blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Eersel Hein

Sranantongo-spelling wordt geëvalueerd

door Tascha Samuel

PARAMARIBO – “Het is de hoogste tijd dat men zich in stad en land en ook daarbuiten bewust gaat worden van de correcte spelling van het Sranan. Kijk, aan de uitspraak kan je soms niet komen, zoals u weet kunnen mensen dingen verschillend uitspreken, naar gelang de verschillende dialecten, maar de taal spellen heeft een vaste structuur nodig”, meent Hans Breeveld. read on…

Sranantongo: aan ons zal het niet liggen

door Carry-Ann Tjong-Ayong

De oude vertrouwde watertoren torent hoog boven het plein. Sinds enige jaren staat er het standbeeld van een volksvrouw in pangi met een bak met spullen op haar hoofd. Poelepantje. Poeroe pangi. Doe je pangi, je omslagdoek uit. Dit was de plek waar de boslandcreolen hun omslagdoek verwisselden voor meer westerse kleren als zij naar de stad kwamen. Poelepantje werd het in de volksmond. William Kraanplein heet het officieel. Nu staat er een groot modern centrum met zalen waar de vrouwenbeweging workshops geeft. read on…

Masterclass Sranantongo grammatica

PARAMARIBO – De Sranantongo Werkgroep van de organisatie voor gemeenschapswerk Naks organiseert in samenwerking met het Kotomuseum een driedaagse masterclass Sranantongo Grammatica. Deze vinden plaats op 20, 25 en 27 april, meldt de organisatie in een nieuwsbericht. read on…

NAKS: Sranantongoneti, Tak’ Tangi en Prisiri Banya

door Jerry Dewnarain

NAKS, hét Afro-Surinaamse cultureel centrum van Suriname voor kunst, cultuur, wetenschap en gemeenschapswelzijn, hield op vrijdag 23 juni jongstleden zijn tweede Sranantongoneti. Het thema van de avond was ‘Suma na wi’. Dat weet je onder andere als je ook je eigen taal, jouw moedertaal, weet te spreken. read on…

”Winti religie als ieder ander”

De “Stichting Fiti Fu Wini” nodigt belangstellenden uit voor het bijwonen van een bijeenkomst over winti religie op 24 april a.s. read on…

Van Krepi, via wi tot un en unu

Variatie en standaardisatie

door drs Hein Eersel
met inleiding van: Carlo R. Jadnanansing

Inleiding:
Op mijn artikel Krepi of Crépy (verschenen in DBS en De West d.d. 01 oktober 2014) heb ik tot mijn verrassing meer reacties gekregen dan ik gewend ben. Één van deze reacties was van een lezeres genaamd Rachel Gonsalves, die mij vertelde dat ze tijdens haar jeugdjaren te Charlesburg heeft gewoond. Op een vraag aan haar oom naar de betekenis van het woord Krepi antwoordde deze dat de betekenis begraafplaats zou zijn. De lezeres was dan ook verrast met de andere verklaring die in mijn artikel te lezen was. Ik antwoordde haar dat ik voor begraafplaats alleen het woord berpe ken en dat graf in het Sranan grebi is dat wel een beetje lijkt op Krepi. read on…

‘Een baken in de samenleving’

door Christine F. Samsom

Wie op de website van de MAS gaat, zal verschillende berichten aantreffen over bakens en boeien waar iets mee aan de hand is. De bakens geven aan welke route voor de scheepvaart veilig is om de monding van een rivier in of uit te varen. Vaak zijn ze voorzien van lichten. Het Comité Christelijke Kerken (CCK) is al ruim zeventig jaar een lichtend baken in de samenleving. Opgericht in 1942 door initiatiefnemers uit de vier grootste christelijke kerken: de hervormde kerk, de evangelische broedergemeente, de evangelisch lutherse kerk en het rooms-katholiek bisdom Paramaribo, later uitgebreid met de anglicaanse kerk en het leger des heils, heeft het CCK een bijzondere plek veroverd in de Surinaamse samenleving. read on…

Ik ben niet ik

Trefossa, Shrinivási, Dobru – De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki

door Joop Leibbrand

Geen uitgever die meer aandacht besteedt aan de literatuur uit wat vroeger ‘De West’ heette dan het Haarlemse In de Knipscheer. Daar verscheen onlangs onder de subtitel Drie Surinaamse dichters op muziek gezet een mooie dubbeluitgave – boek en dvd – rond het werk van Trefossa, Shrinivási en Dobru, dichters die, mede omdat ze in een sterke orale traditie staan, geworteld zijn in het collectieve geheugen van de Surinamers: De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki. read on…

Osopasi gepresenteerd


door Cary-Ann Tjong-Ayong

De avond begon weinig hoopvol met een flinke regenbui.
De groene tuin vol fruitbomen zag er uitnodigend uit met honderden
afgevallen blozende manja’s onder de oude boom en nog tientallen aan draden hangende in afwachting van een windvlaag.
Wij werden welkom geheten door Els Tjon Joe Wai en Marisa Piepelenbos, onze gastvrouwen,die de sfeer hadden bepaald met grote schalen fruit van het erf op de ruwhouten tafels: manja, pomerak, appeltjes, pomme de citerre, kersen in diverse tinten rood en een wit emaillebekkentje met de naam Betsy in blauw , gevuld met kleine oranje palulu.
Rijen stoelen en een kleine tent met de geluidsinstallatie stonden uitnodigend klaar. De gasten konden komen.
Als eerste was daar Celestine Raalte, opgewekt als altijd. Zij zou een van de vier
Presentaties verzorgen, naast Tolin Alexander, Bongo Charley, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

De mensen begonnen in groepjes binnen te komen.
Daar was de eregast, Hein Eersel, die het eerste exemplaar zou krijgen.
Het was voor mij een hele eer deze taalkundige autoriteit mijn boek te mogen aanbieden. Jaren geleden had ik hem in Amsterdam horen praten en was aangenaam getroffen door zijn taalkundige virtuositeit. Van zo iemand had ik graag les gehad.
Ronald Snijders arriveerde en iedereen begon verwachtingsvol te praten.
Het duurde  even, maar toen opende Els de avond en kon Ronald deze influiten op zijn geheel eigen enthousiaste manier. Het publiek was enthousiast en klapte op de maat mee.
Pieter hield zijn inleiding met een leuke verwijzing naar fietsenmaker Junker in de Klipstenenstraat waar je terecht kunt voor elk schroefje, moertje en veertje uit de jaren 50. Hij vroeg zich af of het soms een foute Duitser was die met ticket naar Paraguay  per ongeluk in Paramaribo terecht was gekomen en daar een zaak was begonnen. “Maar het is een hele aardige man”, vergoelijkte hij.
Daarna gaf Tolin zijn visie op Kallianni’s liefdevolle omgang met de binnenlandbewoners, die hem zeer aanspreekt.
Bongo Charley omlijstte de lezing van enkele fragmenten en het gedicht “Nocturne”.
Een zeer ingenomen Hein Eersel belichtte het begrip “oso” uit de titel. Van Trefossa tot dedeoso alata.
Hierna kon men een gesigneerd exemplaar aanschaffen bij een drankje, een knabbeltje en een babbeltje, wat nog uren doorging.

Cat, 19 mei 2014

De dichter en het woord

door Jerry Dewnarain

 
Bij uitgeverij In de Knipscheer is Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord verschenen, een multimediaal eerbetoon aan drie Surinaamse dichters: Trefossa, Shrinivási en Dobru.
In een opstel ‘Over nationale letterkunde’, gepubliceerd in Sticusa-Journaalvan 1974 ontvouwde Albert Helman zijn visie op de vijf ontwikkelingsfasen in het ontstaan van een eigen literaire productie in de dekoloniserende landen. In de derde fase kenmerkt Helman de Surinaamse poëzie als volgt: ‘Er ontstaan sterker op het lokale milieu betrokken gedichten en echte streekverhalen en streekromans, al dan niet in de algemeen gangbare cultuurtaal of in een van de “vernaculars”. Gemakshalve worden beide taalsoorten (het Nederlands en het Sranan) vaak dooreengemengd, of opzettelijk, terwille van de lokale kleur, incidenteel of exclusief gebruikt. De gedichten zijn meest van lyrisch-protesterende aard of illustreren populaire slogans.’ De derde fase is de periode van eind jaren ’50 en de jaren ’60: veel protestliteratuur, volop ontplooiing van de volkstalen, verdieping in de historische anekdotiek. Voorbeelden hiervan zijn: ‘gronmama’ (Trefossa), ‘Suriname’ of ‘De dichter en het woord’ (Shrinivási) en ‘Holi Phagwa 1973’ of ‘geen plaats’ (Dobru).
Buste van Trefossa op de hoek van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo.
Foto © Michiel van Kempen

 

Met andere woorden de periode 1957-1975 stond in het teken van het engagement met het volk, de strijdliteratuur en de nationale of nationalistische literatuur. Daarbij moet ook worden aangetekend dat deze periode verrassend veel werk opleverde dat meer dan een kwart eeuw later als gecanoniseerd zou gelden. Trefossa, Shrinivási en Dobru maken zeker deel uit van de Surinaamse poëziecanon. Dat bewijst ook de keuze van de dichters. Maar deze drie ‘groten’ zijn niet de enige grote Surinaamse dichters… er zijn er veel meer in dit poëzieland. In de inleiding van Cynthia Abrahams staat: ‘De gedichten zijn gekozen uit het werk van de drie meest geliefde dichters van Suriname, Trefossa, Shrinivási en Dobru.’ (p. 12) En Mavis Noordwijk zegt in een interview: ‘De manier waarop Trefossa typische Sranan-woorden en uitdrukkingen in zijn poëzie gebruikt, geeft een meerwaarde aan het Sranan. Hij is voor Suriname van buitengewoon grote betekenis zowel voor de literatuur als voor de cultuur geweest. Trefossa gebruikte in zijn vertalingen vaak beelden die aansluiten bij de Surinaamse belevingswereld’. (p. 28)
Shrinivási, april 2014
Foto © Michiel van Kempen

Shrinivási is de dichter die tegenstellingen overbrugt of met elkaar verzoent: die tussen het district en de stad of die tussen religies (hindoeïsme en christendom). Maar hij brengt ook talen bijeen, want hij schrijft in het Nederlands, Hindi, Sarnámi, wat hij steeds vergezeld doet gaan van een eigen vertaling in het Nederlands. Shrini is eigenlijk ook de dichter van ballingschap en vervreemding. Een terugkerend thema is de pijn van ballingschap en vervreemding. Het gedicht ‘Deháti’ uit Anjali is zo een voorbeeld (p. 48). Dobru is het Sranan-woord voor dubbel en is afgeleid van zijn initialen R(obin) R(aveles). Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: vaderlandsliefde, het bekritiseren van sociale wantoestanden, de eenwording van het Surinaamse volk, liefde en armoede. Al in 1965 schreef hij zijn gedicht ‘Wan’ of ‘Wan bon’, geïnspireerd door het nationaal jeugdcongres dat in Paramaribo werd gehouden. Dit gedicht is intussen uitgegroeid tot het nationale gedicht en neemt in de multiculturele Surinaamse maatschappij een centrale plaats in (p. 76). De boom staat symbool voor Suriname en de bladeren voor de diverse bevolkingsgroepen in het land, dat één moet worden.

Saxofoniste Sanne Landvreugd speelt mee op de cd.
Foto © Michiel van Kempen

Kortom Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een mooie, informatieve en zeer creatieve uitgave waarin poëzie van drie stonfutu Surinaamse dichters Trefossa (Henny de Ziel), Dobru (R. Raveles) en Shrinivási (Martinus Lutchman) is verwerkt tot prachtige muziek op dvd. Dave MacDonald (singer/songwriter) componeerde muzikale gedichten die worden vertolkt door een groep artiesten, onder wie Desiree Manders, Claudio Ritfeld, Julya Lo’ko, Martin Buitenhuis, Zanillya Farrell, Raj Mohan, Sim’Ran, Norman van Geerke, Sarah-Jane Wijdenbosch en Sanne Landvreugd. Er is gestreefd naar een harmonieus samengaan van woord en muziek, een ‘blend’ van literatuur en muziek; zo verwoordt Cynthia Abrahams het in haar inleiding (p. 12). Het is ongetwijfeld een bijzondere manier van documenteren van de rijkdom van gemeenschappelijk Surinaams cultureel erfgoed. Ieder van de drie dichters heeft zijn eigen prachtig vormgegeven deel van het boek gekregen, met veel foto’s, informatie over hun leven en werk door kenners en uiteraard een keuze uit hun gedichten.

De invloed van de drie behandelde dichters op de Surinaamse literatuur is bijzonder groot. Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een sieraad voor elke liefhebber van de Surinaamse literatuur. Ook jongeren kunnen op een moderne manier kennis maken met dit muzikaal bewerkte culturele erfgoed en zelfs aangespoord worden werken van Surinaamse dichters te gaan lezen en deze creatief te gebruiken.
Cynthia Abrahams

 

Cynthia Abrahams, Hein Eersel, Geert Koefoed (samenstelling en inleidingen): Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord. Dobru, Shrinivási, Trefossa. Drie Surinaamse dichters op muziek gezet. Boek en dvd. Haarlem: In de Knipscheer i.s.m. IKO Foundation, 2014. ISBN 978 90 6265 852 7

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter