blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Bijnaar Aspha

Verslag bijeenkomst Wikipedia en Caribisch erfgoed

Op 7 oktober 2017 vond er een studiemiddag Wikimedia en Caribisch Erfgoed plaats in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Hierbij een verslag van deze bijeenkomst door Vincent Wintermans. read on…

Voice of Freedom

Op zaterdag 3 mei 2014 gaat de 10e Colorful Wonderful in Theater De Vaillant over vrijheid. Muziek, poëzie, workshops en lezingen voor iedereen. Kom luisteren en doe mee aan de ‘Voice of Freedom’.
Het programma voor het festival ‘The Voice of Freedom’ is gemaakt samen met organisaties zoals Dutch Caribbean Book Club.
 Workshop
Onder leiding van Dave MacDonald werkt u tijdens een workshop in kleine groepen aan uw eigen interpretatie van thema’s als: vrijheid, liefde, respect, rolmodellen, ontwikkeling en geloven in uw eigen kunnen.
Dit cross-over-poetry-project geeft u de kans om onder begeleiding van een professionele band uw eigen teksten te presenteren aan het publiek.
Geef u vandaag op voor de workshop met Dave MacDonald via: joella@devaillant.nl.
Wat kunt u nog meer verwachten?
§  Dr. Aspha Bijnaar geeft een lezing over de betrokkenheid van Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
§  A-talents, de Antilliaanse jongeren expressiegroep, geeft een eigen visie over vrijheid.
§  Sapto Sopawiro, schaduwpoppenspeler, laat u betoveren door het traditionele Indonesische schaduwpoppenspel.
§  Tipiko Den Haag, Curaçaose muziek zoals de Antilliaanse wals en danza.
Aanmelden
Wilt u deze middag bijwonen? Deelname kost € 2,50. Brengt u wat lekkers mee voor het buffet? Dan mag u GRATIS naar binnen. Meld u aan via: joella@devaillant.nl.
Meer informatie over ‘Voice of Freedom’ vindt u in flyer of bij Theater De Vaillant, telefoon 070 – 44 52 800.

 

‘De nieuwe coöperatie tussen realiteit & utopie’

Foto © Haidy Bissasar
 

door Joop Vernooij

De Vlaamse journalist Walter Lotens, die een zwak heeft voor Suriname en twee publicaties over land en volk op zijn naam heeft staan, Suriname in stukjes (2002) en Omkijken naar een revolutie (2004), heeft vorig jaar gepubliceerd over de coöperatie en alles wat ermee te maken heeft. De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie heet zijn boek. Hij heeft all over the world veel vormen van coöperatie ontdekt, meegemaakt en bewonderd. En heeft er systeem in gebracht, er een rode draad in gevonden of gebracht. In de continenten van Zuid tot Noord en van Oost tot West, heeft hij gereisd en is tot een bewonderenswaardige hoeveelheid gegevens gekomen, die hij wil delen. Hij noemt de publicatie niet wetenschappelijk, maar intussen… . Hij draagt een massa kennisbronnen aan.
Nieuw
Lotens is naar de nieuwe coöperatie op zoek gegaan – naar nieuwe vormen van samenwerken tussen mensen – die veel verder gaat dan de oude idee van coöperatie. De oude idee kunnen we deels terugvinden in wat genoemd wordt het coöperatiewezen van ons ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Het gaat dan voornamelijk over de samenwerking van mensen in de agrarische sector, omdat die manier van werken profijt oplevert. Lotens gaat verder en vindt nieuwe vormen van coöperatie, waar ook ter wereld. Ook in Suriname.
Lotens is in zijn boek helder van taal met soms een Vlaamse uitdrukking zoals ‘bollekens’ (p. 23), ‘ik stap af aan het stationnetje’ (p. 84) of ‘met een hoek af’ (p. 235). Hij geeft zijn Inleiding de titel: ‘anders gaan werken als concrete utopie’, het thema van zijn verhaal.
Indeling
Het boek heeft hoofdstukken met een theoretische invalshoek en met vijfendertig ‘Stopplaatsen’ in de verschillende hoofdstukken. Dit zijn concrete stukjes tekst van schrijvers uit de hele wereld over dit onderwerp. Ze zijn geografisch bedoeld maar ook betreffende plaatsen waar anders gedacht wordt en waar mensen anders in het leven zijn gaan staan. Belgiё is als het ware de basisstandplaats. Hij heeft er drie Belgische experts bij gehaald: Rik Pinxten met het ‘Voorwoord’, Bob Docx met het ‘Nawoord’ en Wim van Opstal heeft een bijdrage met een analytisch verhaal over de coöperaties in Belgiё.
Nieuwe wereld
Lotens ontdekte in zijn woonplaats Borgerhout (bij Antwerpen) en elders in de wereld een veelheid aan georganiseerde activiteiten die veel verder reiken dan het vroegere begrip van coöperatie oproept, als een samenwerkingsverband van spaarders, mensen met bankzaken. Tegenwoordig gaat het over een nieuwe benadering van vaak gedwongen samenwerking rond landeigendom, productie van ‘gron nnyan’, nutsvoorzieningen, huizenbouw, buurtbelangen. Ik zelf doe mijn boodschappen bij ‘de Coöp’. In dit verband noemt de schrijver wat Suriname betreft, de kasmoni (pp. 201-204): het proefschrift van Aspha Bijnaar, de activiteiten van Godo en de initiatiefnemer CarlhoWijdh (pp. 196-201), het aloude en zeer bruikbare gotong royong-systeem of mechanisme en de gedachten van ontwikkelingswetenschapper Maureen Silos (pp. 254-258). Vanuit wereldwijd perspectief is er dus wat dat betreft best wat te doen hier zonder tekort te doen aan de bestaande goed functionerende coöperaties als die van Kwatta, de Agro Coöperatie Corantijnpolder, de Cawovan Lelydorp en de andere organisaties van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. En menigeen kan zich de Algemene Vereniging van Krediet Coöperaties nog voor de geest halen.
Guyana. Foto Marina Caf
Buurland
Guyana heet officieel de Coöperatieve Republiek Guyana. Leuker kunnen we het niet maken. We kennen als vorm van samenwerking de crowdfunding en recentelijk de bitcointoestanden. Een interessante en recente coöperatie is die van prostituees die van hun plaats verdreven werden en de strijdvaardige coöperatie Macha’s oprichtten.
Nieuwe visie
In de huidige wereld komen allerlei vormen van samenwerking boven om het hoofd te bieden aan nood, aan machtsobstakels en aan de behoefte zaken echt anders dan voorheen te organiseren. De coöperatie heeft alles te maken met democratie, het volk van de basis aan de macht. Dat heeft weer te maken met een gezonde vorm van bewustwording en de kracht van bundeling van mensen en doelen. Wel op kleine, te overziene schaal met duidelijke, tastbare doelstellingen.

Lotens ziet dus in de wereld een nieuwe beweging, die hij op goede gronden heilzaam vindt. Bij zijn reizen over de wereld, twittert hij als het ware over hetgeen hij aantreft en gaat op zoek naar de achtergronden en wat de mensen beweegt. Hij heeft oog voor de rol van de economie, de plaats van de overheid, de aanpak van maatschappelijke problemen, de maatschappijverandering, de arbeidersbeweging en de positie van de geldbanken. Hij en de schrijvers van de ‘Stopplaatsen’ gebruiken daarbij min of meer spannende titels als ‘Griekse aardappelbeweging wint aan kracht’, ‘Coöperaties in de overgangs-economieën’, ‘Wrikkers en krikkers in de marge’, ‘Kuidenthee uit Potosi’, ‘Alternatieve buurtmunt kent groot succes’, ‘Spanjaarden gaan crisis te lijf met gemeenschappelijke moestuin’ of ‘Bruto Nationaal Geluk van Bhutan’.

Het boek geeft geen saaie opsomming van feiten; die worden steeds geplaatst in de context van mensenlevens. Walter Lotens ziet het voordeel van samenwerking duidelijk in en geeft voorbeelden, niet alleen omdat de nood erom vraagt maar ook omdat samenwerking een nieuwe vorm van economie kan en moet zijn. Hij toetst dat aan de realiteit en aan de verwachtingen die mensen van samenwerking hebben. Dus op weg naar een nieuwe levenswijze, een nieuwe stijl van leven met goede papieren. De Belgische experts ondersteunen zijn visie en zelf beveelt hij deze nieuwe kijk op leven en samenleven van harte aan. Het is zoals een bord bij de Palmentuin en ’t Vat aangeeft, uitschreeuwt: ‘Success comes through collaboration’ (=coöperation). Dus niemand hoeft meer met een bord voor haar/zijn kop te lopen.
Kortom: een visie die het ook hier goed zou kunnen doen nu er allerwege gezocht wordt naar een andere levensorde of -ordening. En Lotens heeft het verwoord op een aangename manier. Hij is alweer aan een volgend boek bezig.
Walter Lotens: De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie, 288 pp.. Leuven: LannooCampus, 2013. ISBN 978 94 014 1326 8

Cultuurlijn 1102: Praten, kunst en theater over slavernijverleden

door Stuart Rahan

Annet Zondervan, directeur van het Centrum voor Beeldende Kunst Zuidoost maakt het eerste project Cultuurlijn 1102 van de drie cultuurinstellingen in Amsterdam Zuidoost bekend. Foto © Stuart Rahan.

 

Amsterdam Zuidoost – Zij die behoefte hadden om op één dag nader kennis te maken met het Nederlandse slavernijverleden, hebben donderdag vanuit drie verschillende invalshoeken hun behoefte kunnen bevredigen. In gesprekken hebben inleiders hun licht laten schijnen op het slavernijverleden en hoe 150 jaar na de afschaffing in 1863, zij ermee omgaan. Kunstenaars geven slavernij een eigen gezicht door middel van een tentoonstelling en in het theater hebben rebelse vrouwen van toen een gezicht gekregen.
De drie grootste cultuurinstellingen van Zuidoost staken de koppen bij elkaar en startten hun eerste gezamenlijke activiteit onder de noemer Cultuurlijn 1102, hun gemeenschappelijke postcode. Imagine IC, Centrum Beeldende Kunst Zuidoost (CBK Zuidoost) en het Bijlmer Parktheater stelden een cultuurprogramma samen met slavernij als interessant thema in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing daarvan.
Nieuwe begrippen
Hoofdgast Saidiya Hartman van de Columbia Universiteit in de VS ging tijdens het onderdeel ‘Spoken slavery’ in op het immaterieel erfgoed van de slavernij. Daarbij maakte zij gebruik van het verhaal van een jonge Afrikaanse vrouw tijdens de overtocht van haar continent naar Amerika. Dat verhaal heeft Hartman opgetekend in het boek Lose your mother waarbij zij experimenteerde met verhalen van overlevering.
Door de eeuwen heen zijn het Engels en Nederlands verrijkt met woorden die in de slavernijperiode andere betekenissen hadden. Slaven zijn tegenwoordig ‘slaafgemaakten’, slaves werden het begrip ‘enslaved’. Volgens inleider Hester Dibbits maken nieuwe begrippen onder andere deel uit van de vernieuwde manier waarop slavernij herdacht wordt. Zangeres Denise Jannah droeg met haar optreden op geëigende wijze bij aan de herinnering van het slavernijverleden. “Fu sabi pe y’e go, yu musu sabi pe yu kemopo. Om je toekomst te bepalen dien je eerst te weten waar je vandaan komt”, vertolkte zij in twee prachtige liedjes. Zij bezong ‘Mama Aisa’ in een nummer dat zij op harmonieuze wijze liet overgaan in ‘Strange Fruit’, een lied dat herinnert aan de wreedheden van de slavernij.
Charl Landvreugd. Foto Facebook
Document
In het Centrum voor Beeldende Kunst kon het publiek vervolgens de opening meemaken van de tentoonstelling Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst. Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur van Het Parool opende de tentoonstelling officieel. Hij liet de aanwezigen delen in een gewaagde actie van de krant die onlangs op de voorpagina een oud document, dat gebruikt werd tijdens de slavernij plaatste. Met dat document konden handelaren een bestelling voor slaafgemaakten plaatsen of werden slaafgemaakten aangeboden. “Twee voor de prijs van één, was zo’n aanbieding”, vertelde Ockhuyzen wat volgens hem voor die tijd de normaalste zaak was. Hij kreeg niet alleen complimenten. Er waren ook lezers die zich afvroegen of het plaatsen van het oude document wel nodig was.
Iris Kensmil – Kapitani I

 

De tentoonstelling bestaat uit werk van twintig kunstenaars met een Nederlandse, Antilliaanse en Surinaamse achtergrond. Ken Doorson, Remy Jungerman, Patricia Kaersenhout, Iris Kensmil, Charl Landvreugd en George Struikelblok zijn enkele bekende Surinaamse kunstenaars. Van Iris Kensmil staan daarnaast nog drie fictieve portretten van marronkapiteins in de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum. Zij maakte de portretten ‘Out of History’, in opdracht van CBK Zuidoost en het Amsterdam Museum.
De dag werd afgesloten met de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen in het Bijlmer Parktheater. Drie geesten van overleden slavinnen bieden troost en hulp aan een jonge Afrikaanse vrouw die tegen haar wil in de prostitutie belandt. Zij vertellen over hun eigen ellende, maar met trots delen zij verhalen van hun verzet.
[uit de Ware Tijd, 22/06/2013]

NiNsee lanceert educatieve website slavernijverleden

Op 17 juni a.s. zal het NiNsee een educatieve website lanceren, gericht op leerlingen van middelbare scholen. Dat zal gebeuren op het Amsterdamse Berlagelyceum, in aanwezigheid van de Nederlandse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher.

Voorlopig programma
Inloop 16.00 – 16.30 uur
1.            Opening met Rap / Spoken word intro

2.            Welkomstwoord rector Berlage Lyceum Leendert-Jan Veldhuyzen

3.            Introductie Joyce Overdijk-Francis bestuur NiNsee / voorzitter begeleidingscommissie website
4.            Toelichting door Inhoudelijk Projectleider Aspha Bijnaar
5.            Toelichting door Digitaal Projectleider Vanessa Vijzelman
6.            Drietal leerlingen Mavo, Havo, Vwo van het Berlage Lyceum openen de pagina’s van het NiNsee Educatieve Website  en scrollen samen met de minister er doorheen.
7.            Leerlingen testen samen met minister Asscher de website
8.            Minister Asscher houdt toespraak en geeft zijn reactie op wat hij gezien heeft
9.            Leerlingen interviewen minister Asscher
10.          Muzikale afsluiting door rapper / band (2 nummers)
Datum:  maandag 17 juni 2013
Tijdstip: 16.30 – 17.30 uur
Locatie: Berlagelyceum, Pieter Lodewijk Takstraat 33/34, Amsterdam

Nederland en de slavernij

Historisch Nieuwsblad organiseerde in samenwerking met de Feniks Academie van educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff een collegedag over Nederland en de slavernij. 




Interviews met Gert Oostindie en Aspha Bijnaar


‘Nederland was een voorloper in de slavenhandel’
Gert Oostindie over zijn lezing tijdens de Collegedag
Kort na het midden van de zeventiende eeuw was bijna een kwart van trans-Atlantische slavenhandel in handen van de Republiek. Dat aandeel zakte daarna snel, doordat de Portugese, Engelse, Franse en Amerikaanse slavenhandel explosief toenam. Over de gehele periode lag het Nederlandse aandeel rond vijf procent. Dat betoogt Gert Oostindie op 19 april tijdens de collegedag over Nederland en de slavernij in Amsterdam. De collegedag is een initiatief van Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie.
Lees meer…

‘Licht getinte slaven hadden meer kans om hun vrijheid terug te krijgen’
Aspha Bijnaar over het leven van slaven
Slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven – nakomelingen van plantage-eigenaren en hun slavinnen – maakten de meeste kans om hun vrijheid terug te krijgen. Daarover vertelt Aspha Bijnaar, onderzoeker en projectmanager bij het Nederlands Instituut Slavernijverleden (NiNsee), tijdens de collegedag die Historisch Nieuwsblad op 19 april organiseert. ‘Huidskleur had een grote invloed op de positie van de slaaf.’
Lees meer…

Artikelen uit ons archief


Redder van de slaven
Na jaren van strijd komt in 1863 eindelijk een einde aan de slavernij in Suriname en op de Antillen. De voormalige slaven geloven dat ze hun bevrijding danken aan koning Willem III. Het is een mythe, maar die helpt om de rust in de koloniën te bewaren.
Lees meer…

Het succes van de plantage
Wie denkt aan de Surinaamse plantages denkt al snel aan de gruwelijkheden van de slavernij. Er is een genuanceerder verhaal te vertellen. Het systeem was gebaseerd op macht en racisme, maar opgezet om zo veel mogelijk geld te verdienen. Dat bracht ook innovaties voort als het ingenieuze polderstelsel. En voor de slaven werden de plantages na enkele generaties leefgemeenschappen, waar zij verbonden raakten met het land en hun voorouders.
Lees meer… 

‘Wij zoeken onze vrijheid’ 
Vrijheid, gelijkheid en broederschap veroverden de wereld. Waarom zou dat niet ook voor ons gelden, dacht een groep slaven op Curaçao. In de zomer van 1795 kwamen ze in opstand.
Lees meer… 

Misleide migranten 
Tegenwoordig behoren Hindoestanen tot de grootste en rijkste bevolkingsgroep van Suriname. Maar hun voorouders waren straatarme Indiërs, die zonder goed te begrijpen waar ze aan begonnen duizenden kilometers verhuisden om slavenarbeid te verrichten.
Lees meer… 

Slavernij op Curaçao

Slaven die zelf slaven hielden en vrijen die voor een bestaan in slavernij kozen: het slavenbestaan op Curaçao zag er anders uit dan de geijkte verhalen over de verhouding tussen blank en zwart suggereren.
Lees meer… 

Het slavenbestaan in de Nederlandse koloniën
‘Swarten moesten maar werken en de planters tot playsier sijn’

De Nederlandse bijdrage aan de slavernij is zacht gezegd een minder glorieus onderdeel van de vaderlandse geschiedenis. Suriname genoot zelfs de reputatie van het land dat zijn slaven het slechtst behandelde. Waren de Nederlandse slavenmeesters werkelijk wreder dan de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden?
Lees meer…

D
e wreedheid van de transatlantische slavenhandel 
Een welgestelde Romein kon beschikken over een klein leger slaven. In Afrika ging men vrijwillig in slavernij als schulden te hoog werden of de honger toesloeg. Slavernij is van alle tijden en alle windstreken. Waarom roept juist de Europese slavenhandel over de Atlantische Oceaan zoveel emoties op?
Lees meer… 

Documentaires en interviews (beeld en geluid)


‘Wij slaven van Suriname’
(RVU, 1999)
Documentaire over Anton de Kom (1898-1945), een Surinaams voorvechter van mensenrechten. De uitzending staat in zes delen van circa tien minuten op YouTube. Bekijk hieronder het eerste deel, voor de overige delen ziehttp://www.youtube.com/watch?v=LHPt8y7xOqE



 

De slavernij
(NTR, 2011)
Vijfdelige serie waarin Daphne Bunskoek en Roué Verveer op zoek gaan naar het slavernijverleden van Nederland. Alle afleveringen zijn terug te bekijken viahttp://www.geschiedenis24.nl/de-slavernij.html

100 jaar afschaffing slavernij
(VARA)
Documentaire uit 1963 over het honderdjarige jubileum van de afschaffing van de slavernij.

 

Ongehoord: de slavenhandel in de 17e en 18e eeuw, deel 3: Tobago
(VPRO, 2010)
Radio-uitzending van OVT over de transatlantische slavenhandel. Een reis langs Vlissingen, Elmina en Tobago. Te beluisteren viahttp://www.geschiedenis24.nl/speler.segment.7006994.html

Aspha Bijnaar geeft ‘rebelse vrouwen’ stem
Vrouwen gebruikten vooral ‘verborgen verzet’ tijdens de slavernij om in opstand te komen tegen hun situatie, ontdekte NiNsee-onderzoeker Aspha Bijnaar. In de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen wordt dit vrouwelijk verzet in de schijnwerpers gezet. Het stuk gaat over onderdrukking anno 2013 en in de tijd van de slavernij.
De twee delen van het interview zijn te beluisteren via http://caribischnetwerk.ntr.nl/tag/aspha-bijnaar/


Geluidsfragment college Gert Oostindie


Hier kunt u een deel van de lezing van Gert Oostindie (opnieuw) beluisteren. Wilt u alle colleges horen? Houd onze website dan in de gaten: binnenkort verschijnt een cd-box met alle lezingen van deze collegedag.

Lezing Alex van Stipriaan


Het college van Alex van Stipriaan ging over verzet tegen de slavernij: opstanden, marronage, creolisering
en de uiteindelijke afschaffing ervan. Hieronder kunt u het eerste gedeelte teruglezen.

Ik stel u voor aan Adam. We weten nauwelijks iets van hem, behalve dat hij in de eerste helft van de negentiende eeuw leefde op de koffieplantage Vrouwenvlijt aan de Hoer Helena Kreek. Ik zou graag met u ingaan op de naamgevingsgeschiedenis van slaven en plantages in Suriname, een op zich al zeer interessante geschiedenis, maar daar zal ik niet aan toekomen. Al zitten ook daar elementen van verzet in.

Hoe het zij, Adam is in de jaren 1830-1840 een volwassen man, wellicht zelfs geboren op de plantage, en werkzaam als gewone veldslaaf, de zwaarste categorie werk. En wat we in ieder geval weten is dat Adam tussen 1833 en 1843, het jaar dat hij stierf, in ieder geval acht keer, dus bijna ieder jaar een keer, er op werd betrapt dat hij zich tijdelijk van de plantage had verwijderd. In het plantage-archief staat hij daarom omschreven als “den bandieteneger Adam”. Niets kan hem weerhouden en steeds weer wordt hij op dezelfde plantage, Vriendsbeleid & Ouderszorg, op nog geen kilometer afstand van Vrouwenvlijt opgepakt. Het is dus zeer waarschijnlijk dat hij daar een partner heeft, bij wie hij langer dan alleen de nacht wil doorbrengen, want het is altijd pas na meerdere dagen afwezigheid, soms zelfs anderhalve week, dat hij weer wordt opgepakt. Afgezien van de gebruikelijke afranseling wordt hij iedere keer opnieuw voor langere tijd in de boeien geklonken. Vlak voor zijn dood zit hij wederom “in de zware bandieteboeij”.

In diezelfde periode, om precies te zijn in 1842, kondigt gouverneur Rijk af dat vanaf dat moment plantage-directeurs niet meer dan vijftien zweepslagen aan een volwassen man en vijftien aan een volwassen vrouw mogen laten toedienen -tenzij ze zwanger is – en tien tot vijftien aan jongeren tussen veertien en zestien jaar. Het dubbele aantal kan alleen worden opgelegd door de plantage-eigenaar of administrateur. Nog zwaardere straffen kunnen alleen door de officiële autoriteiten in de stad worden opgelegd. Tot dan toe was vijfentwintig tot vijftig zweepslagen voor een volwassen man of vrouw altijd de gewone strafmaat geweest bij te laat verschijnen op het veld of niet voldoen aan de opgelegde taak. Nog zwaarder was de straf voor degene die erop betrapt wordt dat hij of zij heimelijk de plantage probeert te verlaten. Velen hebben namelijk een partner op een plantage in de buurt, omdat lang niet altijd een geliefde op de ‘eigen’ plantage kan worden gevonden. In zo’n geval mag een directeur tot tachtig zweepslagen laten toedienen “op het onderlijf en op geen andre plaatse des lichaams en wel los offte ook wel staande teegens een paal off post gebonden”.  Tegen die achtergrond is het des te opmerkelijker dat zovelen het toch aandurven zich over de grenzen van de plantage te begeven, zoals Adam.

Hoe rigide het regime dus ook was en hoe zwaar de straffen, altijd weer hebben mensen ondanks alles het heft in eigen hand gehouden of genomen. Zeker niet altijd als bewuste vorm van verzet, gericht op het omver werpen van het systeem, maar wel als teken dat er gebieden in hun leven en denken waren waar ook de slaveneigenaar niet bij kon en waar zij een eigen autonomie bewaarden. En juist dat vormde de basis van verzet dat wel degelijk het systeem bedreigde. Van de eerste tot de laatste dag van de slavernij.

Zo moet u zich voorstellen dat het voortdurend afwezig zijn van Adam en de acties om hem weer gevangen te nemen, voor grote onrust zorgden en vertraging opleverden in de plantageproductie. Het kostte dus geld. Sterker nog, iedere keer moest er vier gulden worden betaald aan een militair om hem een “afstraffing” te geven, en bovendien wordt er iedere keer drie gulden “vanggeld” verdeeld onder de mede-slaven die Adam hebben geholpen gevangen te nemen. En daar bovenop wordt voor de aanschaf van een hals- en een voetboei met twee hangsloten tien gulden betaald.  Zo’n actie, hoe onschuldig eigenlijk ook, was dus voor de plantage-eigenaar een behoorlijke kostenpost (jaarlijkse lokale cash flow circa vijfduizend gulden).

En Adam was bepaald niet de enige, want ook Hendrik en Cupido werden in dezelfde tijd meerdere keren op een naburige plantage opgepakt en ook Zondag, Johannus, Daantje, Kwasi, Apollo, Doroe, Carl, George, Alex, Premier, December, Hazard, Adelbert, François, Madelijntje, Philippina, Charlotte, Agatha  en Catootje werden allemaal een keer gevangen en gestraft. Dat wil zeggen dat in ieder geval 21 van de ongeveer 110 volwassenen op Vrouwenvlijt in die tien jaar een stap zetten waarvan ze heel goed weten dat ze er zwaar voor zullen worden gestraft. Zelfs François die in november 1839 nog vanggeld krijgt voor het oppakken van Cupido, wordt in mei 1841 zelf gevangen genomen in de moestuinen van Spieringshoek, enkele plantages verderop. Bovendien blijkt dat de man La Fleur en de vrouwen Wilhelmina, Sabina en Monkie voorgoed de benen hebben genomen, want na vele jaren staan ze in de slavenlijsten nog steeds te boek als “absent”, of “in ’t bosch”. Zij waren kennelijk Marrons geworden, ik kom daar zo op terug.

Foto’s van de collegedag


Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Alex van Stipriaan
Valika Smeulders
Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Valika Smeulders
Alex van Stipriaan


Op cd: Nederland & de slavernij

In 2013 wordt herdacht dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Op 4 cd’s hoort u over de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel: de grootste gedwongen migratie uit de wereldgeschiedenis. Hoe was het opkopen, vervoeren en tewerkstellen van de slaven georganiseerd? Hoe functioneerde het slavernijsysteem op de plantages? En waarom schafte Nederland de slavernij pas in 1863 af?

Samengesteld en verteld door Gert Oostindie, Aspha Bijnaar, Alex van Stipriaan en Valika Smeulders.
Deze box is vanaf 10 juni leverbaar.
Prijs: € 34,95

Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst

Op 20 juni wordt de expositie Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst geopend. CBK Zuidoost herdenkt met deze groepstentoonstelling dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij afschafte. Twintig kunstenaars tonen hun visie op slavernij: van letterlijke verbeeldingen van gebeurtenissen tot abstracte benaderingen van het onderwerp. Het geheel doet nadenken over de gevolgen en de betekenis van slavernijgeschiedenis voor de huidige samenleving. Bij deze groepstentoonstelling is een publicatie gemaakt: Aspha Bijnaar geeft een toelichting op de historische aspecten in het werk van de kunstenaars:
Sara Blokland
Nardo Brudet
Frank Creton
Brian Coutinho
Ken Doorson
Jeannette Ehlers
Antonio Guzman
Remy Jungerman
Patricia Kaersenhout
Iris Kensmil
Renée Koldewijn
Carla Kranendonk
Charl Landvreugd
Runny Margarita
Tirzo Martha
Helen Martina
Henny Overbeek
Hector Raphaela
Brett Russel
George Struikelblok
Publicatie: Aspha Bijnaar, onderzoeker en auteur
Spreker: Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur en chef Kunst, Het Parool
Met: Jeannine La Rose, zangeres; Ronald Snijders, fluitist
attent op de opening van de tentoonstelling Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst.
Openingsdatum:  donderdag 20 juni 2013
Tijd: 17.30 uur
Locatie: Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam Zuidoost
Te zien t/m 31 augustus.
Iris Kensmil
Eerder dit jaar opende in de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum Out of History, een drieluik van kunstenaar Iris Kensmil dat zij maakte in opdracht van CBK Zuidoost en het Amsterdam Museum. Out of History is een onderdeel van de Gouden Eeuw-tentoonstelling. De serie bestaat uit drie fictieve portretten van mensen uit de 18de eeuw die tegen de koloniale onderdrukking in een eigen positie en toekomst opbouwden. De samenwerking van CBK Zuidoost met het Amsterdam Museum ontsluit erfgoed van de stad met actuele kunst.
De tentoonstelling ‘Gedeelde Erfenis: Slavernijverleden in de kunst’ is van 12 september t/m 20 oktober ook te zien in Kunstenlab Deventer.
www.kunstenlab.nl

Wij verlangen onze vrijheid!

Hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, Cees Maris, neemt afscheid met zijn filosofische theatervoorstelling Wij verlangen onze vrijheid! De première vindt plaats op vrijdag 17 mei 2013 in de Lutherse Kerk Amsterdam, 15.00 uur, toegang gratis.
Op vrijdag 17 mei aanstaande neemt Cees Maris, hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, afscheid met Wij verlangen onze vrijheid! Maris’ afscheidsrede, waarin hij zelf de rol van rechter speelt, heeft de vorm van een theatrale rechtszaak over slavernij, met de historische figuren Capitein, Locke en de slavin Virginia als hoofdpersonen. Daarbij komen naast slavernij actuele thema’s aan de orde zoals de objectiviteit van recht en rechtspraak en de verhouding van staat en religie. De voorstelling haakt aan bij de Herdenking Slavernijverleden 2013 en is verbonden met twee andere manifestaties over slavernij in het Stadsarchief en Bijzondere Collecties.
Wij verlangen onze vrijheid! vertelt het verhaal van de rechtszaak van de slavin Virginia die haar vrijheid opeist. De advocaten Capitein en Locke spelen nogal dubbelzinnige rollen in deze zaak. De theoloog Jacobus Capitein was als Afrikaanse jongen zelf slaaf geweest, maar pleitte in zijn Leidse proefschrift voor slavernij. De filosoof John Locke verwierp slavernij omdat hij vond dat alle mensen gelijk zijn, maar bezat aandelen in de slavenhandel. De uitslag van het proces staat dus niet bij voorbaat vast. Zang van de Ghanese Rebecca Atanga geeft het toneelstuk muzikale verdieping. Maris’ theatrale afscheidsrede gaat niet alleen kritisch in op slavernij, maar ook op de geloofwaardigheid van recht en rechtspraak, de publieke rol van religie, de objectiviteit van academisch onderzoek en de verhouding tussen waarheid en schoonheid. Een belangrijke actuele vraag is: Moet de rechtsstaat neutraal zijn of mag hij steunen op religieuze argumenten? Meer in het algemeen: wat is waarheid?
Met dit filosofisch theater sluit Maris zijn eigen unieke traditie af. Hij is de enige Nederlandse hoogleraar die zijn publieke redes de vorm geeft van filosofisch theater. Wij verlangen onze vrijheid! vormt een drieluik met zijn theatrale oraties Horror Vacui (1989) en De dans van Zarathustra (2004).
De première van Wij verlangen onze vrijheid! in de Lutherse Kerk is gratis toegankelijk voor alle geïnteresseerden. Wij verlangen onze vrijheid! is hierna nog viermaal te zien in het Stadsarchief Amsterdam en in Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam in combinatie met de tentoonstelling Slavernij verbeeld. In het Stadsarchief is de voorstelling onderdeel van Amsterdam en de slavernij. Maris levert met zijn filosofisch theater een bijzondere bijdrage aan de Herdenking Slavernijverleden 2013. Zie voor de data de speellijst onderaan dit persbericht.
Vanaf 17 mei is ook het boek Wij verlangen onze vrijheid! verkrijgbaar. Het bevat een uitgebreide versie van de toneeltekst en historische en filosofische achtergrondinformatie. Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel, alsmede via www.bol.com en de website van uitgeverij Duizend & Een www.uitgeverij1001.nl. Voor meer informatie info@uitgeverij1001.nl.
Urmie Plein. Foto © Montecasini Talent Agency

 

Tekst: Cees Maris
Regie: Ab Gietelink
Acteurs: Ab Gietelink, Raymi Sambo, Urmie Plein, Maureen Tauwnaar
Zang: Rebecca Atanga
Wetenschappelijk advies: Aspha Bijnaar
Productie: Theater Nomade
Wij verlangen onze vrijheid! is mede mogelijk gemaakt door steun van het Amsterdams Universiteitsfonds.
Speellijst 2013 Wij verlangen onze vrijheid!
Vr 17 mei       15u     Amsterdam    Lutherse Kerk/Aula UvA (gratis toegang)
Zo 2 juni         15u     Amsterdam    Stadsarchief
Zo 9 juni         15u     Amsterdam    Stadsarchief
Zo 16 juni      15u     Amsterdam    Bijzondere Collecties
Zo 23 juni      15u     Amsterdam    Bijzondere Collecties

Rebelse vrouwen krijgen gezicht en stem

Muzikaal theater


door Stuart Rahan

.

Amsterdam – Vrouwen in het verzet tijdens de slavernij krijgen eindelijk een gezicht. In de muzikale theatervoorstelling ‘Rebelse vrouwen’ laten vier zwarte vrouwen zien dat verzet toen niet alleen door mannen als Baron, Boni of Tula werd gepleegd. Moord, vergiftiging, werkweigering of het stille verzet door voortplanting tegen te werken zijn enkele van hun verzetsdaden.Volgens onderzoekster dr. Aspha Bijnaar, bedenker en initiatiefnemer van het stuk, is er in de geschiedenis vrij weinig bekend over deze rebelse vrouwen.

De vraag is eigenlijk in hoeverre slavinnen rebels konden zijn: hun positie was kwetsbaarder dan die van de mannen. “Zij hadden op de plantages gezinnen en andere dierbaren die zij niet in gevaar wilden brengen”, verklaart Bijnaar hun minder opvallend rebelse gedrag. Maar dat neemt volgens haar niet weg dat vrouwen zich ook hebben bemoeid met grote opstanden. Voedsel en strategische gegevens werden doorgegeven om te laten zien dat ook zij niet tevreden waren met het bizarre plantageleven. Bijnaar deed via NiNsee het onderzoek voor het stuk in samenwerking met Karin Lurvink van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Koppeling heden verledenHet is 2013 als de West Afrikaanse Onise gedwongen terecht komt in de Nederlandse prostitutie met vernederingen als uitbuiting en onderdrukking. In haar wanhoop gaat Onise terug naar haar roots. Opeens staan er drie vrouwen voor haar. Het zijn voorouderlijke geesten uit een ver verleden die meteen verschijnen, zodra een ‘sisa’ in moeilijkheden verkeert. Geesten van vrouwen die eeuwen geleden op de plantages in Suriname, Curaçao en Aruba hebben geleefd en gewerkt als slaaf. Toen waren zij het die het hoofd moesten bieden aan hun erbarmelijke situatie. Volgens Aspha Bijnaar is bewust gekozen voor een koppeling van het Nederlandse slavernijverleden met de moderne slavernij. “Het is puur ter reflectie. Wij willen het publiek uitdagen er wat van te vinden.” Met deze keuze hebben de onderzoekers juist willen voorkomen dat het trans-Atlantische slavernijverleden op de achtergrond raakt. “Door de koppeling met moderne slavernij, trek je publiek aan dat niet of nooit naar een stuk zou gaan dat alleen over het Nederlandse slavernijverleden gaat. Je voorkomt het cliché dat het al zo lang geleden is. Daarnaast vind ik het interessanter om ambivalenties op te zoeken en toeschouwers uit te dagen. Dat vind ik prikkelender”, reageert Bijnaar op de discussie onder historici die moderne slavernij willen loskoppelen van de trans-Atlantische slavernij. Zij begrijpt hun verzet tegen de samenvoeging. “Het zijn inderdaad twee verschillende fenomenen. Als je die in één en hetzelfde project bij elkaar brengt, loert het gevaar dat de belangstelling voor onze slavernijgeschiedenis op de achtergrond raakt. Dat gevaar vind ik terecht. Zeker omdat dit gedeelte van de vaderlandse geschiedenis in Nederland nog niet zo lang op de agenda staat en het zelfs nog meer aandacht behoeft dan het nu krijgt”, verklaart Bijnaar de balans waar NiNsee naar op zoek is. UniverseelUrmie Plein, die de rol van de mooie aantrekkelijke voorouderlijke geest Nanny speelt, benadert het stuk als te zijn universeel. “De andere spelers en ik laten mensen in slavernij zien die ieder hun persoonlijke verhaal vertellen. Wij tonen onze verlangens, frustraties, pijn en emoties. Het is niet mals wat er toen met die mensen gebeurde.” Nanny heeft gezien hoe haar ouders de wrede behandeling ondergingen waarbij haar vader eindigde in een kappa kokende suiker. Om zich een dergelijk lot te besparen, deed zij er alles aan om niet in het veld maar in het huis van de ‘masra’ te werken. Zij had er zelfs een relatie met hem voor over. “Dat was haar manier van overleven. Het feit dat je er voor kiest om een relatie aan te gaan waar iedereen op spuugt, is ook een vorm van rebellie.” ‘Rebelse vrouwen’ gaat vrijdag in première. [uit de Ware Tijd, 06/03/2013]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter