blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Hajary Majoie

Een verloren dochter van Suriname

Componiste en pianiste Majoie Hajary (1921-2017) bleef in haar hart Surinaamse, ook na haar huwelijk met Fransman Roland Garros.

door Paul van der Steen

read on…

Postuum: Majoie Hajary

door Chandra van Binnendijk m.m.v. Robertine Romeny

Oudere Surinamers herinneren zich haar optredens nog goed. Zij hoorden voor het eerst Chopin of Brahms live vertolkt worden. Surinaamse musici roemen haar kwaliteiten. Ze steken haar composities hoog de lucht in, niet in het minst omdat zij elementen van de verschillende culturen uit haar geboorteland heeft verweven met klassieke thema’s. read on…

Componiste Majoie Hajary overleden

Gisteren, 25 augustus 2017, is in Parijs op 96-jarige leeftijd overleden de componiste Majoie Hajary. Hajary heeft een groot aantal composities op haar naam staan, waaronder een oratorium over de lijdensweg van Christus Da Pinawiki, en een kleine opera op haar eigen Franse tekst, oorspronkelijk geheten La larme d’or [De gouden traan], waarvan een poëtische vertaling bestaat in het Sranan, Na Gowt’ Watr’ Ai. read on…

Majoie Hajary, een muzikale mythe uit Suriname

door Nico Eigenhuis

16 augustus 2011 is de 90-ste geboortedag van Majoie Hajary, over wie Carry-Ann Tjong-Ayong op 19 februari reeds het nodige schreef op de caraibischeletteren blogspot. Een kleine zoektocht op het internet levert een schat aan informatie op met betrekking tot haar carriere, waaronder juichende verslagen van optredens over de gehele wereld.

Helaas is echter nog niet algemeen bekend binnen en buiten de Surinaamse gemeenschap dat ze verantwoordelijk was voor het werk La Passion selon Judas, met de Franse trompettist Roger Guerin (die ooit speelde in het orkest van Quincy Jones). En helaas is bij bijna niemand meer bekend dat haar werk Da Pinawiki jaarlijks met Pasen te zien was op de Surinaamse TV. Ook weet bijna niemand dat haar werk is gebruikt in Pim de la Parra’s Surinaamse film-klassieker Wan Pipel met Borger Breeveld en Willeke van Ammelrooy. Kennelijk leveren de inspanningen van mensen als Liesbeth Peroti om haar werk onder de aandacht te brengen nog altijd niet voldoende aandacht op. Reden te meer om de prachtige -inmiddels 5 jaar oude- radiouitzending van de NPS over Majoie Hajary weer eens onder de aandacht te brengen. Die is gelukkig nog altijd te beluisteren op deze link

Veel luisterplezier !

Majoie Hajary

door Carry-Ann Tjong-Ayong
.
De familie
.
Ze had maar een dochter, Carolina Beatsheba Andresa Essed. Verder had ze zeven zonen en waren er een paar babies vroegtijdig gestorven in het kraambed. Maar haar Willemientje was haar gudu. Ze was flink en intelligent, vrolijk en opgewekt. Carolina had graag meer van zulke dochters gehad.
Al vroeg ging Willemien na school werken en hielp ze de jongere broers grootbrengen. Die waren dol op zus Mien, die tegen alle verwachtingen in, trouwde met een Hindoestaan, een vooruitstrevend economisch expert, die zijn handtekening op nieuwe bankbiljetten mocht zetten. Wij, de neefjes en nichtjes, kregen allemaal een gesigneerd tientje van hem. Hij was bovendien erg muzikaal en speelde viool. Paake werkte bij het ministerie van Financien en was Statenlid.Ze kregen drie beeldschone dochters, begaafde meisjes, even muzikaal en creatief in dans en theater als de trotse ouders. Maake en Paake vormden een centrum van gezelligheid en feesten in hun hoekhuis aan de Grote Hofstraat 1, met het balkon rondom.
De dochters
.
Majoie Marie, Rieke, genoemd, was de oudste van de drie. Zij werd geboren op 16 augustus 1921 te Paramaribo, en was de trots van haar jonge ooms. Op de familiefoto’s zie je hen allemaal gegroepeerd rond Ouma Carootje.Al jong bleek ze zeer muzikaal en werd ze naar Nederland gestuurd waar ze aan het conservatorium van Amsterdam piano en compositie ging studeren bij de docenten Wagenaar en Andriessen. In 1943 behaalde ze daar haar diploma en tevens de Eerste Prijs voor haar pianospel. Dit succes opende de wereld voor haar. Ze gaf concerten in Amsterdam, Praag, Wenen, New York, Caracas, Berlijn, en Tokio. Met haar Indiase uiterlijk was zij een opvallende verschijning in haar elegante kleurige sari. De ooms waren lyrisch, de neefjes en nichtjes keken vol ontzag naar haar op als ze in Suriname concerten kwam geven. Zij was de trots van de familie, deze muzikaal begaafde grote nicht.

Recensies uit die tijd roemen haar talenten
Haar vermogen de klassieke muziek van haar opleiding te verbinden met de veelkleurigheid van de muziek van haar afkomst, India, Afrika, Zuid-Amerika, en ook de jazz. Als enige componist slaagde zij er in een transcriptie te maken van de Indiase raga’s. Zij heeft er interessante LP’s van opgenomen. Zij was als pianiste bevriend met Alicia de Larocha. Het concertpubliek werd voortdurend geïmponeerd door haar magistrale interpretaties van klassieke werken, de moeilijke toccata van Schumann, het concert opus 16 van Grieg, het 3e van Beethoven of het 1e van Liszt.

Nadat de jonge pianiste reeds een zekere reputatie verworven had, kwam zij in 1948 op bezoek in Suriname, en gaf er enkele recitals, met groot succes.

We hoorden dat zij in 1950 naar Parijs verhuisde, om compositie te studeren bij Nadia Boulanger en Louis Aubert (compositie), Annette Dieudonné (contrapunt) en Yves Nat (piano). Zij trad er in het huwelijk met de gelijknamige neef van de oorlogsheld en vliegenier Roland Garros, zoon van een bekende Franse industrieel en ondernemer, die directeur was van Air France. Zij kregen een dochter Zita, en een zoon Sébastien.

Legendarisch zijn de verhalen in de familie
Dat Roland zijn eigen vliegtuig bouwde op het balkon en daarmee naar Amsterdam vloog. Dat Majoie en hij een speciaal hoedje hadden, dat zij opzetten, als ze niet aangesproken wilden worden, om hun privacy te garanderen.
Dat Majoie die voortdurend componeerde, de ooms en neefjes en nichtjes uitnodigde om haar composities te zingen. Zo werd bijvoorbeeld Da Pinawiki fu Jezus geoefend. dat zij schreef in de jaren zestig, met teksten uit de Srananvertaling van de Bijbel. De uitvoering hiervan werd met familie opgenomen en in de lijdensweek voor Pasen uitgevoerd.

.


Later bereisde zij met haar echtgenoot de halve wereld, verbleef in India, op Madagascar en in Japan, maar keerde telkens weer terug naar Frankrijk, dat haar basis was geworden.

Door de gemeenschappelijke interesse voor yoga correspondeerde zij met de violist Yehudi Menuhin en zij kwam er toe hierover een boek te schrijven, Yoga voor de pianist. Deze handleiding voor pianisten van uiteenlopend niveau heeft ten doel de dagelijkse studie tot een minimum te beperken. Door het oefenen van de vele yogahoudingen en technische patronen zal de pianist een solide techniek aanleren en zich op ontspannen wijze snel nieuwe muziekstukken eigen kunnen maken.
Yedhudi Menuhin zegt over dit boek: ‘Ik vind het heel interessant te zien hoe het principe van yoga kan worden toegepast op elke menselijke activiteit, in het bijzonder wanneer het fysieke, intellectuele en spirituele samengaan. De erkenning dat ons bewustzijn tot stand komt via onze zintuigen en ons lichaam is de belangrijkste bijdrage die yoga levert aan het westers denken, dat aanneemt dat ons lichaam louter een belemmering is voor ons denken. In werkelijkheid zijn lichaam en geest één en “denken” wij ons lichaam zoals ons lichaam onze gedachten leeft.’ (Uitg. Strengholt, paperback).

In Surinaamse kring is een van haar bekendste werken Perun-Perun, variaties op een bekend Surinaams kinderliedje. In 1994 voerde zij dit werk nog uit op een concert van het Surinaams Muziek Collectief in Den Haag.

“Majoie Hajary is echter veel meer dan alleen de verbinding met haar geboorteland Suriname. Wie kennis neemt van haar indrukwekkende oeuvre, spreekt met recht over een Grande Internationale Dame,” zegt Anton Jie Sam Foek in een interview met haar. Ze had een jet-set-achtig leven en reisde de hele wereld af met haar echtgenoot, terwijl ze muziek schreef en uitvoerde. Maar zij is altijd in de schaduw van de publiciteit blijven staan. “Alles wat ik doe, is voor Suriname, daar is mijn ziel en mijn ziel is in deze muziek,” zegt zij zelf.

John Leefmans schreef over haar: “Bij het concert van het Centrum Nederlandse Muziek in de Beurs van Berlage in 1996, bracht de pianiste Marjès Benoist enkele van Hajary’s pianocomposities ten gehore.” Hajary heeft een groot aantal composities tot stand gebracht, waaronder een oratorium Da Pinawiki, en een kleine opera op haar eigen Franse tekst, oorspronkelijk geheten La larme d’or [De gouden traan], maar sinds er een poëtische vertaling van bestaat in het Sranan, kan men dit werk beter Na Gowt’ Watr’ Ai noemen. Deze nieuwste, in vier talen vertaalde opera, werd enige jaren geleden in Montenegro opgevoerd.

Het is ietwat ironisch, dat Hajary, die zich nooit heeft laten voorstaan op het feit dat zij Surinaamse is, die zelfs toestond dat men haar terwille van de publiciteit vaak als Indiase vermeldde en uitbeeldde, en dat men haar roemde vanwege haar pogingen Indiase en westerse muziek te kruisen, dat juist zij in haar werk motieven en melodieën verwerkt uit de creoolse volksmuziek. Desondanks, en ondanks haar vroegere successen in de wereld, is het werk van Majoie Hajary met name onder Surinamers onvoldoende bekend. Helaas ontbreekt het aan de middelen om op afzienbare termijn bijvoorbeeld het oratorium of de opera te laten opvoeren, of een geacheveerde opname van deze stukken te laten maken.

Er zijn ook CBS-grammofoonplaten met haar composities, waaronder Requiem voor Mahatma Ghandi en Ragas in Tumri-style.

Belangrijkste composities:

Concert pour piano et orchestre; Hindoustani fantaisie (première door het Concertgebouworkest Amsterdam; uitgave Broekmans & Van Poppel, 1943);
La Flûte de Jade (stem, 2 fluiten, altviool, cello, 1954);
Play Koto (Tokyo, 1965)
– samen met Roger Guerin schreef zij La Passion selon Judas, een groots oratorium, dat door CBS in 1975 werd opgenomen;
– Liederen (in het Duits, tekst van Helle Von Heister, Unesco Paris, 1950);
New Sound From India (CBS, 1967);
Requiem pour Gandhi (CBS, 1968);
Chants du Gita Govinda (Chants du monde), tekst van Marguerite Yourcenar, gelezen door Maurice Béjart, 1974;
Da Pinawiki – oratorium, jaarlijks gezongen met Pasen in Paramaribo, 1975;
La Passion Selon Judas (CBS, 1975);
Variations 87X1, 1976;
Blue Râga pour piano et orchestre, 1977;
La Larme d’Or – opéra en un prologue et trois actes, 1996;
Râga du Prince; “il ritratto dell’amore”, gespeeld door Egon Mihajlovic en Jeremias Schwarzer (Cybele, 1999).

Boekpublicaties:

Le Yoga du Pianiste, Paris 1987, réédité en 1991 (Sedim éditeur), vertaald in het Nederlands (Strengholt-Naarden, Den Haag 1989);
L’Art du Piano, une méthode à la portée de tous, Paris 1989 (Choudens éditeur, ID Musique);
La forme du Râga, Paris 1991.

Vertalingen uit het Nederlands in het Frans:

La Planification du Professeur Jan Tinbergen, Prix Nobel (Univers de la connaissance-Hachette – Paris 1967);
Max Havelaar de Multatuli (Edouard Douves Dekker) premiére traduction en France (les précédentes étant belges) (éditions universitaires – Paris 1968);
Télémaque au village de Marnix Gijsen (éditions universitaires – Paris 1969);
Les plantes du monde de H. De Witt (Hachette, 3 tomes, Paris 1966-1968-1969);
Peuples et coutumes en voie de disparition : l’Afrique Noire de G. Pubben et C. Gloudemans (Grund-Paris 1979).

Fragmenten van een interview dat Benny Ooft van de Wereldomroep in de lijdensweek van 1972 met Majoie Hajary maakte, zijn op You Tube te horen. Verder sprak Anton Foek met andere personen uit de Surinaamse muziekwereld, zoals Mavies Noordwijk, John Leefmans, Fine Kenswil en John Helstone. De gesprekken zijn aangekleed met fragmenten uit het werk van Majoie Hajary.

Dat ook haar jongste zus, Jetty Hajary, pianiste werd is minder bekend, al trad ook zij op in het CCS (Cultureel Centrum Suriname) van de jaren ’50. Zij was getrouwd met schilder-beeldhouwer Erwin de Vries en met dirigent Harmen Haakman. Zij woont al jaren in Canada met haar drie kinderen en is daar muziekpedagoge.

De middelste van de drie talentvolle zussen, Toetie Hajary, bekwaamde zich in klassieke Indiase dansen en werd tevens bekend als actrice. Samen met haar man Wim van Binnendijk trad zij vaak op in Theater Thalia. Haar oudste dochter Ilse-Marie Hajary werd een bekende balletdanseres. Ook de tweede dochter Chandra van Binnendijk werd bekend door haar vele publicaties over kunst en literatuur. De twee jongste kinderen wonen in Nederland.

De familie Hajary zal echter nog lang van zich doen spreken.

Een muzikale trip anno 2010

door Nico Eigenhuis

Amsterdam, Brussel, Oranjestad, Paramaribo

Brazilian jamsessies (Amsterdam april 2010)
Door de Surinaamse pianiste Ferial Karamat Ali wordt in de Amsterdamse Badcuyp (bij de Albert Cuyp) een wekelijkse jamsessie geleid met steeds wisselende muzikanten als Robert Sordam (zang en toetsen), Glenn Gaddum jr (bas) en Walther Muringen (drums). De sessies bieden jonge muzikanten als zangeres Urcy Miranda de gelegenheid zich ter plaatse te presenteren. Voor wie belangstelling heeft: de sessies starten woensdags om 20.30 uur.

Paramaribop Rejuvenated (Amsterdam mei 2010)

Paramaribop is een Surinaamse jazz-variant met invloeden van o.a. de kaseko-muziek. Op 21 mei 2010 presenteerde Paramaribop grondlegger Pablo Nahar (bas) zijn nieuwe band “Paramaribop rejuvenated” in het Bijlmerparktheater. De band bestaat naast Pablo uit de jonkies Yoran Vroom (drums), Danny van Kessel (piano), Randell Heye (trompet) en Tim West (sax). Gasten die avond waren zangeres Denise Jannah en fluitist Ronald Snijders. In de zaal zaten o.a. Vincent Henar en Robin van Geerke van de band Frafra sound, die er getuige van waren dat het Paramaribop-virus een nieuwe generatie muzikanten heeft bereikt.

Bon Voyage (Brussel mei 2010)
Het is geen toeval dat in Brussel de film White material draait over een blanke plantagehoudster (Isabelle Huppert), en dat gelijktijdig de Congolese zanger Sam Mangwana optreedt in het Amsterdamse Tropeninstituut; 50 jaar onafhankelijk Congo leidt namelijk tot de nodige activiteiten. De CD Bon voyage die ik bij de Media Markt in Brussel koop is van het Ry-co label; het bevat opnamen van Congolese Rumba/Soukous muzikanten die eind jaren zestig in het Caribisch gebied actief waren en daar de huidige Zouk introduceerden. Anno 2010 is er wel meer kruisbestuiving op muzikaal gebied , bijvoorbeeld in de Champeta, een mix van Soukous met Colombiaanse stijlen als Cumbia en Vallenato.

Padu Lampe (Aruba juni 2010)
De Arubaanse pianist Padu Lampe, ook wel bekend als Padu del Caribe werd 26 april 2010 maar liefst 90 jaar, reden om zijn hele straat af te zetten in verband met de feestelijkheden. Padu heeft een interessant levensverhaal en speelde met alle muzikale grootheden uit de regio. Hedentendage is hij een inspiratiebron voor een nieuwe generatie Antilliaanse muzikanten, zoals bijvoorbeeld de Curaçaose pianist Randal Corsen.

Chopin (Aruba juni 2010)
Jan Brokken schreef het boek (met CD) Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Ik zou zeggen koop het boek, lees het en geniet daarbij van de tijdloze muziek van o.a. Wim Statius Muller een toppianist van 84 jaar waarover een dezer dagen een documentaire verschijnt. Overigens is Chopin thans ook een inspiratiebron voor de Surinaamse pianiste/zangeres Lisibeti (Liesbeth Peroti) die zijn Prelude speelt op haar intrigerende CD Sounds of my soul.

Euson (Aruba juni 2010)
Door Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis is van de zoetgevooisde Arubaan Euson een cultheld gemaakt, tijdens de zogenaamde Nacht van de Nederpop. Deze in de jaren zeventig actieve zanger scoorde hits als bijvoorbeeld Leon en gaf Joni Mitchell’s Both side now een ultieme uitvoering. Wie nog eens naar zijn muziek luistert kan Matthijs en Leo wel begrijpen.

Surinaamse Rock (Aruba juni 2010)
Een aparte ontmoeting op Aruba is die met de aldaar woonachtige Surinaamse gitarist Ricardo Tjon Man Tsoi. Hij heeft als onverwachte muzikale helden gitaargrootheden als Yngwie Malmsteen en Pat Metheny. De band waar Ricardo kwa stijl wellicht het best bij past is de Surinaamse rockband Apoplectic met zangeres Audrey Bakrude. Apoplectic speelde in Paramaribo als voorprogramma bij de Nederlandse band De Dijk.

Partybus (Aruba 2010)
Naar aanleiding van het superromantische huwelijk van nichtje Naomi met haar Paul stappen we in de Kunuku Partybus (iets soortgelijks is er inmiddels trouwens ook in Suriname). Lekker meebrullen met hits als Tonight’s gonna be a good night, Who let the dogs out en I love rock and roll levert ons een aanhouding op van de politie te fiets. Lachend verzoeken ze ons harder te zingen en meer te schudden met de maracas. Dat het er heftig aan toe kan gaan is ook op youtube te zien, check daarvoor de videos op “Kukoo Kunuku Party Bus”.

Branti Maka (Aruba juni 2010)
Het optreden van de Surinaams/Javaanse band Branti Maki is een mooie voorbereiding op de vervolgtrip naar Suriname. Ik vraag ze om Ragmad Amatstam’s Mi lobi Sranan te spelen, hetgeen ze uiteraard feilloos doen. Al jaren zijn op de Antillen Surinaamse muzikanten te vinden, een van de succesvolste was/is Hortance Sarmaat.

Izaline (Aruba juni 2010)
Op de luchthaven van Aruba staat Izaline Calister met haar band. Ze heeft een optreden verzorgd in het Casa di cultura. Izaline heeft inmiddels 5 CD’s op haar naam en had op de Antillen een nummer 1 hit. Met haar bespreek ik de beperkte beschikbaarheid van CD’s van mensen als Oswin Chin Behilia, Doble R., Edgar Palm en Rudy Plaate. Gelukkig is het werk uit de jaren vijftig in goede handen bij muziekrestaurateur Tim de Wolf (foto links). Hij verzamelde het nodige prachtige werk op de CD Riba Dempel.

Mi kondre tru (Paramaribo juni 2010)
Naast Trefosa’s (Henny de Ziel) officiële volkslied Opo kondreman is er het lied Mi kondre tru (mijn ware land) van de Surinaamse klassieke pianist Johannes Nicolaas Helstone (foto rechts). Jarenlang heb ik geklaagd dat dit lied op geen enkele CD is te vinden, dit bleek ten onrechte te zijn. In 2004 bracht de jazz-pianist Sonny Khoebal het al uit onder de titel Na bun fu yu.

Time Out (Paramaribo juni 2010)
Nog altijd speelt vrijdagsavonds – m.u.v. de laatste vrijdag van de maand – in cafe Rumors bij Krasnapolski de band Time Out een sessie onder leiding van gitarist Jim Westfa. Zoals te doen gebruikelijk kan ik de verleiding niet weerstaan om wat liedjes te zingen. Dit keer zijn het Mi kanto en Poenta. Het levert me in dit geval zelfs een lokale fan op. Hij vindt het echt leuk wat ik doe, en ik vraag me even af of het al tijd wordt om eens iets uit te brengen (maakt u zich geen zorgen).

Owru Poku Man (Paramaribo juni 2010)
Met Carline als sponsor en Henk van Vliet als presentator worden de oude Surinaamse muzikanten in het zonnetje gezet. Muziekdocumentaires over en optredens van mensen als Oscar Harris, Max Nijman en de 86 jarige Johnny de Miranda trekken de nodige bezoekers en leveren veel enthousiasme op.

Pop java (Paramaribo juni 2010)
Door Podiumkwakoe werd eens een middag georganiseerd met de belangrijkste Javaans-Surinaamse zangers, Ragmad Amatstam, Eddy Assan en Oesje. Ze bekenden eerlijk destijds een popvariant te hebben geïntroduceerd om in Suriname een groter publiek aan te spreken. Ze kunnen in Suriname inmiddels niet meer gewoon over straat, maar door alle originele kopieën heeft het ze weinig geld opgeleverd. De band Kasimex zien we in de Wilhelminastraat een succesvol optreden verzorgen tijdens vaderdag. Het levert mij de lastige vraag op waar het lied Rosina toch vandaan komt.

Henk MacDonald & Friends(Paramaribo juni 2010)
Surinames muzikaalste dokter komt mij bij aankomst en vertrek op mijn logeeradres opzoeken. Ik bezoek uiteraard zijn optredens op de laatste woensdag van de maand bij Torarica en laatste vrijdag van de maand bij Rumors (hij neemt dan de plek in van vaste band Time Out). Belangrijke troef in zijn band is zanger Rudolf Heidanus, die moeiteloos liedjes als Tell it like it is en How can you mend a broken heart vertolkt.

Fete de la Musique (Paramaribo juni 2010)
Jaarlijks wordt ook in Suriname het Franse muziekfeest Fete de la Musique gehouden. Speciaal daarvoor worden Frans-Guyanese bands ingevlogen en de binnenstad afgezet. Ik zie in dit verband o.a. de lokale Jantje Smit Damaru en Suriname’s top-band Naks Kaseko Loko.

Majoie Hajary (Amsterdam juli 2010)
Na mijn vakantie ontvang ik thuis van het IISG een exemplaar van het werk Le passion selon Judas van de nu 89 (?) jarige Majoie Hajary. Hoewel het wat piept en kraakt ben ik dolgelukkig dat ik dit werk ontvang van deze nu ook in Suriname alom erkende pianiste. Haar muzikale erfgoed is bij Liesbeth Peroti in goede handen. Naast de tribute-avond in Thalia zorgt ze eerstdaags ook voor een muziekbundel rond Majoie’s werk Da Pinawiki.

De culturele oogst:
1. CD Padu del Caribe (Padu Lampe)-Receurdonan Stima bij CD’s & more Aruba
2. CD Euson – the best of bij Disco Amigo Paramaribo
3. CD Lisibeti (Liesbeth Peroti – foto links) – Sounds of my Soul bij Virolastraat 63 Par’bo
4. CD Eddy Assan en Silvy bij Javaanse markt Par’bo
5. CD Oesje – the best of bij Javaanse markt Par’bo
6. CD Sonny Khoeblal – Wings of Peace bij Faranaz HermitageMall Par’bo
7. CD Man Tosi (Ricardo Tjon Man Tsoi) op Aruba
8. DVD Spokendansen en Land te koop (revisited2010) bij Apintie Par’bo
9. Boek Het Kamp van Broos en Kaliko (over Roorak) bij Vaco Par’bo
10. CD Majoie Hajary – Le passion selon Judas bij IISG Amsterdam
11. CD Bon Voyage bij Media Markt Brussel

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter