blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Dis Adriaan van

Hoe Nederland Indië leest

Op vrijdag 6 juli 2018 verdedigt Lisanne Snelders haar proefschrift Hoe Nederland Indië leest aan de Universiteit van Amsterdam. Zij onderzoekt aan de hand van de literaire cultuur de veelvormigheid van de herinnering aan Nederlands-Indië en legt de politiek bloot van de herinnering aan Nederlands-Indië. Ze stelt dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is. Verschillende perspectieven op de geschiedenis worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst. Snelders bestudeert de compartimentalisering aan de hand van drie auteurs: Hella S. Haasse, Tjalie Robinson en Pramoedya Ananta Toer. read on…

Week van de Afrikaanse roman

Van 16 t/m 25 september 2016 vindt in Nederland en Vlaanderen de Week van de Afrikaanse roman plaats. Dat wordt uitgebreid gevierd, ook in het Letterkundig Museum. Op 24 september kunt u in het museum terecht voor een feestelijke bijeenkomst. read on…

De Inktaap 2016

door Helen Chang

De Inktaap is een literaire prijs van het Nederlandse taalgebied, waarbij middelbare scholieren uit Suriname, Curaçao, Aruba, Vlaanderen en Nederland uit 4 boeken het beste boek kiezen. Dit jaar konden de deelnemers kiezen uit:
Ik kom terug van Adriaan van Dis, winnaar van de Libris Literatuurprijs 2015
Orgelman van Mark Schaevers, winnaar van de Gouden Boekenuil 2015,
Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans, winnaar van de Ako Literatuurprijs 2014
Vervoering van Shantie Singh, de Caribische nominatie. read on…

Afscheidscolloquium en afscheidscollege Ena Jansen

Op 17 juni 2016 wordt het symposium Bijna familie; Else Böhler, de baboe, Martha, Anna, Florence, de downstairs en Sophie gehouden ter gelegenheid van het afscheid van prof. dr. Ena Jansen als bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. read on…

Van Dis bij DWDD: Nederland was vroeger ‘de wreedste natie ter wereld’

De Wereld Draait Door leverde op Bevrijdingsdag een Europaspecial af waarin onder andere Geert Mak en Adriaan van Dis uitleg geven over de staat van onze wereld en hoe we daar terecht zijn gekomen. Adriaan van Dis vertelde dat we in de voorbije eeuwen een slechte naam hebben opgebouwd in de rest van de wereld (zie onderstaand fragment). read on…

Ah, Roemer

door Stuart Rahan

De jeugd van tegenwoordig betaalt morgen onze belastingen en neemt de zorg van onze ouderen op zich. Belastingen? Zorg? Tegen die tijd ontvangen wij geen loon meer naar werken en hebben onze ouderen niet de kans gekregen oud te worden, laat staan dat zij zorgeloos het verleden en hun levenservaringen zullen delen. Omaschap en opa-beleving zijn dan begrippen uit een ver verleden die bejaarden zich slechts kunnen herinneren toen er nog eerbied was voor mensen met grijze haren. read on…

Tikkop van en met Adriaan van Dis

Tikkop van Stichting Julius Leeft! in de regie van John Leerdam

Zuid-Afrikaroman van Adriaan van Dis als geënsceneerde muzikale reading.

Met Adriaan van Dis, Frits Barend, Sylvana Simons, Raymi Sambo, Izaline Calister, Noraly Beyer, Maartje van Weegen, Jeffrey Spalburg, Gerda Havertong, Rocky Tuhuteru e.v.a. en geschreven door Paulette Smit, Manoushka Zeegelaar Breeveld en Alex Klusman.

Première zaterdag 7 februari 2015, Stadsschouwburg Amsterdam, 19.30 uur.

read on…

(Post)koloniale literatuur nu ook pluricontinentaal bekeken

 
door Karwan Fatah-Black
Op het omslag van Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen,  prijkt een kaart met daarop prominent een windroos in beeld en een tekening van een zeventiende-eeuws scheepje. Het vaartuigje oogt weifelend; hoewel het vóór de wind lijkt te gaan, wappert een van de zeilen doelloos langs de mast. Aan de randen van de kaart zien we drie onherkenbare continenten.
De bundel is een verzameling essays waarin verschillende auteurs pogingen doen om de Nederlandse koloniale literatuur en geschiedenis te bezien vanuit een pluricontinentaal perspectief. Daarmee verschuiven de auteurs de verteltrant richting de veelheid aan verbindingen en relaties die er ontstonden als gevolg van de Nederlandse kolonisatie in de Amerika’s, Afrika en Azië. In plaats van de nog steeds dominante nadruk op de relatie en verhouding tussen kolonie en kolonisator, zoeken de auteurs juist naar de verbindingen tussen ‘Oost’  en ‘West’. Deze opzet is geslaagd. Hoewel dergelijke bundels vaak maar moeizaam tot coherentie en eenheid komen, lukt het in Shifting the Compass wel degelijk overtuigend een stap voorbij het postkolonialisme te zetten.
V.l.n.r. Olf Praamstra, Adriaan van Dis, Ena Jansen
Naast de academische artikelen die de hoofdmoot van de bundel vormen, verzorgen Adriaan van Dis en Giselle Ecury aan het begin en het einde van het boek een persoonlijke reflectie op het thema. Van Dis doet dat vanuit zijn rijke ervaring in postkoloniale literaire kringen, om te eindigen met een bespiegeling over wat postkoloniale schrijvers heeft verbonden: ervaringen met racisme, discriminatie, maar vooral ook het onderzoek naar de Nederlandse cultuur en het verschil met het eigene. Ecury schetst een genealogische geschiedenis die reikt van de Antillen tot Duitsland en die eindigt rond de opening van een museum in het gebouw dat ooit haar overgrootmoeders shap (winkel) was. De twee stukken leggen sterk de nadruk op levenslopen en familiegeschiedenissen, wat ook een aantal andere artikelen in de bundel kenmerkt. Naast dergelijke ‘microgeschiedenissen’ biedt de bundel ook onderzoeken naar koloniale inspiratiebronnen voor Nederlandse literatuur, en meer historische bijdragen.
Het is uiteraard niet mogelijk om alle artikelen in de zo uiteenlopende bundel recht te doen, mijn aantekeningen in het boek zelf en op mijn kladblok overschrijden ruim de gestelde limiet aan het aantal woorden dat in OSO beschikbaar is voor een recensie. Het zal moeten volstaan om er drie stukken wat meer uit te lichten, en in een afrondende alinea de balans van het gehele project op te maken.
Rudolf Mrazek
Op het stuk van Van Dis volgt het artikel van Rudolf Mrazek. In vier delen bespreekt hij het overlappende werk en leven van drie mannen: Dr. Louis Schoonheyt, Chalid Salim, en Anthony van Kampen. De belangrijkste decors voor het verhaal zijn de gevangenenkampen Boven Digoel waar vanaf het einde van de jaren 1920 tot 1943 (vermeende) Indonesische communisten werden opgesloten en Jodensavanne waar (vermeende) Indische nazi-sympathisanten tijdelijk vast zaten. Aan de randen van het uiteenvallende Nederlandse imperium schetst Mrazek hoe Schoonheyt, geïnterneerd in Jodensavanne vanwege zijn NSB-sympathieën na vijftien jaar arts te zijn geweest in Boven Digoel, er niet aan ontkomt de parallel te zien tussen hemzelf en de opgesloten communisten. Salim daarentegen, in zijn jonge jaren als communist opgesloten in Boven Digoel, schrijft zelfs na de massamoord van Soeharto op de Indonesische communistische beweging bewonderingsvol over ‘onze president’. De vervlechting van de verhalen en levenslopen en de schuivende ideologische perspectieven lenen zich voor bespiegelingen over de manier waarop aan  geschiedenis en literatuur betekenis wordt gegeven en hoe die zelden goed lijken te rijmen met de beleving van degenen die de ideologisch geïnterpreteerde gebeurtenissen doormaakten.
Nicole Saffold Maskiel
Een andere bijdrage aan de bundel waarin de interkoloniale uitwisselingen en netwerken sterk worden geïntegreerd is het mooie onderzoek van Nicole Saffold Maskiel naar de lange lijnen van slaafeigendom tussen de Nederlandse Caraïben en Nieuw Nederland (tegenwoordig New York). In het artikel bespreekt Maskiel de lange ketens van slaafeigendom die door de geschiedenis van de Noord Amerikaanse heersende klasse lopen. Via de familie Stuyvesant die van Curaçao naar Nieuw Amsterdam ging, is slavernij onlosmakelijk onderdeel van de familiegeschiedenis van het vooraanstaande geslacht Bayard geworden. Maskiel laat zien dat via interkoloniale en interimperiale handelsverbindingen slaafgemaakte Afrikanen in Noord Amerika terecht kwamen, en hoe de vertrouwdheid met het eigendom van mensen door overerving van generatie op generatie werd doorgegeven.
Michiel van Kempen
Suriname en de Caraïben keren in de gehele bundel regelmatig terug. Aan het eind van de verzameling zit een stuk van Michiel van Kempen waarin hij onderzoekt hoe men in ‘nieuwe naties’ literatuur begint te lezen, en komt tot ‘postkoloniale canonformatie.’ Hij richt zich in het stuk met name op Suriname, maar het gebrek aan resultaat van de Surinaamse canoncommissie haalt de angel wat uit het stuk. Het is duidelijk dat er ook zonder een formele canon, iedereen met kennis van de Surinaamse literatuur zonder problemen een lijst op zou kunnen stellen van belangrijke werken. Typisch Surinaams-Nederlandse vraagstukken, zoals of de diaspora wel op zo’n lijst mag figureren spelen natuurlijk onmiddellijk op. Van Kempen legt veel nadruk op de celebrity culture dynamiek in Suriname. In het stuk van Van Kempen blijft het ‘pluricontinentale’ aspect buiten beeld.
Over het geheel genomen is de bundel een boeiende verzameling van stukken geworden. Het verschuiven van de aandacht van postkoloniaal naar pluricontinentaal is door de meeste auteurs met succes omarmd. De redacteuren zijn er in geslaagd om in een pluricontinentaal project een lezenswaardige en belanghebbende eenheid te creëren.
Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature.Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars, 2013. 286 p., ISBN 978 14 4384 228 0,  prijs £ 44,99.

 

Hommage aan landskind Frank Martinus Arion

door Stuart Rahan
Frank Martinus Arion. Foto © Gerard Klaasen
Amsterdam – “Ik wil geen vrouw zijn want ik weet niet wat borsten zijn.” Dit antwoord kreeg documentairemaaksterCindy Kerseborn van de Antilliaanse schrijver en dichter Frank Martinus Arion toen hem gevraagd werd wie zijn beroemde werk Dubbelspel heeft geschreven. “Is het de vrouwelijke of de mannelijke Arion?” Een regelmatig terugkerend dilemma tevens rijkdom voor schrijvers om ook in de huid van het andere geslacht te kunnen kruipen. In Dubbelspel zet Arion de vrouw op meesterlijk gevierde wijze neer.
De documentairefilm Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou ging vorige week in première in Nederland en is behalve een hommage aan de schrijver ook een indringende kijk op het leven van Antilliaanse mannen, vrouwen en het dominospel. Het spel is voor de Antilliaanse eilandbewoners niet zomaar een spel, het is een levenswijze.
Cindy Kerseborn & Adriaan van Dis.
Foto © Michiel van Kempen
Machismo
In de documentaire doorbreken een achttal Antilliaanse mannen een taboe dat machismo heet. Tijdens een kringgesprek vertellen zij open over hun mannelijkheid. Het hebben van meerdere vrouwen is een gegeven waar tijdens de opvoeding veel aandacht aan wordt besteed, door zowel de vader als de moeder. Mannen zijn jagers en horen niet in de keuken thuis, want dat is het domein van de moeder de vrouw. “Mannen hadden geen taboes. Vaak wordt over jullie gesproken maar er wordt nooit gevraagd wat jullie er van vinden”, herinnerde Kerseborn in haar dankwoord de mannen die meewerkten. Toch draait de documentaire niet alleen over het machismo. Het onderbelichte deel van Arions oeuvre, zijn dichtkunst, krijgt in een wezenlijk deel in de film bijzondere aandacht. “Arion is niet alleen bekend van Dubbelspel. Zijn gedichten vind ik meesterlijk”, vult de documentairemaakster aan. Hij schrijft zowel in het Nederlands als het Papiamentu met een taalgevoeligheid die diep snijdt in de huid van zowel de onderdrukker als de onderdrukte, van Nederland als kolonisator als ook de Antillen en haar bewoners. Hij verwierf hiermee een imago dat hem niet bij iedereen geliefd maakt.
Nieuwe gedichtenbundel
Speciaal voor de uitkomst van de documentaire is de verzamelbundel gedichten Heimwee en de Ruïne verschenen. Marvelyne Wiels, gevolmachtigd minister van Curaçao in Nederland, nam het eerste exemplaar in ontvangst. “Arion heeft kans gezien om uitdagingen om te zetten in mogelijkheden ondanks hij zijn moeder en zus in zijn prille jeugd verloor”, roemde zij de schrijver/dichter. Binnenkort gaat de film ook op Curaçao in première en liggen er verzoeken in andere landen als Suriname waar de schrijver ook hoog in aanzien is. De documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou is de tweede in een drieluik van documentairemaakster Cindy Kerseborn.
[uit de Ware Tijd, 18/10/2013]

 

De toekomst van de studie van de (post)koloniale Nederlandse literatuur

Aan de Universiteit van Amsterdam vond op vrijdagmiddag 20 september 2013 een debatbijenkomst plaats, georganiseerd door de hoogleraren Thomas Vaessens en Michiel van Kempen, over de toekomst van de studie van de (post)koloniale literatuurstudie in Nederland. Wetenschappers van verschillende universiteiten bogen zich over vragen naar de status en richting van dit veld van literatuurwetenschap. Hieronder de inleiding die Michiel van Kempen gaf ter opening van de bijeenkomst.

door Michiel van Kempen

Michiel van Kempen en Adriaan van Dis

Het veld van de studie van de postkoloniale literatuur van Nederland is enorm in beweging. Het lijkt alsof er een wisseling van de wacht gaande is. Academici die zich bezig hielden met (post)koloniale literatuur concentreerden zich 25 jaar geleden voornamelijk rond de Werkgroep Indische Letteren.  Vooral in Leiden werd de Oost een speerpunt van onderzoek, terwijl aan de UvA na het terugtreden van Bert Paasman in 2004 een bijzondere leerstoel voor de Indische letteren werd gecreëerd. Aandacht voor de West was veel minder breed en kwam er pas later met de Werkgroep Caraïbische Letteren en een leerstoel in Amsterdam vanaf 2006. De studie van de Zuid-Afrikaanse literatuur, vroeger gedoceerd aan verschillende universiteiten, concentreert zich in recente jaren enkel nog rond de bijzondere leerstoel Afrikaans aan de UvA.

De Indische Letteren hebben altijd een breed publiek aan zich weten te verbinden, maar dat publiek is sterk vergrijzend, en de academici van 25 jaar geleden maken plaats voor een jongere generatie (de bestaande universitaire posten lijken overigens snel te verdwijnen). Met die verandering van de wacht, lijkt zich ook een paradigmaverschuiving voor te doen. De academici rond Indische Letteren waren de mensen van de literatuurgeschiedenis van de realia, van de smakelijke, anekdotische literatuurgeschiedenis, verpakt in goed vertelde verhalen. Dat was ook wat hen altijd verbond met een breed publiek. De expansie van de – vooral Angelsaksische, in mindere mate Francofone – postkoloniale literatuurwetenschap lijkt aan deze generatie geheel voorbij te zijn gegaan.
Een nieuwe generatie literatuurwetenschappers heeft wel weet van die postkoloniale literatuurwetenschap, en maakt (mogelijk vanuit die wetenschap aangestuurd) andere keuzes dan die van de traditionele literatuurgeschiedenis en tekstanalyse. Zij zoekt nadrukkelijk de raakvlakken op met cultural studies, plaatst literaire verschijnselen in een sterk cultuurhistorische context, in een discours-analytisch denkkader of analyseert met middelen die zijn aangereikt door de mediastudies, of vanuit gender- en diversiteitsperspectief.

Bij mijn weten bestaat er op dit moment enkel aan de Open Universiteit  een masterprogramma over koloniale cultuur en literatuur; er zijn daar ook plannen om postkoloniale studies nog meer te integreren in het interdiscplinaire onderwijs- en onderzoeksprogramma van de faculteit Cultuurwetenschappen.

 

In Utrecht is er een Postcolonial Studies Initiative. Dat is geen onderzoeksinstituut maar samenwerkingsverband van onderzoekers van zeer divers pluimage en geaffilieerd met universiteiten in binnen- en buitenland. Van de circa 40 aangesloten onderzoekers vermelden er 4 dat zij ook bezig zijn met Nederlandse postkoloniale literatuur. De Universiteit Utrecht kent ook een Engelstalige minor Postcolonial Studies waar studenten worden ingewijd in de theoretische en methodogische  aspecten van postcolonial studies.
Leiden heeft een Platform for Postcolonial Readings (Isabel Hoving, Sarah de Mul), dat enigszins met dat van Utrecht te vergelijken is, zij het dat het veel bescheidener is naar omvang.
Het KITLV kent een jaarlijkse brede multidisciplinaire cursus Caraïbistiek; één college daarvan is gewijd aan Caraïbische literatuur.
In Antwerpen is er The Postcolonial Literatures Research Group at the University of Antwerp, maar richt zich sterk tot de literatuur die in verband staat met de Franstalige koloniën.

 

Enkele uitgangspunten
Dit overziende wil ik graag met u nadenken over enkele uitgangspunten die ik hier bij wijze van aanzetten tot discussie formuleer over wat de Nederlandse (post)koloniale literatuurstudie zou moeten of zou kunnen inhouden.
Belangrijkste uitgangspunt zal moeten zijn dat de postkoloniale literatuurstudie haar terrein duidelijk afbakent en een unieke plek opeist. De literatuur van Oost, West en Zuid is breed en complex naar te bestuderen tijd, talen en culturen, en heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandse literatuurgeschiedenis met belangwekkende auteurs als Multatuli, Daum, Couperus, Dermout, Helman, Debrot, Haasse, Van Dis, Cairo, Roemer, Ramdas. Het gaat allerminst om een quantité négligeable, maar om een corpus auteurs en teksten dat vanuit de neerlandistiek gespecialiseerde aandacht verdient, al was het alleen maar omdat die literatuur ook een belangrijke doorwerking heeft in de multiculturele literatuur van het Nederland van nu. De studie van de postkoloniale literaturen van Nederland zal zich duidelijk moeten realiseren dat zij niet de overlap zal moeten maken met het veld van andere disciplines waarmee zij wel raakvlakken heeft. Niemand zit te wachten op neerlandici die de literatuur geschreven in het Frans, Engels, Spaans enz. analyseren (tenzij vanuit comparatistisch oogpunt). Niemand wacht erop tot neerlandici zich begeven op het terrein van de Black Studies, de global studies, van de Angelsaksische postcolonial criticism, van de slavernijstudie zoals die door historici aan verschillende universiteiten nu aandacht krijgt, van de antropologische verhaalanalyse. Wel zal zij met al deze disciplines voeling moeten houden, en ook het multidisciplinaire onderzoek mee vorm moeten geven. Goede samenwerking met universiteiten elders in de wereld en vooral ook met instellingen in de voormalige Nederlandse koloniën kan de positie van het vakgebied alleen maar versterken.

 

Een ander uitgangspunt is dat de postkoloniale Nederlandse literatuurwetenschap niet gaat in de richting van wat in de voormalige koloniën zelf prioriteit heeft of verdient:  de wording van de nationale literaturen, maar dat zij de focus legt op die verschijnselen die een directe band met Nederland hebben, en die ook een zekere mate van urgentie hebben voor de multiculturele samenleving van dit moment. Vanzelfsprekend behoort de wijze waarop de Nederlandse samenleving in beeld komt bij tweede en derde generatie Indische, Surinaamse en Antilliaanse auteurs (Marion Bloem, Alfred Birney, Ellen Ombre, Karin Amatmoekrim) tot het aandachtsveld. En natuurlijk zal er ook aandacht moeten zijn voor die andere culturen van de multiculturele samenleving die niet direct gelieerd zijn aan de voormalige koloniën: die van schrijvers met een link naar de Marokkaanse wereld (Benali, Bouazza, Stitou, Boudou, El Bezaz,  Laroui, Benzakour) en die van auteurs met wortels in andere landen als Kader Abdolah, Yasmine Allas, Özkan Akyol enz.). Tenslotte zal de verbeelding van de multiculturele samenleving door witte schrijvers als Joost Zwagerman, Robert Vuijsje, Stephan Sanders, Diederik Samwel evenzeer interessant zijn vanuit postkoloniaal perspectief; die andere framing zal onvermijdelijk waardevolle nieuwe interpretaties van hun werk opleveren.
Literatuurwetenschappers bijeen in Berkeley, California, september 2011. Foto © Michiel van Kempen
Te bediscussiëren kwesties

Vanuit deze ideeën zouden onze gedachten moeten gaan over een aantal kwesties
Inhoudelijk
          Hoe kan de postkoloniale literatuurwetenschap haar bestaansrecht bewijzen en vanuit welk paradigma of welke paradigmata kan daar het beste invulling aan worden gegeven, zonder te vervallen in het eindeloze methodenpluralisme waarin de postcolonial studies zijn terechtgekomen? Hoe wordt het veld afgebakend? Wat is er Nederlands aan die neerlandistiek? In welke mate heeft de inmiddels al traditioneel geworden (structurele) tekstanalyse daarin (nog) een plaats? En in hoeverre blijven de traditionele geografische grenzen intact, of kunnen die/moeten die geïncorporeerd worden binnen een groter verband.
De drie Amsterdamse bijzonder hoogleraren
postkoloniale literatuurwetenschap bijeen op
Curaçao, waar gewerkt werd aan de opzet
van een Masters Literatuurwetenschap aan de UNA,
januari 2009. V.l.n.r. Pamela Pattynama,
Ena Jansen en Michiel van Kempen

 

Inbedding
          Hoe kunnen vanuit een stevig theoretisch fundament researchresultaten zo worden gepubliceerd dat zij een redelijke mate van publieksvriendelijkheid behouden, en zo ook een ruim publiek betrekken bij het vak? Bij welke gremia van de samenleving  moet de postkoloniale literatuurstudie allereerst aansluiting zoeken? Wat kunnen die gremia betekenen voor het maatschappelijke en universitaire draagvlak van het vak? Hoe kan het beste worden ingegaan tegen de tendens van afbraak van postkoloniale instellingen als gevolg van de bezuinigingen van de laatste jaren (Moluks Museum, KIT, KITLV, NiNsee, MC Theater enz.)?
Internationale inbedding
          Hoe kunnen er structurele verbanden gelegd worden met onderzoeksinstellingen in de voormalige koloniën (Indonesië, Suriname, de voormalige Antillen, Zuid-Afrika)? Hoe kan die internationale samenwerking en uitwisseling het best gestalte krijgen?
Institutionele vormgeving
          Wat is nu de beste institutionele omgeving waarbinnen de postkoloniale literatuurstudie kan floreren? Moet er een paraplu gecreëerd worden die de verschillende deelvelden overhuift? Moet dat dan een gewoon hoogleraarschap zijn of een andere vorm krijgen? Is een gewoon hoogleraarschap haalbaar, hoe ligt dit politiek in de academische wereld, en waar kan het  draagvlak daarvoor (ook materieel) met de meeste kans van slagen gevonden worden?
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter