blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Codfried Egmond

De zwarte Lord herlezen

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over De zwarte Lord uit 2009 van Rihana Jamaludin.


door Egmond Codfried

Een zeer verdienstelijke debuutroman van Rihana Jamaludin (Paramaribo 1959) van 525 bladzijden, inclusief bijlage en verklarende woorden- en begrippenlijst. Deze uitbundige historische roman die zich deels in Nederland en voor de rest in Suriname voltrekt, speelt rond het revolutionaire jaar van 1848. Door zijn benadering vormt dit werk een aanzet tot een vernieuwende en eigen postkoloniale, Surinaamse historische roman. Ondanks de titel gaat het boek over Regina Winter, een Brabantse gouvernante die naar Suriname gaat om een jonge plantage eigenaar, die als bijnaam heeft De Zwarte Lord, onderricht te geven. In een jaar maakt Regina zoveel mee, ze is deel van of getuige van zoveel bewegingen en incidenten die verbonden zijn met de Surinaamse geschiedenis, dat zij totaal veranderd is. Van een wat nuffig, kleurloos en benepen Nederlandse is ze een warmbloedige, levenslustige Surinaamse geworden. Ze heeft in zekere zin haar roots gevonden, of eerder bevochten, om de persoon te worden die ze moest zijn. Dit is een heel goed doordacht werk want op een metaniveau personifieert Regina Winter Suriname.

Het betreft ook een veelomvattend werk, Jamaludin heeft veel over te dragen. Ze richt zich, als product van de diaspora, niet tot de Surinaamse lezer, maar tracht de Nederlanders een beeld te geven van de Surinaamse geschiedenis, de overweldigende natuur, de Surinaamse beschaving, de kleurrijke cultuur, de vele talen, religies en de vele etniciteiten die samen met elkaar Suriname vormen. Misschien dat Nederlanders kunnen begrijpen hoe vreemd en uiterst negatief en nutteloos hun huidige xenofobische campagne op Surinamers overkomt. Hoewel Nederland als koloniserende entiteit en geoliede veroveringsmachine niet met Suriname te vergelijken is. Het boek vormt daartoe een mix van reisgids, geschiedenis boek, filosofische gesprekken, een verhandeling over flora en fauna, een liefdesverhaal en een aanklacht tegen koloniale onderdrukking en exploitatie van slaven en arbeiders. De revolutionaire gebeurtenissen, de neergang van de adel en de volksopstanden in het roerige Europa vinden hoe dan ook hun weerslag in Suriname, wat zeer tegen de wensen van de koloniale overheerser ingaat volgens Jamaludin’s gepresenteerde visie op Suriname. Deze benadering is in mijn persoonlijke beleving, als historische onderzoeker en schrijver, de grootste verdienste van Jamaludin en schept een band met een leeftijdsgenoot. Ze gebruikt veel verhaallijnen met veel bijpersonages die op het eind krachtig en dynamisch samenkomen in een toneelstuk en een rechtszaak tegen de toneelgroep. Het einde van de roman is pure virtuositeit van de schrijfster en deed mij denken aan de ademloos spannende boeken over solidariteit ondanks levensgevaar, onderduiken en vluchten tijdens de periode 1940-1945 die ik las als bronnen voor mijn essay Komt er weer een Holocaust? (2010).

Jan Vos
Ik moest dit boek lezen, dus dwong ik mezelf door het kleurloze begin te ploeteren, welke op geen enkele manier een voorspelling inhield van het mooie wat zou komen. Intensieve research maakt een Surinaamse nog niet tot een Nederlandse, dus is Jamaludin in het begin niet erg overtuigend, maar geforceerd. Pas in Suriname is zij in haar element en krijgt zij vleugels en raakt duidelijk opgewonden door haar materiaal, waar door er een functioneel contrast optreedt met de koudheid, de benepen ambities, het obsessieve standsbewustzijn, de verstikkende seksuele moraal en berekening van Regina in Nederland. Helaas is de schrijfster te vaak aan het vertellen, in plaats van door handeling haar verhaal door de lezer zelf te laten verbeelden. Show, don’t tell of ‘t doen gaat voor het zeggen, zoals de 17e eeuwse zwarte schouwburg regent Jan Vos (1610-1667) de gouden regel verwoordde. Verder gebruikt ze te veel abstracties die de vertelling als een beoogde continue droom in de gedachte van de lezer verstoren. Hierdoor blijkt dat ze zich soms onvoldoende in details of teveel in de onnodige details heeft ingeleefd. Details die daarom verder ook niet ter zake doen en even goed geschrapt kunnen worden omdat er ook weinig bruikbare informatie uit volgt. Enkele clichés zoals weerbarstige krullen, hoewel deze soms verkiesbaar zijn boven vreemde vondsten die door hun geforceerdheid weer kunnen afleiden. Regina is de verteller, maar ze weet dingen die de eerste persoon verteller niet kan weten, waardoor de verteller soms als een geschiedenisboek en toeristische gids klinkt. Deze informatie, zoals een uitgebreid verslag over de zeeschildpadden van Galibi, is vaak losgekoppeld van de handeling en draagt niet bij aan de plot. Verder stoor ik mij altijd aan schrijfsters die wat ik de vrouwelijke seksuele mystiekdoctrine noem, aanhangen. Ook omdat ik vermoed dat de schrijfsters zich teveel zorgen maken om hun eigen seksuele reputatie. Alsof zij, ondanks hun intellectualiteit zich niet hebben vrijgemaakt van hun tweederangspositie als vrouw en dus kuis moeten zijn. Zij lijken juist hun lezers te bevestigen in de algemene sociale hypocrisie en de onderworpenheid van vrouwen aan de dubbele moraal propageren. Wat ik wel erg mooi vond is de verandering in stijl als andere personages hun eigen verhaal in monoloogvorm afsteken, waardoor het perspectief voor even verandert en monotonie wordt vermeden. Ook de theaterteksten vind ik prachtig in hun subtiliteit en zeer effectief toegepast.
De plot is opgehangen aan de mysterieuze zwarte lord, maar de intrige rond deze zwarte slavenhouder is niet altijd geloofwaardig of doorleefd en soms zelf potsierlijk. Ook omdat de echte belangrijke gebeurtenissen die het verhaal voortjagen spelen rond de bijpersonages en niet de hoofdfiguren. Die blijven toeschouwers die de keus hebben om weg te lopen. Dit ervaar ik als het grootste gebrek aan dit zeer waardevol werk. Het is erg jammer dat het politieke verzet en het experimenteren met nieuwe sociale en politieke verhoudingen niet centraal staan in de ontwikkelingen van het hoofdpersonage. Regina Winters spuit revolutionaire ideeën, maar leeft ze niet uit. Ze kan zich zodoende steeds onttrekken aan de gevolgen, claimt soms dronkenschap als verklaring voor een uitspatting, waardoor haar uiteindelijke marginale verandering voor de kritische lezer onbevredigend is. Ze heeft zich aangepast aan een ongewenste situatie en een ongewenst economisch systeem van slavernij. Dus in feite een pessimistische boodschap, omdat ze zover heeft gereisd en zoveel meemaakt en zoveel tranen vergoten zonder een wezenlijke verandering te ondergaan. Regina als de personificatie van de geschiedenis van Suriname?
Koloniaal Suriname. Foto © Michiel van Kempen

Wij kijken echter naar een aanzet tot een nieuwe soort van Surinaamse roman die zich minder houdt aan de smalle kaders van de opgelegde, kolonialistische historiografie en laat zien dat Suriname minder geïsoleerd en ongeïnformeerd zou zijn als de vroegere schrijvers beweren. Een feit dat mijn historische onderzoeken bevestigen. Ook de Nederlandse commentaren op dit werk illustreren dat de Nederlanders een remmende werking uitoefenen op de ontwikkeling van de Surinaamse literatuur. Zij zijn nog steeds Suriname aan het ontdekken en zijn zich nog steeds aan het verwonderen over de zaken over zichzelf die Surinamers alle in geuren en kleuren kennen of dat Surinamers ook zelf romans schrijven. De nieuwe Surinaamse auteur gebruikt het verleden om iets over vandaag, iets dat Surinamers aangaat, te verklaren. En als een virtueel laboratorium om een gewenste verandering te visualiseren. Waarom Surinaamse schrijvers en schrijvers in het verleden en heden gehaat worden door plaatselijke en buitenlandse politieke elites.

Rihana Jamaludin

De historische romanvorm leent zich meer voor ongebreidelde, realistische politieke fantasie dan een verhaal dat zich in het heden afspeelt. Het heden is beter bekend bij de lezer, dus is de schrijver beperkt in zijn uitwerking van ideeën. Een historische evaluatie kan pas achteraf, maar kan ook als een vorm van een kritiek of een satire opgevat worden van wat vandaag gebeurt. De onderdrukkende staat houdt daarom graag een monopoly op de historiografie en behoudende krachten haasten zich om het publiek te waarschuwen voor fictie. Een roman is per definitie fictie, maar vaak onmisbaar om de lacunes tussen de historische bronnen te vullen om historische personen tot leven te brengen, om hun innerlijke motieven te kunnen onderzoeken. Zelf autobiografieën kunnen een vervalst beeld geven van deze personen.

Bij Jamaludin bespeur ik toch een tweestrijd om twee meesters te dienen, in plaats van onbevreesd te kiezen voor een helemaal vrije en anti-kolonialistische benadering. Omdat ik mij verdiept heb in de eerste, oorspronkelijke Cabale, wat in feite een RepublikeinseSurinaamse beweging was die tussen 1743-1753 Suriname onafhankelijk probeerde te maken, en er een studie, een romanmanuscript en een toneelstuk over schreef, begrijp ik niet waarom de auteur de Cabale als iets afzonderlijks en iets negatiefs beschreef. Ik herken een bron die zij letterlijk citeert wanneer Regina stelt dat latere, opeenvolgende gouverneurs ook geconfronteerd werden met een Cabale. Dat betreft overigens één van de beweringen waar de ik-verteller, correct toegepast, geen weet van kon hebben zonder een glazen bol. De protestbewegingen in haar boek zouden de Cabale moeten vormen, een beweging binnen de rijkste en gesurinamiseerde families, in plaats als een korte verwijzing naar een negatieve beweging. Hiermee speelt zij in tegenstelling tot haar eerdere stellingneming juist de koloniale beeldvorming onterecht in de kaart.

Plantagedirecteur
Tekening van Théodore Bray

Storend vond ik het verkeerde gebruik van de titel Gran Masra, Grootmeester voor een nederige directeur, terwijl dit de grandioze aanspreektitel was van de schatrijke Administrateurs, de machtige politici die naast hun eigen extensief plantagebezit, ook meerdere plantages en slavenmachten beheerden. Ik had graag meer details over 19e-eeuwse kleding en gebruiksvoorwerpen of meubels gezien, omdat ‘vroeger’ voor veel Surinamers slechts één brei is zonder kennis van ideeën, stijlen en neostijlen. Dat Jamaludin zich nationalistisch toont maar de slaven geen stem geeft, is conform de kolonialistische geschiedvervalsing. Terwijl ze wel een stem hadden. Arme, ongeletterde mensen kunnen hun situatie heel goed verwoorden, hoewel niet altijd gehoord door hun onderdrukkers. Alsof de schrijfster zich opnieuw niet voldoende heeft ingeleefd. Dit is extra pijnlijk omdat tot vandaag Surinamers, de afstammelingen van slaven en contractarbeiders, in Nederland nog steeds geen stem hebben. Surinaamse schrijvers worden op neokolonialistische wijze door Nederland geselecteerd, kostenbesparend uitgegeven, besproken en beperkt gepromoot als tweederangs literatuur. Daarom zijn Marokkaanse en Pakistaanse auteurs in Nederland vrijwel alleen die jonge, knappe vrouwen die schrijven hoe verschrikkelijk de Marokkaanse of Pakistaanse cultuur is. Precies wat de Nederlanders over moslims willen horen.

Het bedenken van een plot en intrige zijn moeilijke dingen en men moet soms zijn toevlucht nemen tot haast onmogelijke zaken. Dat geef ik toe en ik bewonder Jamaludins prestaties. Maar om een kleurlinge op te voeren die niet te onderscheiden zou zijn van andere witten, gaat mij toch te ver. Het klinkt als de rechtszaken rond de overtreding van Amerikaanse one-drop-rule waar zwarten zich uitgeven voor witten en trouwen met witten waar hen dat expliciet is verboden. Waar rechtsjury’s zich moesten buigen over het probleem of deze persoon zwart is, en of de ‘bedrogen’ partner dat had kunnen weten, of een schadevergoeding verdient. Een veronderstelde zwarte wetsovertreder moest zelf haar geslachtsdelen aan de jury tonen, want daar blijft bij gemengde zwarten de zwarte kleur het langst. Dat soort drama’s zijn allang ontmaskerd als pogingen om zwarten en witten in het gareel te houden en zwartheid als een ernstige besmettelijke aandoening te presenteren. Wat mij daarom ook erg stoort in deze roman is de suggestie dat zwarten pas mooi zijn als ze gemengd zijn en witte voorouders hebben. Tegelijk praat de schrijfster ook een beetje over Black History, dat zwarten wel degelijk een hoge beschaving hadden vóór de Europeanen Afrika aandeden. Het lijkt mij dat het vooral over Black History zou moeten gaan, als wij een eigen, postkoloniale Surinaamse literatuur nastreven.

Blackamoor. Frans schilderij

De actrice die in 2000 in mijn historisch toneelstuk speelde was een blonde, witte Nederlandse. Intussen beschouw ik het personage van Maria Susanna Du Plessis (1739-1795) als een zwarte Surinaams Europese. Ook vanwege een portret van haar neefje met sterke Afrikaanse gelaatstrekken en het feit dat haar tweede echtgenoot gekleurd was. Het betrof kolonisten die vanwege hun zwarte en gekleurde etniciteit tot de Europese elite behoorden. Blauw bloed is zwart bloed (1500-1789), en was de identiteit van de Europeanen die afstamden van de oorspronkelijke Europeanen, die uit Afrika kwamen en onderling huwden, ter behoud van kleur. In 1500-1789 heerste het Ancien Régime, welke zich identificeerde met de Moor, een klassieke Afrikaan, op adellijke portretten, in familiewapens, familie- en geografische namen. Ze waren ook in hun uiterlijk herkenbaar als afstammelingen van de blauwe mannen, de benaming van Europese zwarten in de middeleeuwen. De adel ontstond aan het eind van de Middeleeuwen en introduceerde afbeeldingen van de centrale zwarte koning bij de geboorte van Jezus rond 1100-1200. Rond 1500 was dit motief in heel Europa aangenomen, en markeert het begin van de Renaissance. Europa zoals wij haar vandaag kennen is het resultaat van de Renaissance. De Franse Revolutie (1789-1795) was het einde van de zwarte overheersing welke de vorm had van Omgekeerde Apartheid. Er is dus wel degelijk een oorzaak van racisme tegen zwarten aan te wijzen en een datum te noemen. Nadien waren er verschillende restoraties, maar vanaf 1848 was het voorgoed gedaan met de macht van de zwarte en gekleurde adel. Eurocentrisme en rassenleer zijn bedacht om deze episode te verbergen, en daarom lijkt het alsof zwarten, de eerste Mens, geen deel van de geschiedenis vormen. Dat vanwege de revisionistische mythe van witte superioriteit alle ontdekkingen en beschaving van witte mensen komt, terwijl witten albino’s zijn, afgeleide van zwarten. Dus niet superieur aan zwarten.Racisme kan daarom gedefinieerd worden als een overdreven bevrijdingsideologie om witten te bevrijden van zwarte adel en koningen, welke in de aanloop naar de Franse Revolutie werd bedacht. Hoewel de Franse Revolutie in de eerste plaats het werk was van de hogere, gestudeerde burgerij als Hume, Voltaire en Rousseau en progressieve adel die zwart en gekleurd was. Slavernij van Afrikanen ontstond onder deze gekleurde Europeanen en is geen uiting van racisme, maar van hebzucht en ongenadige uitbuiting. Het woord blanke moet opgevat worden als een Europeaan en niet dat deze personen perse ook wit waren. Mogelijk lichter dan sommige Afrikanen, maar vaak zal er geen verschil in kleur en trekken zijn geweest. De gekleurde Europeanen oogden als een gefixeerd mulattenras, waarvan sommigen meer Afrikaans, Aziatisch of wit oogden. Hun hoge status hing samen met hun gekleurde uiterlijk, wat de reden was om uitsluitend onderling te huwen.De Surinaamse planters waren tot in de 19e eeuw zwarte en gekleurde mensen, even als de gouverneurs. Dat is de reden waarom wij hen zelden te zien krijgen. De kleindochter van gouverneur Cornelis van Aerssen wordt door haar neef James Boswell beschreven als zwart als een schoorsteen en haar man, Aarnoud Joos van der Duyn, een baron van de oudste en hoogste adellijke familie als schoorsteenveger. Boswell, een Schotse baron met een Nederlandse grootmoeder, beschrijft zichzelf als zwart. Hij beschrijft Rousseau als een zwarte man. Rousseau beschrijft zijn weldoener Pierre-Alexander Du Peyrou, een Surinamer, schrijver en rijke plantagehouder als donkerbruin. Componist Van Beethoven werd De zwarte Spanjaard genoemd en zijn leermeester Haydn The Blackemoor. Charles II Stuart (1633-1685) was de Engelse koning die Willoughby een vergunning verleende om in Suriname een kolonie te beginnen, stond bekend als The Black Boy vanwege zijn zwart uiterlijk. Deze feiten worden voor ons verborgen doordat men ons uitsluitend de gewitte, propagandistische portretten toont. Er was blijkbaar een traditie bij de zwarte elite om zich als witten af te laten beelden, maar ook als zwarten. De witte portretten vormden een soort legitimatie en deferentie aan de witte ondergeschikten. Echter bestaan er kostbare boeken uit adellijke collecties die met mensenhuid zijn gekaft, wat een betere indicatie vormt van de waardering van de adellijke elite voor hun witte onderdanen. Nederland bracht de archieven tot 1795, van het zwarte Ancien Régime naar Nederland, zodat Surinamers een zwarte en gekleurde natie, deze feiten niet zouden kennen. Noch dat de Surinaamse planters beschaafde en gestudeerde mensen waren die al twintig jaar vóór de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd in opstand tegen Nederland waren gekomen.

 

Veel Surinaamse bronnen zijn openbaar, maar een deel is nog in privé bezit en dient door zwarte en gekleurde onderzoekers nageplozen te worden. Nicolaas Beets bijvoorbeeld schrijft over een koloniale familie met een ‘West Indisch’ uiterlijk. De naam Beets komt ook voor in 18e-eeuws Suriname, een schoonzuster van Maria Susanna Du Plessis. Verder correspondeerde Beets met nakomelingen van gouverneur Crommelin. Een kleindochter van de gouverneur was getrouwd met een zoon van de schilder Jean-Etienne Liotard, die heel afrocentrische zelfportretten van zichzelf maakte. Dit is dus het dilemma welke speelt bij het schrijven van mijn roman Maria Susanna Du Plessis welke uitsluitend zwarte en gekleurde Europese en Afrikaanse personen betreft. Daarom moet ik de historische visie van Jamaludin en haar zorgvuldig uitgewerkt kleurschema ook op dit punt afwijzen en besef tegelijk dat mijn werk daarom nooit door een Nederlandse uitgever zal worden uitgegeven.

Den Haag, 28 maart 2010

[van freethinker.nl]

Badal, or the Suicide of a Reformed Housenigger

 

by Egmond Codfried
.

Anil Ramdas (1958-2012) was a great and prolific Surinam journalist, writer, publicist and TV presenter in the Netherlands. He was also a director of De Balie, where important social debates are staged. He was considered an important and accomplished Surinam Indian intellectual who interviewed many famous writers derived from the subcontinent, and was the VS.Naipaul specialist of The Netherlands. He knew all about the history of Indian Cinema. But he recently took his own life, on his birthday, which was a sad shock to me. Badalis an interesting autobiographic work, and a quintessential, extravagant Surinam novel, virtuously written, full of colour and music. With subtle humour, set at internationallocations, and filled with famous people.

The reports are conflicting; some write that Ramdas insisted Badal was not autobiographical. I would suggest that until a biography is written we go by autobiographical in order to benefit from his life and thinking. Ramdas saw a new Holocaust coming against the allochtones in The Netherlands, even against himself who had went all out to be just like the white Dutch. His conversion must have been between 2009 and 2011, between Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle (2009) and Badal because the first book has no criticism of The Netherland or The Dutch. It would have seemed more fair to me if next to the criticism of Surinam, he would have acknowledge that Surinam was plundered, and was fighting its way out of post-colonial hell. He assumed the usual superior tone of the Dutch we know so well, of people who hate us, and do not want us to prosper, who block different partnerships and new financial partners for Surinam. Ramdas wrote to highlight our weaknesses and failures, to satisfy the Dutch, and to be popular among them. For this he qualifies as a housenigger, and his sad demise should be a warning to other houseniggers.

This is reinforced by his own admission. He was as a man who sold his soul to the devil, and realised his mistake, but could not redeem himself due to personal demons. Even Badal in itself shows Ramdas as a writer playing both sides, not really coming clean, and withholding any criticism of the Dutch elite. He attacks Surinam ministers and the president, but not a word on the Dutch government, shows a strange bias. Are they above criticism, are they gods? As any good Dutch writer, he self-censures himself, by only finding fault with the little people, and Ramdas singled out the poor and uneducated Dutch he labelled as ‘white trash.’ It’s telling that in his youth he belonged to the group of Surinam Hindustanis who were so insanely racist against Blacks, that they even opposed independence, and set fire to valuable historical buildings, terrorising the whole nation. Strange to think that both India and Indonesia fought for their independence, and while the Indians and Indonesian in Suriname are strongly identified with their countries of origin, this does not seem to include their pride of independence and prosperity. So as much as I’m hurt by his dead, and in view of his adding to Surinam literature canon, in spite of himself; his mentality should be denounced as a housenigger, or ‘colonialist’ as he calls it. His unadulterated hatred of Blacks was what made him attractive to the Dutch, who take great pains to divide the allochtones among themselves.

I early decided not to read his work or watch his programs as I did not like his tone of voice when he discussed Surinam and Surinamese in the same dismissive and superior terms as the Dutch always do. I considered him a Surinam Hindustani housenigger. Ramdas confesses in Badal to adopting the sweeping anti-Muslim views of his white newspaper colleagues, in regard to the Khomeini Fatwa against Salman Rushdie, in order to be accepted; although he privately held a different, and more benevolent, Surinam derived view of Muslims. Little did I know that this was what also broke him up, as he came to realise his mistake. He finally saw The Netherlands through the eyes of the anti-colonial activists, and thus the same people he at the start of his stellar rise to fame would openly ridicule. Which had offended me. Ramdas realised that all his efforts to belong, to be accepted by his white colleagues failed, when Dutch politics recently took another, stronger anti-allochtone turn. Suddenly it was normal for journalist and intellectuals to speak with great disdain and loathing about coloured and Muslim citizens, as the great threat to the Dutch security, and civilisation.


He immediately recognized the mood as akin to what went on before the last Holocaust (1933-1945). First he had attacked his white colleague’s by arguing that Dutch literature ignores allochtones. And he singled out for criticism one popular writer who did have a middle class and educated Black woman in his novel, but depicted her in a demeaning way: no better then a Black whore. This let to a big to do, bringing him national fame, but had whites feeling themselves attacked and (as usually) ‘undeservedly’ stereotyped as racist. He next planned an essay, to top the first one, about ‘White Trash,’ arguing the crisis in Holland as a break down in civility, and a lost of culture. He saw the people who voted for the anti-foreigner parties as ‘white trash.’ Causing whites to completely turn away from him.

But he also seem to have realised that the educated, and cultured Dutch elite was equally behind these parties and their ideas. This seems to have caused a total breakdown in relations with the Dutch, and his discomfiture. But at the background, and steadily getting mixed with his professional career was his terrible addiction to alcohol. His substance abuse by his own admission went total out of control and he became a public spectacle. He was fired and lost his prestigious position as correspondent in India for the NRC Handelsblad, a major Dutch newspaper, as he battled a major health crisis. A position any journalist would give his left testicle for. Even as he gained a new chance as the De Balie director he could not regain control of his drinking and he was fired for mismanagement. He further horrified his Surinam fans by admitting on TV to take medicine for his anxieties, which drove him to drink. Next Badal, his major, assumed autobiographical novel came out, and according to reports this did not establish him as a major Dutch novelist as he expected, which fact, next to the deterioration of his family live, led to his suicide. His death was eerily foretold in this novel, which left me heartbroken, and angry at the Dutch.

 

For all its pretensions of honesty, I’m still missing a true analysis of the role of our stealing Dutch elite: who are deflecting attention to allochtones. The elite is always spared by cowardly Dutch writers, who are eager to join the elite. Every failure has to be presented as a personal failure, and cases like Ramdas are falsely used to proof that the coloureds can rise to any position. Yet we Surinamese should understand that The Dutch only like to deal with sell-outs. This is important, as we will look into the coming holocaust and how members and leaders of the victimised groups are employed to deceive and murder their own kind. Also missing is an insider analyses why all Dutch newspapers, and news programs sound the same? Why, for example, we were not told that parliamentarian Ayaan Hirsi Ali, was an illegal Somali woman: while she was also raising hell? We were informed that Dutch Somali’s ‘mysteriously’ fled the Netherlands to Britain, but not because of their group persecution suffered at the hands of then Deputy-Minister Mark Rutte, our present crypto-sexual Prime-Minister; when they tried to inform the media about her illegal status. I ‘m still reeling from the admission of Badal of ridiculing the anti-Pieterbaas activists, because Surinam Hindustanis think of themselves as Caucasians, and cling to the fallacy of purity of race; no matter how black in looks, and feel closer to their white Caucasian brethren, then to the Black Surinamese.
 

As a Surinam Black his books are useful to explain Surinam Hindustanis to me. My whole life I was one of these Black Surinamese Ramdas writes about who took great interest in Indians. Weekly visiting De Paarl and Jasodra to admire the antics of Rajesh Khanna or Amitabh Bachhan. But I was astounded to read in Badal that Hindustanis do not eat soup, which they also consider something of the Blacks. Poor Indians. I myself was raised on rice in one soup or another and would kill for a bowl of Cassava Soup with smoked fish or Grated Plantain Soup with plenty of coconut milk. Yet, I remember a Hindustani acquaintance hesitating when I offered him this refined Plaintain balls soup, made by my mother. I had served him beef already, so I assumed he was well versed with the Black kitchen, once this beef-taboo was out of the way. The most talkative Hindustani taxi driver, a most pleasant raconteur and chronicler of Surinam life, who diverted me on the one-hour jungle way drive to the airport, informed me that Hindustanis frequented Black Winti witchdoctors because of their powerful spell. Earlier a Hindustani lady acquaintance told me a tale of an attempt at sexual molest by such a doctor. Seemingly a hazard that comes with the territory, and is just like these Catholic priests raping those young boys. The taxi-driver talked a great deal about Brazilian prostitutes, so I assume Hindustanis do have illicit sex. Yet according to Ramdas they look with horror at Blacks, doing the sexy things they do. I must assume that while Blacks are very open and bragging about Black anything, Indians are secretive and thus quite hypocritical. Maintaining a family oriented facade, and a god-fearing front, while in secret matching Blacks in all their sinfulness. But I’m not complaining; things are improving in Surinam and there is vice-versa integration and race-mixing too. I do hate the infighting. 
 

I was amazed how Ramdas questioning look at the Dutch matched mine. But he is quite a character. While he tells us how he set out with a group to put fire to colonial government buildings, but got cold feet and got out the car, I was rejoicing in Surinam’s independence in 1975. Yet we both left in 1980, he a year older then me. On my arrival I early on recognised that the Dutch were very different indeed from the benevolent image presented to us, in person, in writing, and via the Dutch Newsletter we were shown before every movie in our cinemas, called Polygoon Journaal. In their own environment they sounded bloodthirsty and backward. Soon one man tried to frighten me by allowing his large dog to softly maul my arm, thinking I would flee screaming, as other foreigners are apt to do. And being steeped in traditions and stories around slavery, I always resisted being turned into a housenigger. At great cost to my emerging public success. Like my refusal to hand over the rights to my slavery drama Maria Susanna Du Plessis (1739-1795), as it was suddenly last minute decided that my rewrites with the dramaturgy would not do, and persons unknown to me should be given carte blanche to make the play. I was further instructed not to visit rehearsals, but await the premiere to see what had become of my historical play. The play was already sold to 27 theatres and people were buying tickets already. I refused, sensing this was planned from the beginning, to force my hand and delete my anti-colonialist views. And housenigger Blacks were involved in this horrible charade too. So I missed out at my one shot to possible greater success and fame. But mind you, I’m not complaining.
Cornelis van Aerssen van Sommeldsdijck

Instead I took to novel writing and scientific research, already getting a taste when I researched this historical play. By chance I found a portrait of Maria Jacoba van Goor (1687-1737) a rich regent class woman who looked classical African. She was Isabelle de Charrière’s (Baroness Belle van Zuylen) granny, yet was missing from her biography. By looking for the grandmother I stumbled on a major eurocentric secret, namely that Blue blood is Black blood (1100-1848). The highest Dutch and European nobility was described as brown and black of complexion, while some also had classical African looks. Those were considered pure of blood. De Charrière moved in The Netherlands, and later in Swiss, in a circle of persons connected with Surinam. Baroness Maasdam was a granddaughter of Governor Cornelis van Aerssen, and was described by her cousin James Boswell as ‘Mrs. Maasdam black as chimney. Her husband, the baron of old nobility, he called ‘Chimney sweeper.’ De Charrière wrote a poem about this black baron: ‘About his brown black complexion, (1774) and asserted in a letter that his family, of the highest nobility, was famous for being ‘swarthy.’ In Swiss she met Pierre-Alexander Du Peyrou, an absent Surinam plantation owner, connected to the Van Sandick family, and a friend and benefactor of J.J. Rousseau. He was actually the first to publish Rousseau’s work, with the money earned by Surinam slaves. Interestingly Boswell describes his master Rousseau as: ‘A genteel Black man in an Armenian coat,’ while Rousseau writes about Du Peyrou’s ‘dark brown complexion.’
 

De Charrière married and settled in Pays de Vaud, a region in Swiss where the people are brown, and she earlier had self-described in a penportrait for Boswell as: ‘She does not have the white hands, she knows this, and even jokes about it, but skin colour is no joking matter.’ This was towards the French Revolution when human races were invented and the nobility lost its power, and the dark complexion had stood for nobility and Black Superiority. Whites were the serfs, outcast and until 1848 were considered shoe leather. Whites were routinely condemned to life flaying, and there was a human leather industry. Whites as we know them today were only emancipated in 1848. From this year, which also marks a major change in the Dutch constitution stripping nobles from their ‘privileges?’ The image of the Moor; used by the Ancien Regime to symbolise blue blood: was added to the St. Nicolas feast, and became Pieterbaas. This yearly feast, celebrated during an atmosphere of national hysteria, should be understood as a racist initiation, to make young children aware of their whiteness. Racism should be understood as a liberation ideology, for whites did not want to be ruled by Blacks ever again. This fear still runs deep, and whites will not even acknowledge black portraits of their former rulers, as the concept of a Black king is too upsetting to them. Even now. But as Blacks have overcome the degradation of slavery, and every white Dutch is perfectly safe in Surinam, this cannot be said about the position of Blacks and others in The Netherlands, and the rest of the World. That’s a reason for me to call for The Second Enlightenment to end White Supremacy, and the Era of Revisionism (1848-1941).
Liaisons dangereuses

This knowledge is missing in the writings of Anil Ramdas. Though I have sent some papers and emails to De Balie, never receiving an acknowledgement. His ideas are like those of the Dutch, accepting ‘we don’t know’ as scientific answers about the many Moors in European art, literature, language or heraldry. When I observe people like Ramdas who struggle to be accepted as intellectuals I always hear Glenn Close in Liaisons Dangereuses ridiculing Chevalier Darceny as: ‘Like a true intellectual he is intensely stupid’ and she cautions another ‘to make a concerted effort not to sound like the latest novel.’ Much of the trivia he pushes as knowledge left me yawning, and wondering why he does not offer something useful. Ramdas has Badal call himself a ‘charlatan,’ as he early conceded that he played a role to be accepted by whites.

Jan Mostaert, Portret van een Afrikaanse man, ca. 1520; Rijksmuseum

But even anti-colonialism is in some ways co-opted by the status quo. And only Blacks love Blacks, most of the time. Thus only Blacks will rejoice in the discovery of Black Kings. The eurocentrist worldview is based on a great lie, whitening all of European history by the use of whitened portraits, and their grossly fake history was fixed in 1848. Any amendment might lead to a collapse, so no attempt is made to re-examine European history. Thus any Black trying to readdress Dutch history is a threat; he is dabbling with state secrets, as state racism keeps white supremacy in place. So on 27 September 2011 I was slapped with a travel ban, by the building society no less as my sudden slave master, forced to sign an ‘agreement’ in front of a judge during a suit (Kort Geding). If I want to travel for more then three weeks, I need to give the renter before two weeks notice, and he may object. This has to do with the housing shortage in the richest county in the world, and puzzlingly; my travelling seems to add to this problem. Only god knows what comes next, but troublemakers in The Netherlands usually die of strange car accidents. While I’m seeking redress and annihilation of this ban, I’m accosted by the AIVD (Dutch Secret Police) for a forced ‘Enquete,’ about my views on ‘the living conditions in Holland.’ Even if I decline, I need to phone them.
Slavenverkoop, Jean-Louis Jérôme, 1886, Hermitage, Petersburg

I tell my fans that whites are bad news. They are bad news because they are fucked up. They are fucked up because their ancestors were used as shoe leather. Flaying alive was a normal punishment and this fear and hatred has settled itself somehow as part of the white mind. The essence of whiteness is the hatred of Blacks. Whites hate and fear Blacks because they were ruled and oppressed, while civilised and christianised, by Blacks. This I have concluded after noticing how uniformly whites, worldwide, respond with ridicule, hatred and senseless denial when I present them with my evidence. I came to define their behaviour as mental aphasia induced by great fear. Many Dutch reminded me of the slave masters of old, threatening me with a whipping for defiling their sacred superior history. But the whole of Dutch history is a great lie, hiding that the Ancien Regime was Black. Isabelle de Charrière, Belle van Zuylen, did not consider herself part of the Graauw, the Canaille, the Mean People, as white serfs were called; so it’s silly to talk about her in terms of ‘we, the Dutch.’


Next their fantasy version of the Holocaust (1933-1945) leaves us Surinamese blind to the threat. Not only Jews were murdered, but also Blacks, Roma, Gays, East Europeans, the handicapped, the elderly and Jehovah’s Witness’. I suspect that the Polish nobility remained black and brown. Hitler had Jews in his army. The Netherlands showed with 90% the greatest killing among its Jewry, more then nazi-Germany and twice the number for Belgium. Again the lying Dutch scientist claim not to know; while the facts show that the Dutch, in great numbers, helped the nazi enemy to kill their fellow Jewish citizens. Allochtonen are now placed in this position as the European Jews by the aid of the public media, the next holocaust is prepared right under our noses. Allochtonen like Ramdas should be viewed as the ‘Joodse Raad’ (1941-1943) who loyally executed nazi orders to select Jews for gassing in Germany. Telling Jews not to resist, not going into hiding, and submitting their weapons to the occupier. They were like the Dutch government who en masse helped to identify citizens as Jews, according to the Neurenberg Laws. The present definition of Allochtones sounds like the Neurenberg definition of Jews. Chillingly, there are no houses built today, a housing shortage is stated towards rationalising my travel ban; as if the Dutch expect many houses to become empty. The unemployed need to look for work, while there are no jobs, while Poles and Romanians pour in; again as if the Dutch are expecting a great exodus of allochtonen. The holocaust was first a major robbing of Jewish property, art and money. And it ended with the extraction of gold teeth of the murdered victims. And the Dutch knew, and were informed by NSB newspaper about the fate of the Jews, making their: ‘We did not know, we were only doing our work,’ a great lie.

The Dutch system today is collapsing because of greed and the non-existence of a system of check and balances. A holocaust is a reset and a radical austerity measure with slave labour, reducing the population by mass murder and forced migration, murdering pensioners and others who enjoy state benefits. The people in power use any mean to hold on to power, brainwashing its people through the state media. This economical crisis is human made, while the escape plan is that the same robbers of our tax money will also take us out of this crisis. How ingenious. Surinamese should thus make plans to flee, their beautiful self-owned homes will be taken, and the Surinam government must prepare for hundreds of thousand refugees. Many will be half-Dutch, with no love or knowledge of Surinam. They should be conveyed to the jungle to build a new capital, in order not to overwhelm the slim conveniences and institutions the Surinamese contrived to found or maintain.


Badal does not inform us about the reasons why Badal’s long suffering wife left him and why even his children view him from a young age with loathing and and lively contempt.
Quite unsettling. Why could he not charm his children? The angelic and mysterious women like S. and Ahn he charms and courts, reminds me of a self-aggrandizing Fellini, as they champion him as the Great Intellectual. Apart of his drinking he must have done other things to his family and friends of which he must have been very ashamed. Causing fights, adultery, wife battery, children torture, and psychological warfare, breaking things, bringing ill repute, and humiliation? I strongly feel that Ramdas’ anxious nature made him a premature shooter, as sex goes curiously missing from his books. I was gripped by the personal suffering, as alcoholism is a truly horrible disease. How is it possible that an educated person cannot ask for help? Yet this confirms to me that a housenigger is on all levels a bad person. He is a liar, a deceiver, trampling on death bodies in his wake. Was I not defrauded of my historical play about Masra Quassy by two houseniggers, talking about Black solidarity; while one is the highest-ranking Surinam Black on Dutch TV. A true housenigger of state. Not only shamelessly stealing my play, but mocking me too. Their role is to torture anti-colonialist, to attack and ridicule. And again Holland only deals with house niggers. Like selling your soul to the devil, who will next come to collect, not accepting to be cheated by a sudden conversion, as Badal did found out.
Nonetheless, Badal is a major Surinam novel; Ramdas wanted to be Dutch, or a Migrant or a Cosmopolitan. Well he was not, his life ended as if he never left Surinam and was in truth still some alcoholic, Nickerian rice farmer, who hit a mid-life crisis, was abandoned by his longsuffering wife and children, and who next took his own life. Is DNA our fate? The story is a Surinam story of ill fate, with a Surinam cadenza, no matter at what spectacular location in South Africa, Washington, London or Delhi it played out. Because he remained very much a Surinam Indian, that to me is still a mysterious species, who seem to have a unity of mind not seen with Blacks, their great rivals in Surinam. To be Surinam Indian is to be severely critical about anything these Blacks do, so we know little about them, when there are no Black traditions to denounce. They keep mum about failures among Hindustanis, or injustices met at the hand of their pink Caucasian brethren. Hindustanis are playing at the role of successful immigrants, ideal immigrants to the hilt and end up coming across as frauds. They have a youth who take to soft-drugs as ducks take to water, suffer family oriented abuse, and a high incidence of suicide among their teenage children. Ramdas has a subtle humor, based on keen observation. The book reads like a stylish movie, with intimate conversations at stark settings with an Antonioni and Monica Vitti feeling, interspersed with colourful flashbacks at international locations. Some contrived nudity, but again curiously: there is no sex. The soundtrack will be a mixture of Offenbach’s opera, pop, jazz, qawwali and A Night Like This by Caro Emerald. The extensive trivia presented as intellectualism should be cut, and personal clashes invented for the film script to reveal Badal’s character. The whole should be a passionate re-examination of the past, ending with the mournfully failed abstinence and the intentional dead by drowning on the swelling sounds of Casta Diva.

I feel the eternal soul of Anil Ramdas should be immediately taken back in grace and we need to have a Surinam street named after him. To honour his virtuosity, his successes, his bringing of cosmopolitism and Bollywood glamour to Surinam literature. As soon as possible.

The Hague, April 2012

[from egyptsearch.com]

Opening Suriname Blue Blood is Black Blood Museum

[Persbericht van Egmond Codfried]

Willem van Oranje

 

Egmond Codfried (Paramaribo, 1959), schrijver en publicist, is de curator en de ontdekker van de Blauw Bloed is Zwart Bloed Theorie (2005) welke stelt dat Europa van 1100 tot 1848 gedomineerd werd door een elite die als zwart en bruin van huid werd beschreven. Hij toont zijn collectie van reproducties van vaak onbekende historische portretten en is daarmee het enige museum dat zich buigt over het werkelijke uiterlijk van historische figuren. Prins Willem I van Oranje (1533-1584) wordt beschreven als ‘Meer bruin dan wit,’en als ‘Bruyn van verve ende baerde.’ (Beresteyn 1933: 1)

Maurits van Sachsen

Sommigen van hen, onder wie ook Willem van Oranje, zijn schoonvader Maurits van Sachsen, en Jane Austen (1775-1817) hadden naast de bruine en zwarte gelaatskleur ook (sterke) klassieke Afrikaanse gelaatstrekken, dikke prognastische lippen en/of brede neuzen, naast kroes haar; welke trekken toen stonden voor puur adellijk bloed: Blauw Bloed. Zij waren afstammelingen van de Blauwe Mannen, de zwarte en bruine oorspronkelijke Europeanen die 45.000 jaar geleden uit Afrika kwamen (Grimaldi Mens), en waarvan een deel zich tussen 1100 en 1200 uitriepen tot een adel, dus echte Europeanen. Onderling huwen ter behoud van kleur en een adellijke levensstijl was een vereiste.

Radbraken

 

Zij wierpen zich op als beschermers tegen de invallende Noormannen, civiliseerden en kerstenden de witte Europeanen, die pas sinds 6000 jaar geleden uit Centraal Azië kwamen, en die zij voortaan ook exploiteerden als hun lijfeigenen en horigen. Kenmerkend voor hun overheersing was het wreed smoren van verzet en wrede straffen als vierendelen, radbraken, en het opensnijden van de buik waarbij de darmen nog verbonden aan het lijf in het vuur werden geworpen.
Levend villen. Gravure van Jan en Casper Luyken.
Maar de wreedste straf moet wel het publiekelijk levend villen zijn. Er bestond daarom tot 1848 een Europese handel in mensenhuiden en deze werden industrieel verwerkt tot boekenkaften, kleding en zelfs schoenen voor de elite. Kerkdeuren werden bespannen met mensenhuid, wat verder aantoont dat de onderwerping van de lijfeigenen door de adel als door god gewild zou zijn. Er was sprake van een kastenmaatschappij met de witten als de kastelozen. Deze informatie illustreert beter waarom er behoefte was aan een Verklaring van de Rechten van de Mens (1760), want de witte lijfeigenen vroegen hun adellijke meesters om als mensen gezien te worden.
Othello
Tegen die tijd verzonnen Verlichte burgerlijke ‘wetenschappers’ behorende tot de Zwarte intellectuele elite, de fictie van menselijke rassen en plaatsten om strategische redenen, de witte meerderheid aan de top van de evolutionaire ladder, en de Moor helemaal onderaan, net boven de Mensapen. De Moor (Othello, Mr. Elton, Zwarte Madonna’s, en de heraldische Moortjes) symboliseert adel en Zwarte Superioriteit. Hiermee gaf men dus weer hoe men precies dacht over de hoge Adel en hun Zwarte Superioriteit. De Franse Revolutie (1789-1794) vormde een aanzet en bracht de burgerlijke, kapitalistische elite aan de macht, maar voor het arme volk veranderde er bar weinig. Vanwege restauraties als die van Napoleon, duurde het pas tot de laatste revoluties van 1848 dat de witte Europeanen emancipeerden en de adel hun ‘privileges’ verloren.
Jane Austen

 

Jane Austen (1775-1817) werd als ‘brunette of complexion, en als ‘a brown, not a pink colour’ beschreven, en maakte al haar romanpersonages licht bruin, bruin, zeer bruin en zwart van gelaatskleur. Zij schreef tegen de verandering van status van Zwarte Europeanen. Ook de Surinaamse gouverneurs en planters behoorden tot deze gekleurde elite en adel. Na 1848 werd de geschiedenis revisionistisch, en dus wit geverfd. Hierbij maakte men gebruik van de modieuze, propagandistische portretten van de zwarte en bruine elite, die zich soms in het echte leven ook wit verfde en het gelaat bleekte; om een valse, gewitte geschiedenis te creëren.
Het nut van de Blauw Bloed Theorie is een deconstructie van de revisionistische geschiedenis en een deconstructie van racisme tegen de Zwarte mens, welke oorzaak in de wrede, maar civiliserende en kerstenende overheersing van witten door Zwarten gezocht moet worden. Witten vrezen en haten Zwarten omdat zij ooit door hen werden overheerst. Racisme is een bevrijdingsideologie. Alle onwetenschappelijke theorieën over mensenrassen, schedelmetingen etc zijn bedoeld om deze historische Zwarten wit te maken en de geschiedenis van de Zwarte Superioriteit te verbergen.
Dorothea van Denemarken, Prinses Palatine,
nichtje van Keizer Karel V van Habsburg

 

Dit nieuwe museum, in een trappenhuis van zijn woning, Eemstraat 36 te Den Haag, met de zegen van verhuurder Vestia Den Haag Zuid Oost, en alleen op afspraak te bezoeken; is voor iedereen toegankelijk, daarom betaalt men ook maar € 1 per persoon. Men kan kennis nemen van de portretten van de Zwarte heersers en hun Zwarte koninginnen. Er zijn reproducties van portretten van adel en slavenmeesters die eerder niet openbaar te zien waren of verborgen zijn in familie en wetenschappelijke collecties vanwege het zwarte uiterlijk. Tevens zal men postkaarten en studies kunnen kopen.
Dit Haagse museum moet leidden tot de oprichting van een Suriname Blue Blood Is Black Blood Museum in Suriname in 2013.
bluebloodisblackblood@hotmail.com

Informatie: Egmond Codfried 068427799

Zijn dromen bedrog?

door Jerry Dewnarain

 Quetzalcóatl, foto Encyclopaedia Brittanica

Uitleg van dromen heeft de mens altijd geboeid. In oude beschavingen, zoals van de Egyptenaren, de Grieken, de Indiërs, de Azteken en de Maya’s, blijkt uit bronnen dat dromen het leven van de mens sterk beïnvloedden. Waarzeggers konden dromen verklaren. Deze dromen hebben er zelfs mede voor gezorgd dat hele continenten zijn veroverd. Zo hebben Azteekse waarzeggers middels dromen voorspeld, dat bleekhuidige en bebaarde lieden, gezeten op grote dieren, eens op de kust zouden landen en het Azteekse rijk in naam van hun heiland zouden veroveren. De Spaanse ‘conquistadores’ (veroveraars) werden aangezien voor afgezanten van de Azteekse god Quetzalcóatl, die zijn kinderen van alle aardse narigheid kwam verlossen, want in het Azteekse rijk heerste slavernij. De Spaanse veroveraars, van wie er sommigen te paard zaten, beschouwde men als de vervulling van de droom. De aanzet van de Spaanse kolonisatie in de ‘Nieuwe Wereld’ was een feit: Latijns-Amerika werd geboren. Dat was geen droom meer, maar werkelijkheid!

Hoe denkt men nu over dromen?

Door een klik op mijn zwarte muis verschijnen op Google binnen 0,28 seconde ongeveer 8.010.000 resultaten over het thema dromen. Iedereen droomt blijkbaar en iedereen droomt veel. Zelfs de mensen die zich de dromen niet kunnen herinneren. Per nacht dromen we maar liefst anderhalf tot twee uur lang, ongeveer tussen de zes en zeven dromen per nacht. Deze dromen duren doorgaans tussen de 5 en 45 minuten. (volgens www.allesoverdromen.nl.) Niet echt vreemd dat veel mensen er wat meer over willen weten.

Fotograaf onbekend

Het boek van Egmond Codfried, Dromen Uitleg, is een voorbeeld. Volgens Codfried krijgen mensen in dromen vaak waarschuwingen of juist aanwijzingen van gunstige omstandigheden via droombeelden in de vorm van symbolen en spiegelbeelden. Daarom moet men dromen niet letterlijk interpreteren: soms moet de symbolische betekenis van de beelden verklaard worden. Het boek van Codfried biedt daarbij een helpende hand. Het bevat een woordenlijst die de betekenis van een woord uit een droom verklaart.

Foto @ Francesco Lunghi

Enkele voorbeelden: hebt u gedroomd over uw eigen dood, dan mag u rekenen op een lang leven. Laat u eieren vallen in uw droom, dan zult u ruziën over geld. Ziet u nullen in uw droom, dan dient u uw seksueel gedrag te matigen. Morst u met olie, dan wordt u ontrouw verweten! Wordt u omarmd door een bloedverwant, dan mag u tegenslag of verraad verwachten! En het laatste woord, ‘zijde’, uit het dromenboek zegt dat u trouwe vrienden of een gelukkig gezin hebt.

Bevroren waterval. Foto @ Shaun Bythell

Als u zich uw dromen niet kunt herinneren, geen nood. U kunt de technieken opvolgen die Codfried in zijn boek bespreekt. Ik noem er een: ‘Probeer om bij het ontwaken, ook al gaat de wekker af, niet abrupt op te staan. Doe de wekker uit en blijf voor een minuutje met gesloten ogen liggen. Als u niet naar het werk moet, kunt u daar enkele minuten van maken.’ (p. 5) Als tip geeft de schrijver dat het belangrijk is om te weten dat onder de uitleg van een trefwoord soms in cursief enkele synonieme trefwoorden worden genoemd. Deze dient de lezer ook op te zoeken om een totaalbeeld van de uitleg van de droom te krijgen. En oefening baart kunst, want als u hierin handig wordt, kunt u misschien met behulp van dit dromenboek een tipje van de sluier van uw toekomst lichten zoals de Azteekse waarzeggers dat deden!

Foto @ Nicolaas Porter

Ik wil mijn eigen droom die ik in telegramstijl heb genoteerd, verklaren aan de hand van het boek van Codfried. De beste bode is immers de man zelf. Ik heb twee dagen terug een rare droom gehad. In mijn droom kwam ik terug van een begrafenis en ik zag mezelf in zwarte kleding, maar tijdens de begrafenis zag ik dat ik werd begraven! Er werd niet eens gesproken naar mijn gevoel, want ik hoorde niets. Het voelde aan alsof ik er niet bij hoorde en ik weet wel dat ik in mijn droom helemaal kapot was van mijn eigen begrafenis. Ik droomde dat ik na mijn begrafenis in een slaapkamer stond, een slaapkamer die ik nooit eerder had gezien. Het was een bruine slaapkamer met een tweepersoons leeg bed, met lades aan de onderkant van het bed. De lades gingen open en weer dicht. Wat ik ook in mijn droom zag, was dat boven de kasten een hond met zijn staart kwispelde toen het beest mij zag. Deze hond herkende ik als mijn hondje toen ik zes jaar oud was. De rest van de spullen in de slaapkamer herkende ik niet. Ik zou graag willen weten wat de betekenis is van deze droom.

Foto van Facebook

Dus zoek ik de trefwoorden op in het boek van Codfried: begrafenis, zwarte kleding, slaapkamer, bed en hond. Codfried zegt: ‘Wordt u begraven: duidt op een lang leven.’ Bingo! Ik word nieuwsgierig! Zwarte kleding: ik merk dat kleding en kleren als trefwoord in het boek ontbreken. Maar het trefwoord ‘zwart’ is er wel. Ja hoor, en zoals ik het had verwacht: ‘Het teken van tegenslag, nadeel, verdriet.’ Wat was nu het verband tussen een lang leven en verdriet of tegenslag? Ik gaf het niet op en ging op zoek naar het volgende trefwoord. Slaapkamer: ‘Het betreden van een vreemde slaapkamer: u zal een liefdesrelatie aangaan met een partner die u reeds lang begeerde.’ Oeps… mijn god, ik begon nu te ijsberen! Wie kon dat weer zijn, dat waren er een handvol! Mijn zoektocht naar de verklaring van mijn droom steeg ten top. Volgend trefwoordje: ‘bed’! In mijn hoofd borrelde het van de woorden: lang leven, tegenslag, verdriet en een liefdesrelatie met een oud-begeerde ‘pel’ van mij. Wat zou er met mijn lange leven, het ‘bed’ en mijn partner kunnen gebeuren: een tegenslag? Oepsss… ik hield van schrik mijn linkerhand voor mijn mond. Ik had het woord bed gevonden: ‘Een leeg bed: kondigt een sterfgeval aan.’ Mijn god, dat is dus de dood van mijzelf, dacht ik! Mi gado san o pasa nanga mi! Alleen het laatste woord ‘hond’ kon mij nog van mijn dood redden. Met trillende vingers sla ik pagina 72 open. Ik citeer: ‘Een hond die voor u kwispelt: er zijn vleiers om u heen!’ Ai… het voelde alsof ik hoofdpijn zou krijgen. Volgens het boek van Codfried mag ik dan veronderstellen dat de droom zoiets als volgt betekent: Dat ik een lang leven toebedeeld krijg, dat ik zal delen met een oude liefde. Of dit van korte duur is, weet ik niet, want het lege bed kondigt een sterfgeval aan. Van mij? Dat droomde ik toch ook? Maar ik zou toch lang leven volgens het boek. Wie zal dan doodgaan? Of zal een van de vleiers om mij heen de pijp uit gaan?

Circus. Fotograaf onbekend

Moeilijk hoor dromen uitleggen. Voor mij zijn ze maar bedrog zoals Marco Borsato dat ook heel mooi bezingt:

Steeds als ik je zie lopen
dan gaat de hemel een klein beetje open.
Sterren, je laat ze verbleken met je ogen die altijd stralen.

Jij kan de zon laten schijnen
want je loopt langs en de wolken verdwijnen
en als je lacht, lacht heel de wereld mee.

De meeste dromen zijn bedrog
maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog.
Ik voel je adem en zie je gezicht
je bent een droom die naast me ligt.

Je kijkt me aan en rekt je uit
een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!

Egmond Codfried, Dromen Uitleg. Paramaribo: Ralicon, 2012. ISBN 978-99914-57-03-1

Ain’t no dreaming. Foto John Scavoldia

Egmond Codfried werd op 16 november 1932 geboren. Hij trouwde Yvonne Roberts met wie hij twee kinderen kreeg: een jongen en een meisje. Egmond jr en Arlette. Zij is nu dichter en schrijver. Sinds haar jeugd schrijft ze gedichten en korte verhalen. Werk van haar verscheen in Overpeinzingen, gedichten en verhalen (2003), Considerations, poems and stories from Suriname (2003) en Honderd Dichters 7 (2003). In 2004 verscheen haar eerste kinderboek Opa en Oma. Ze is bestuurslid van Schrijversgroep ’77. Zij nam het initiatief tot het publiceren van dit boek van haar vader. Over hem zegt Arlette Codfried het volgende: ‘Ik ben trots op mijn vader. Hij was een oprecht mens met hart voor de mensen om hem heen. Zowel mijn broer als ik zijn in zijn voetsporen getreden voor wat het schrijven betreft.’ Egmond Codfried schreef korte verhalen onder het pseudoniem Egmond Verveer. Er is echter weinig van hem gepubliceerd. In 1990 overleed Egmond Codfried. Hij werd 58 jaar.

Oproep dromenvertellers


Nicolaas Porter – Pata
De S’77 avond van april (25 april) staat in het teken van dromen. Arlette Codfried en Rappa presenteren dan een dromenboek, geschreven door Egmond Codfried, wijlen. Egmond is de vader van Arlette. Het boek geeft aanwijzingen voor droomverklaringen. Arlette en Rappa hebben het nagelaten manuscript geredigeerd en verder klaargemaakt voor publicatie.

Naast de presentatie is er gelegenheid voor vertellers/dichters om werk voor te dragen. Het thema blijft dromen, maar dat moet geen probleem zijn, want tussen dromen en creatieve fantasie is er een nauwe relatie. Enthousiastelingen mogen zich opgeven bij schrijversgroep77@hotmail.com.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter