blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Haasse Hella

Hoe Nederland Indië leest

Op vrijdag 6 juli 2018 verdedigt Lisanne Snelders haar proefschrift Hoe Nederland Indië leest aan de Universiteit van Amsterdam. Zij onderzoekt aan de hand van de literaire cultuur de veelvormigheid van de herinnering aan Nederlands-Indië en legt de politiek bloot van de herinnering aan Nederlands-Indië. Ze stelt dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is. Verschillende perspectieven op de geschiedenis worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst. Snelders bestudeert de compartimentalisering aan de hand van drie auteurs: Hella S. Haasse, Tjalie Robinson en Pramoedya Ananta Toer. read on…

Hella S. Haasse 99 jaar

door Peter van Zonnveld

Vandaag zou Hella S. Haasse 99 jaar zijn geworden. Meer dan dertig jaar ben ik met haar bevriend geweest. Ik herinner me haar als de jonge vrouw die optrad in het televisieprogramma ‘Hou je aan je woord’, begin jaren zestig. In 1980 leerde ik haar kennen toen we samen een boek zouden maken over begraafplaatsen. Dat boek kwam er niet, maar het contact bleef. Al die gesprekken, vooral over Indië, bij haar thuis of voor een gezelschap toehoorders. Ze trad graag op in onze kring van Indische Letteren, want Indië en Indonesië betekenden veel voor haar. read on…

Komend weekend: Winternachten!

Van 19 tot en met 22 januari vindt Writers Unlimited – Winternachten Festival Den Haag plaats. Dit jaar is het thema van het festival ‘Keep on Dreaming’ een knipoog naar de dromers, de gelovers in utopieën, de najagers van idealen, dat is het thema van het Writers Unlimited – Winternachten Festival. Schrijvers uit Nederland en ver daarbuiten spreken zich uit over hun dromen, ze dromen met ons over vrijheid en hoe die verwezenlijkt kan worden. Writers Unlimited – Winternachten Festival biedt een mengeling van actualiteit en literatuur, muziek en film in een gevarieerd programma in Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag en dit jaar kunt u voor het eerst op vrijdag en zaterdag eten in het theater. Bijna 100 schrijvers, journalisten, presentatoren en musici uit de hele wereld treden op.

 

Winternacht 1 biedt een grote variatie van literaire programma’s, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag. Met een kaartje kunt u bij alle programma’s vrij in – en uitlopen.

Vanavond vertellen Tommy Wieringa, Nazmiye Oral en Kader Abdolah in De Hollandse lente hoe ons land er uit zou kunnen zien, buigen Bas Heijne en de Britse filosoof John Gray zich over de vraag of wij van elkaar moeten houden en schreeuwen schrijvers hun woede van zich af in Mad as Hell.

Meer hoogtepunten: How to be a Dictator in Africa, Wet Dreams on a Winter’s Night, de debutanten van Extaze, Nigeria and Oil: The Novel and the Movie. U kunt naar de indringende film over de Groene Revolutie in Iran (The Green Wave) en naar het ontroerende The Glass House over een uniek rehabilitatiecentrum in Teheran. Er is muziek van Ghalia Benali, de Batiband en Trio Koenijn en in de foyer kunt u Cubaans leren dansen.

Winternacht 2 biedt een grote variatie van literaire programma’s, muziek, film en dans in de zalen en foyer van Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag.

De avond begint met de opzwepende klanken van het Ghana Community Choir. In Schatgravers horen we Arthur Japin, Annejet van der Zijl en Said el Haji over de inspiratie die zij vinden in de geschiedenis. Adriaan van Dis praat met een Indonesische en een Zuid-Afrikaanse schrijfster over Vergeven of Vergeten. Robert Vuijsje is te gast in Lust and Colour en in Burger King of Burgerschap gaat het over het ‘burgervertrouwen’.

De Surinaamse auteurs Karin Amatmoekrim, Anil Ramdas, Sheila Sitalsing en Noraly Beyer spreken over hun dromen voor Suriname, we spelen het Groot Dubbelspel Vertaalspel met Frank Martinus Arion, er treden hele jonge dichters op in Who’s Afraid of Youth en dit jaar zijn er stripschrijvers/tekenaars als Peter Milligan en Inge Heremans te gast in het programma Comics and Taboos.

U kunt naar de film, o.a. naar de aangrijpende documentaire die Cindy Kerseborn maakte over Edgar Caïro, een boek of wat uitzoeken bij de stand van Paagman in de foyer of naar VPRO de Avonden live, waar Willem Jan Otten en de andere genomineerden van de VSB Poëzieprijs te gast zijn.

Het festival eindigt op zondagmiddag 22 januari in de Koninklijke Schouwburg met de Hommage aan Hella, een feestelijke bijeenkomst waarin leven en werk van Hella Haasse worden gevierd, met o.a. optredens van Loes Luca en Willem Nijholt. Aansluitend worden de Jan Campert-prijzen van de Gemeente Den Haag uitgereikt, waaronder de Constantijn Huygens-prijs.

Willem Nijholt schrijft Hella Haasse

Acteur Willem Nijholt begon enkele jaren geleden met het opschrijven van zijn herinneringen aan zijn kindertijd in Nederlands-Indië. Hij schreef zijn herinneringen op in brieven aan de schrijfster Hella S. Haasse. Deze brieven worden gebundeld en verschijnen in augustus in het boek Met bonzend hart; Brieven aan Hella S. Haasse. Dat heeft uitgever Querido vrijdag bekendgemaakt.

Nijholt (1934) schrijft onder meer over zijn ervaringen in een Japans interneringskamp tijdens de oorlog, over zijn leven als acteur en over zijn liefdes. Haasse (1918) en Nijholt zijn allebei geboren op Java en hebben hun jeugd doorgebracht in Nederlands-Indië. In 2009 droeg Nijholt voor uit Haasses beroemde boek Oeroeg tijdens de campagne Nederland Leest. (ANP)

[uit Trouw, 25/02/11]

Het postkoloniale Indische debat

door Alfred Birney

Het probleem met het postkoloniale debat in Nederland is dat er geen postkoloniaal debat is. Nou klinkt dit wat flauw, dus ik zal het wat genuanceerder zeggen: het postkoloniale debat in Nederland is afhankelijk van incidentele oprispingen bij de aandacht voor de Indische, Surinaamse en Caribische literatuur en, breder getrokken, voor boeken afkomstig van immigranten en hun nazaten. Wie wil weten wat koloniale en postkoloniale literatuur behelst, moet lezen Europa Buitengaats; koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen onder redactie van Theo D’Haen.

Onlangs trok een nieuw Indisch boek de aandacht van recensenten, onder wie er velen zaten die dachten dat het wiel was uitgevonden. Het boek is van Eveline Stoel, getiteld Asta’s ogen. Het is een documentair geschreven boek dat toevallig zijn weg vindt naar het grote publiek. Ik zeg toevallig, omdat er jaarlijks tientallen van dergelijke boeken verschijnen, al decennia lang. De meeste van die boeken belanden in de prullenbakken van de redactielokalen, een enkele titel vindt zijn weg.

Boeken als Asta’s ogen hebben als voordeel dat de Indische geschiedenis weer even levend wordt. Ik zeg: even. Want die geschiedenis wordt niet werkelijk levend gehouden, althans niet in de officiële canon. Onze beroepslezers hebben beroerd geschiedenisonderwijs genoten en in het kielzog daarvan dus net zulk beroerd literatuurgeschiedenis. Ze hebben geen helder zicht op de verschillen in perspectief tussen blanke en niet-blanke schrijvers uit Nederlands-Indië en de Cariben. Vanzelfsprekend geven zij hun beperkte kennis van de (post)koloniale literatuur door aan hun studenten, die op hun beurt doodleuk boeken als Orpheus in de dessa en Oeroeg hoogtepunten noemen in de Indische literatuurgeschiedenis.

Let wel: het gaat hier niet over smaak, maar over perspectief. Een voorbeeld hiervan is de kritiek van Tjalie Robinson op Oeroeg, een stuk geschreven in 1948. Dit stuk, vol met sterke argumenten, heeft nooit enige invloed gekregen op de smaakmakers van de Nederlandse literatuur. Hoe komt dat?

Dit soort vraagstukken behoren bekend te zijn bij deelnemers aan een postkoloniaal debat. Anders weet je niet waarover het gaat. Afgelopen zaterdag werd er een dergelijk debat gevoerd in Nijmegen, er werd althans een poging ondernomen.

Op het podium nemen plaats Wim Willems, Eveline Stoel, Lizzy van Leeuwen en ik. Gespreksleider is Wim Brands.

Wim Willems zit al 30 jaar met zijn neus in de materie, is biograaf van Tjalie Robinson en ziet soms door de vele bomen het bos niet meer. Eveline Stoel is een nieuwkomer die het zich kan permitteren onbevangen en ongehinderd door een veelheid aan kennis haar zegje te doen. Lizzy van Leeuwen doolt rond in het niemandsland tussen wetenschap en essayistiek en heeft de neiging het gesprek al te technisch voor de toehoorders te maken. Ikzelf doe vooral aan het begin van zo’n debat niets anders dan iedereen maar meteen in de rede vallen omdat ik denk dat ik het allemaal beter weet. Mij wordt herhaaldelijk door Wim Brands ingefluisterd dat ik even mijn mond moet houden en dan gedraag ik me wel. Diezelfde Wim Brands is een journalist (en dichter) met veel ervaring op het gebied van postkoloniale en etnische literatuur. Hij leidt het debat in strakke banen, omdat het anders een gekijf van jewelste wordt.

Dat een dergelijk debat nooit een bevredigend einde krijgt, dat weet je van te voren, al is het maar omdat meer dan de helft van de gesprekstijd opgaat aan het uitleggen van waar het nou eigenlijk allemaal om gaat. Toch zijn dit soort gesprekken zinvol. Want er zijn altijd mensen in de zaal die ermee aan de gang gaan, erover gaan nadenken, ook al hebben ze de helft maar begrepen.

Mijn punt is dat het postkoloniale debat een vanzelfsprekend onderdeel zou moeten zijn van het algehele literaire debat. Dat de postkoloniale geschiedenis als een wezenlijk en onlosmakelijk onderdeel zou moeten worden gepresenteerd van de algemene Nederlandse geschiedschrijving.

Maar ja… ís er überhaupt wel een literair debat? En wordt de canon van de Nederlandse geschiedenis wel écht vernieuwd met dat beetje VOC-gelul dat eraan is toegevoegd? Wanneer zijn we zover dat we vanuit verschillende perspectieven naar onze eigen (literatuur)geschiedenis kunnen kijken?

Wim Willems brak aan het einde van het debat, voor een volle zaal, een lans voor de Turkse schrijver Sadik Yemni, die klaagde dat hij als Turk alleen maar om zo te zeggen over kamelen mag schrijven. Dat vond Wim Brands wel aardig om de avond mee af te sluiten. Nieuw is de klacht van Yemni natuurlijk niet. Ik schreef het al tien jaar geleden in mijn Yournael van Cyberney, een e-zine dat ik later herschreef en in boekvorm liet uitgeven. Dit zeg ik niet uit gelijkhebberigheid. Maar om te illustreren dat conclusies die ooit door schrijvende immigrantenkinderen worden getrokken niet direct door blanke Nederlanders worden overgenomen. Nee, die nemen ook nog eens tien jaar de tijd om tot dezelfde conclusie te komen. En als het even kan brengen ze het alsof het zelf hebben bedacht. Het komt er uiteindelijk toch steeds weer op neer dat je pas wordt geloofd zodra je een heel blank peloton achter je hebt. Een van de weinigen die dat tot dusver voor elkaar kreeg was Salman Rushdie. Maar daarvoor moest ie wel eerst een fatwa over zich heen krijgen. En zo ben ik weer terug bij af bij mijn eerste aflevering van Yournael van Cyberney, tien jaar geleden.

‘n Indisch avondje in Amsterdam

door Lidewey van Noord

Op vrijdag 23 oktober ging Nederland Leest 2009 van start in de OBA. De openingsavond werd verzorgd door de Werkgroep Indische Letteren, aangezien dit jaar Oeroeg van Hella Haasse gratis wordt aangeboden aan de lezer. Hans van Velzen, directeur van de OBA, greep de gelegenheid aan om te laten zien dat ‘Amsterdam boordevol Indië is’. Op de website van de bibliotheek kan je nu zelfs een Indische fietstocht door Amsterdam vinden, die voert langs memorabele plekken die de koloniale herinnering aan het Amsterdamse VOC-verleden tot leven brengen.
.

Het was een Indisch avondje. Pamela Pattynama hield een lezing over Oeroeg (1948) en Sleuteloog (2002), waarin ze aantoonde hoe de vergelijking tussen beide werken niet alleen de ontwikkeling in het denken van Hella Haasse zelf aan het licht brengt, maar ook een metafoor vormt voor de publieke verwerking van een koloniaal verleden. De man van gas en licht van Nicolette Smabers werd gepresenteerd, waaruit blijkt dat Indië nog altijd een hedendaags onderwerp vormt. In de pauze was er spekkoek, Theodor Holman las op bevlogen wijze een brief van Tjalie Robinson voor, en daarna hield Wim Willems een lezing over deze Indo-voorvechter. De avond werd afgesloten met een discussie. Deze discussie werd geleid door Kester Freriks en en Sylvia Dornseiffer en droeg de titel “Ik hoor hier niet bij”, Indische stemmen in de literatuur. Kester Freriks lichtte de titelkeuze toe met de volgende zin: ‘Buitenstaanderschap is een wezenlijk kenmerk van de Indische literatuur.’ Zo verweet de nestor van de Indische literatuurwetenschap, Rob Nieuwenhuys, Hella Haasse bijvoorbeeld dat zij geen goed boek kon schrijven over de Indische samenleving, omdat ze blank was. ‘Voel jij je een buitenstaander binnen de Nederlandse literatuurwetenschap?’ vroeg Dornseiffer aan Pattynama. ‘Heb jij dat gevoel ook, dat je er niet bij hoort?’ Vol overtuiging – en hoorde ik daar lichte verontwaardiging in haar stem? – antwoordde Pattynama: ‘Ik hoor er wel bij! Indië is een belangrijke component van de Nederlandse cultuur en dus ook van de literatuur. Mulisch, Hermans en Reve hebben ook over Indië geschreven.’

De discussie over ‘erbij horen’ ging verder. Over de plek van de Indische literatuur binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis, en vooral het gebrek aan die plek. Over dat het niet mogelijk is in Nederland om tegelijkertijd Indo en Nederlander te zijn. Je moet ergens bijhoren, een keuze maken. Er werd een stukje vertoond uit de documentaire Ik ben een Indo ja, en zo wil ik leven die Ida Does maakte over Tjalie Robinson. In dat fragment kijkt Robinson vol verbazing naar de hoeveelheid spullen die Nederlanders in hun huis zetten: ‘Als ik ooit zo ga leven ben ik verloren.’ Misschien is die worsteling met de betekenis van identiteit wel het belangrijkste kenmerk van de Indische letteren. Een universeel en tijdloos thema overigens, want is dat ook niet waar het in hedendaagse migrantenliteratuur allemaal om draait?

Ik begon me wat ongemakkelijk te voelen, en ik keek eens om me heen. Ik telde nog vier andere blonde mensen in de zaal. Naast mij zaten de oprichters van de website http://www.indisch3.nl/, een weblog voor derdegeneratie Indische Nederlanders. Kennelijk zijn het vooral Indische mensen die de Indische letteren lezen, op zoek naar jeugdherinneringen, of de geschiedenis van ouders en grootouders. In mijn gedachten sprak de geest van Rob Nieuwenhuys mij streng toe: ‘Jij bent zo blank als Hella Haasse, hoe kan jij nou ooit iets goeds schrijven over de Indische letteren?’ Ik was een Nederlandse stem in de Indische literatuur. Ik hoorde er niet bij. En opeens vroeg ik me af: Willen de Indische letteren er eigenlijk wel bijhoren? Als alle Indische auteurs worden opgenomen in een volgende Nederlandse literatuurgeschiedenis, waar zal de discussie dan over gaan? Ik bleek een medestander te hebben in Nicolette Smabers, die heftig zei: ‘Uitzoeken in hoeverre mensen Indisch zijn is muggenzifterij. We kunnen het ook breder zien, de discussie kan over migratie gaan, ook nu zijn er kinderen die tussen twee culturen leven.’ Ik haalde opgelucht adem. Iemand durfde het te zeggen. Als je wilt dat de Indische letterkunde een prominentere rol gaat spelen binnen de Nederlandse literatuurbeschouwing, dan is het nodig om verder te kijken dan kwesties als ‘Hoe Indisch is deze auteur’ en ‘Waarom horen we er nog altijd niet bij’. Dan moet je het over de inhoud gaan hebben. Maar deze avond kreeg ik de indruk dat de Indische letteren zover nog niet zijn. De neiging om het unieke van de Indische literatuur te koesteren en te beschermen is te sterk. Zo noemde Pattynama de schrijfster Maria Dermoût een ‘verborgen juweel’, en daar voegde ze aan toe: ‘En ik weet soms niet of dat moet veranderen, of dat dat zo moet blijven.’ Duidelijker wordt het niet: de Indische letteren willen Indisch blijven, en lijken er nog niet aan toe te zijn om naast spekkoek ook bitterballen te serveren.

[overgenomen van de blogspot De Amsterdamse Lezing]

Al wat je ooit zag of hoorde, is anders

Op 23 oktober – de openingsavond van Nederland leest … Oeroeg – is de Werkgroep Indische Letteren gastprogrammeur van een literaire avond in de Centrale Bibliotheek Amsterdam.
Het tijdschrift Indische Letteren van de Werkgroep Indische Letteren besteedt al bijna 25 jaar aandacht aan de koloniale en postkoloniale literatuur. Het laat zien hoe het Indische al eeuwenlang en steeds opnieuw zich manifesteert in de Nederlandse literatuur. Indische Letteren biedt een gevarieerd programma aan.

P R O G R A M M A

19.30 uur: Inleiding door Peter van Zonneveld, voorzitter van de Werkgroep Indische Letteren van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

19.45 uur: Lezing “Al wat je ooit zag of hoorde, is anders”. Van Oeroeg tot Sleuteloog. Over de verschillen en overeenkomsten tussen de twee romans van Hella Haasse, de beeldvorming over Indië en de rol van de publieke herinnering door Pamela Pattynama, bijzonder hoogleraar Koloniale en Postkoloniale literatuur-en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

20.15 uur: Presentatie De man van gas en licht (uitgeverij De Bezige Bij) een Indische roman van schrijfster Nicolette Smabers; een gerepatrieerde familie droomt van Californië, land van de zachte winters en de warme zomers. Evenals in eerder werk van Smabers (o.a. De Franse tuin en Stiefmoeder) staat het zwijgen binnen een familie centraal.

20.30 uur: Pauze

21.00 uur: Lezing Schrijven uit zelfbehoud, het Tjalie for-ever projekt van Wim Willems publicist/hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit van Leiden komt op stoom. Na de biografie van Tjalie Robinson, verscheen onlangs de brievenbundel Schrijven met je vuisten, brieven van Tjalie Robinson bij uitgeverij Prometheus/Bert Bakker.

21.30 uur: “ Ik hoor hier niet bij ”, Indische stemmen in de literatuur, gesprek met Pamela Pattynama, Nicolette Smabers en Wim Willems o.l.v. Kester Freriks & Sylvia Dornseiffer

22.00 uur: Afsluiting van de avond door Peter van Zonneveld

Datum:vrijdag 23 oktober 2009 van 19.30 uur tot 22.30 uur
Plaats: Theater van het Woord in de Centrale Openbare Bibliotheek Oosterdokskade 143 Amsterdam
Toegang: gratis, vanaf 18.00 uur Boekenmarkt/Pasar Buku. Zaal open om 19.15 uur.
Tijdens de pauze en de nazit signeren Nicolette Smabers en Wim Willems.
Reserveren noodzakelijk: 020-5230801 of klantenservice@oba.nl
Bereikbaarheid Theater van ‘t Woord
Het Theater van ‘t Woord bevindt zich in de centrale bibliotheek op het Oosterdokseiland. Het centraal station en de tram- en bushalte liggen op een kleine 10 minuten loopafstand. Elke 10 minuten gaat er bovendien een Stop/Go-bus vanaf het CS naar de bibliotheek en terug, en parkeren kan in de naastgelegen parkeergarage Oosterdok Parking. Hierdoor is de bibliotheek goed bereikbaar vanuit heel Nederland. Het Theater van het Woord bevindt zich op de 7e verdieping naast het daar gevestigde restaurant La Place. Voor meer informatie over bereikbaarheid raadpleeg http://www.oba.nl/; voor informatie over het programma http://www.indischeletteren.nl/

Op de foto: Pamela Pattynama; fotografie Roeland Fossen

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter