij vergezelt ze en allen keren uiteindelijk terug naar Suriname, waar hij in 1878 overlijdt.
Romans met een beschrijving van diverse perioden uit de Surinaamse geschiedenis kunnen een mooie aanvulling zijn op wat er al geschreven is over slavernij. Maar dan spreken we wel de hoop uit dat gespecialiseerde correctoren van uitgeverijen met een fijne kam door het werk gaan en storende onjuistheden eruit halen. Een auteur mag de nodige ambities hebben, maar dient zich ook goed te onderleggen en te laten adviseren door kenners. In dit geval van de historie van Suriname wel te verstaan.
Janny de Heer: Gentleman in slavernij. Haarlem: In de Knipscheer, 2013. ISBN 978-90-6265-832-9

Caraïbisch vers in foto’s

Giselle Ecury en Eardly van der Geld

 

Op donderdag 28 november kon het publiek in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. Maar liefst acht schrijvers en een uitgever kwamen aan het woord in tafelgesprekken met Michiel van Kempen. Een foto-impressie.
Journaliste Jeannette van Ditzhuijzen opende de avond met een portret in woord en beeld van Músika Curaçao, een boek over Antilliaanse muziek met schitterend fotowerk van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette de tekst schreef.

V.l.n.r. Michiel van Kempen, Leo Balai, Janny de Heer, Karin Amatmoekrim

 

De Antilliaans-Nederlandse schrijfster Giselle Ecury ging in op de familiebanden die aan haar romans binden, en dan met name aan haar nieuwe roman De rode appel. Eardly van der Geld schreef een roman over wat het slavernijverleden voor nu betekent: Curaçaos bloed; hij gaf een blik in de plannen die hij heeft om net nog met onderwerp door te gaan.

Janny de Heer
Karin Amatmoekrim bekende dat zij na alle commotie rond haar roman over Anton de Kom., De man van veel, het boek nog altijd exact zo zou schrijven. Historicus Leo Balai vertelde gepassioneerdieerd over het slavenschip Leusden en de moord op meer dan 650 slaven. Janny de Heer vertelde over de lange weg die zij ging om onderzoek te doen voor haar historische roman over het 19de-eeuwse Suriname Gentleman in slavernij.
Ricardo MacNack

 

In de laatste ronde spraken Ricardo MacNack en uitgever Franc Knipscheer. Ricardo MacNack vertelde levendig over zijn jaar in de DDR, waar hij ervaring op moest doen om een drukkerij op te zetten en hoe er tegen hem als vreemdeling werd aangekeken; Vervlogen dagen was daarvan het gevolg. Uitgever Franc Knipscheer van uitgeverij In de Knipscheer vertelde hoe de crisis ook voordelen kan bieden aan uitgeverijen die hun nek uitsteken.

Saxofoniste Sanne Landvreugd gaf een mooie muzikale sfeer met werk van onder meer de Braziliaan Jobim.

Eardly van der Geld
Karin Amatmoekrim
Jeannette van Ditzhuijzen, Giselle Ecury, Eardly van der Geld
Franc Knipscheer
Saxofoniste Sanne Landvreugd
Het publiek

Publishing Services en In de Knipscheer

Publishing Services Suriname (PUBSES) en de Nederlandse uitgeverij In de Knipscheer zijn een samenwerking aangegaan. De Surinaams/Antilliaanse boeken van In de Knipscheer zijn nu in Suriname bij PUBSES te betrekken.
Momenteel zijn in voorraad:
Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt van Karin Lachmising. (srd 60,-)
Bouwen op drijfzand van Ronny Lobo (srd 80,-)
Gentleman in slavernij van Janny de Heer (srd 85,-)
Bloemies. Een prachtig vormgegeven kinderboek met verhaaltjes, versjes en liedjes incl. cd. Met o.a. Gerda Havertong, Frank Ong A Lok, Hakim en Ronald Snijders. (Srd 85,-)
Aan de Waterkant. Een documentaire op cd van gesprekken met Michael Slory, doorspekt met gedichten en muziek. (40 srd)

Boekpresentatie en tentoonstelling over slavernijverleden

Janny de Heer en Helen Wijngaarde
Den Helder – Dinsdagavond 3 december wordt in de centrale bibliotheek van Den Helder Gentleman in slavernij, het nieuwste boek van Janny de Heer, gepresenteerd. Gelijktijdig wordt de tentoonstelling Slavernij verbeeld geopend, die tot en met 13 januari te zien is in de bibliotheek.
De tentoonstelling en boekpresentatie sluiten aan bij de officiële herdenking van het Nederlandse slavernijverleden.
Gentleman in slavernij is een meeslepende geschiedenis over het koloniale Suriname in de negentiende eeuw, een tijd van grote veranderingen in de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen. Meeslepend omdat de roman vertelt over hoe het dagelijks leven op en om de plantages werkelijk was. Janny de Heer ontraadselt daarbij knap de familiegeheimen rond de hoofdpersoon Johann Dieterich Horst.
De schrijfster debuteerde in 1999 met Landskinderen van Curaçao. In 2008 verscheen van haar hand Hey buddy de andere voet is voor jezelf, het levensverhaal van de Helderse badmeester Huib Wijnants.
Jörgen Raymann bij de opening van de banierententoonstelling
Banierententoonstelling
Voorafgaand aan de boekpresentatie kan het publiek de banierententoonstelling bekijken. Slavernij verbeeld belicht op een toegankelijke manier slavernij van de oudheid tot en met de afschaffing van de Nederlandse slavernij in 1863. De nadruk ligt op slavernij in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in de Nederlandse cultuur en in de voormalige kolonie Suriname.
De presentatie begint om 19.30 uur in de bibliotheek aan het Bernhardplein in Den Helder en is gratis toegankelijk. Reserveren is gewenst (0223) 623434 of via www.kopgroepbibliotheken.nl.
[uit Den Helder Actueel, 16-11-2013]

 

Caraïbisch Vers!

Op donderdag 28 november 20.00 uur kan het publiek in de Bibliotheek Bijlmercentrum in  Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. In een flitsend programma met beeld en geluid gaat Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) in gesprek met maar liefst negen schrijvers:
* Karin Amatmoekrim: zij schreef een roman over een uiterst delicaat moment in het leven van de Surinaamse publicist, vrijheidsheld en geschiedschrijver Anton de Kom: De man van veel. Het boek deed al veel stof opwaaien: gaat het liggen of dwarrelt het door?
* Leo Balai baarde als historicus groot opzien met zijn proefschrift over het slavenschip Leusden, een wetenschappelijke studie waarvan inmiddels een editie voor het grote publiek is verschenen: het gruwelijke verhaal van de koelbloedige moord op een schip vol slaven.
* Jeannette van Ditzhuijsen is bekend van verschillende boeken over de Antillen, maar presenteert nu voor het publiek het schitterende fotoboek over de Antilliaanse muziek Músika Curaçao van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette van Ditzhuijsen de tekst schreef.
* Giselle Ecury, Antilliaans evengoed als Nederlands, voegde een nioeuwe roman toe aan haar oeuvre: De rode appel, een roman over de morele, psychologische en seksuele groei van Elisabeth.

* Eardly van der Geld schreef een actuele roman over de gevolgen van het slavernijverleden: Curaçaos bloed.

Giselle Ecury

 

*  Janny de Heerschreef een forse roman over een Duitse immigrant in het 19de-eeuwse Suriname: Gentleman in slavernij. Voor het boek verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek in  tal van archieven, maar wat telt is het romanverhaal.
*  Ricardo MacNacktekende voor het boek Vervlogen dagen in de voormalige DDR, een van de vele curiosa uit de Surinaams-Nederlandse letterkunde: een dagboek van een stage tussen 1982 en 1983 in het socialistische Oost-Duitsland.
*  Frank Ong-Alok maakte een multimediaal prenten-, liedjes- en verhalenboek met cd voor kinderen van 0 tot 100 jaar, veertien liedjes en zes verhalen onder de titel Bloemies.
Stephan Sanders. Foto @ Jan van Breda
* Stephan Sanders, tv-journalist en columnist van Vrij Nederland, schreef een aangrijpend relaas van zijn moeizame vriendschap met Anil Ramdas, een uiterst persoonlijk In memoriam onder de titel: Iets meer dan een seizoen.
U kunt boeken aanschaffen in de boekenstands en de schrijvers zullen hun werk signeren.
De muzikale begeleiding wordt verzorgd door Sanne Landvreugd.
Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

 

Datum: donderdag 28 november
Aanvangstijd:  20.00 uur
Locatie: Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, Amsterdam Zuidoost
Toegang gratis; reserveren gewenst via brc@oba.nl / 020-6979916
Organisatie: OBA en Werkgroep Caraïbische Letteren

Over dingen van nu en dingen van toen

door Brede Kristensen

Vanuit literair standpunt bekeken is 2013 mondiaal een superjaar. Althans in kwalitatief opzicht. Dat geldt ook voor het Caribische gebied en de Benedenwindse eilanden. Uitgeverij In de Knipscheer komt deze herfst met een groot aantal titels. Vandaag is het de beurt aan Verkiezingsdans van Joseph ‘Jopi’ Hart en Gentleman in slavernij van Janny de Heer.


Dingen van nu

Joseph Hart schreef een spannend en politiek belangwekkend boek: Verkiezingsdans. Een boek met drie gezichten, dat toch een eenheid vormt. Het eerste gezicht is het gezicht van een thriller, een verhaal over criminele organisaties, gespecialiseerd in cocaïne, opererend vanuit Colombia, Curaçao en Nederland. Curaçao vervult een spilfunctie. Al snel wordt het de lezer duidelijk dat Curaçaose politici de touwtjes van die spilfunctie in handen hebben en dat ze met die touwtjes naar criminaliteit neigende jonge mensen, genadeloos voor hun karretje spannen. Hoe en wie die touwtjes in handen hebben, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk, als een belangrijke politicus wordt geliquideerd. Zoals het een goede thriller betaamt.

 

Het boek ontleent zijn titel aan het tweede gezicht, het belangrijkste: de verkiezingsdans kenmerkend voor verkiezingen Curaçaose stijl in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog bestonden. Veel populisme, feesten, roddels, mediaoptredens met spectaculaire onthullingen over dubieuze persoonlijke geschiedenissen, belangen en betrokkenheid bij criminele organisaties. We ontmoeten politici die onbeschaamd en met verve van twee walletjes eten en excelleren in het spelen van valse spelletjes. Met als gevolg dat niemand een ander vertrouwt. Hart is in staat politici ten tonele te voeren die net allemaal anders zijn dan de ons bekende politici. Geen levende politicus zal zich echt kunnen herkennen in de personages van het boek. Stukjes van die personages komen echter bekend voor. Er zijn stukjes Cova zichtbaar, stukjes Wiels, stukjes Pourier en vul maar aan. De held van het boek is een jonge opkomende ster met een visie voor een Curaçao waar mensen op grote schaal aan hun eigen ontwikkeling werken met het doel een bijdrage aan de opbouw van het land te leveren, waar iedereen professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan en waar de koek eerlijk wordt verdeeld. Deze Matthew stemt erin toe zijn diensten aan te bieden aan een serieuze politieke partij. Onder begeleiding van een oudere Pourier-achtige partijleider ontpopt hij zich als een begenadigd spreker die met een degelijke boodschap in populistische verpakking zijn fictieve partij een knallende overwinning bezorgt. Maar zijn pad gaat niet over rozen. Politieke tegenstanders laten geen middel onbenut om hem onderuit te halen, tot en met aanslagen op zijn leven. Harts visie op de Curaçaose politiek is onthullend en dermate kritisch dat alle hoop op betere tijden ijdel lijkt. Toch wil hij laten zien dat er serieuze politici zijn, dat mensen zich willen laten aanspreken en dat er dus toch enige reden voor optimisme is.

De verborgen psychische problemen van de hoofdfiguur, Matthew, vormen het derde gezicht. Dit verhaal leest als een psychologische thriller. Ogenschijnlijk redelijk en talentvol, blijkt zich achter die façade een vulkaan te bevinden, een onderdrukt oedipus-complex dat voor gewelddadige explosies zorgt. Zijn relaties met vrouwen lijden daar zwaar onder. Om iets van die uitbarstingen te kunnen begrijpen, moet de lezer wel regelmatig als een voyeur getuige willen zijn van erg expliciet beschreven seksscènes. Dat had wel wat subtieler gekund. Maar hoe zal het aflopen met deze verknipte ziel? Zijn beste vriendin weet hem tenslotte over zijn verleden aan het praten te krijgen en een moment van bewustwording te bewerkstelligen. Zo komt er een niet helemaal geloofwaardig keerpunt in het leven van Matthew en kan hij zich inzetten voor Curaçao, het land dat hij liefheeft.

Hart weet 500 pagina’s lang de aandacht te boeien. Ingenieus heeft hij de verhalen van die drie gezichten met elkaar verweven. Tussen alle spanning door wordt duidelijk dat Hart een uitgesproken kritische mening over de Curaçaose politieke cultuur etaleert. Eigenlijk zegt hij dat als deze politieke cultuur niet verandert, de toekomst uitzichtloos is en burgers uitgeleverd zijn aan politici voor wie het publieke belang samenvalt met eigen belang. Maar of een in populisme verpakte ‘Matthew-achtige’ boodschap de oplossing is, moet betwijfeld worden. Leert de geschiedenis niet dat ‘inhoud’ door politici moeilijk te realiseren en door burgers moeilijk te begrijpen is? En dat om die reden politici zich liever op de verpakking concentreren en de mensen politici op die verpakking beoordelen? Zo is de kans groot dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Maar zeker een boek dat te denken geeft.
Plantage Peperpot


Dingen van toen

Janny de Heer, bekend door haar boek Landskinderen van Curaçao (1999), komt met een nieuwe verrassing: Gentleman in slavernij. Over de periode van de Surinaamse slavernijgeschiedenis nadat in het naburige Guyana de slavernij was afgeschaft en de naderende afschaffing in Suriname voelbaar werd. Aan de hand van het leven van een Duitse kolonist, Ditrich Horst, die zijn weg in Suriname zoekt, eerst als blank-officier, dan als administrateur en directeur op diverse gouvernementsplantages en tenslotte als eigenaar van zijn eigen plantage ‘Lust en Rust’, wordt de geschiedenis van het plantageleven rond Paramaribo vlak voor en na de afschaffing van de slavernij beschreven. Een historische roman dus.

Janny de Heer wordt geïnterviewd door Romeo Hoost

 

Dat kan goed fout gaan. Meestal wordt in een historische roman de geschiedenis geromantiseerd en verdraaid. Zeker wanneer een historische figuur daarbij een hoofdrol speelt, kan een scheef portret knap hinderlijk zijn. Soms wordt de geschiedenis in detail beschreven zonder dat het verhaal uit de verf komt. Dat wordt dan zoiets als een verkapte historische studie. Janny de Heer weet aan beide gevaren te ontsnappen. Met hulp van archief- en literatuuronderzoek reconstrueert zij de levensloop van Ditrich. Ze schildert een nuchter, niet-geromantiseerd portret van Ditrich en van de vrouwen om hem heen, hun levensverhaal, tegen de achtergrond van het plantageleven in de nadagen van de slavernij.

Het verhaal bevat een verbazingwekkende hoeveelheid informatie hoe het in die dagen toeging op de plantages, waarbij nuances het terecht van generalisaties winnen. Er zijn planters die hun slaven wreed-sadistisch uitbuiten en planters die vormen van begrip aan de dag leggen en een lichter regiem voeren. We worden geïnformeerd over ziekten, conflicten, straffen, omgangsvormen, relaties en de vele discussies over de toekomst van het land als de slavernij zal zijn afgeschaft. We krijgen een beeld wat er op de plantages verbouwd werd en waarom het goed of niet goed ging, hoe men er woonde, hoe de huishouding eruit zag, hoe over de rivieren werd gereisd en, last but not least, hoe en waarom zoveel slaven wisten te ontvluchten, terwijl anderen de voorkeur eraan gaven te blijven. Schokkend is hoe de machthebbers er vaak in slaagden een gevluchte slaaf in de gaten te houden om hem of haar soms jaren later alsnog genadeloos te straffen. We lezen over de dagen van de afschaffing van de slavernij, de onzekerheid die dat met zich meebracht voor vrijwel iedereen, de euforie en de verstandige en onverstandige keuzes die zowel de ex-slaven als de blanke elite maakten. Een helder en objectief tijdsbeeld is het resultaat. Uiteraard zullen sommige feiten ontbreken en zal er discussie zijn of een bepaalde nuance niet een uitzondering betrof die een regel had kunnen bevestigen. Maar zonder selectie geen verhaal. De auteur wekt echter de indruk zeer consciëntieus te hebben gewerkt.

 

Daarnaast leren we de situatie te zien door de subjectieve ogen van individuele personen. Op de eerste plaats de ogen van Ditrich. De ietwat onzekere hoofdpersoon die het weliswaar goed meent met de mensen, maar die ook zijn eigen belangen kent en niet altijd in staat is de gevolgen van zijn daden te overzien. Als hij een kind heeft verwekt bij een slavin, Candasie, met wie hij het goed kan vinden en tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken, haast hij zich naar Paramaribo om de jonge Heinrich vrij te kopen (de zogenaamde manumissie die in die dagen 250 gulden kostte, wat ongeveer neerkomt op een equivalent van 10.000 euro vandaag de dag). Als hij terugkeert naar de plantage en haar verheugd meedeelt dat haar zoon nu een vrij mens is, wordt hem dat helemaal niet in dank afgenomen. Een slavin mag immers geen vrij mens opvoeden. Dat betekent onherroepelijk een scheiding van moeder en kind. Daar wordt dan wel weer een mouw aangepast, maar gemakkelijk gaat het niet. Zo worden hoofdpersoon en lezer geleidelijk aan vertrouwd met de soms idiote en vaak kwaadaardige absurditeiten van het systeem.

Ditrich vervult verschillende functies, reist veel en gaat tenslotte duurzaam samenwonen met een dochter van Candasie, Caroline. Ze krijgen vijf zonen die in de loop der jaren allemaal vrijgekocht worden, evenals Candasie en Caroline. Tenslotte trouwen Ditrich en Caroline. Nog weer later wordt Ditrich in de gelegenheid gesteld eigenaar van een plantage te worden. Geen moment wordt hij als een held voorgesteld. We leren hem kennen als een mens met zwakheden, kortzichtige ambities en knulligheden. Ook als iemand met een geheim, want hij houdt het vaderschap van Heinrich voor iedereen verborgen. Dit blijkt een continu aanwezige donkere ondertoon in zijn toch reeds ongemakkelijke leven. Pas op zijn sterfbed realiseert hij het zich.

Slavernij

 

Ook kijken we door de ogen van Candasie en van Caroline en worden we ons bewust van hun visie op het complexe plantage-gebeuren, als slavin en later als vrije vrouw. We zien hoe ze iets van de moeizame omstandigheden proberen te maken. We maken kennis met hun illusies, teleurstellingen en blije verrassingen. De auteur roept het plantageleven dermate beeldend op dat het is alsof het de leefomgeving van de lezer is. Af en toe veroorlooft ze zich romantische zoetsappigheden, maar die blijven gelukkig binnen de perken en ondergraven de geloofwaardigheid van het verhaal niet.
Wel ontbreken er enkele perspectieven. We leren het plantageleven niet zien door de subjectieve ogen van de kwaadaardige planter, of door de ogen van slavinnen die worden belazerd en uitgebuit en evenmin door de ogen van mannelijke slaven. We worden over hen geïnformeerd, uitvoerig zelfs, maar daar blijft het bij. Echter, de lezer zal niet zoveel moeite hebben zich daarvan een voorstelling te maken.

Merkwaardig is dat er weinig aandacht is voor de rol van de kerken, die juist in de periode dat Ditrich leefde veel activiteiten op de plantages ontplooiden, met name de Evangelische Broedergemeente. De kerken worden genoemd en Ditrich en Caroline trouwen zelf in de Lutherse kerk, maar veel horen we niet hierover. Dit is dunkt mij een gemis. De rol van de kerken is van enorme betekenis geweest voor heel veel ex-slaven en voor het verdere verloop van de geschiedenis van Suriname.

 

Afgezien van deze beperkingen is het een schitterend, overtuigend en zeer informatief boek. De uitgever zou er goed aan doen bij een volgende druk (het is te hopen dat veel drukken zullen volgen) een kaart van de omgeving van Paramaribo toe te voegen zodat de lezer zich een beeld kan vormen waar de plantages die in het boek voorkomen, hebben gelegen of nog liggen. Ook verdient het aanbeveling om bij de uitvoerige lijst van gebruikte bronnen in het kort aan te geven welke bijdrage deze bronnen hebben geleverd.
[uit Amigoe-Ñapa, 28 oktober 2013]

“Een droom die ik heb”

Testament
Ik ben geen fervente kerkganger, maar zou meneer de pastoor toch nog wat woorden kwijt willen aan mijn graf, zeg hem dan dat ik zei, dat hij aan alle aanwezigen aangeeft, dat ze minder moeten zeuren en meer van elkaar moeten houden.
 
 

Caraïbisch boekenprogramma met voordrachten, interviews, beeld en muziek

Onder de titel ‘Een droom die ik heb’ organiseert Uitgeverij In de Knipscheer op 13 oktober een gevarieerd boekenprogramma met schrijvers uit of over de Antillen. Eric de Brabander komt over uit Curaçao en presenteert zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Van Nydia Ecury, geboren op Aruba in 1926 en in 2012 overleden op Curaçao, verschijnt haar eerste nog door haarzelf samengestelde Nederlandstalige gedichtenbundel Een droom die ik heb. Over het 19de eeuwse Suriname publiceert Janny de Heer haar grote historische roman Gentleman in slavernij. Karin Lachmising komt speciaal uit Suriname voor de lancering van haar debuut, de gedichtenbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.
Michael Slory. Foto © Ruth San A Jong
Rogeria Burgers houdt haar documentaire cd Aan de waterkant ten doop met een bijzonder interview met de grote Surinaamse dichter Michael Slory.
Dit alles wordt muzikaal omlijst door de groep FTTP (Flower to the People) van de (van Surinaamse komaf zijnde) gitarist/componist Frank Ong-Alok. Van hem verschijnt dan het prentenboek-met-cd Bloemies.
Datum: zondagmiddag 13 oktober 2013, zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.15 uur
Locatie: Theater van ‘t Woord OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Frank Ong-Alok. Foto © Wim Stad

 

Presentatie Franc Knipscheer, interviews Peter de Rijk
Reserveren kan uitsluitend door overmaking van € 5,00 op ING bank 3647173 t.n.v. Uitgeverij In de Knipscheer o.v.v. uw e-mailadres.
Na afloop signeren de auteurs voor belangstellenden hun boeken.
Uw kaarten liggen voor u klaar op zondag 13 oktober vanaf 14.00 uur bij Theater van ’t Woord (7de etage)
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter