blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Eersel Hein

Masterclass Sranantongo grammatica

PARAMARIBO – De Sranantongo Werkgroep van de organisatie voor gemeenschapswerk Naks organiseert in samenwerking met het Kotomuseum een driedaagse masterclass Sranantongo Grammatica. Deze vinden plaats op 20, 25 en 27 april, meldt de organisatie in een nieuwsbericht. read on…

NAKS: Sranantongoneti, Tak’ Tangi en Prisiri Banya

door Jerry Dewnarain

NAKS, hét Afro-Surinaamse cultureel centrum van Suriname voor kunst, cultuur, wetenschap en gemeenschapswelzijn, hield op vrijdag 23 juni jongstleden zijn tweede Sranantongoneti. Het thema van de avond was ‘Suma na wi’. Dat weet je onder andere als je ook je eigen taal, jouw moedertaal, weet te spreken. read on…

”Winti religie als ieder ander”

De “Stichting Fiti Fu Wini” nodigt belangstellenden uit voor het bijwonen van een bijeenkomst over winti religie op 24 april a.s. read on…

Van Krepi, via wi tot un en unu

Variatie en standaardisatie

door drs Hein Eersel
met inleiding van: Carlo R. Jadnanansing

Inleiding:
Op mijn artikel Krepi of Crépy (verschenen in DBS en De West d.d. 01 oktober 2014) heb ik tot mijn verrassing meer reacties gekregen dan ik gewend ben. Één van deze reacties was van een lezeres genaamd Rachel Gonsalves, die mij vertelde dat ze tijdens haar jeugdjaren te Charlesburg heeft gewoond. Op een vraag aan haar oom naar de betekenis van het woord Krepi antwoordde deze dat de betekenis begraafplaats zou zijn. De lezeres was dan ook verrast met de andere verklaring die in mijn artikel te lezen was. Ik antwoordde haar dat ik voor begraafplaats alleen het woord berpe ken en dat graf in het Sranan grebi is dat wel een beetje lijkt op Krepi. read on…

‘Een baken in de samenleving’

door Christine F. Samsom

Wie op de website van de MAS gaat, zal verschillende berichten aantreffen over bakens en boeien waar iets mee aan de hand is. De bakens geven aan welke route voor de scheepvaart veilig is om de monding van een rivier in of uit te varen. Vaak zijn ze voorzien van lichten. Het Comité Christelijke Kerken (CCK) is al ruim zeventig jaar een lichtend baken in de samenleving. Opgericht in 1942 door initiatiefnemers uit de vier grootste christelijke kerken: de hervormde kerk, de evangelische broedergemeente, de evangelisch lutherse kerk en het rooms-katholiek bisdom Paramaribo, later uitgebreid met de anglicaanse kerk en het leger des heils, heeft het CCK een bijzondere plek veroverd in de Surinaamse samenleving. read on…

Ik ben niet ik

Trefossa, Shrinivási, Dobru – De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki

door Joop Leibbrand

Geen uitgever die meer aandacht besteedt aan de literatuur uit wat vroeger ‘De West’ heette dan het Haarlemse In de Knipscheer. Daar verscheen onlangs onder de subtitel Drie Surinaamse dichters op muziek gezet een mooie dubbeluitgave – boek en dvd – rond het werk van Trefossa, Shrinivási en Dobru, dichters die, mede omdat ze in een sterke orale traditie staan, geworteld zijn in het collectieve geheugen van de Surinamers: De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki. read on…

Osopasi gepresenteerd


door Cary-Ann Tjong-Ayong

De avond begon weinig hoopvol met een flinke regenbui.
De groene tuin vol fruitbomen zag er uitnodigend uit met honderden
afgevallen blozende manja’s onder de oude boom en nog tientallen aan draden hangende in afwachting van een windvlaag.
Wij werden welkom geheten door Els Tjon Joe Wai en Marisa Piepelenbos, onze gastvrouwen,die de sfeer hadden bepaald met grote schalen fruit van het erf op de ruwhouten tafels: manja, pomerak, appeltjes, pomme de citerre, kersen in diverse tinten rood en een wit emaillebekkentje met de naam Betsy in blauw , gevuld met kleine oranje palulu.
Rijen stoelen en een kleine tent met de geluidsinstallatie stonden uitnodigend klaar. De gasten konden komen.
Als eerste was daar Celestine Raalte, opgewekt als altijd. Zij zou een van de vier
Presentaties verzorgen, naast Tolin Alexander, Bongo Charley, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

De mensen begonnen in groepjes binnen te komen.
Daar was de eregast, Hein Eersel, die het eerste exemplaar zou krijgen.
Het was voor mij een hele eer deze taalkundige autoriteit mijn boek te mogen aanbieden. Jaren geleden had ik hem in Amsterdam horen praten en was aangenaam getroffen door zijn taalkundige virtuositeit. Van zo iemand had ik graag les gehad.
Ronald Snijders arriveerde en iedereen begon verwachtingsvol te praten.
Het duurde  even, maar toen opende Els de avond en kon Ronald deze influiten op zijn geheel eigen enthousiaste manier. Het publiek was enthousiast en klapte op de maat mee.
Pieter hield zijn inleiding met een leuke verwijzing naar fietsenmaker Junker in de Klipstenenstraat waar je terecht kunt voor elk schroefje, moertje en veertje uit de jaren 50. Hij vroeg zich af of het soms een foute Duitser was die met ticket naar Paraguay  per ongeluk in Paramaribo terecht was gekomen en daar een zaak was begonnen. “Maar het is een hele aardige man”, vergoelijkte hij.
Daarna gaf Tolin zijn visie op Kallianni’s liefdevolle omgang met de binnenlandbewoners, die hem zeer aanspreekt.
Bongo Charley omlijstte de lezing van enkele fragmenten en het gedicht “Nocturne”.
Een zeer ingenomen Hein Eersel belichtte het begrip “oso” uit de titel. Van Trefossa tot dedeoso alata.
Hierna kon men een gesigneerd exemplaar aanschaffen bij een drankje, een knabbeltje en een babbeltje, wat nog uren doorging.

Cat, 19 mei 2014

De dichter en het woord

door Jerry Dewnarain

 
Bij uitgeverij In de Knipscheer is Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord verschenen, een multimediaal eerbetoon aan drie Surinaamse dichters: Trefossa, Shrinivási en Dobru.
In een opstel ‘Over nationale letterkunde’, gepubliceerd in Sticusa-Journaalvan 1974 ontvouwde Albert Helman zijn visie op de vijf ontwikkelingsfasen in het ontstaan van een eigen literaire productie in de dekoloniserende landen. In de derde fase kenmerkt Helman de Surinaamse poëzie als volgt: ‘Er ontstaan sterker op het lokale milieu betrokken gedichten en echte streekverhalen en streekromans, al dan niet in de algemeen gangbare cultuurtaal of in een van de “vernaculars”. Gemakshalve worden beide taalsoorten (het Nederlands en het Sranan) vaak dooreengemengd, of opzettelijk, terwille van de lokale kleur, incidenteel of exclusief gebruikt. De gedichten zijn meest van lyrisch-protesterende aard of illustreren populaire slogans.’ De derde fase is de periode van eind jaren ’50 en de jaren ’60: veel protestliteratuur, volop ontplooiing van de volkstalen, verdieping in de historische anekdotiek. Voorbeelden hiervan zijn: ‘gronmama’ (Trefossa), ‘Suriname’ of ‘De dichter en het woord’ (Shrinivási) en ‘Holi Phagwa 1973’ of ‘geen plaats’ (Dobru).
Buste van Trefossa op de hoek van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo.
Foto © Michiel van Kempen

 

Met andere woorden de periode 1957-1975 stond in het teken van het engagement met het volk, de strijdliteratuur en de nationale of nationalistische literatuur. Daarbij moet ook worden aangetekend dat deze periode verrassend veel werk opleverde dat meer dan een kwart eeuw later als gecanoniseerd zou gelden. Trefossa, Shrinivási en Dobru maken zeker deel uit van de Surinaamse poëziecanon. Dat bewijst ook de keuze van de dichters. Maar deze drie ‘groten’ zijn niet de enige grote Surinaamse dichters… er zijn er veel meer in dit poëzieland. In de inleiding van Cynthia Abrahams staat: ‘De gedichten zijn gekozen uit het werk van de drie meest geliefde dichters van Suriname, Trefossa, Shrinivási en Dobru.’ (p. 12) En Mavis Noordwijk zegt in een interview: ‘De manier waarop Trefossa typische Sranan-woorden en uitdrukkingen in zijn poëzie gebruikt, geeft een meerwaarde aan het Sranan. Hij is voor Suriname van buitengewoon grote betekenis zowel voor de literatuur als voor de cultuur geweest. Trefossa gebruikte in zijn vertalingen vaak beelden die aansluiten bij de Surinaamse belevingswereld’. (p. 28)
Shrinivási, april 2014
Foto © Michiel van Kempen

Shrinivási is de dichter die tegenstellingen overbrugt of met elkaar verzoent: die tussen het district en de stad of die tussen religies (hindoeïsme en christendom). Maar hij brengt ook talen bijeen, want hij schrijft in het Nederlands, Hindi, Sarnámi, wat hij steeds vergezeld doet gaan van een eigen vertaling in het Nederlands. Shrini is eigenlijk ook de dichter van ballingschap en vervreemding. Een terugkerend thema is de pijn van ballingschap en vervreemding. Het gedicht ‘Deháti’ uit Anjali is zo een voorbeeld (p. 48). Dobru is het Sranan-woord voor dubbel en is afgeleid van zijn initialen R(obin) R(aveles). Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: vaderlandsliefde, het bekritiseren van sociale wantoestanden, de eenwording van het Surinaamse volk, liefde en armoede. Al in 1965 schreef hij zijn gedicht ‘Wan’ of ‘Wan bon’, geïnspireerd door het nationaal jeugdcongres dat in Paramaribo werd gehouden. Dit gedicht is intussen uitgegroeid tot het nationale gedicht en neemt in de multiculturele Surinaamse maatschappij een centrale plaats in (p. 76). De boom staat symbool voor Suriname en de bladeren voor de diverse bevolkingsgroepen in het land, dat één moet worden.

Saxofoniste Sanne Landvreugd speelt mee op de cd.
Foto © Michiel van Kempen

Kortom Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een mooie, informatieve en zeer creatieve uitgave waarin poëzie van drie stonfutu Surinaamse dichters Trefossa (Henny de Ziel), Dobru (R. Raveles) en Shrinivási (Martinus Lutchman) is verwerkt tot prachtige muziek op dvd. Dave MacDonald (singer/songwriter) componeerde muzikale gedichten die worden vertolkt door een groep artiesten, onder wie Desiree Manders, Claudio Ritfeld, Julya Lo’ko, Martin Buitenhuis, Zanillya Farrell, Raj Mohan, Sim’Ran, Norman van Geerke, Sarah-Jane Wijdenbosch en Sanne Landvreugd. Er is gestreefd naar een harmonieus samengaan van woord en muziek, een ‘blend’ van literatuur en muziek; zo verwoordt Cynthia Abrahams het in haar inleiding (p. 12). Het is ongetwijfeld een bijzondere manier van documenteren van de rijkdom van gemeenschappelijk Surinaams cultureel erfgoed. Ieder van de drie dichters heeft zijn eigen prachtig vormgegeven deel van het boek gekregen, met veel foto’s, informatie over hun leven en werk door kenners en uiteraard een keuze uit hun gedichten.

De invloed van de drie behandelde dichters op de Surinaamse literatuur is bijzonder groot. Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een sieraad voor elke liefhebber van de Surinaamse literatuur. Ook jongeren kunnen op een moderne manier kennis maken met dit muzikaal bewerkte culturele erfgoed en zelfs aangespoord worden werken van Surinaamse dichters te gaan lezen en deze creatief te gebruiken.
Cynthia Abrahams

 

Cynthia Abrahams, Hein Eersel, Geert Koefoed (samenstelling en inleidingen): Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord. Dobru, Shrinivási, Trefossa. Drie Surinaamse dichters op muziek gezet. Boek en dvd. Haarlem: In de Knipscheer i.s.m. IKO Foundation, 2014. ISBN 978 90 6265 852 7

 

Trefossa en taal

Trefossa
door Els Moor
‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen. Trefossa en taal’ Deze titel van de zesde Trefossa-lezing door Lila Gobardhan-Rambocus is intrigerend. Het leven van een mens is verweven met taal en dat geldt op  bijzondere  wijze voor schrijvers en vooral dichters. Voor hen is de taal behalve een middel tot communicatie, vooral  een middel tot verdieping van onze blik op het leven. Een aspect dat duidelijk tot uiting komt in de poëzie van Trefossa.
Ik verwachtte dan ook een lezing waarin Lila Gobardhan dit verschijsel met voorbeelden uit het werk van Trefossa zou toelichten en uitdiepen. Dat gebeurde niet: de hoofdlijn van de lezing was de biografie van Henri Frans de Ziel, waarbij zijn omgang met de taal slechts incidenteel aan de orde kwam. Ze besteedde aandacht aan de positie van het Nederlands dat steeds meer ‘eigen’wordt vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, vooral na de taalconferentie in 1963-64, maar dat heeft niet zoveel met de poëzie van Trefossa te maken.
A.C.W. Staring
Overigens was Trefossa naast een Surinaamse dichter ook een echte Nederlander. Zijn favoriete dichters zijn dan ook Nederlanders, zoals A.C.W. Staring (1767-1840) in zijn tijd een moderne dichter met een krachtig vormgevoel, wat Trefossa ook heeft. Wat hij zelf doorleeft, wil hij uitdrukken in een adequate taalvorm.  Trefossa combineert wat hij bewondert in Hollandse dichters met eigenheid; hij geeft de ‘eigen taal’, het Sranan, een grote poëtische kracht. Zijn poëziebunde Trotji verscheen in 1957 en heeft een enorme stoot gegeven aan de opwaardering van het Sranan als literaire taal. Een belangrijk stap naar ‘eigenheid’ die in de zestiger jaren een doel is van een aantal schrijvers en dichters, bijvoorbeeld Dobru. Dit aspect komt wel aan de orde in de lezing.
Trefossa is ook de bewerker van het Surinaamse volkslied, vooral van het tweede couplet in het  Sranan waar hij ook meer durft dan in het stijve eerste couplet. ‘Werkend houden w’in gedachten’ is heel wat anders dan ‘Strey de f’ strey, wi no sa frede’! Lila Gobardhan heeft het wel over de stijfheid van het Hollandse couplet van het volkslied, maar een voorbeeld komt niet aan de orde.
Zo is het ook jammer dat de mooie analyse van het gedicht ‘Bro’ door Hein Eersel in het eerste nummer van het tijdschrift Mutyama (1990), een themanummer over Trefossa, na wan njoen kari niet aan de orde komt. Eersel geeft aan dat tussen droom en werkelijkheid de poëzie echt bloeit. Het gedicht ‘Bro’gaat over een stille kreek:
bro
no pori mi prakseri nojaso,
no kari mi foe loekoe no wan pe,
tide mi ati trusu mi foe go
te na wan tiri kriki, farawe.
no tak mi na lon mi wan lon gowe
foe di mi frede stré èn kré nomo,
ma kondre b’bari lontoe mi so te,
san mi moe doe? mi broedoe wani bro
na kriki-sé dren kondre mi sa si,
pe ala sani moro swit lek dja
èn  skreki- tori no sa trobi mi.
te m’drai kon baka sonten mi sa tron
wan pkinso moro betre libisma,
di sabi lafoe, sabi tja fonfon.
 
[uit Trotji, 1957]
…want tiri kriki, farawe… Foto © Lex Ensing
Hein Eersel laat in zijn artikel zien hoe Trefossa niet alleen het Sranan heeft opgewaardeerd als literaire taal ten opzichte van het Nederlands, een soort Surinaamse renaissance dus, maar ook dat er met het Sranan een grote literaire kwaliteit bereikt kan worden met veel diepte.  Hij laat ook de historische lading van een aantal woorden zien uit de geschiedenis van ‘katibo’; met woorden als ‘troesoe’, ‘lon go’, ‘frede’, ‘kré’, ‘trobi’ en vooral ‘fonfon’ brengt hij de lezer terug naar de beleving van de slavernij, en dat in combinatie met de ‘moderne slavernij’ van het dagelijks leven.Vandaar ook‘skreki tori’ in de derde strofe. Een gedicht dat de diepte ingaat, in het Sranan… maar wel een sonnet, een vorm die stamt uit de Europese renaissance.  Prachtige ‘moksi’ dus: een vorm uit de werelliteratuur en taal, beelden en ritme uit de eigen cultuur en geschiedenis!
Zulke analyses had ik verwacht in de lezing over Trefossa en taal. Helaas bestond de lezing bijna helemaal uit feitelijkheden uit het leven van de dichter, niet in een ‘drenkondre’. Wat is een gedicht volgens Trefossa? In zijn gedicht ‘wan troe poewema’ laat hij het zien: ’wan troe poema na wan skreki sani / wan troe poewema na wan stré te f’dede / wan troe poewema na wan tra kondre, / pe joe kan go / te joe psa dede fosi  […]
De besproken feiten zullen de meesten van de aanwezigen wel gekend hebben. Mijn collega’s en ik wel tenminste, terwijl je van creatieve analyses van Trefossa’s gedichten altijd weer leert, over het Sranan, over creativiteit met taal. Je stapt over ‘kleine dingen heen’en  ontdekt grote!

Srefidensi in de literatuur

van de redactie van De Ware Tijd Literair
 
Op woensdag 15 januari 2014 waren drie redactieleden van dWTL aanwezig bij de zesde Trefossa-lezing van de Henri Frans de Ziel Stichting. De lezing met als titel: ‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen’ Trefossa en taal’ werd gehouden door Lila Gobardhan-Rambocus. Elders op deze pagina gaan we nader op deze lezing in.
Voor Lila Gobardhan de beurt kreeg, waren er verschillende inleidende sprekers, betrokkenen bij de stichting, onder wie Hein Eersel (die zelf de Trefossa-lezing van 2009 heeft gehouden  over ‘Canon, Cultuur en vertaling’). Hij wenste nu het publiek een ‘goed literair jaar’ toe. Wat houdt dat in? De voorzitter van de stichting, Johan Roozer, wees ons erop dat er in het afgelopen jaar weinig literair werk is verschenen, dat er weinig gebeurd is op literair gebied.  Zou Roozer hiemee bedoelen dat er geen romans of gedichtenbudels zijn verschenen van hoge literaire kwaliteit, zoals in 1957 de gedichtenbuindel , Trotji, van Trefossa?
Er is wél veel verschenen het afgelopen jaar. De ontwikkeling van de Surinaamse leeswereld gaat steeds meer de richting op van ‘literaire srefidensi’. Zo is er de Clark Accord Foundation (CAF) die in mei 2013 de bundel met verhalen van jonge schrijvers, Ston Oso, het resultaat van een schrijfwedstrijd publiceerde met de bedoeling om  jongeren liefde voor schrijven en literatuur bij te brengen. Het titelverhaal is van de eerste-prijs-winnares Hetty Amatodja (schrijversnaam Hetty Amat). Dit succes heeft deze jonge schrijfster geïnspireerd om door te gaan; er is al een kinderboekje van haar verschenen, Bruno de zwervershond en binnenkort komt er een verhalenbundel van haar met fantasievolle verhalen die ook in de realiteit wortelen, op de markt. Andere jeugdboekenschrijvers durven taboes te doorbreken  en maatschappelijke problemen  te behandelen. Het boek Laat me niet alleen van Indra Hu over het hiv-aids-probleem is een pakkend voorbeeld.
En dan de kinderboekenfestivals die nu al tien jaar gehouden worden  op verschillende plaatsen in het land. Op  creatieve manieren wordt er veel gedaan aan leesbevordering. Op ieder festival verschijnen er weer nieuwe boeken, geschreven vanuit Surinaamse situaties, in Surinaams Nederlands en met herkenbare beeldende illustraties.  Wij van dWTL besteden er veel aandacht aan en hebben zelfs een jeugdredactie.
En dan is er de Schrijversvakschool onder leiding van Ruth San A Jong die zelf een bundel met verhalen over de dood heeft uitgebracht, De laatste parade,  mooi gedaan en een gedurfd onderwerp. Onlangs zijn er drie studenten afgestudeerd aan de Schrijversvakschool, onder andere Karin Lachmising die kort daarna bij In de Knipscheer uitkwam met een dichtbundel, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, met bijzondere gedichten, van hoge kwaliteit. Belangrijk is ook de in 2013  uitgegeven grammatica van het Sranan Taki Sranantongo bun door Eddy van der Hilst. Geen literair boek, maar wel een ondersteuning voor degenen die in het Sranantongo willen schrijven of dichten.  Van binnen uit, vanuit Suriname, zijn er dus activiteiten om jonge schrijvers te motiveren en verder te helpen en verschijnen er veel goede kinderboeken voor alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot en met adolescenten. Wie vroeg begint te lezen en er plezier in heeft, blijft het doen! Suriname is niet alleen Paramaribo,  en het leespubliek bestaat niet alleen uit elite en intellectuelen. In de districten en het binnenland wordt ook veel gedaan aan leesbevordering.
In 2011 was er bij de Henri Frans de Ziel Stichting wél aandacht voor literaire diversiteit die te maken heeft met de Surinaamse culturen. Ismene Krishnadath, schrijfster en voorzitter van de Schrijversgroep 77 kreeg toen de Henri Frans de Ziel Literatuur- en cultuurprijs, vanwege haar schrijverschap, maar ook in verband met activiteiten in verband met leesbevordering  op scholen. In haar dankwoord zei Ismene toen: ‘Bij S77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, alleen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen’.
Diversity is power
Onze conclusie is: het Surinaamse literaire leven is aan het veranderen. Literatuur is niet meer het kunstgebied voor de elite, maar het leesplezier van ‘gewone mensen’ neemt toe door tal van projecten.  De Henri Frans de Ziel Stichting kan in deze een voorbeeld nemen aan hun eigen Trefossa, die de volkstaal, het Sranan, opwaardeerde door zijn prachtige gedichten in die taal, beeldend van klank en ritmisch, die onderwijzer was en leraar en ….. een bescheiden mens, de uitvinder van het woord ‘Srefidensi’!

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter