blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Guda Trudi

NAKS: Sranantongoneti, Tak’ Tangi en Prisiri Banya

door Jerry Dewnarain

NAKS, hét Afro-Surinaamse cultureel centrum van Suriname voor kunst, cultuur, wetenschap en gemeenschapswelzijn, hield op vrijdag 23 juni jongstleden zijn tweede Sranantongoneti. Het thema van de avond was ‘Suma na wi’. Dat weet je onder andere als je ook je eigen taal, jouw moedertaal, weet te spreken. read on…

Tula revisited; Macht, Onderdrukking, Opstand

door Fred de Haas

Het is traditie geworden om in de maand Augustus het feit te herdenken dat in 1795 de ‘slaaf’ Tula op Curaçao een opstand ontketende tegen het gezag van het Nederlandse koloniale bewind. read on…

Trudi Guda – Strand bij Coronie

Dragen vogels de wind
koelt de zee het strand

Vrijen vogels de wind
zoent de zee het zand, het zand, het zand

[Trudi Guda, in: Spiegel van de Surinaamse poëzie, p. 456] read on…

De kankantri is gevallen

“Wat ik het liefste wil is een Caribisch schrijver zijn.”

door Wim Rutgers

Hoewel ik wist dat het al een tijd niet goed met Frank Martinus ging, kwam het bericht van zijn overlijden als een schok. Ik zag en hoorde het via de televisie, maar direct daarna kwamen de digitale berichten. De universiteit was al een tijd lang bezig een vriendenboek voor Frank samen te stellen, waarvoor meer dan twintig vrienden en collega’s uit de drie landen waar Frank werkzaam is geweest, bijdragen verzorgden om hun waardering voor zijn veelzijdigheid, originaliteit en vakmanschap te tonen. De titel voor dat liber amicorum is ontleend aan een gedicht dat Diana Lebacs aan Frank wijdde: De planter/E plantadó, want dat was Frank, meer dan een halve eeuw lang: een planter van woorden en daden. Het is te laat om Frank het definitieve resultaat te laten zien. read on…

In memoriam Frank Martinus Arion

door Henry Habibe

Het was in zijn ‘Leidse jaren’ dat ik met Frank Martinus kennis maakte. Toen waren alleen zijn twee dichtbundels, Stemmen uit Afrika en Ta amor so por (Alleen de liefde vermag) uit. Het was in 1965 toen hij als een vergevorderde student Nederlands in de Houtstraat in Leiden woonde. Ik had hem daarvóór meerdere keren meegemaakt, want hij droeg veel voor op Antilliaanse feesten en bij cultureel-literaire evenementen. Nog eerder had ik hem eens op de televisie gezien: in gesprek met Victor van Vriesland en in gezelschap van Hella Haasse en Harry Mulisch. read on…

De Rots is niet meer; In memoriam Frank Martinus Arion

door Michiel van Kempen

Vanochtend heel vroeg overleed hij, of gisternacht heel laat, zo mag je het ook zeggen– het paste helemaal in het patroon van de man die nog minzaam glimlachend met een glas whiskey recht overeind stond, wanneer allen die hem omringden al als slappe vaatdoeken over hun barkruk hingen. Althans, dat was het beeld van de Frank Martinus Arion die decennialang op festival na festival te gast was. De man die minstens één dijk van een boek had geschreven: Dubbelspel – en is dat al niet meer dan de meeste auteurs uit hun pen krijgen? Maar vijf jaar geleden was het opeens afgelopen met die rots van een man die het levenslicht zag op de Rots der Struikeling, zoals zijn generatiegenoot Boeli van Leeuwen het noemde: Curaçao. In korte tijd deden Parkinson en Alzheimer hun verwoestende werk. Maar ze kregen Frank Efraïm Martinus er nooit helemaal onder. read on…

Film over Frank Martinus Arion ook in Den Haag te zien

https://webmail.uva.nl/owa/14.3.174.1/themes/resources/clear1x1.gif
Voor het eerst te zien in Den Haag: de documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou. Extra film in het programma van Friday Night Unlimited, vrijdag 17 januari, Theater aan het Spui Den Haag. 

Regisseur Cindy Kerseborn maakte een prachtige documentaire over Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936), de grote dichter en schrijver van het Nederlands Caribisch gebied, o.a. bekend van de roman Dubbelspel. In de film ziet u behalve de schrijver onder anderen bekende Antillianen als Trudi Martinus-Guda, Omayra Leeflang, Igma van Putte-De Windt, Jos de Roo, Walter Palm en Francio Guadeloupe. De documentaire was de afsluiting van het project Hommage aan Frank Martinus Arion. Cindy Kerseborn maakte met Yu di Kòrsou het tweede deel van haar drieluik over Surinaams-Caribische Nederlandse schrijvers. Voor iedereen die Curaçao, het Papiaments en het werk van Arion kent of wil leren kennen, een absolute aanrader.

Francio Guadeloupe
Aanvang totale programma 20.00 uur.

 

Documentaire Frank Martinus Arion in Bibliotheek Bijlmercentrum

Frank Martinus Arion (rechts) met zijn vrouw Trudi Guda
en literatuurhistoricus Michiel van Kempen in Arions huis, 2006
Hommage aan Frank Martinus Arion

De documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou van Cindy Kerseborn over de Nederlands-Antilliaanse schrijver en dichter Frank Martinus Arion wordt op donderdag 12 december vertoond in de Centrale Bibliotheek Amsterdam-Zuidoost. De film wordt ingeleid door maakster Cindy Kerseborn.
Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, tel: 020-6979916
Donderdag 12 december 20.00 uur
Reserveren aanbevolen via brc@oba.nl / 020-6979916
Gratis toegang

Boeli (3)

Trudi Guda. Foto © Michiel van Kempen

door Trudi Martinus-Guda

Hierbij steun ik graag het initiatief van de heer Van Buiren en anderen om te komen tot een Letterkundig museum op Curaçao, waar de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen geheel of gedeeltelijk kan worden ondergebracht. Uiteraard als zijn erfgenamen het hiermee eens zijn. Ik hoop wel dat de oprichting van een dergelijk museum een eind zal maken aan de bestaande literaire ‘apartheid’. Ik bedoel hiermee het onderscheid in bejegening tussen schrijvers wier werk een vermeend pro-Nederlands (Europees) karakter zou hebben en die men beschouwt als representanten van de Nederlandse groep c.q. Nederland op Curaçao, en diegenen wier werk een vermeend anti-Nederlands (Europees, what about Curaçaos?) uitgangspunt zou hebben, die beschouwd worden als representanten van een eigenzinnige niet-Nederlandse bevolking, en om die reden met negatieve reserve tegemoet worden getreden. Hiertoe behoren overigens ook niet-Nederlandse schrijvers wier werk wel binnen het gewenste perspectief valt, of wier werk bruikbaar is voor de Nederlandse politiek van het moment, hetgeen de bejegening toch positief kan beïnvloeden.

Met name Aart Broek die kennelijk bezig is, geheel volgens bovengenoemde gedachtelijn, de onverdeelde literaire nalatenschap van Van Leeuwen in het Nederlands Letterkundig Museum onder te brengen, houdt zich al jaren bezig met Nederlands-nationalistische verdeel-en-heers activiteiten binnen het Curaçaose literaire domein. Al dan niet aangestuurd/gesubsidieerd door politiek Den Haag.

Het huwelijk van Boeli van Leeuwen met
Dorothy Debrot in 1947, ingezegend door
ds Eldermans.
Uit Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud.
Ik hoop daarom van harte dat het initiatief om te komen tot een Curaçaos Letterkundig museum zal slagen. We hebben immers al musea voor postzegels en munten! Wat de schrijvers zelf betreft is een dergelijke onderneming, denk ik, zeker oké. Als echtgenote van Frank Martinus Arion moet ik helaas melden dat het kopje koffie waar Boeli van Leeuwen Frank voor uitnodigde, niet is doorgegaan vanwege Boeli’s overlijden. Ik herinner me verder dat, nadat hij zich weer op Curaçao vestigde (begin jaren tachtig) Frank, om de Curaçaose schrijvers bij elkaar te brengen, een barbecue organiseerde bij ‘kluizenaar’ Tip Marugg thuis op Pannekoek. Deze ontmoeting werd het begin van regelmatig contact, voorheen niet bestaand, tussen Tip en Boeli van Leeuwen. Volgens mij zouden/zullen de schrijvers zelf het wel eens zijn met de oprichting van een neutraal, bonafide Letterkundig museum waar zowel werk van Boeli als van andere schrijvers, alsook informatie over hun literaire activiteiten, een permanent thuis zullen kunnen vinden. In het belang van Curaçao en van de literatuur.
[uit Amigoe, 27 november 2013]

Schrijversgroep ’77 bestaat 35 jaar

 
De onbegrijpelijke uitspraak van voorzitter Ismene Krishnadath, dat Schrijversgroep ’77 vanwege zijn politieke onafhankelijkheid “bij uitstek geschikt is om te bemiddelen in kwesties waar schijnbaar onoverbrugbare politieke tegenstellingen zijn”, deed mij van mijn stoel vallen van verbazing. Was ik lid geweest dan zou ik onmiddellijk hebben bedankt. Krishnadath noemde als voorbeeld de plannen van het kabinet van de president om het Fort Zeelandia-complex terug te brengen “in de schoot van het beleids- centrum”. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door, “maar, mochten er bemiddelaars nodig zijn geweest, dan hadden wij als S’77 een rol kunnen spelen.” Hoe haalt Krishnadath het in haar hoofd?
Doel & leden

Alvorens onjuiste uitspraken te doen, heb ik mij op Wikipedia geïnformeerd over ontstaan, doelstelling en geschiedenis van de groep, die op 31 oktober haar 35ste verjaardag viert. De statuten van de Vereniging Schrijversgroep ‘77 hebben als doelstelling te streven naar de bevordering van de Surinaamse letterkunde, de bevordering van de geestelijke en maatschappelijke belangen van haar leden en de bevordering van internationale literaire contacten, in het bijzonder die van de eigen regio.
Als gewone leden kunnen personen ouder dan 18 jaar worden toegelaten die literair werk hebben geschreven en gepubliceerd in een van de in Suriname gangbare talen en die in het bezit zijn van de Surinaamse nationaliteit, of geboren uit een of twee Surinaamse ouders, of die in Suriname geboren en getogen zijn. De voorwaarden impliceren dat ook Surinaamse schrijvers zonder Surinaams paspoort lid kunnen worden.

Frank Martinus Arion & Trudi Guda in 1977, het jaar van hun huwelijk en van de oprichting van S’77
Geschiedenis

De groep werd mede door de inzet van de toen in Suriname wonende en werkende Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion en diens Surinaamse vrouw, de dichter Trudi Guda, op 26 augustus 1977 in Paramaribo opgericht. Het eerste bestuur bestond uit: Mechtelli Tjin-A-Sie (pseudoniem Mechtelly), Harry Reeberg (pseudoniem Imro), Orsine Nicol, Stanley Slijngard (pseudoniem S. Sombra), Eddy Pinas, Gerrit Barron en René Isselt.

De belangrijkste activiteit van de Schrijversgroep ‘77 werd het organiseren van literaire avonden, zowel rond werk van de eigen leden, als rond het werk van buitenlandse schrijvers of in Nederland woonachtige Surinaamse auteurs, waaronder Henk Barnard en Corly Verlooghen. De groep nam niet deel aan maatschappelijke debatten, hetgeen begrijpelijk is gezien zijn doelstelling.

Geheel anders moet echter worden geoordeeld over het uitblijven van enige stellingname inzake de coup van 25 februari 1980 en de toenemende mensenrechtenschendingen sindsdien, zeker nadat de schrijver Jozef Slagveer op 8 december 1982 lafhartig is gemarteld en vermoord. Kennelijk vanwege de revo-sympathieën van onder andere Barron, Mechtelly en Sombra was de Schrijversgroep ’77 niet in staat en/of niet bereid onderscheid te maken tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur.

Geheel begrijpelijk ebde de belangstelling weg en werd de Schrijversgroep gemarginaliseerd tot een kleine club met over het algemeen zeer matig bezochte avonden rond de figuren Frits Wols, S. Sombra, Mechtelly en Albert Mungroo. Leden als Michael Slory, Shrinivási, Bhai en Orlando Emanuels lieten zich nog maar zelden zien.
Stand van S’77 
Wedergeboorte
In de tweede helft van de jaren ’90 beleefde de S’77 zijn wedergeboorte. Er kwam een nieuw bestuur, bestaande uit Ismene Krishnadath, voorzitter, Robby Parabirsing (pseudoniem Rappa) secretaris, en Alphons Levens, bestuurslid. Sinds 1992 organiseert S’77 elke laatste woensdag van de maand activiteiten in Tori Oso aan de Frederick Derbystraat. In de nu 35 jaar van zijn bestaan heeft Schrijversgroep ’77 zich naar zeggen van Ismene Krishnadath ontwikkeld van een groep linkse creoolse intellectuelen tot een politiek onafhankelijke organisatie.
 
Dat laatste, de status van een politiek onafhankelijke organisatie,verhoudt zich volgens mij absoluut niet met een bemiddelingsrol bij politieke tegenstellingen. Ook zou daarvoor tenminste een statutenwijziging noodzakelijk zijn, indien een ledenvergadering deze wezenlijke wijziging van de doelstellingen al zou goedkeuren. Mijns inziens moet de S’77 lering trekken uit het verleden, en begrijpen dat wel degelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur. En daarmee bedoel ik heel direct de zelfcensuur die de schrijvende pers onder dictator Bouterse moest toepassen om te overleven, maar die onder ‘democratisch’ president Bouterse niet meer nodig zou zijn maar toch nog voortleeft. Dan heeft de groep geen andere politieke geschillen meer nodig.

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter