blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Antilliaans-Nederlands

Mester mantené papiamentu komo materia obligatorio di èksamen final di havo/vwo?

Papiamentu ta lenga materno di mas o ménos 80% di poblashon di Kòrsou, segun senso di 2011. read on…

Op naar een Surinaamse en Antilliaanse editie van de Atlas van de Nederlandse taal!

Verkort praatje bij de presentatie van de ‘Atlassen van de Nederlandse taal’ op 11 mei in Den Haag

door Nicoline van der Sijs

Welkom bij de presentatie van de Nederlandse editie van de Atlas van de Nederlandse. Wat is er nieuw en bijzonder aan deze atlas? Het belangrijkste wapenfeit is dat deze atlas voor het eerst erkent dat de variëteiten van het Nederlands die in Nederland en in Vlaanderen worden gesproken, volkomen gelijkwaardig aan elkaar zijn. Dat is nog nooit eerder vertoond: er bestaat geen enkel ander boek dat in twee edities is verschenen, een voor Nederland en een voor Vlaanderen. Zelfs de bijbel niet. read on…

Zwart Nederlands; een college

door Jan Noordegraaf
Vorig voorjaar was ik op bezoek bij een vroegere VU-student Nederlands op het mooie eiland Curaçao. Bij die gelegenheid liet ik me ook rondleiden in het Slavernijmuseum te Willemstad. Na ruim twee uur indringend toegesproken te zijn door een enthousiaste jonge Curaçaose gids verliet ik deze historische locatie niet zonder enig gevoel van opluchting, maar wel ‘zwaar met schuld belaan’, zoals vroegere generaties Hollanders in een andere context gezegd moeten hebben. read on…

Die taal, die weet wat…

door Jerry Dewnarain

Het maken van taalfouten kan iedereen overkomen, maar toch blijft het slordig staan wanneer het gebeurt. In kranten en in tijdschriften staan dagelijks taalfouten en ook op tv en internetsites komen taalfouten veelvuldig voor. De Nederlandse taal is een lastige taal en zit vol valkuilen, zo vinden ook de mensen die zich hebben verdiept in de Nederlandse taal. Zo word je als scholier of als academicus geacht foutloos Nederlands te schrijven. Toch zul je misschien regelmatig te horen krijgen dat je taalgebruik niet in orde is. Begrijp je dan wat je docent precies bedoelt? Wat zijn taalfouten eigenlijk precies, en zijn alle taalfouten even ernstig? Moet iedere student een taalvirtuoos zijn? read on…

Papiaments erkend in Nederlands taal

Tekst en foto’s: Mineke de Vries

Papiamentstalige woorden worden binnenkort voor ‘t eerst opgenomen in de nieuwe editie van het Groene Boekje – de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal – die in 2015 verschijnt. Woorden uit allerlei schriftelijke taaluitingen uit de Antillen worden volgens een vaste methode geteld, gecheckt en beoordeeld op opname in de woordenlijst. Komt cel erin, makamba, sedula? “We streven niet naar compleetheid maar willen recht doen aan het Antilliaanse Nederlands,” aldus Rik Schutz, projectleider spelling bij de Nederlandse Taalunie. read on…

NTU bekijkt Antilliaanse en Surinaams-Nederlandse woorden

Voor het eerst worden Antilliaans-Nederlandse woorden opgenomen in de nieuwe editie van het Groene Boekje – de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal – die in 2015 verschijnt en daarnaast is een ruwe lijst voor op te nemen Surinaamse woorden gereed, waarvan de teller momenteel op 2577 staat, meldt Amigoe. Het is de bedoeling dat de helft van dit aantal overblijft bij de volgende schifting. In tegenstelling tot de vijfhonderd Surinaams-Nederlandse woorden die al in 2005 waren toegevoegd, zijn Antilliaans- Nederlandse woorden nooit eerder opgenomen. read on…

De Nederlandse taal lijkt stervende op Curaçao

 
door Helga Mensing
Hoe gaan we verder?
Ik moet helaas constateren dat steeds minder mensen en vooral jonge mensen, bij steeds minder gelegenheden de Nederlandse taal bezigen. En het Nederlands dat gesproken wordt is vaak gebrekkig, terwijl het geschreven Nederlands vol spelfouten zit.
Daarentegen heeft het Papiaments zich steeds meer ontwikkeld als onze eigen taal die op veel scholen als instructietaal wordt gebruikt en die in het dagelijks leven als voertaal wordt gebruikt.
Op twee radiozenders na, zenden alle hier bestaande radiostations, net als onze tv-stations, uit in het Papiaments. Ook worden steeds meer boeken en tijdschriften in het Papiaments uitgegeven, terwijl het aantal toneelstukken in het Papiaments sterk toeneemt. En niet te vergeten de vele composities in onze eigen taal welke geestdriftig worden gezongen door enthousiaste lokale artiesten.
Sint Nicolaas wordt bij aankomst in het Papiaments toegesproken, terwijl de kleintjes hem verwelkomen met Papiamentse liedjes. Toen het onderwijs werd geïntroduceerd was de instructietaal Nederlands en werd onderwezen door fraters van de rooms-katholieke missie uit Nederland en door andere Europese Nederlanders. De Curaçaoënaars die toen opgeleid werden als leerkracht werden onderricht door deze Europese Nederlanders. En, heel belangrijk, de leermiddelen werden in het Nederlands geschreven en dat is voor een groot deel nog steeds het geval. In de loop der jaren namen Curaçaoënaars het onderwijs over en sloop het Papiaments steeds meer de klas binnen en ook op het speelplein hoorde je steeds minder Nederlands…
Het is begrijpelijk en goed dat het Papiaments steeds meer waarde krijgt als onze eigen taal, maar er wordt te weinig nagedacht over de consequenties van deze houding wanneer de nadruk op het Papiaments steeds verder doorgezet wordt ten koste van een goede beheersing van het Engels en Nederlands.
Er werd steeds minder Nederlands gesproken en gelezen, waardoor nog maar een kleine minderheid van onze jonge mensen deze taal voldoende beheerst. De studenten die gaan doorstuderen in Nederland en de jongeren die zomaar naar Nederland gaan, beginnen daar vaak met een achterstand waardoor ze niet goed mee kunnen doen en een aantal studenten de studie noodgedwongen moet afbreken.
Gelukkig gaan ook steeds meer instellingen voor hoger onderwijs en andere opleidingen in Nederland over op de Engelse taal waardoor veel studenten vanuit het buitenland toch in Nederland kunnen gaan studeren.
Dit betekent dat Curaçaose studenten die het Engels goed beheersen in de USA, in Jamaica, in Puerto Rico en ook in Nederland hun studie kunnen voortzetten… een wereld gaat voor je open…
Nu vechten voor het Nederlands een verloren strijd lijkt te zijn, wil ik er voor pleiten dat ons onderwijs zo gauw mogelijk, maar wel goed voorbereid, overgaat op Engels als instructietaal. Ik weet dat dit idee wordt ondersteund door veel ervaren leerkrachten.
En wees eerlijk: de kinderen op ons eiland horen van jongs af aan Engels via gameboys en playstations, op de computer, in Amerikaanse films et cetera.
Ik zag laatst op het nieuws dat verschillende scholen in Duitsland zowel het Duits als Engels als voertaal hebben om de aansluiting op de rest van de wereld veilig te stellen. Een idee voor ons?
Hoe jammer ik het ook vind, we moeten realistisch zijn en niet langer de halfzachte manier tolereren waarop nu met Nederlandse leermiddelen, Nederlandstalige toetsen en examens gewerkt wordt, maar verder in het Papiaments les wordt gegeven met als grote verliezers onze jongeren.
Op Curaçao is het Nederlands dood, leve het Engels !
Helga Mensing,
een bezorgde burger,
Curaçao
[uit Antilliaans Dagblad, 26 februari 2014]

 

‘Caribisch Nederlands’

door Fred de Haas
Onlangs las ik in een Curaçaose krant dat het ‘Caribisch Nederlands’ in het Nederlandse Groene Boekje komt.
Kan iemand mij vertellen wat Caribisch Nederlands eigenlijk is? Ik heb jarenlang gedacht dat Caribisch Nederlands ‘fout’ Nederlands was en ik denk dit nog steeds. Ik maak een uitzondering voor het archaïserende Surinaamse Nederlands, maar Antilliaans Nederlands is gewoon fout Nederlands. Ik kan het ook niet helpen. Sidney Jouberten Jules de Palm zullen het ongetwijfeld met mij eens zijn.
Als merkwaardig voorbeeld van een Caribisch ‘Nederlands’ woord dat in aanmerking zou komen voor het Groene Boekje wordt ‘knoek’ genoemd (????). Een woord als ‘knoek’ is een verbastering van ‘kunuku’, dat weer een verbastering is van ‘conuco’, dat op zijn beurt een verspaanst woord is uit het Arowaks.
Het woord ‘knoek’ ben ik al zestig jaar nergens tegengekomen in courante Nederlandse boeken. ‘Knoek’ is geen fout woord, maar moet nodig in het Groene Boekje. Dat wel.
Het Groene Boekje is een vrij gekunsteld en inconsequent boekje dat door mensen met een redelijk verstand allang is vervangen door het Witte Boekje waar goed Nederlands schrijvende journalisten al jarenlang gebruik van maken. Je kan het Witte Boekje gewoon in de winkel kopen.
Ik las verder dat er een conferentie was over ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch gebied’. Ja, daar moeten nodig ‘specialisten’ voor worden uitgenodigd.
Dames en Heren: ‘Nederlands als vreemde taal’ is overal ter wereld hetzelfde, dus ook in het Caribisch gebied.  In Nederland wordt al jaren ‘Nederlands als vreemde taal’ gegeven op, bijvoorbeeld, Internationale Scholen en cursussen voor asielzoekers met een verblijfsvergunning.
Niets nieuws onder de zon. Pure geldverspilling aan reizen en gewichtigdoenerij. Maar een goede reden kennelijk om weer eens de Oceaan over te vliegen. Kan geen kwaad zolang de
 ‘Antillen’ nog in het Koninkrijk zitten. Een lekker veilig onderwerp trouwens. Hoef je niks te doen aan een Curaçao dat rechtsstatelijk gesproken aan het verdwijnen is. Lekker Nederlands leren als vreemde taal. Wie kan daar nou een buil aan vallen?
Een paar maanden geleden ben ik op een avond geweest van de Antilliaanse Taalvereniging SPLIKA. Het vond plaats in het Curaçao Huis (Kas di Kòrsou) in Den Haag. Het bleek de bedoeling te zijn dat er een lijst zou worden aangelegd van Antilliaanse gebruiken ‘die men zou willen behouden’. Het Meertens Instituut deed ook mee. Lees Het Bureau van Voskuil en je weet meteen met wat voor Instituut je te maken hebt. Op die avond schreeuwde iedereen door elkaar. De krankzinnigste gebruiken zouden vooral behouden moeten blijven. De aanwezigen mochten allemaal wat zeggen. De stomste opmerking werd met applaus ontvangen. Iemand zei dat je vroeger een gele onderbroek moest dragen bij bepaalde gelegenheden. Een welkome bijdrage, constateerde ik.
Ik sla telkens weer achterover van de achterlijkheid van al dat soort ondernemingen. Maar het is weer een mooie gelegenheid om de Oceaan over te vliegen. En niet één keer, maar heel veel keren. Liefst in een gele onderbroek, natuurlijk.
Zoals Julian Coco zei:’agge maor leut het’ (= als je maar plezier hebt). N.B. Coco sprak Nederlands als niet-vreemde taal en bij tijd en wijle ook dialectisch Nederlands. All round. Net als zijn gitaarspel.
Overigens ben ik nog steeds van mening dat het Nederlands vervangen zou moeten worden door het Engels.

Surinaamse en andere Caraïbische woorden in het Groene Boekje

Een dushi op Aruba. Foto © Raul Neijhorst
In 2015 verschijnt een nieuwe editie van het Groene Boekje. De woordenlijst wordt aangevuld met nieuwe, Surinaamse en Caribische woorden, maar de regels van de spelling van het Nederlands blijven onveranderd. Dat meldt het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie.
De Taalunie legt de spellingregels vast voor de overheid en het onderwijs. Maar de regels veranderen niet, er komen alleen nieuwe woorden bij, zoals euro-islam, fair trade, flatscreentelevisie, mindmapping, op-en-afrelatie, tobintaks, veggiedag en wij-zij-denken. Voorbeelden van mogelijke Caribische woorden zijn bolita, dushi, faderen, gasbom, kets, pika, suikerdiefje, choller en makamba.

Caribisch-Nederlands komt in Groene Boekje


door Mirte de Rozario

Oranjestad — De officiële Woordenlijst Nederlandse Taal – bekend van de publicatie het Groene Boekje – wordt in 2015 uitgebreid met Caribisch-Nederlandse woorden. Die woorden komen uit kranten, literaire werken, blogs en andere publicaties van Aruba en Curaçao. Dat maakte de Nederlandse Taalunie gisteren bekend tijdens de openingsavond van de conferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ die nu op Aruba plaatsvindt.

Hellmuth van Berlo, seniorprojectleider van Nederlandse Taalunie, sprak gistermiddag voorafgaand aan de opening met Amigoe over het uitbreidingsproject van de Woordenlijst Nederlandse Taal. “In 2015 brengen we een vernieuwde versie van deze Woordenlijst uit, maar niet met nieuwe spellingsregels”, zo verzekert Van Berlo. “De Woordenlijst wordt wel uitgebreid met nieuwe woorden uit het Caribisch gebied.” Dat gebeurde in 2005 voor het laatst, toen zo’n 500 Surinaams-Nederlandse woorden werden toegevoegd. Dat moet nu dus ook met Caribisch-Nederlandse woorden gebeuren. Van Berlo geeft een voorbeeld: “Het gaat om woorden in het Papiaments waar geen bestaand Nederlands woord voor bestaat om in te kunnen vertalen. Zoals het woord cunucu. Daar is geen Nederlands woord voor. Platteland zou een beetje in de buurt komen, maar dat is het niet. Dus cunucu wordt vernederlands naar knoek, maar dat woord bestaat officieel niet in het Nederlands. Knoek zou echter wel heel goed in aanmerking kunnen komen voor opname in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal.”

 

Taalbank
Om te weten welke woorden wel en niet als Caribisch-Nederlands kunnen worden aangemerkt, moeten eerst woorden worden verzameld. Dat doet het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Zij hebben een databank (Taalbank) met daarin de totale Nederlandse woordenschat van het hele Nederlandse taalgebied. Uit deze Taalbank wordt onder andere de Woordenlijst Nederlandse Taal samengesteld, dat is de officiële spellinglijst van de Nederlandse Taalunie. De Taalbank bevat ook varianten van het Nederlands uit het Caribisch gebied en dat aantal moet dus flink omhoog. INL is daarom bezig om gepubliceerde Nederlandse teksten te verzamelen van Aruba, Curaçao en Suriname en ook van de BES-eilanden en St. Maarten. Die teksten worden onderzocht op specifieke woorden die op de eilanden worden gebruikt. Die woorden kunnen vervolgens – met correcte schrijfwijze – worden opgenomen in de nieuwe Woordenlijst 2015, waarmee dus het Caribisch-Nederlands officieel tot de Nederlandse taal behoort.

Zuleika Coffie bestudeert de rotstekeningen van Aruba

 

Congres
Vertegenwoordigers van de Nederlandse Taalunie zijn nu dus op Aruba om hier aan organisaties zoals media en overheid bekendheid te geven aan het project van het Caribisch-Nederlands. Daarnaast doen ze mee aan de onderwijsconferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ (NVTiC) die gisteravond opende in hotel Westin en nog tot zaterdagmiddag duurt. Zo’n 60 deelnemers uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius, Suriname en Nederland wonen NVTiC bij. In de Arubaanse delegatie zitten onder andere Onderwijs-minister Arthur Dowers (AVP), directeur Anne-Marie Proveyer van Directie Onderwijs, voorzitter Joyce Pereira van Fundacion Lanta Papiamento, coördinator Gracy Garcia-Dijkhoff van Desaroyo di Curiculo en daarnaast onderwijskundigen van onder andere de Universiteit van Aruba, lerarenopleiding IPA, en Inspectie Onderwijs.
Tijdens de openingsavond gisteren maakte Van Berlo van zijn spreektijd gebruik door over het project van de uitbreiding van de Woordenlijst Nederlandse Taal te vertellen en konden de deelnemers tijdens een diner met elkaar kennismaken. Vanmorgen kregen de deelnemers meer uitleg over het idee achter Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs en gingen ze in groepen aan de slag om hierover te brainstormen. Vanmiddag werden de concepten van de kerndoelen en leerlijnen gepresenteerd. Vanavond staat op het programma een inleiding ‘Typische fouten in het Nederlands bij Caribische leerlingen van het Koninkrijk’. Het complementair didactisch programma van Nederlands als vreemde taal staat zaterdagochtend op het programma van de conferentie.
Foto © Bea Moedt
Meertaligheid als uitgangspunt
De deelnemers aan NVTiC gaan deze dagen onder andere in op de vraag of meertaligheid een belangrijke rol kan vervullen in het onderwijs. De organisatie benadrukt in ieder geval dat meertaligheid een belangrijk uitgangspunt is bij het vormgeven van het onderwijstaalbeleid. Om Nederlands te leren op school moeten kinderen gebruik kunnen maken van hun eigen moedertaal, in combinatie met audiovisuele en andere hulpmiddelen. Hoe meer talen iemand beheerst, hoe meer mogelijkheden degene heeft om informatie tot zich te nemen. Dat kan via onderwijs zijn, maar ook via de media zoals internet, tijdschriften, krant, tv en radio. Meertaligheid is een rijkdom en geen belemmering.
[uit Amigoe, 17 mei 2013]

Commentaar van de redactie van CU: is het Surinaams-Nederlands dan geen Caribisch-Nederlands?

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter