blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Barbados

The Irish slave trade – the slaves that time forgot

by G John Sit

We’ve all been taught the horror’s of the African slave trade. It’s in all the school books and in plenty of Hollywood movies. But for some reason the largest group of slaves in the British Colonies in the 17th Century doesn’t get mentioned at all: the Irish. read on…

Kamau Brathwaite in Liviticus – like the Psalmist in Babylon; like the weeping prophet

a book review by John Robert Lee

ST. MARTIN, Caribbean (2017 )— Liviticus, published in 2017 by House of Nehesi Publishers, is a new collection that is at once a moving confessional poem, in which Kamau Brathwaite writes honestly, frankly, disturbingly on what he calls his “cultural lynching.” read on…

Henry Habibe: Aruba in literair perspectief

Een chronologisch opgezet onderzoek naar inhoud en stijl

door Wim Rutgers

Met de uitgave Aruba in literair perspectief; Tussen traditie en vernieuwing: 1905 – 1975 heeft Henry Habibe een kloek chronologisch geordend boek geschreven van ruim vierhonderd pagina’s over schrijvers en werken uit de literatuur van het eiland. read on…

Read my World Festival in teken van Caraïbische literatuur

Op 12, 13 en 14 september 2014 staat de Tolhuistuin in het teken van Caraïbische literatuur, poëzie en verhalen. Voorbij de waan van de dag onderzoekt Read My World de grens tussen literatuur en journalistiek, tussen hier en daar – en vestigt de aandacht op alles ertussen. Verwacht in de drie zalen én idyllische tuin van de Tolhuistuin een rijk geschakeerd programma met vurige voordrachten, integere interviews, Literaire Potpourri, Dichtersmarathon, Spoken Beat Night en muziek. Een levendige ontmoeting van ideeën en dromen, humor en passie, politiek en journalistiek – van ruim 80 auteurs en artiesten uit Nederland, Vlaanderen en de Caraïben. read on…

Andere contractarbeiders

door Jerry Egger

Bij contractanten die naar Suriname kwamen in de tweede helft van de 19de eeuw, wordt direct gedacht aan Aziaten. Er zijn verschillende publicaties met gegevens over en analyses van deze groepen. Nu is er een belangrijke aanvulling op het verhaal van contractarbeid. Ook arbeiders van dichter bij huis werden naar de plantages gebracht na de afschaffing van de slavernij in 1863. Zij kwamen uit Barbados, St. Lucia en Guyana. Humphrey Lamur, Ruth Dors en N. Boldewijn hebben deze groep uit de vergetelheid gehaald in hun publicatie, West Indische Contract Arbeiders in Suriname, 1863-1899. Het is niet alleen een namenboek geworden waarbij allen die hier aankwamen, worden genoemd. Er is een goede inleiding. Verder zijn alle aantekeningen die ook in de archieven voorkomen over specifieke personen, opgenomen waardoor de lezer meer te weten komt over sommige personen die naar Suriname kwamen. read on…

Winnaars vierde subsidieronde Dr. Silvia W. de Groot Fonds

Silvia de Groot

Het Dr. Silvia W. de Groot Fonds, dat door de Vereniging KITLV beheerd wordt, is bedoeld om studenten of jonge onderzoekers afkomstig uit het Caraïbisch gebied, bij voorkeur van Marron-afkomst, financieel te ondersteunen bij de voorbereiding van een wetenschappelijke publicatie in de sfeer van de geschiedenis of cultuur van de Caraïben. Jaarlijks is een bedrag van € 10.000 beschikbaar, te verdelen over één of meerdere aanvragers. Het bestuur van het fonds heeft in de vierde subsidieronde de aanvragen van drie onderzoeksters gehonoreerd:
• Wendeline Flores, MA-student Geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Onderzoek: ‘De Antilliaanse en Surinaamse studentenbeweging (1950-1975)’.
• Guiselle Starink-Martha, PhD-kandidaat Culturele Studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onderzoek: ‘Mobility, national identity and the politics of black aesthetics in the Dutch Caribbean: The case of the new Caribbean nation of Curaçao’.
• Jenna Marshall, PhD-kandidaat Politieke Wetenschappen, Queen Mary University of London. Onderzoek: ‘Decolonising through education? Caribbean radical politics of development: A study of education in Barbados’.

Guiselle Starink-Martha
Guiselle Starink-Martha
Titel van het project: Vooronderzoek ‘Mobility, national identity and the politics of black aesthetics in the Dutch Caribbean: The case of the new Caribbean nation of Curaçao’

Het gehonoreerde project van Guiselle Starink-Martha is een eerste stap naar een groter onderzoek naar de samenhang tussen esthetiek en zwarte identiteit in het Caribisch gebied. Starink-Martha gaat onderzoek doen naar visuele representaties van ‘zwartheid’ in zowel culturele producten als in het dagelijkse leven. Dit vooronderzoek richt zich specifiek op esthetische constructies van zwartheid binnen het fenomeen ‘natuurlijk haar’ op Curaçao. Hoe wordt Afro-Curaçaos ‘natuurlijk haar’ beleefd en vormgegeven in het dagelijks leven en hoe gaan Curaçaoënaars om met ‘kroeshaar’? Hoe wordt het uitgebeeld in de media en populaire cultuur? Hoe verhoudt dit zich tot de constructie van een Curaçaose nationale identiteit in het algemeen en tot een Afro-Curaçaose identiteit in het bijzonder? Hoe verhoudt deze Afro-Curaçaose beeldvorming zich tot de heropleving van de ‘natural hair scene’ binnen de mondiale Afro-diaspora?In het Caribisch gebied zijn de huidige processen van natievorming en collectieve identiteitsconstructie, die gekenmerkt worden door zowel racialisering als post-kolonialisme, niet los te zien van bredere processen van globalisering. Door huidige Curaçaose debatten over ras, kleur en identiteit te koppelen aan visuele representaties en esthetiek, zoekt dit onderzoek nieuwe manieren om te denken over ras en post-kolonialisme in het geglobaliseerde Caribisch gebied van de 21ste eeuw.

Guiselle Starink-Martha is op Curaçao geboren en getogen. Zij heeft Talen en Culturen van Latijns-Amerika aan de Universiteit van Leiden gestudeerd. Zij is als promovenda verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar promotieonderzoek betreft constructies van collectieve Curaçaose identiteit onder transnationale Curaçaoënaars door middel van muzikale performances. Haar onderzoek richt zich op hedendaagse populaire cultuur en huidige belevingen en constructies van identiteit. Zij is vooral geïnteresseerd in de verhouding tussen critical theory en alledaagse  beeldvorming en gewoontes.
Wendeline Flores
Wendeline Flores
Titel onderzoek: De Antilliaanse en Surinaamse studentenbeweging (1950-1975)
Het onderzoek van Wendeline Flores, ondersteund door het Silvia W. de Groot Fonds, richt zich op de Antilliaanse en Surinaamse studentenbewegingen tussen 1950 en 1975. Het wordt verricht in het kader van haar masterscriptie en dient tevens ter voorbereiding van diverse toekomstige publicaties en vervolgonderzoek. De vraag wat de positie van de Antilliaanse en Surinaamse student immigranten in de naoorlogse, (post)koloniale samenleving (1950-1975) was en hoe zij de positie van zichzelf en hun ‘landgenoten’ trachten te veranderen, staat hierbij centraal. Het onderzoek richt zich op de actieve deelnemers, leiders en oprichters van Antilliaanse en Surinaamse studentenverenigingen en studentenbladen in Nederland. Zij zijn de belangrijkste bronnen en zullen in Nederland, Curaçao, Aruba en Suriname geïnterviewd worden. Dit zal verder worden aangevuld met relevante archiefstukken. Het onderzoek is bedoeld om een geschiedenis vast te leggen die vooralsnog onvoldoende aandacht heeft gekregen. De documentatie van de ervaringen van de hoofdrolspelers uit de beide bewegingen is hierbij van essentieel belang en is door middel van de genereuze subsidie van het Silvia W. de Groot Fonds mogelijk gemaakt.Wendeline Flores (1989) is studente Geschiedenis MA aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Gedurende haar studie heeft zij onderzoek gedaan naar de geschiedenis van Curaçao, het geboorteland van haar vader, maar ook naar het Caribische gebied in bredere zin. Ze heeft stage gelopen bij het Tropenmuseum en daar onderzoek gedaan naar de Suriname collectie. Tevens heeft ze stage gelopen bij het Nationaal Instituut Nederlands Slavernij Verleden en Erfenis, waar zij ook als vrijwilligster actief is geweest. Wendeline Flores schreef haar bachelorscriptie over het Antilliaanse studentenblad ‘Kambio. Portabos Independiente Antiano’ (1965-1968) en haar redactie. Op basis van archiefonderzoek in Nederland en interviews met de voormalige redactieleden in Nederland en Curaçao is de geschiedenis van ‘Kambio’ in kaart gebracht. Thema’s die in haar  onderzoek centraal staan zijn o.a. (post)kolonialisme, ras en slavernij.

Jenna Marshall
Jenna Marshall
Titel onderzoek: Decolonising through education? Caribbean radical politics of development: A study of education in Barbados
Jenna is a second year PhD candidate in the School of Politics and International Relations, Queen Mary University of London. With an MRes from the School, she also holds a bilingual Honours degree from York University (Canada). Her recent work includes Assistant Curator of the Making Freedom Project in partnership with the Windrush Foundation, UK Royal Geographical Society and the Marcus Garvey Library. Additionally, she has undertaken the role of Teaching Assistant for the first-year undergraduate module ‘Introduction to International Relations’.A researcher by training, she has worked on areas related to economic and social development within Latin America and the Caribbean. Prior to joining the School, Jenna has held posts which include Research Fellow for the Barbados Coalition for Service Industries, Print Media Journalist and Correspondent with the United Nations Development Programme.

Her overall research interests seek to explore the impact of global civil, political and economic actors and their relations within the developmental process of small island developing states, with particular reference to the Caribbean. Successfully obtaining a Special Award from the Ministry of Education and Human Resource Development in Barbados, her current research seeks to locate education as part of a broader radical political project in the developmental process in nation-building period after constitutional independence in Barbados.  She aims to identify and analyse the various political and economic actors within informed the politics of development particular in the area of education as conceptualised as a key driver of both social and economic development opposed to other variants of development approaches employed in the Caribbean region.

 
Cricket in Barbados
 

 

The 33rd Annual West Indian Literature Conference

UWI Barbados
 
Call for Papers 
The 33rd Annual West Indian Literature Conference will take place on October 2-4, 2014, at the University of the West Indies-Cave Hill, Barbados. This year’s theme is “Literature, Culture and the Environment.” The deadline for submitting abstracts is May 17, 2014. 
 
Description:  “Living landscapes have their own pulse and arterial topography and sinew which differ from ours but are as real – however far-flung in variable form and content – as the human animal’s … the vibrancy or pathos in the veined tapestry of a broken leaf addresses arisen consciousness through linked eye and ear in a shared anatomy that has its roots in all creatures and all things” (Wilson Harris “Living Landscapes”)
The physical contours of the Caribbean have been so radically transformed by colonial conquest, plantation and state-sponsored “development” from the seventeenth to the present century that establishing a historically informed sense of place is inevitably fraught. Our interactions with the world around us are not only written on the environment, but in the textual and spatial expressions of our imagination.  The relationships across landscape and language, location and representation are significant to a Caribbean cultural praxis that contemplates notions of displacement and territory, routes and rootedness, performance and personhood.  In order to examine the social and cultural implications of the diverse interplay of environment and cultural/literary text, the 33rd Annual Conference of West Indian Literature invites papers and panel proposals on topics that are relevant to the conference theme.
Barbados
 
Issues to be addressed might include: ecocriticism and environmental poetics; territorialising identities; geography and cultural iconography; literary cartography and Caribbean spaces; performing places, cultivated spaces; visual and scribal representations of the Caribbean; revisiting Sylvia Wynter’s “Plot and Plantation” paradigm; and inscribing the exotic on the “blank slate of the Caribbean archipelago” [Or Debunking the romanticization of Caribbean culture as a site of the exotic?].
 
Abstracts should not exceed 250 words in length, and should include (1) a title, (2) name, status and institutional affiliation of the presenter(s), (3) a contact email address, and (4) a mailing address. Please also let us know if you require any special equipment. Papers will be a maximum of twenty (20) minutes in length.
Abstracts or proposals for panels comprising three papers should be emailed by May 17, 2014 to kerry.lucas@cavehill.uwi.edu;  nicola.hunte@cavehill.uwi.edu orandrew.armstrong@cavehill.uwi.edu.
 

 

Werelderfgoed en de Nederlandse cultuurpolitiek

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Foto © Mireille Heersma
 
door Benjamin S. Mitrasingh
 
Met alle sympathie voor de Stichting Gebouwd Erfgoed kan de directeur ervan, Stephen Fokké hemel en aarde bewegen om Unesco ervan te overtuigen dat het niet de schuld is van zijn stichting dat Suriname onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn twee (monumenten en de natuur) Werelderfgoed-projecten. Dat kon ook niet anders, want het cultuurbeleid van Suriname bevindt zich sinds mensenheugenis in de politieke lappenmand. Geen probleem voor veel ontwikkelde burgers van Suriname, omdat vooral deze hebben geleerd dat ’s lands belang andere prioriteiten kent. De twee en een halve ministers van Financiën hebben dat ook geweten. Dat waren drie Surinaamse academici die ook hart hadden en nog steeds hebben voor de Surinaamse zaak, maar dat stemde niet overeen met het belang van de politieke leiders.
Het Surinaamse cultuurbeleid
In Suriname moeten politici altijd scoren bij het grote publiek, de bekende zogenaamde achterban. Vakbondsleiders kennen dit fenomeen ook maar al te goed; ze mochten nog zo populair bij hun leden zijn, maar als het op stemmen aankomt in de politiek, haalden zij het nooit. Zij werden omhoog getrokken door hun coalitiepartners.Modderbank 
Dit lot is het Surinaamse cultuurbeleid ook beschoren. Het publiek geniet van alle pracht en praal van de cultuuruitingen van Suriname, maar draagt er zelf nul centen bij. De makers van het monument van Baba en Mai en nu nog steeds de bestuurders van het Lalla Rookh-complex, kennen dit ook maar al te goed; er worden door grote ondernemers en succesvolle bedrijven gouden bergen beloofd maar als het op betalen aankomt, ontdek je dat we eigenlijk nog steeds vastzitten op een modderbank; een culturele modderbank wel te verstaan.

In de cultuursociologie zeggen we dan dat het milieu van de ‘sponsors’ nog niet zo goed ontwikkeld is om culturele projecten te financieren. Het hele Surinaamse cultuurbeleid lijdt hieronder. Al gauw bleek ook dat gestudeerde mensen geen goede culturele bagage hebben en daarom mislukken ook vele leuke culturele projecten.

Nederlandse cultuurpolitiek 
Een slecht voorbeeld is de Nederlandse cultuurpolitiek in het buitenland. In alle gevallen ging het eerst om het Nederlandse belang en dat moeten Surinamers ook nog leren, bij alle buitenlandse hulp moet het belang van de gever altijd zijn gediend. In het september nummer van de Nederlandse National Geographic wordt in een aparte bijlage ‘Werelderfgoed van morgen’ aandacht besteed aan het Nederlandse erfgoed. Suriname en Indonesië worden in de bijlage wijselijk verzwegen, blijkbaar vanwege hun ‘politieke’ onafhankelijkheid. Maar in de bijlage staat al in de intro een pleidooi voor het plantagesysteem van West-Curaçao, het Marine Park op Bonaire en de Mount Scenery op het eiland Saba, die moeten worden geplaatst op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

Saba
Tijdens de ICOM-conferentie in Rio de Janeiro in 2013, waar Suriname ook aanwezig was, hadden de ontwikkelingslanden wederom hun misnoegen geuit over de dominante rol van de rijke landen. In zijn eindverslag heeft de Surinaamse vertegenwoordiger [= Benjamin Mitrasingh, de schrijver van dit artikel – red. CU] dit ongenoegen ook tot uiting gebracht in de zin van, wij vertegenwoordigen weliswaar een arm land als Suriname maar wij – gesponsord door Unesco – komen niet op zulke belangrijke museumconferenties van de Unesco om naar’ kinderverhalen’ te luisteren over het moderne museumwezen van de rijke landen.

Erfgoed: oud Indianenhuis. Foto © Sasha Dees

Want wat zouden de rijke landen ervan vinden als wij een project van de leeggeplunderde suikerfabriek van Mariënburg zouden sturen naar bijvoorbeeld de World Monuments Fund in Washington? Dan was er toch weer onmiddellijk ruzie tussen ons en de Nederlandse politiek, maar hopelijk niet tussen ons en de doorsnee Nederlandse burgers, zoals Janneke Braamburg uit Enschede. Zij bekritiseert het Werelderfgoed in de rubriek Forum in het november nummer van de Nederlandse NatGeo. Daarin vraagt zij, waarom er geen aandacht wordt geschonken aan de 445.000 levend aangekomen slaven in Suriname en Curaçao die een zeer grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie in de zeventiende eeuw (de gouden eeuw). ‘Nakomelingen hiervan worden elke keer gekwetst wanneer wij bij het enthousiasme over wat wij hebben bereikt, hun bijdrage niet genoemd wordt.’
Misschien zou het goed zijn wanneer de Surinaamse burger die in Nederland heeft gestudeerd en ook daar heeft gewerkt, vaker rechtstreekse contacten onderhoudt met zijn oude vrienden in Nederland.

Architecturaal erfgoed op Barbados. Foto © Leon Jaspaert

Na het grote sociologisch onderzoek: Een nationaal onderzoek voor een cultuurbeleid in Suriname onder 3.161 scholieren en 675 volwassenen, een Unesco-project 00 SUR 602, uitgevoerd door twee Surinaamse academici (B.S. M[itrasingh] en C.R. B[adal]) werd in het eindverslag (van 50 bladzijden) in februari 2002, een kleurenpagina opgenomen met foto’s en de bijpassende tekst: ‘Als wij dit alles hebben beschermd, gered en verzorgd, blijft de culturele vorming van onze medemens nog altijd ons aller zorg. Daar gaat u ons toch ook mee helpen?’
Toen en tot nu, twaalf jaar later, heeft niemand erop gereageerd. Helaas!

[uit Starnieuws, 13 januari 2014]

Lewd and proud: How Rihanna brought the moves and sexuality of the Caribbean dancehall to leafy Twickenham

by Donna McConnell

 
Appearing on stage to song Phresh Off The Runway just before 9pm, Rihanna didn’t keep the audience waiting too long – unlike the killer lines at the toilets in the stadium.
Dressed in Riccardo Tisci’s baroque style ‘batty rider’ shorts with a matching cloak of invincibility it was soon very clear that Rihanna was not going to struggle to project her personality in that huge space.
Rihanna announced after the first song: ‘What’s up London? Are you enjoying yourself? Well good, we are only getting f**king started.’
 
Racy! Rihanna didn’t hold back as she performed at London’s Twickenham Stadium on Saturday night, despite having her parents and brothers in the audience
 
Hold on tight! Rihanna didn’t hold back as she performed at London’s Twickenham Stadium on Saturday night
 
The girl from Barbados soon broke out her signature moves, the gyrations seen in the dancehalls and carnivals of the Caribbean. Complete with dancehall queen crotch-grabbing and slapping, the uber-sexual singer who has enjoyed massive worldwide success since moving to the US as a 16-year-old seeking success, rattled through three of her hottest numbers; Phresh Off The Runway, Birthday Cake, and Pour It Up as she kicked off her stadium show.
 
Like the dancehall and carnival queens of the Caribbean, Rihanna is very aware of her sexual power – onstage at least. She constantly thrusted and wined and touched herself in a fashion instantly recognisable to those familiar with Jamaican dancehall culture – but admittedly it might have proved confusing to some of the younger members of the audience.
 
Rihanna displayed an effortless rhythm and sensuality that completely worked with her music, and entranced the audience. Songs such as Say My Name and Rude Boy were grinded out on stage, and thankfully she had a very well rehearsed band featuring Nuno Bettencourt, best known for his role as the lead guitarist of rock band Extreme to give things an extra gear.
 
Bad gal: The 25-year-old singer certainly didn’t seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing
 
Bad gal: The singer certainly didn’t seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing
 
And a troupe of dancers that let’s face it, nobody was watching, as all eyes were on Miss Robyn Fenty as she popped her booty and dipped it low.
 
It’s that mix of Caribbean swagger and pop music that gives Rihanna her edge and realising where her strengths lie, she certainly plays to them.
Not many Caribbean girls make it to be global pop stars. Rihanna has much in common with Jamaican born Grace Jones who came before her. She is fearless, lewd at times, foulmouthed, edgy and a fashion trendsetter.
Strutting her stuff: The Diamonds singer opted for a sexy ensemble for her performance, teaming thigh-high leather boots with a sheer top and a visible bra
While her oversharing on Instagram can be wearing, as a performer she has come of age.  Twickenham was like a mini-carnival as fans and even grown men attempted to copy the carnival queen’s gyrations while dancing in the crowd. Vocally she represented, and has certainly improved since the Loud Tour.
 
Her joy at performing to a sell-out crowd at Twickenham Stadium was touching and she brought her whole family to see her upgrade to the big time asking the crowd to say her name which she said would make her mother cry. She might also have cried at her daughter’s potty mouth too.
The ascendance of her career comes at a time when she has been through the emotional mill due to her rekindling of doomed relationship with Chris Brown, who now appears to have rather publicly returned to his ex-girlfriend Karreuche Tran.
 
During song Talk That Talk when Rihanna sang the line ‘And you will never get a girl like me’ perhaps in reference to Brown she added a very loud: ‘Oh hell no!’
Working it! Evidently not at all bothered by her family members in the audience, the pop superstar writhed around on stage in a particularly racy display
Working it! Rihanna put on a performance that felt like a carnival.

Rihanna’s visit comes a few weeks after pop behemoth Beyonce hit the UK. Beyonce had a huge, tightly rehearsed and professional show, and there’s no doubting her work ethic and skill. But what Rihanna lacks in routines she makes up for in mere presence, moves you can actually copy and use on the dancefloor and that onstage sensuality beloved by all her fans.
The concert concluded with her biggest hits Only Girl in the World, Where Have You Been, We Found Love, and ballads Stay and Diamonds.
At 25 Rihanna is selling out stadiums, cranking out hits and still has some years to go before she has to put down the batty riders. A charmed life indeed.
[from Daily Mail Online,16 June 2013]

Apoplectic Inside out in première

Apoplectic


door Audry Wajwakana

Paramaribo – De documentaire Apoplectic Inside outvan Kevin Headley gaat donderdag 24 oktober in TBL Cinemas in première. Fans, familie, vrienden, maar ook sponsoren krijgen op het beeldscherm te zien wat de Surinaamse populaire rockband sinds hun vorig jaar gelanceerde album ‘Unleash’ bereikt heeft. De documentaire geeft volgens Headely een glimps achter de schermen van de vervaardiging van het album en hun optredens in Suriname, Nederland en België.
Het filmpje heeft Headley in samenwerking met de band gemaakt. “Het idee was eerst een korte film te maken voor de sponsoren en andere mensen die hun bijdrage hebben geleverd aan de lancering van het album”, legt Headley uit. “Maar gaandeweg is het project uitgegroeid met de bedoeling meer inzicht te geven in de belevenissen van de groep en de bereikte resultaten sinds de release van het album.” Volgens de filmmaker laat het 55 minuten durende filmpje zien dat je met een dosis doorzettingsvermogen en de juiste mindset met muziek toch veel kunt bereiken.De rockband die al vijftien jaar bestaat, heeft het album Unleash in de Platinum Sound Studios in New York opgenomen. De studio waar grootheden als Rihanna, John Legend en Wyclef Jean ook hun opnames doen.

Verrassing
De première is bedoeld voor genodigden, maar voor de fans die er toch bij willen zijn, zijn er enkele kaarten ter beschikking. Na de vertoning is er een gezellig samenzijn in de lobby. “Bezoekers krijgen dan in de gelegenheid eventuele vragen te stellen, maar ook gezellig met de band bij te praten”, zegt Headley. Ook is er een verrassing aan het hele gebeuren gekoppeld. “Wat dat is, kan ik nog niet prijsgeven, want dan is het verrassingselement weg”, lacht hij geheimzinnig. Het filmproject zegt de filmmaker zelf met de band uit eigen middelen gefinancierd te hebben. Na de première wordt de documentaire in het weekend van 25 tot 27 oktober vertoond. Daarnaast wordt eraan gewerkt om aan de vertoning een scholenprogramma te koppelen. “Vooral voor jongeren die bezig zijn met muziek, moet het als motivatie dienen om door te zetten en niet op te geven”, zegt Headley. De details over het schoolprogramma is hij nog aan het uitwerken.

[uit de Ware Tijd, 22/10/2013]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter