blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Codjo

Karel V, de Carolina en Suriname

door William Man A Hing

Voor zover bekend heeft keizer Karel V geen enkele bemoeienis gehad met Suriname. Uit de eertijdse “vaderlandse” geschiedenis is deze Habsburgse vorst voor velen nog bekend als de vader van Filips II. Tegen laatstgenoemde als koning van Spanje zou immers de 80-jarige oorlog een aanvang nemen.  Maar toch is er reden om enige aandacht te besteden aan deze grote Europese vorst. Onder diens bewind hebben
verschillende belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden waarmee wij tot vandaag worden geconfronteerd. Niet in de laatste plaats was daar bijv. de “verovering” van een aantal gebieden in de Nieuwe Wereld vanuit Spanje. read on…

Waarom kiezen wij voor de naam ‘Marron’

door Cynthia Leune-Alendy

Van tijd tot tijd zien we artikelen over deze term weer langskomen. Zo mochten wij onlangs genieten van een artikel van Bert Eersteling over dit onderwerp. Als huidige voorzitter van het Marronvrouwen Network (MVN) en medeoprichtster van de vereniging SaMaDe, welke staat voor Samenwerkende Marron Deskundigen, voel ik mij verplicht mijn licht te laten schijnen over dit onderwerp. In de namen van beide organisaties komt namelijk de term ‘Marron’ voor. read on…

Vonnis Cojo, Mentor en Present

 
door Carlo Jadnanansing
 
In het zojuist verschenen Surinaams Juristen Blad (SJB 2013 nummer 3) is er een interessant vonnis geplaatst uit 1833 inzake Het Politiek Ministerie ca Cojo of Andries, Mentor of Geluk en Present. Aan laatstgenoemden werd tezamen met nog zes andere beklaagden (verdachten) brandstichting ten laste gelegd. Dit laatste mag als algemeen bekend worden verondersteld. Een voor velen verrassend aspect dat in het vonnis naar voren komt, is dat de brandstichting in verband gebracht werd met een poging om het toenmalige wettige gezag omver te werpen en de staatsmacht over te nemen. Voor zover mij bekend komt dit aspect in de geschiedenisboeken die voor onderwijsdoeleinden op de Surinaamse scholen worden gebruikt niet naar voren.Uit het vonnis blijkt dat Cojo, Mentor en Present samen met Winst en Tom gezamenlijk een kamp hadden opgezet in het ‘Picornobosch’ dat aan de rand van Paramaribo moet hebben gelegen. Hun werd ten laste gelegd dat zij onder het plengen van vloeistoffen op de grond een eed gezworen hadden om overal waar zulks mogelijk was, brand te stichten en zoveel mogelijk goederen te bemachtigen. Hierna zouden zij trachten zich te verenigen met andere weggelopen negers en zich met hen te verenigen en een groter kamp op te richten op een verlaten plantage aan de Boven-Surinamerivier. Op deze plantage bevond zich de bekende weggelopen slaaf Pasop die zich aldaar ophield met andere weglopers. Cojo, Mentor en Present zouden met Pasop hebben afgesproken dat zij na deze vereniging met andere weglopers (bedoeld wordt Marrons; CRJ) tegen de blanken en ‘vrijlieden’ zouden vechten, de stad zouden aanvallen en wanneer zij van voldoende wapens voorzien zouden zijn, zich van het land meester zouden maken. Cojo zou verklaard hebben dat wanneer zij het land hadden overwonnen, hij zich tot opperhoofd daarvan zou laten uitroepen en het land onder zijn mensen zou verdelen.

Wellicht zouden Cojo, Mentor en Present de eersten in de geschiedenis kunnen zijn die een couppoging tegen het wettig gezag hebben beraamd. Cojo, Mentor en Present werden echter na de brandstichtingen gevangen genomen en na hun berechting op barbaarse wijze terechtgesteld. Zij werden door het Gerechtshof ter dood veroordeeld en op de wijze dat zij aan palen vastgebonden, levend verbrand moesten worden.
Het vonnis werd uitgevoerd ten overstaan van het voltallige Hof, de procureur-generaal en de griffier.

[van Starnieuws, 2 januari 2014]

Ma Retraite

Wandeling naar de plantaadje Ma Retraite, gelegen achter Paramaribo; in den jaare 1787
Thans treeden wy den tuin van Ma Retraite binnen.
Myn zanglust kon hier licht een nieuwe schets beginnen;
Maar neen! ‘k heb my bepaald by myne wandeling:
Misschien dat ik, hierna, nog eens een veldlied zing
Van uwe vruchtbaarheid en schoone koffiboomen.
Daar komt de landman ons op ‘t gulst verwellekomen……..
door Carl Haarnack
Overigens kennen we in Nederland ook een ‘Ma Retraite’, een buitenplaats in de gemeente Zeist. Hier werd rond 1800 een herenhuis gebouwd. Daarnaast was er een koetshuis met ruimte voor zeven paarden, een koetsierswoning, orangerie, een tuinmanswoning, moes- en tuingronden, compleet met waterpartij. U zult begrijpen dat dit alles gebouwd werd door de familie Nepveu, ongetwijfeld betaald met de winsten uit Suriname. In 1779 overleed Jan Nepveu. Hij liet zijn niet onaanzienlijke kapitaal en zes plantages na aan zijn zoon Laurens Johannes Nepveu (1751-1823). Deze woonde niet in Suriname maar in Nederland. Kort voor zijn overlijden gaat het eigendom van de plantage Ma Retraite over op François Becker. In de loop der jaren is de plantage door uitgifte van nieuwe gronden aangegroeid tot 1288 akkers, inclusief het gebied aan de Suriname-rivier dat als ‘Land van Ma Retraite’ in de archieven wordt beschreven. Koffie en katoen waren de hoofdproducten.
De dichter Roos romantiseerde het leven van de slaven (“Uw juk is licht……..”). Na hun gedane arbeid werkten zij op kostgrondjes waar zij pinda en yams (knolgewassen) verbouwden. Ongetwijfeld heeft Roos, die zelf ook plantage-directeur was, een niet helemaal objectieve kijk op het slavenleven. In de roman ‘Codjo de brandstichter’ wordt ook de plantage Ma Retraite opgevoerd. De slaven zijn hier niet zo tevreden als bij Roos. De slaven lopen weg vanwege de wrede behandeling en verkiezen de onzekerheid van het zwervende bestaan boven het plantage-leven. Van Hoëvell, die pleitte voor afschaffing van de slavernij, schets het volgende beeld van Ma Retraite:
“Ten noorden der stad liggen de plantages ‘Ma Retraite’ en ‘Tourtonne,’ beide beplant met bananen, koffij en kakao. Ze voorzien voor een groot gedeelte in de behoefte aan bananen van Paramaribo. De rijweg naar Tourtonne is een der aangenaamste wandelwegen om de stad; een laan van zware oude tamarindeboomen biedt een verkwikkenden lommer, en de tusschen eene heerlijke tropische vegetatie verscholen landhuizen leveren hier, gelijk elders in de omstreken der stad, even bevallige als prachtige gezigten op”.
Ten tijde van de afschaffing van de slavernij is de plantage eigendom van ene S.A. Samuels. Het aantal slaven is behoorlijk teruggelopen. Samuels ontvangt in 1863 voor in totaal 69 slaven een schadeloosstelling (fl. 300,– per slaaf). In de jaren die volgen is de plantage is het bezit van verschillende generaties Samuels, Samuels-Gomperts en ene Levie.
Deze prachtige ansichtkaart dateert van rond 1900 en geeft ons een kijkje op de gebouwen van de plantage Ma Retraite. We zien de bakken waarop de cacao gedroogd werd. Op de achtergrond zien we de balen cacao en enkele arbeiders. Ook zien we links een rijtuig waar een paard voor gespannen is. Halverwege de 19e eeuw was men op de plantage volledig omgeschakeld naar cacao. Jaarlijks werd door 150 arbeiders zo’n 40.000 kilo cacao geproduceerd. De slavenmacht had plaatsgemaakt voor contractarbeiders. In 1864, een jaar na de afschaffing van de slavernij, waren enkele Chinese arbeiders aangetrokken. In de daarop volgende decennia werden zo’n honderd contractarbeiders uit India en meer dan driehonderd uit Java aangetrokken.
Knijp eens uw ogen een beetje toe als u de volgende keer door Ma Retraite loopt of rijdt. Misschien ziet u ergens schimmen uit het verleden. In Suriname is de geschiedenis nooit ver weg.

[Dit artikel werd eerder geplaatst in het blad Obsession]

Herdenking executie Kodjo, Mentor en Present

“Trowe watra nanga yu her’ ati”

door Claudine Saaki
Paramaribo – “Kodjo, Mentor en Present pren, na wan pren, fu trowe watra nanga yu her’ ati.” Met die woorden benadrukte Elly Purperhart gisteren de waarde van het plein, waarop door de Feydrasi fu Afrikan Srananman de executie van Kodjo, Mentor en Present werd herdacht.De drie slaven werden op 26 januari 1833 levend verbrand, omdat zij een grote stadsbrand zouden hebben veroorzaakt. De exacte lokatie van de executie kon pas vijftien jaar geleden na historisch onderzoek door de Feydrasi worden vastgelegd.

.

Elly Purperhart, die elke keer aan dit heugelijk feit meedoet, besprenkelt de grond met water uit een kalebas na haar powema. (Foto: Claudio Barker)

Op 26 januari 2000 werd op verzoek van de Feydrasi het busplein tussen de Heiligenweg en de Knuffelsgracht herdoopt tot Cojo Mentor Presentplein. Volgens Purperhart moet dit ‘pren’ als heilig worden beschouwd en mag de herdenkingsdag niet ongemerkt voorbij gaan, omdat de drie helden verzet pleegden tegen het juk van de slavernij.

“Bigi bruja de na mindri blaka buba, deng e strey psa deng srefi”, begon Purperhart haar vurige powema, waarin zij de zwarte bevolking aanraadt meer in eenheid met elkaar te leven.
Onderwijsminister Raymond Sapoen achtte de woorden van Purperhart zeer belangrijk. “Als de Feydrasi haar projecten succesvol wil afronden, moet zij samenwerken en ervoor zorgen dat onverschilligheid onder de zwarte bevolking ophoudt”, zei Sapoen. Voorzitter Iwan Wijngaarde is daarom blij met het thema van de viering van Blakaman Dey voor dit jaar: ‘Internationaal jaar van mensen van Afrikaanse afkomst’.

Voor de Feydrasi fu Afrikan Srananman was het een zeer speciaal moment, omdat het de vijfde keer is dat de executie van de drie slaven door hen wordt herdacht. Na alle toespraken werden de kransen op de monumenten gelegd door Wijngaarde, Johan Roozer van het Directoraat Cultuur en de heer Raymond Sapoen. Gezamenlijk werd afgesloten met het lied Wi kondre tru.

[uit De Ware Tijd, 27/01/2011]

Wanneer zal Anton de Kom in één adem genoemd worden met Codjo, Mentor en Present?

Nu de twee belangrijke Anton de Kom evenementen –de SLAA-activiteit in De Balie en de Anton de Kom-lezing van Freek de Jonge in het Verzetsmuseum– achter de rug zijn, is het misschien tijd om ons nog eens te bezinnen of De Kom inderdaad ‘hervonden’ is en zo ja waar, of (nog) niet.

Jammer genoeg was het mij onmogelijk om voor de gelegenheid even over te wippen naar Amsterdam, daarvoor zijn de tickets ook te prijzig (nog altijd kunstmatig) gehouden, maar ik heb wel kunnen organiseren dat mijn alter ego beide evenementen heeft bezocht en mij verslag heeft gedaan.

De Balie, Marnixstraat, Amsterdam

De feiten
Deze heeft enerzijds kunnen constateren dat beide gebeurtenissen zeer de moeite waard waren, anderzijds dat de belangstelling maar matig was, bij De Balie zo’n halfvolle zaal met ‘n geschatte 100 man, bij het Verzetsmuseum een bijna volle lounge met naar schatting zo’n 150 man. Opvallend bleek ook dat er bij beide evenementen nauwelijks blakamans aanwezig waren.

Is het nog te vroeg om hieruit conclusies te trekken? Opmerkelijk vind ik wel dat in Nederland de jaarlijkse verzetslezing is vernoemd naar Anton de Kom, want Nederland heeft natuurlijk zelf ook een paar blanke verzetslieden gekend: een mooi ‘tegendraads’ Nederlands gebaar voor één van ook Suriname’s grote verzetshelden.

Maar, pratend over Surinaamse verzetshelden, hier heeft Anton de Kom om voor mij onbegrijpelijke redenen nog bij lange niet de status bereikt van illustere voorgangers als bijvoorbeeld Codjo, Mentor en Present, dit ondanks dat hij zijn hele leven in dienst heeft gesteld van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten.

De Kom overschat?
Toen de Universiteit van Suriname werd omgedoopt tot Anton de Kom Universiteit van Suriname ontstond er onmiddellijk een wijd verbreid protest, en niet alleen vanwege de achterliggende revo-gedachte, dezelfde misleidende gedachte waarom Bouterse zich liet afbeelden samen met de beeltenis van De Kom. Maar buitendien bestaat er in Suriname een zeker ressentiment tegen De Kom, naar ik aanneem nog afkomstig uit de mofo koranti van 1933 (“neemt geld van Javanen”, “werkt alleen voor Hindoestanen”, “is een opruier”, etcetera), en sindsdien hardnekkig in stand gebleven/gehouden onder grote lagen van de Surinaamse bevolking.

Ook kan ik me niet vinden in de mening van Hans Breeveld, politicoloog, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die in De Kom’s biografie van Boots & Woortman zegt: “De verdiensten van De Kom voor Suriname worden door sommigen overschat. Wat heeft De Kom in die korte tijd voor Suriname gedaan?” (pagina 405) Hiermee gaat Breeveld voor het gemak helemaal voorbij aan het feit dat De Kom’s gehele leven in dienst heeft gestaan van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, niet alleen tijdens zijn korte verblijf in 1933, maar lang daarvóór en lang daarna.

Evenmin kan ik mij terugvinden in de mening van Silvano Tjong-Ahin, medewerker van de Inter-American Development Bank (IDB) in Suriname, in de revo-jaren student aan de Universiteit van Suriname: “Geschiedenis moet de geschiedenis van Surinamers zijn, niet van de Hollanders. De geschiedenis moet over Boni en Baron gaan, over Mentor, Codjo en Present, en niet te vergeten Jan Matzeliger, de meest ondergewaardeerde Surinaamse voorbeeldfiguur.” (Boots & Woortman, pagina 404)

Ongelofelijk dat iemand zo een vergelijking tussen De Kom en Matzeliger kan maken. De Kom, afstammeling van slaven, die zijn leven lang een ideologische strijd voerde ter bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, en Matzeliger, zoon van een Nederlandse vader (ongetwijfeld van Duitse origine) en een Surinaamse, van slaven afstammende moeder, die naar Amerika emigreerde om daar een aantal uitvindingen op zijn naam te schrijven die de schoenenindustrie de laatste stap naar automatisering verschaften. Een vergelijking uit het ongerijmde.

Verzetsmuseum, Planciusstraat, Amsterdam

Wat valt uit een & ander te concluderen?
Het evenement van 17 februari j.l. in De Balie droeg als titel “Hervonden held: Anton de Kom”, waarop ik hier onmiddellijk heb gereageerd met: “Hervonden? Waar?”, omdat ik weet dat De Kom in Suriname nog steeds niet hervonden is en ik me afvroeg in hoeverre dat in Nederland wellicht wel het geval is.

Afgemeten naar de belangstelling en de demografische samenstelling van de belangstellenden bij de twee genoemde evenementen zou ik willen concluderen dat De Kom nog altijd niet hervonden is, niet in Nederland en zeker niet in Suriname. Dat de jaarlijkse verzetslezing in Nederland is vernoemd naar De Kom is hooguit te zien als die éne vogel die nog geen lente maakt.

Wat nu?
Een gedegen sociologisch onderzoek naar de waardering en de beeld- vorming van Anton de Kom door de jaren heen zou op zijn plaats zijn om pseudo-wetenschappelijke meningen en uitlatingen als die van Breeveld en Tjon-Ahing op hun waarde te toetsen en De Kom de plaats te geven die hem toekomt. Daarop vooruitlopend zou ik zeggen: in de rij van Codjo, Mentor en Present.

Met betrekking tot het werk van De Kom zijn er nog een paar punten die mijns inziens meer toelichting vragen.

1) Naar ik heb begrepen dreef in De Balie de discussie nog al eens af naar het veelbesproken aandeel van Jef Last in de tekst van Wij slaven van Suriname, mede door de aanwezigheid van Rudi Wester, die bezig is met een biografie van Jef Last.
Boots & Woortman hebben echter aan de hand van het archief van Uitgeverij Contact kunnen aantonen dat De Kom op aandringen van uitgever De Neve van Contact zijn manuscript geheel heeft herschreven.
De persoon en de rol van De Neve zou ik in dit verband om twee redenen graag verder zien toegelicht, eerstens vanwege diens moed om in 1934 een zo controversiëel boek van zo’n controversiële auteur uit te geven, en tweedens vanwege diens tactische en educatieve gaven die er toe hebben geleid dat De Kom zijn/Jef Last’s tekst met de bekende, goede uitkomst herschreef.

2) Een van de resultaten van de biografie van Boots & Woortman zou hun bevinding zijn dat De Kom niet Suriname is uitgezet. In de biografie lezen we: “Vlak voordat de Van Rensselaer (aan boord waarvan zijn vrouw en kinderen zich reeds bevonden, RvdM) uitvaart, wordt Anton uit zijn cel gehaald en in een geblindeerde auto naar het schip gebracht. Niemand mag de in vrijheid gestelde Anton zien, het gouvernement vreest voor het uitbreken van een oproer. Het ticket derde klas wordt door de overheid door hem betaald.”

De Van Rensselaer, foto uit de biografie

Hij is dan wel “in vrijheid gesteld”, maar het gouvernement heeft hem aan boord van het schip afgeleverd en zijn passage betaald. Helaas is niet bekend wat hem bij zijn in vrijheidstelling door het gouvernement is toegevoegd, maar Anton de Kom was realist genoeg –weten we uit de biografie– om zich daar niet tegen te verzetten. Mijn vraag aan Boots & Woortman is derhalve: wat is het verschil tussen uitzetting en de wijze waarop De Kom Suriname heeft/moest verlaten?

3) Tenslotte de meest prangende vraag: wat gaat er gebeuren met alle niet gepubliceerde literaire werken van Anton de Kom? Bovendien: is er al een studie van gemaakt, zodat er een compleet beeld kan worden gevormd van de schrijver De Kom?

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter