blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: canon

Aruba: synergie van literatuur en taal

Van 22 tot en met 24 november is op de universiteit van Aruba een dubbelconferentie gehouden. Voor Suriname waren er vier mensen aanwezig: Helen Chang, Diana Menke, Jerry Dewnarain en Hilde Neus. Zo waren er de Cross over-bijeenkomst over literatuur en de Caran-bijeenkomst. Caran is het Caribisch platform voor Neerlandici, dat financieel wordt ondersteund door de Nederlandse Taalunie. De voormalige West, bestaande uit de Boven- en Benedenwindse Eilanden én Suriname, komen bij elkaar om de positie van het Nederlands in de verschillende gebieden te bespreken en een bijdrage te leveren aan de uitstippeling van beleid. read on…

Cross Over & CARAN 2017: een fotoreportage

Cross Over & CARAN 2017 organiseerden een Dubbelconferentie over Nederlandse taal- letterkunde in en van het Caribisch gebied van 22 tot en met 24 november 2017 in de Aula van de Universiteit van Aruba, J.E. Irausquinplein 4, Oranjestad. Een fotoreportage. read on…

Kraak de canon

De Nederlandse canon is overweldigend wit – eeuwen van migratie en (de)kolonisatie ten spijt. Hoe is dat zo gekomen en waarom verandert er zo weinig? read on…

Shifting the Compass

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen, is de bundeling van de belangrijkste teksten die werden gepresenteerd op het gelijknamige congres in het najaar van 2011 in Berkeley, California. De vijftien hoofdstukken geven niet een traditionele indeling naar de verschillende koloniale gebieden, maar kijken juist naar de verbindingslijnen tussen de voormalige koloniën. Zo schrijft Rudolf Mrázek over Boven Digoel in Indonesië en de Jodensavanne in Suriname. Ena Jansen neemt de slavernij in Zuid-Afrika en Curaçao onder de loep. Paul Hollanders bekijkt de animus manendi, de wil om zich permanent te vestigen, van koloniale planters (onder wie Paul François Roos).

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, edited by Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen.
Newcastle upon Tyne, Cambridge Scholars Publishing, 2013. ISBN (10): 1-4438-4228-1/ ISBN (13): 978-1-4438-4228-0
Met bijdragen van Jeroen Dewulf, Adriaan van Dis, Rudolf Mrázek, Olf Praamstra, Manjusha Kuruppath, Lodewijk Wagenaar, Adèle Nel, Phil van Schalkwyk, Luc Renders, Ena Jansen, Nicole Saffold Maskiell, Barry L. Stiefel, Britt Dams, Paul Hollanders, Michiel van Kempen en Giselle Ecury.

De bundel is samengesteld door drie hoogleraren, v.l.n.r. Michiel van Kempen, Olf Praamstra, Jeroen Dewulf

 

Canon moet Caribische ogen openen

‘Surinamers’ in ARC Magazine

door Tom van Moll

Paramaribo – De een is geboren in Paramaribo, maar woont en werkt in Rotterdam. De ander zag in Den Haag het levenslicht en vestigde zich in 1978 in Lelydorp. Beeldend kunstenaars Charl Landvreugd en Nicholaas Porter zijn op het eerste gezicht geen schoolvoorbeelden van Caribische artiesten. Toch heeft hun werk een plaats gekregen in het Caribische kunstmagazine ARC Magazine.

De vijfde editie van het blad, dat halfjaarlijks uitkomt, werd vorige week gepresenteerd in Fort Zeelandia tijdens het de conferentie van de Association of Caribbean Women Writers and Scholars (ACWWS). Landvreugd wordt daarin belicht met een uitgebreid interview, Porter met een kleinere showcase. Wat maakt hun werk volgens het tijdschrift tot Caribische kunst? Als er al zoiets bestaat.

Persoonlijke hybriden

Holly Bynoe, hoofdredacteur van ARC Magazine, motiveert na afloop van de presentatie haar keuze: “Er is niet één Caribische kunst, er zijn vele vormen. In de Cariben komen immers culturen uit alle windstreken samen.” Porter en Landvreugd belichamen wat zij noemt ‘persoonlijke hybriden’. Ze gebruiken in hun werk Afrikaanse onderwerpen vanuit een Surinaamse context en plaatsen die in een Westerse kunsttraditie. Daarom passen zij in het thema ‘Concepts of power, identity, interpretations of creolisation and belonging’.

Juist de exponenten van de Afrikaanse diaspora in Europa, zoals Landvreugd, zijn in die context bijzonder, volgens Bynoe. “Zwarten in Europa identificeren zich met het land waarin ze leven, in tegenstelling tot in de rest van de wereld, zoals in de Verenigde Staten, waar ze hun zwart-zijn voorop stellen.” Dat beeld bevestigt Landvreugd: “Ik ben eerst Nederlander, dan zwart.” Hoewel hij zelf de term Caribische kunst geografische definieert, herkent Landvreugd zich weldegelijk in Bynoes beschrijving. “Ik denk dat mijn kunst past in de grotere lijn van Afrikaanse diaspora en daar maken de Cariben een deel van uit.”

Nicolaas Porter

Referentiekader

Porter is juist blank in Suriname, maar gebruikt ook veelvuldig de zwarte man als onderwerp. Hij verafschuwt het echter als zijn kunst Surinaams of Caribisch wordt gezien. “Kunst moet universeel zijn. De kunstenaar zelf is het referentiekader. Je moet van jezelf uitgaan en van wat je wilt delen met een ander. “Maar dat is volgens Landvreugd een vrijheid die je alleen kunt nemen als je een witte heteroseksuele man bent. “Het maakt niet uit wat ik maak. A: het zal altijd gelezen worden als het werk door een zwarte man en B: het wordt zonder de culturele achtergrond van die zwarte man in acht te nemen, direct in de westerse canon geplaatst, om te kijken hoe het daar in past.”
Het hele principe ‘kunst’ is nu eenmaal een Europese uitvinding. “Want wat wij Afrikaanse kunst noemen, dat was geen kunst, dat waren gebruiksvoorwerpen. Pas als de danser zo’n masker op heeft en die raakt begeesterd, dan pas wordt dat masker wat. Tot die tijd is het een object, niet waardig om op een verhoging te zetten om ernaar te kijken. Dat is echt een westerse gedachte.”

Vrijheid

Omdat kunst van een niet-Europeaan altijd langs een Europese maatstaf gelegd zal worden, wordt de kunstenaar volgens Landvreugd altijd in zijn vrijheid beperkt, al heeft hij zelf het idee dat hij die vrijheid steeds meer kan nemen. Bynoe vult aan dat Caribische kunstenaars daarnaast ook nog eens moeten vechten tegen het stigmatiserende adagium Sun, rum, sea and sex, dat door de private sector en de overheid uit economische motieven gepropageerd wordt. Bynoe: “Door die politieke realiteit geven Caribische kunstenaars zichzelf nog niet de vrijheid, de toestemming om te scheppen.” Die beperkingen kunnen echter niet doorbroken worden door een inwaartse blik, die volgens haar de kunst in de regio domineert. “Ik heb het gehad met die zoektocht naar identiteit. Die houding leidt immers tot herhaling.” Of, zoals ze in de paper stelt die ze tijdens de conferentie presenteerde: “de regio kan alleen een belangrijke intellectuele toekomst tegemoet zien als het bewust de strijd aangaat en voortborduurt op die zelfformulering.”

Caribische ogen

Landvreugd denkt echter dat het daarvoor nog te vroeg is. Er moet immers eerst sprake zijn van een canon aan kenmerkende kunstwerken, waaraan men kan refereren om te bepalen wat nu typische en goede Caribische kunst is, voordat die zich kan ontwikkelen. “Na de afschaffing van de slavernij zijn we 150 jaar verder, voordat er met jongens als Marcel Pinas iets gebeurt waarvan je zegt, hé dit is specifiek Caribisch, specifiek Surinaams, wat zeg ik, specifiek Ndjoeka. Zo specifiek is het nog nooit geweest. Nu heb je referentiemateriaal. “Pas nu er een grotere productie is in de regio kan er volgens Landvreugd aan die canon gewerkt worden, waarmee bepaald kan worden of een werk goed is of niet. “Maar”, benadrukt hij, “kunst zoals wij kunst zien, wordt nooit niet-Europees. Het enige dat kan gebeuren is dat de manier waarop we naar kunst kijken kan veranderen. Dat is natuurlijk wat ARC probeert te doen, dat probeert de Caribische ogen te openen, om te weten op welke manier we dan wél naar dat werk moeten kijken.”.

[uit de Ware Tijd, 19/05/2012]

Wat Multatuli, Daum en Couperus ons niet vertelden

Alfred Birney maakt in De dubieuzen duidelijk dat de literaire canon dodelijk is geweest voor het beeld dat wij nu van de koloniale literatuur hebben en dus ook van de rol van de Indo in de geschiedenis.

door Ezra de Haan

Het valt Alfred Birney op dat onze geschiedenis, in het bijzonder de koloniale en postkoloniale geschiedenis, is verworden tot iets voor freaks, vooral waar verhalende literatuur als bronnenmateriaal gebruikt wordt. Alles wat voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde lijkt in het vergeetboek terecht te zijn gekomen. Pijnlijk vooral voor bevolkingsgroepen in Nederland zoals de Indo’s. Birney wijst op de ‘minder fraaie episodes’ in onze geschiedenis en het feit dat Nederland geen postkoloniaal debat heeft gekend, in tegenstelling tot Frankrijk, Engeland en Amerika. Blijkbaar probeerde men zo de eeuwenlange moordpartijen in Indonesië en de vele andere zwarte bladzijden van de vaderlandse geschiedenis onder het tapijt te vegen.

Lees hier de hele recensie op Literatuurplein.nl

De Dubieuzen van Alfred Birney werd op 20 april 2012 gepresenteerd. Klik hier voor meer info.

De ‘zwarte canon’ is nergens voor nodig

Elma Drayer
door Elma Drayer

In oktober 2006 verscheen de Canon van Nederland. De toenmalig minister van onderwijs had aan de commissie-Van Oostrom de opdracht gegeven om nationale gebeurtenissen te verzamelen waarvan elk kind aan het eind van de basisschool weet moest hebben. Juist in die jaren stond ons gebrekkig historisch bewustzijn volop in de belangstelling. Zo’n canon, was de gedachte, zou dat euvel op termijn verhelpen.

De commissie kwam met vijftig zogeheten ‘vensters’ die bij elkaar ‘de goudgerande basiskennis omtrent de cultuurgeschiedenis’ bevatten. En uiteraard was de inkt nog niet droog of het gekrakeel barstte los. De een vond dat de canon te weinig vrouwen telde, de ander dat Annie M.G. Schmidt er niet in had gemogen, een derde meende dat Pim Fortuyn ten onrechte ontbrak, bèta’s misten bètawetenschappers, Limburgers eisten meer aandacht voor de Limburgers, Friezen voor de Friezen.

Voor zover ik me herinner was er evenwel destijds niemand die klaagde dat de canon ‘de zwarte bladzijden’ in onze geschiedenis opzettelijk verzweeg. Dat zou ook tamelijk mal zijn geweest. De commissie legde immers geen enkele preutsheid aan de dag: Jodenvervolging, slavernij, Srebrenica – ze kwamen keurig langs. Als de canon eenmaal was ingevoerd, kortom, zouden alle twaalfjarigen van Nederland voortaan weten dat ons verleden niet alléén glorieus was geweest.

Maar zie. Onlangs bleek dat de commisie-Van Oostrom broddelwerk heeft afgeleverd – althans volgens historicus Chris van der Heijden. Vorige week [tweede week maart 2012 – red CU]  publiceerde hij in De Groene Amsterdammer ‘De zwarte canon’, en haalde daarmee nog het nieuws ook. De officiële canon zorgt er volgens hem voor dat wij onze historie veel te rooskleurig bezien: die bevat ‘bijna uitsluitend’ gebeurtenissen waarop wij ‘trots’ kunnen zijn. ‘Een schadelijke leugen’ noemde hij dat in Het Parool. Een verklaring wist hij ook: wij kunnen namelijk ‘niet zo goed omgaan met de mindere kanten van onze geschiedenis’.

O nee? In 2008 hielden het Historisch Nieuwsblad en de Volkskrant de zogeheten ‘Geschiedenismonitor’ – een peiling die de historische kennis testte van een ‘representatieve’ groep Nederlanders. Interessant was niet zozeer dat de deelnemers bedroevend scoorden op feitenkennis; daarvoor werd per slot die canon in het leven geroepen. Interessant was dat zij zich uitbundig bleken te schamen over de zwarte bladzijden uit de nationale geschiedenis: de slavenhandel, het koloniale tijdperk, het gebrek aan verzet tegen de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Netjes dus, zoals het volgens Van der Heijden hoort.

Nicolaar Porter – Aukaanse jongen

Nog curieuzer is wat hij in de toelichting op de zwarte canon betoogt. Daarin berispt hij op hoge toon zijn collega’s, die volgens hem te weinig beseffen dat geschiedschrijving ‘gemaskeerde actualiteit’ is. Geschiedenis gaat ‘slechts ten dele’ over het verleden en ‘misschien nog wel meer’ over het heden. Dat lijkt me, met alle respect, een open deur van jewelste. En zelf denkt hij op mysterieuze wijze aan deze verblinding te kunnen ontsnappen?

Het geestige is natuurlijk dat juist zijn onderneming de tijdgeest trouwhartig weerspiegelt: wij dienen ons diep te schamen over de misstappen onzer voorvaderen – tot in het zoveelste geslacht. Wie daar wat precies mee opschiet, blijft de interessante vraag.

[uit Trouw, 15-3-2012]

Historicus wil zwarte canon

 

Historicus Chris van der HeijdenHistoricus Chris van der Heijden (Foto Uitgeverij Contact)
 Historicus Chris van der Heijden pleit voor een zwarte canon van de Nederlandse geschiedenis. Hij vindt dat de huidige canon van vijftig gebeurtenissen en zaken voorbijgaat aan gebeurtenissen waar Nederland niet trots op kan zijn.

Van der Heijden schrijft in de Groene Amsterdammer dat de lijst, die in 2006 werd opgesteld, een verkeerde indruk geeft. “Het verdonkeremanen of onder de pet houden van ongunstige informatie over onszelf is niet respectabel”, aldus de historicus.

Moorden

Van der Heijden benadrukt dat alleen slavernij en Srebrenica de canon hebben gehaald. Voor de rest komen er alleen gebeurtenissen aan bod “waarop ‘wij’ trots kunnen zijn”.
De historicus vindt dat ook bijvoorbeeld de politionele acties in Indonesië een plaats moeten krijgen op de lijst, net als de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh.
Ook de omgang van Nederlanders met joden zou deel moeten uitmaken van de canon. Van der Heijden wijst op het feit dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog relatief veel joden zijn weggevoerd en vermoord. Verder noemt hij het naoorlogse antisemitisme.

Kritiek

Van der Heijden is van plan zelf een boekje uit te brengen met gebeurtenissen die passen in een zwarte canon. Het boekje wordt op zijn vroegst eind dit jaar uitgegeven.
Professor Van Oostrom, die voorzitter was van de commissie die de canon heeft samengsteld, is het niet eens met de kritiek van Van der Heijden. Volgens hem staan er zeker niet alleen maar positieve gebeurtenissen en zaken in de canon. Een aantal negatieve gebeurtenissen zijn verwerkt in grotere thema’s, benadrukt Van Oostrom.

Conferentie Neerlandistiek in het Caribisch gebied


Op 22, 23 en 24 november 2011 vindt aan de Universiteit van Aruba in Oranjestad de conferentie Neerlandistiek in het Caribisch gebied plaats. De primaire doelstelling van deze conferentie is het oprichten van een platform van neerlandici in het Caribisch gebied die op regelmatige basis overleg voeren over hun onderwijs en onderzoek. Daarnaast beoogt de conferentie met een publicatie van bijdragen een canon te creëren die als basis kan dienen voor verder onderzoek. Het is de doelstelling deze conferentie elke twee jaar te herhalen op andere plaatsen binnen de regio.

De deelnemers aan de bijeenkomst zijn personen die Nederlands doceren aan een universiteit, hogeschool of lerarenopleiding. De onderzoeksgebieden omvatten literatuur, taalkunde, taalbeheersing en taaldidactiek.

Programma
Dinsdag 22 november 2011
15.00 – 16.30 registratie en ontvangst deelnemers
17.00 – 18.30 openingslezing Kadar Abdolah, aansluitend receptie
19.00 – diner in restaurant The Old Fisherman
Woensdag 23 november 2011
09.30 – 12.00 literatuur in Caribisch gebied
12.15 – 13.45 lunch
14.00 – 16.30 didactiek Nederlands als vreemde taal
17.30 – 19.30 culturele wandeling in Oranjestad
Donderdag 24 november 2011
09.30 – 12.00 taalkunde en taalbeheersing
12.15 – 13.45 lunch
14.00 – 15.30 oprichting platform Neerlandistiek in het Caribisch gebied
16.00 – 17.00 slotlezing Jan Renkema
19.00 – diner in restaurant Old Cunucu House

De deelnemers
Kader Abdolah
Lisette Agatha Universiteit van Curaçao
Bernadette Bérénos Universiteit van Curaçao
Helen Chang Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Eveliene Coenen Dienst Onderwijs Bonaire
Mariska Dias Universiteit van Sint Maarten
Elisabeth Echteld Universiteit van Curaçao
Lila Gobardan-Rambocus Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Hedy Goeldjar – IJvel Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Johannetta Gordijn Dienst Onderwijs Bonaire
Kitty Groothuijse Universiteit van Aruba
Elisabeth D’Halleweyn Nederlandse Taalunie
Preetema Jong A Lock – Pahladsingh Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Kitty Leuverink Nederlandse Taalunie
Eric Mijts Universiteit van Aruba
Hilde Neus Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Joyce Pereira Universiteit van Aruba
Carola Peeters Directie Onderwijs Aruba
Vanessa Pietersz Directie Onderwijs Aruba
Jan Renkema Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
Tjits Roselaar Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
Wim Rutgers Universiteit van Curaçao
Ronnie Severing Nederlandse Taalunie Curaçao
Audrey Tromp-Wouters Directie Onderwijs Aruba
Christa Weijer Nederlandse Taalunie Curaçao
Merlynne Williams Instituto Pedagogico Arubano (IPA)

Georganiseerd door de Universiteit van Aruba
Mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie & Vertegenwoordiging Nederland

 

Vooys over hoge en lage cultuur

Slauerhoff versus Stieg Larsson, Bach versus Bauer, Rothko versus graffitikunstenaar Laser 3.14. Hoge versus lage cultuur. Hoewel het onderwerp inmiddels wat uitgekauwd lijkt, kon de redactie van het literair-wetenschappelijk tijdschrift Vooys er goed mee uit de voeten. Er staat genoeg lezenswaardig in het jongste (dubbele) themanummer dat gaat over hoge en lage cultuur, over kwaliteit en populariteit. Bijzonder hoogleraar West-Indische letterkunde en kenner van de Surinaamse literatuur Michiel van Kempen vergelijkt puntsgewijs (en met veel voorbeelden) literaire canonvorming in Suriname en de Antillen met die in Nederland.

Lees hier verder op De Papieren Man

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter