blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Coen Jan Pieterszoon

Verwijzingen naar koloniaal verleden doen stof opwaaien: ‘foute’ standbeelden wankelen op voetstuk

door Anton Goegebeur en Ewoud Ceulemans

Het Afrikamuseum in Tervuren krijgt steeds meer vragen van gemeenteraden die advies nodig hebben over controversiële beelden die verwijzen naar ons koloniaal verleden. “Ze zijn in de recente jaren ­allemaal weleens beklad”, weet Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven. read on…

Dispereert niet

door Tjebbe van Tijen

Achjee, al die Pavlov-reacties op de voorgenomen iconoclast in Charlottesville Virginia, leidt maar mooi af van de lage landen waar het sinds de beeldenstorm in het midden van de 16e eeuw op dat gebied angstwekkend rustig geworden is… werden in de 16e eeuw nog heilige beelden omvergetrokken, sindsdien is er een woud van beelden om geweldenaars en gemeneriken te aanbidden in de Lage Landen verrezen en als ‘historisch erfgoed’ keurig onderhouden tot op de dag van vandaag onderdeel van ons allen… read on…

Nieuwe tekst op sokkel Jan Pieterszoon Coen

Op de sokkel van het standbeeld in Hoorn komt nu een kritische tekst. Foto: Jelle Spanjaard – Flickr


De gemeenteraad van Hoorn heeft na maanden van discussie een nieuwe tekst opgesteld voor op de sokkel van Jan Pieterszoon Coen.

Burgers van Hoorn hadden daarom gevraagd omdat ze het fout vonden dat Coen als een held werd vereerd, ondanks de slachtingen die hij aanrichtte in Oost-Indië.

Volkerenmoord
De raad bepaalde vorig jaar na een burgerinitiatief dat de tekst bij het beeld in het centrum van Coens geboortestad zou worden aangepast. Op de sokkel staat nu: “Jan Pieterszoon Coen (1587-1629). Geboren te Hoorn. Gouverneur-generaal van de V.O.C. en grondlegger van Batavia, het huidige Jakarta. Standbeeld geplaatst in 1893”.

Na maanden overleg komt straks op de sokkel te staan dat Coen zijn successen als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië in dienst van de VOC op zeer gewelddadige wijze boekte. Verder wordt vermeld dat het standbeeld niet onomstreden is. “Volgens critici verdient Coens gewelddadige handelspolitiek in de Indische archipel geen eerbetoon”.

De indiener van het burgerinitiatief had het liefst gezien dat op de sokkel concreet de volkerenmoord was genoemd die Coen in 1621 zou hebben aangericht. Dat ging de gemeenteraad te ver.

SlachtingIn 1621 liet Coen een slachting aanrichten op het Molukse eilandje Banda, destijds de enige plaats waar muskaatnoten groeiden. Omdat de bewoners niet alleen aan de VOC leverden en eerder VOC-dienaren hadden vermoord, greep Coen in. Daarbij kwam de complete bevolking van het eilandje om.

Tientallen leiders van Banda werden geëxecuteerd, veel andere Bandanezen werden vermoord, en anderen werden als slaven weggevoerd. De bewoners die de bergen waren ingevlucht kwamen om doordat Banda niet meer van voedsel werd voorzien. De VOC bevolkte het eiland daarna opnieuw met eigen personeel.

De indiener van het burgerinitiatief laat het er voorlopig bij zitten. “Dankzij het burgerinitiatief is het op de agenda gezet, helaas met een teleurstellend resultaat. Ik zou niet weten wat ik verder nog kan doen, ik laat het maar over aan de volgende generatie”, zei hij.

 

 

[van NOS.nl, 14 maart 2012]

How the Dutch Are Coming to Terms With the Colonial Past

door Bastiaan Scherpen

After a brief controversy, a ruthless former governor-general of the Dutch East India Company is back on his pedestal in his Holland birthplace. Literally, that is.

But the dispute over the statue of Coen doesn’t stand alone.

The controversial panel on the late 19th-century royal vehicle shows colonial subjects presenting gifts to their Dutch rulers. (AP Photo)

The statue of Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) in the city of Hoorn, North Holland province, was accidentally hit by a vehicle during construction works in August. Despite calls to use the opportunity to replace the effigy with one of a less controversial figure than the man nicknamed the Butcher of Banda, the Hoorn City Council in late September decided to restore the monument. It was placed back on Oct. 19.

[Lees hier verder in de Jakarta Globe, November 21, 2011]

Herdenking van de ‘Afschaffing’ van de slavernij

door Fred de Haas
Naar aanleiding van de ‘afschaffing’ van de slavernij heeft de altijd zeer lezenswaardige emeritus hoogleraar Piet Emmer met Seymour Drescher de bundel Who abolished slavery? Slave revolts and abolitionism (New York / Oxford 2010) het licht doen zien. Daarin valt te lezen dat de slavernij met gemak nog wat jaren had kunnen blijven voortbestaan als een aantal parlementen in Europa en Amerika dit zou hebben gewild. Er was immers hoegenaamd geen verzet meer na de slavenopstanden in het Caribisch gebied?Wat betreft Curaçao: het verzet van Tula en de zijnen werd binnen enkele weken gebroken en daarna herstelde de oude orde zich, zij het dat de bestuurders, angstig geworden, wél rekening gingen houden met mogelijk verzet. Dat bleef echter uit en er was na 1795 (de opstand onder leiding van Tula en Karpata) geen sprake meer van rebellie, laat staan van een revolutie. Het is dus niet zo dat de slaven in het Caribisch gebied zelf gezorgd hebben voor het einde van hun slavernij.
Er is in het Caribisch gebied één uitzondering op die regel: Haïti. Daar werden – na een lange reeks verwikkelingen – de Fransen door Toussaint Louverture en zijn zwarte leger het land uitgedreven. In 1804 werd in Haïti de vrije Republiek uitgeroepen. Dat Frankrijk in 1848 de slavernij afschafte was voor Haïti niet van belang.

.

Auguste François Biard (1798-1882)
L’abolition de l’esclavage dans les colonies françaises en 1848, huile sur toile (Salon 1849)
Versailles, musée national du château et de Trianon, MV 7382
(C) Photo RMN / © Gérard Blot

Wie dezer dagen een aardig boekje wil lezen over de Curaçaose opstand van Tula kan terecht bij ’Tula, de slavenopstand van 1795 op Curaçao’ (Ninsee/Amrit 2009, onder redactie van de huidige directeur van het Ninsee, Artwell Cain).
Het boekje is zeer lezenswaardig, maar men moet er rekening mee houden dat wat erin staat over Tula voor een groot deel ‘van horen zeggen’ is. Wij moeten afgaan op wat pater Schinck heeft opgeschreven over zijn onderhandelingen en contacten met de vrijheidsstrijders en op wat dominee G.B. Bosch nog eens, een twintigtal jaren later, heeft overgedaan. De officiële brieven van de Koloniale Raad zijn wél allemaal authentieke, valide bronnen.

Het enige wat ik echt op het boekje tegen heb zijn de nogal infantiel aandoende waardeoordelen die het bevat. Die passen niet in een geschiedkundig verhaal dat objectief wil zijn. De opmerking van G.B. Bosch ‘Het bekende ontzag voor de blanke kleur, dat hun van hunne jeugd af ingeprent was, en waarvan de invloed niet zo spoedig verdwijnen kon, hield hen terug, eenige wraak aan hunne gevangenen uit te oefenen’ ontlokt het volgende commentaar aan de schrijvers van het boekje:
‘Hij (d.w.z. dominee G.B. Bosch) kon zich niet voorstellen dat het kwam omdat de slaven een hoger niveau van beschaving hadden dan hun meester, dat hun vrijheid niet hoefde leiden tot de onderdrukking van anderen. Dat hogere beschavingsniveau zou later nog eens duidelijk gedemonstreerd worden in de betogen en handelswijze van Tula’. En enkele bladzijden verder: ‘De beschaafde houding van de rebellen staat in schril contrast tot de ongeciviliseerde houding van de blanke meesters’.

Dat is natuurlijk chauvinistische kletskoek. Het was bepaald niet geciviliseerd van Pedro Waccao om schoolmeester Sabel drieënhalf uur lang achter zijn paard aan de ruwe weg over te slepen. En of het geciviliseerd was van rebel Mercier om Sabel met een schot uit zijn lijden te verlossen is ook nog maar de vraag. Ik denk dat men in die tijd voor elkaar nauwelijks in ongeciviliseerdheid onderdeed.

Onderbelicht, maar wel vermeld, blijft ook dat Tula werd verraden door een zwarte Curaçaoënaar. Maar verraders heb je nu eenmaal overal. Het waren immers ook slaven die hebben meegeholpen om Karpata te vangen. Vervelend, maar waar.

In Nederland is op 1 juli de ‘afschaffing’ op passende wijze herdacht. De demissionaire vicepremier Rouvoet kon zich in zijn toespraak tijdens de herdenking op 1 juli jl. in Amsterdam niet voorstellen hoe onze voorouders de slavenhandel met hun geweten in overeenstemming hadden kunnen brengen.

Nou, ik kan me dat wél voorstellen. We wisten toch dat God altijd aan onze kant stond? De strenge gouverneur-generaal van ‘Ons Indië’ Jan Pieterszoon Coen schreef al aan de Heren XVII in ± 1617 : ‘Ontziet uwe vijanden niet, daar en is ter wereld niet dat ons kan deren, want God met ons is’. En onze voormalige minister-president Colijn, die in Indië meehielp een opstand neer te slaan, schreef aan zijn vrouw in ±1894 dat het ‘onaangenaam werk’ was om vrouwen en kinderen neer te schieten, maar dat de soldaten ze ‘met genot aan hun bajonetten regen’. En hij vervolgde: ‘Danken we, mijn lieveling, den Heere onzen God voor zijne weldaden ende zegeningen. Hij heeft ons in de ure des gevaars bewaard. Zij Hij ons ook verder nu nabij’.

Het was allemaal veel eenvoudiger dat we dachten, meneer Rouvoet. Zó deden we dat met ons geweten. God was met ons!

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter