blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Dijk Yra van

Dubbelconferentie ‘CROSS-OVER te gast bij CARAN’

Oranjestad 22 november 2017

Antilliaanse, Surinaamse en Nederlandse literatuur: Transnationalisme, interculturaliteit en intercontinentaliteit

Oproep voor bijdragen

Cross Over, het tweejaarlijkse platform voor de interdisciplinaire en transculturele letterkundige neerlandistiek, overschreed in 2015 na colloquia afwisselend in Nederland en België voor het eerst de Nederlandse taalgrens. Nadat de Universiteit Gent (Vakgroep Letterkunde – Afdeling Nederlands) de conferentie onder haar hoede nam (2013), trad dat jaar Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań, Polen (Departement Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies in Poznań) op als organisator. In het najaar van 2017 onderneemt Cross Over een nog grotere overzeese stap. Dit jaar heeft Cross Over in Oranjestad (Aruba) plaats als deel van de dubbelconferentie ‘CROSS-OVER te gast bij CARAN’. read on…

Tessa Leuwsha onder de loupe

Op vrijdag 20 mei 2016 vond het slotcollege plaats van de UvA/UL-reeks Caraïbische Dromen (Michiel van Kempen & Yra van Dijk). Het was een openbaar college bij de Vereniging Ons Suriname aan de Amsterdamse Zeeburgerdijk. Circa 80 aanwezigen bogen zich over het boek Fansi’s stilte van Tessa Leuwsha, die zelf ook aanwezig was en die inging op allerlei aspecten van haar non-fictieboek: de wijze waarop zij omging met bronnen, de compositie van haar boek, de moeilijkheid om de voorgeschiedenis van haar grootmoeder te organiseren enz. read on…

Draden in het donker. Intertekstualiteit in theorie en praktijk

door Lars Bernaerts

Over Hugo Claus is de anekdote bekend dat de criticus Julien Weverbergh hem op een dag de vele intertekstuele verbanden voorlegde die hij in de roman Omtrent Deedee vond. Claus zou volgens Louis Paul Boon aan Weverbergh gezegd hebben: ‘gij zijt de enige die mijn boek gelezen en begrepen hebt’. ‘En Julien,’ zo vertelt Boon in 1972 verder, ‘die was zo gelukkig als wat, rolde al die papieren op en ging weg. Toen zei Hugo tegen mij: wat die mens daar toch allemaal in ziet…’ read on…

Yra van Dijk nieuwe hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Leiden

Met ingang van het eerste semester wordt Dr. Yra van Dijk in Leiden aangesteld als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Mondiaal Perspectief.

Van Dijk wordt aangesteld bij het instituut LUCAS (Leiden University Centre for the Arts in Society), dat zich bezighoudt met het onderzoek van cultuur, literatuur, kunst, film en media in brede zin. Zij past naar eigen zeggen uitstekend bij haar toekomstige Leidse thuisbasis: ‘Ik probeer steeds om een brug te slaan tussen wetenschappelijk onderwijs en onderzoek aan de ene kant, en de literaire wereld, de literaire kritiek en lezers aan de andere kant. Daarom schrijf ik voor de boekenbijlage van NRC Handelsblad en geef ik regelmatig lezingen, workshops en mastercourses op hogescholen en voor allerlei culturele instellingen.’ Van Dijk maakt deel uit van diverse tijdschriftredacties, besturen en jury’s voor literaire prijzen. Nu is Van Dijk nog universitair docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
[overgenomen van Neder-L]

Irony is over

door Yra van Dijk

‘Irony is over’, concludeerde Claire Colebrook gisteren een lezing in New York. De hippe Australische stelde dat de westerse filosofie en literatuur weliswaar altijd ironisch is geweest, maar dat daar nu een einde aan is gekomen. Zelfs de bodemloze postmoderne ironie, die niet meer verwees naar een achterliggende waarheid, was niet meer dan een teken van het einde van het ironische tijperk.

Met een vanzelfsprekend gemak zeilde Colebrook van Deleuze, naar Jonathan Frantzens Freedom, en dan via Sarah Palin en Aristoteles weer terug, om te besluiten met de Deleuziaanse voorspelling dat we een nieuw, onironisch maar eerder ‘humerous’ tijdperk ingaan. Humor, in tegenstelling tot ironie, suggereert een leven en een kracht die uitstijgt boven betekenissen. (Wonderlijk genoeg refereerde ze niet aan haar collega Simon Critchley, die in 2007 verklaarde dat humor de enige vorm van sublimatie is die onze oneindige ethische verantwoordelijkheid dragelijk kan maken (Infinitely Demanding). Ironie is altijd anti-humanistisch, zo stelde Colebrook, en wij zijn nu zo humanistisch dat er geen ruimte is voor ironie.

Dat is misschien wel wat kort door de bocht. Twintig straten verderop in de lower East Side was er ondertussen een expositie in The new museum met een werk van de Israëlische kunstenares Yael Bartana (die overigens aan de rijksacademie studeerde en in Amsterdam woont). Het werk bestond uit een Manifesto of the Jewish Renaissance Movement in Poland. Wie nog twijfelde aan de ernst van het idee, is snel genezen door de grafische signalen: fascistische iconen sieren het bloedrode pamflet, dat bezoekers gratis mee mogen nemen in posterformaat. Een nogal ambivalente zionistische boodschap, met bovendien een bijbehorende getekende instructie: bouw-je-eigen-kamp, compleet met prikkeldraad en wachttorens. Ironischer kan het niet. Of zou het humor zijn?

[van De Amsterdamse lezing, zaterdag 26 februari 2011]

MLA goes digital

door Yra van Dijk

Twitteren tijdens een lezing heeft iets stiekems- het lijkt veel op de heimelijke briefjes die we vroeger doorgaven op school. Nu is het niet alleen legitiem maar zelfs sociaal wenselijk, in ieder geval in de kringen van de digital humanities.
En die kringen zijn groot, bleek de afgelopen dagen op het MLA congres in Los Angeles. Er waren meer sessies dan ooit tevoren die op een of andere manier met de digitale wereld te maken hadden, en dat voor het wat conservatieve instituut dat de Modern Language Association is- geliefd en gehaat door Amerikaanse letterkundigen. Iedereen moppert op de idiote omvang van het jaarijkse congres, en op de despotische organisatie die bijvoorbeeld weigert het programma online te zetten. Dat betekent dat de academici door het complex draven (een kruising tussen de RAI en de Ritz) met een laptop onder de ene arm en een onmogelijk dik programma onder de andere.

Je moet er een flinke middag voor uittrekken om het programma uit te pluizen, en te besluiten of je gaat luisteren naar klassieke verhalen over Shakespeare of Wordsworth, of liever naar sessies over nieuwe hippe vakgebieden, zoals ‘subaltern studies’ of ‘disability studies’. Met die aandacht voor marginale groepen lijkt de cultuurwetenschap zichzelf te willen legitimeren en haar eigen directe sociale nut te willen bewijzen. Het grote probleem van die benaderingen is dat het vakgebied daarmee zelf lijkt te ontkennen dat het groot indirect sociaal nut heeft.

Het gevoel dat we wanhopig trachten te bewijzen dat we niet achterhaald of overdbodig zijn zie je ook in de hoeveelheid sessies over Digital humanities. Digital humanities is een meta-onderwerp, en kan dus over vrijwel alles gaan, als er maar een computer aan te pas komt: van het beheren van een online dichtersarchief (http://www.whitmanarchive.org/) tot het analyseren van de code onder de website mybarackobama.com. Ook hier hebben opvallend veel van de verhalen een politieke component, alsof de sprekers willen bewijzen dat al deze efemere codes wel degelijk een effect hebben in de echte wereld- zoals in een project waar illegale mexicaanse immigranten een telefoon met gps kregen die ze wijst waar ze waterbronnen kunnen vinden op hun gevaarlijke tocht door de woestijn op weg naar Amerika: een voorbeeld van disturbance art. (http://post.thing.net/node/1642).

Het zijn goedbezochte sessies, wat veel zegt over hoe hard de letterkunde op zoek is naar nieuwe wegen, en een zeker essentialisme is het nieuwe vakgebied dan ook niet vreemd. Overigens zijn het de scholars met de grootste namen die het meest realistisch lijken over de mogelijkheden van onderzoek in het digitale tijdperk. Een onderzoeksvraag is immers niet per definitie zinvol als er maar digitale methoden aan te pas komen. Ook los daarvan is het een genoegen om te luisteren naar mensen als Johanna Drucker of Derek Attridge of Judith Butler: de namen uit je boekenkast komen hier tot leven zoals speelgoed in De notenkraker. Ze blijken er ook in de echte wereld verstandige ideeën op na te houden. En twitteren doen ze niet.

[overgenomen van De Amsterdamse lezing]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter