blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Andel Tinde van

Nieuw bomenboek Suriname moet inspireren

Na langer dan een halve eeuw is er weer een boek geschreven over de belangrijkste boomsoorten in Suriname. Timber of Suriname: An identification guide bevat botanische en houtbeschrijvingen van meer dan honderd van de belangrijkste boomsoorten in Suriname. Het boek is rijk geïllustreerd met kleurenfoto’s van bloemen, vruchten, basten en houtstructuren. read on…

The Life and Times of A. Palulu

Graag nodigt Glubbdubdrib je uit op 29 juni van 17.00-19.00 uur voor de tweede expeditie ‘The Life and Times of A. Palulu‘ in de Artis Bibliotheek. read on…

Inaugurele rede Tinde van Andel

Op 21 april 2016 houdt prof. dr T.R. (Tinde) van Andel haar inaugurele rede als bijzonder hoogleraar in de etnobotanie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, getiteld Linking traditional plant use to health, history and heritage. read on…

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde
 

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven

Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy’s type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: “Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?”, vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. “Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij.”

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. “Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze.”

Ria schudt meewarig haar hoofd.

“Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien.”

Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.

[uit Trouw, 13/10/12]

 

Saramaccaans voor beginners

Minke deelt ballonnen uit, de vraag is groot. ‘Ik heeft nok keen blaas’. Foto: Tinde van Andel
door Tinde van Andel
Het Saramaccaans is een stuk moeilijker dan het Aucaans of het Sranantongo. De Saramaccaners vluchtten veel eerder het bos in (sommigen al  voor 1700), en veel van hen waren slaven van uit Brazilië weggestuurde Joodse plantagehouders. Dus zit er behalve Engels, Nederlands, Indiaans en Afrikaans ook een hoop Portugees in. Laat dat mengsel van talen een paar honderd jaar gisten in een verafgelegen oerwoud, gooi zoveel mogelijk medeklinkers eruit en je krijgt Saramaccaans.
We doen ons best het te verstaan, mensen komen ons tegemoet met hun versie van het Sranantongo. Net als je denkt dat je alles begrijpt, gaan ze met elkaar praten: niet alleen het volume wordt met 100 decibel opgeschroefd, ook versta je er opeens geen klap meer van. Zo kom je er achter dat je al die tijd in een soort Saramaccaans voor sukkels bent toegesproken. De toeristen die hier komen, spreken geen woord met de lokale bevolking. Voor mensen die hier komen en toch eens een praatje willen maken, hieronder onze klunzige samenvatting:
wóóóy = Hé, jij daar! (kan ook geroepen worden in een telefoon)
un dé noooooo = (lett. wij zijn er): hoi
i kon akii? = (lett. ben jij gekomen?): hoi
weki-oooooooo = goedemorgen
mi weki taangaaa = (lett. ik ben sterk wakker geworden): ook goedemorgen
duumi weki = (lett.: slapen wakker worden): slaap lekker
saai sèèèèèèèfi = van hetzelfde
Let op als mensen zich voorstellen met een bekend klinkende naam: zo heten ze dus niet. Niemand kent ze bij hun paspoortnaam, je moet hun bijnaam weten:
Georgio heet Jamesi, Agnes heet Akkie, Cor heet Abèlle, George heet Sioorie, Angelo heet Djanko, Hesdy heet Adadu
Moni (geld): kwaliki = kwartje (0,25 Surinaamse dollar)
tiensensi = dubbeltje (0,20 SRD)
dala = 1 Surinaamse dollar (100 ct) in de stad zeggen ze ‘doller’
gaan dala, baaka dala (grote / zwarte dollar) = 250 ct
tu yuuu te mi doooo (lett. twee uur tot ik deur) = ik ben er pas om twee uur.
alibi – boontje (een soort klein bruin capucijnertje)
alibi alibi – boontje-boontje (Senna occidentalis), onkruid met oneetbare boontjes
baaka = zwart, blauw of paars of wit (bakra)
Saalaaamakka stilaati in Palamaliboo = Saramaccastraat te P’bo, hier pak je de bus naar ‘t binnenland. Je hoort het Aucaans en Saramaccaans al op de stoep.
mi lij, mi lij = ik rij al (roept Doksi in zijn cell als er nog iemand mee wil die te laat is)
Ik ben geen rasta, ik draai gewoon mij haar.
Djamaika = toeristenverblijf op Jawjaw, niet het eiland. Bob Marley? Wie is dat?
Hoe oud ben jij zonder vrijpostig? = Mag ik zo onbeleefd zijn te vragen hoe oud je bent?
Ik heeft nok niet blaas = ik heb nog geen ballon (dus mag ik er een?)
Saramakaners in Atjoni, waar goederen uit de busjes worden overgeladen in korjalen. Foto C. van der Hoeven
sembe buka (lett. iemands mond): kwalijke dingen die mensen over je kostgrondje zeggen, zodat er niets meer groeit. Om dit tegen te gaan plant je een pakopesi (Canavalia brasiliensis, een hele grote oneetbare boon) aan de ingang van je veldje. In Benin gebruiken voodoo priesters een boon van Canavalia ensiformis tijdens rituelen, die heet….akpaku.
tinde = klein vogeltje dat de rijst opeet. Je schiet erop met je ‘slinger’ (katapult).
Niemand heeft hier dus moeite met mijn naam uitspreken
kakisa = huid, schil, boombast.
mi nango bakasei (lett. ik ga naar de achterkant) = ik ga het bos in
switi mofo (lett. zoete mond) = vlees uit het bos of een lekkere vis
disi boy no taki neks = deze jongen zegt niets (Jorik heeft moeite met Saramaccaans)
djanga futu = hert (eet alle napibladeren op)
genge = twee pannendeksels die op elkaar klapperen om vogels weg te jagen.
blina bal- een zoet broodje dat bakker Betsy bakt (Berliner bol)
hanse muyee = lekker wijf (van ‘handsome’ (Engels) en ‘mulher’ (Portugees)
loli = slijmerig, zoals sesambladeren in een kruidenbad
lolo = rollen
luile = ruilen
lalu = oker
kalu = mais
palu = Heliconia
beee = brood    bee = buik   be = rood
Als dus wil zeggen: “mijn rode buik zit vol brood”, dan klink je als een sukapu (schaap)
ketre kendi kendi kendi -pas op die ketel is heet!
Ik ga voor jou een onderkomen bouwen hier = ik vind jou leuk
sakwati kula: ‘dat is een vrijpostig ding, dat draagt een man in zijn broek!’
[van bushblogsuriname, woensdag 7 augustus 2013]

Butterflies of Suriname. A natural history

door Evangeline Dulder

Foto @ Delano Gerling

 

Na in het afgelopen jaar tweemaal een bezoek te hebben gebracht aan onze vlindertuin op Lelydorp en tijdens mijn vakantie aan een in Bendorf-Duitsland, raakte ik zo gefascineerd door de schoonheid van vlinders dat ik besloot om voor het jaar 2013 ‘vlinders’ als thema te nemen. Ik kocht allerlei spullen om dit thema uit te dragen. Ik vind het dan ook geen toeval dat mij gevraagd werd een stuk te schrijven over bovengenoemd boek. Dat heb ik met veel plezier gedaan.
Toen ik het boek in handen kreeg en er door bladerde, was het eerste dat in mij opkwam: wat een prachtig naslagwerk! De tekst is in het Engels. In het voorwoord geven de auteurs aan wat het doel is: de lezers achtergrondinformatie verschaffen over en ze inleiden tot de wereld van de vlinders van Suriname. Met dit boekwerk willen ze de volgende groepen bereiken: de bevolking van Suriname, toeristen en andere niet-professionals die geïnteresseerd zijn en uiteraard studenten biologie. Het idee voor het schrijven van dit naslagwerk ontstond toen de eerste auteur, Hajo B.P.E. Gernaat, per toeval in de collectie van ‘NCB Naturalis’ te Leiden een grote verzameling van niet beschreven vlindersoorten uit Suriname ontdekte. Vele waren meer dan honderd jaar geleden verzameld.

 

De infomatie in het boek is opgebouwd uit vier delen: Deel I handelt over de biologische naamgeving en classificatie, de geografie, de geologie en de bodems van Suriname. Er wordt gebruik gemaakt van de officiële Latijnse namen omdat er voor de meeste soorten geen volksnamen zijn. Daar waar die wel bekend zijn, worden ze vermeld. De Latijnse namen zijn nota bene  de enige namen die internationaal te gebruiken zijn. De lezers worden aangemoedigd om bij het lezen de namen tot tweemaal toe langzaam uit te spreken zodat ze die beter kunnen onthouden. Na uitleg over de naamgeving is er informatie over Suriname als deel van het Guyanaschild met zijn klimaat, geologie en bodems. Er is een tabel opgenomen met endemische planten- en diergroepen.
Deel II gaat over planten. Het begint met basiskennis over de anatomie en fysiologie van planten. Deze kennis is nodig zodat men de nauwe relaties tussen vlinders en planten kan begrijpen. De vlinderwijfjes leggen hun eitjes op planten die de voedingsplant zijn voor de rupsen die uitkomen. Maar planten hebben hun manieren om zich te verdedigen tegen vraat en aantasting. Op pagina 44 is er een lijst waarin opgenomen de plantenfamilies die als voedselplanten dienen voor vlinders en rupsen. Verder is er informatie over het tropisch regenbos als complex ecosysteem, waardoor de lezer een goed inzicht krijgt in de wijze waarop de relaties tussen planten en dieren verlopen. Er wordt ook aandacht besteed aan de diversiteit van planten in Suriname. Dit deel eindigt met een overzicht van de voornaamste habitats en vegetatietypen in Suriname.

Lepidoptera Uit: De uitlandsche kapellen, voorkomende in de drie waereld-deelen Asia, Africa en America. A Amsteldam :Chez Barthelmy Wild,1779-1782 [i.e. 1775-1782].

 

In deel III bespreekt men de functionele anatomie van vlinders, het verschil tussen de geslachten (seksen), de levenscyclus van de vlinder, de vlindertrek, de roofvijanden en de manier waarop vlinders zich tegen deze vijanden kunnen verdedigen. Als vijanden worden onder andere genoemd hagedissen, vogels, wespen, spinnen, vleermuizen en awari’s, maar ook virussen, bacteriën en schimmels. Op de pagina’s 108 en 109 is een tabel opgenomen met een overzicht van vogels die zich met vlinders voeden. Dit deel eindigt met de geschiedenis van de studies die er gedaan zijn met betrekking tot vlinders. Het begon met Maria Sibylla Merian die van 1699 tot 1701 in Suriname verbleef. Zij schreef over ‘De verandering der Surinaamsche insecten’. Carolus Linnaeus beschreef een vlindersoort uit de collectie van Maria Sibylla Merian. Uit de vele namen van mensen die studies gemaakt hebben wil ik nog noemen Piet Cramer, J.C. Fabricius, dr. Dirk Geyskes en onze eigen Heinrich B. Heyde.

 

Deel IV bevat een checklist en afbeeldingen van 150 vlindersoorten in Suriname. In deze lijst zijn de soorten geordend naar families en beschreven volgens de regels van het classificatiesysteem. En er is voldoende informatie gegeven over de verschillende voedselplanten.
De prachtige tekeningen en foto’s  prikkelen de lezer om op zoek te gaan naar de informatie die zij willen hebben over vlinders in Suriname. Voor mij is dit boek een bijzondere aanvulling van de collectie boeken over de Surinaamse fauna. Het is aan te bevelen dat de universiteitsbibliotheek en de bibliotheek van het IOL dit boek aanschaffen. En voor liefhebbers van vlinders, is het van onschatbare waarde.
Hajo B.P.E. Gernaat, Borgesius G. Beckels, Tinde van Andel: Butterflies of Suriname. A natural history. Amsterdam: KIT Publishers, 2012. ISBN 978 94 6022 171 2

Boek over vlinders in Suriname gepresenteerd

Paramaribo – In de bibliotheek van de Universiteit van Suriname heeft in aanwezigheid van een selecte groep genodigden op 29 augustus een boekpresentatie plaatsgevonden van Butterflies of Suriname, de nieuwste uitgave van KIT Publishers. Het boek is een ’natural history’ van de auteurs Hajo Gernaat, Borgesius Beckles en Tinde van Andel.

Butterflies of Suriname is na 160 jaar … het eerste boek over Surinaamse vlinders en het resultaat van zes jaar onderzoek door de auteurs. Het boek bevat ongeveer 300 foto’s en figuren met teksten. Er zijn ook meer dan 600 foto’s op 52 platen te zien van allerlei vlinders. Volgens de auteurs moet dit boek gelezen worden door elke Surinamer, geïnteresseerde bioloog, toerist en alle andere liefhebbers van de natuur in Suriname.

De Surinaamse auteur Borgesius Beckles, natuurkenner en natuurfotograaf en van beroep advocaat, introduceerde het boekwerk tijdens de boekpresentatie. “De universiteitsbibliotheek, de plek voor wetenschappelijke informatievoorziening, is vereerd door het vertrouwen dat Peter Sanches, marketing manager bij KIT, in haar heeft gesteld om de presentatie van een wetenschappelijke publicatie van dit kaliber in Suriname te organiseren”, benadrukte Jane Smith, directeur van de bibliotheek.

[van nospang.com, vrijdag 07 september 2012]

Eeuwenoude Surinaamse plantencollectie teruggevonden

Het wordt een vergeten schat genoemd: de oudst bewaard gebleven plantencollectie uit Suriname. Het gaat om het zogeheten Hermann herbarium, een boek met daarin vijftig planten uit Suriname. Deze zijn van 1687 tot 1689 verzameld. De bekende Duitse botanicus Paul Hermann zette dit herbarium in elkaar. Het boek dook toevallig op in Utrecht toen de collectie waar het bij lag juist werd afgestoten.

Okra, uit het Hermann herbarium

Onlangs werd er een speciale dag georganiseerd in Leiden. Daar ligt het boek nu veilig opgeborgen in de schatkamer van Naturalis in Leiden, maar bezoekers konden op deze dag voor één keer het herbarium bekijken en luisteren naar etnobotanicus Tinde van Andel, die het verhaal achter dit herbarium vertelde.

Afrikaanse planten
De collectie en het boek zijn al dik drie eeuwen oud, maar alle planten die erin verzameld zijn, bestaan nog steeds. Je ziet cassave, okra en sesam. De collectie is extra bijzonder, vertelt Van Andel, omdat het laat zien hoe eind zeventiende eeuw – de plantage-economie bestond nog niet lang, een jaar of twintig, dertig en toch waren er al Afrikaanse planten ‘ingeburgerd’ in Suriname.
Bezoekers van de dag vinden het leuk om te leren dat de okra Afrikaans is. Illusionist Ramana was een van de bezoekers. Naast zijn bestaan als goochelend artiest handelt hij in geneeskrachtige planten. Surinaamse planten zijn in het bijzonder een hobby van hem. Hij koopt ze op en verkoopt ze in Nederland.

Online bekijken
Omdat de collectie zo oud is, blijft ze goed opgeborgen en is ze maar zelden toegankelijk voor publiek. Om het publiek toch van de speciale collectie te laten genieten, staan alle blaadjes uit de collectie online op de website Hermann-herbarium.nl.

[RNW, 10 augustus 2012]

Oudste Surinaamse plantencollectie één dag in museum te zien

Naturalis belicht botanie met exposities, lezing en demonstratie

Leiden, 14 juni 2012 – Zondag 24 juni om 14.00 uur geeft etnobotanicus Tinde van Andel een lezing over het zeer oude Surinaamse Hermann herbarium, dat alleen deze dag tentoongesteld wordt. Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft gelijktijdig een demonstratie botanisch tekenen.

Tijdens de verhuizing van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. De Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann stelde het omstreeks 1689 samen. Dit boek met 49 plantencollecties, verzameld in Suriname rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Onlangs is gebleken dat dit herbarium de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is en daarmee van groot wetenschappelijk belang. Behalve Indiaanse gebruiksplanten bevat het boek ook de eerste Afrikaanse slavengewassen.

Miconia acinodendron. De blauwe vruchtjes worden gegeten door Indianenkinderen

Expositie en lezing

Het Hermann herbarium wordt op zondag 24 juni 2012 eenmalig tentoongesteld in Naturalis. Etnobotanicus Tinde van Andel houdt daar om 14:00 een lezing over het wetenschappelijke belang van dit herbarium. U hoeft zich hiervoor niet aan te melden. De lezing is gratis bij aankoop van een entreebewijs tot het museum.

Tentoonstelling

De tentoonstelling Passie voor bloemen toont 17e en 18e eeuwse botanische tekeningen uit de Van Berkhey collectie getoond. In veertig jaar bracht Van Berkhey (1729-1812) een indrukwekkende verzameling bijeen van uiteenlopende natuurhistorische objecten. Deze omvat onder meer een opmerkelijke collectie tekeningen en gravures die op wetenschappelijk geordende wijze de levende natuur in beeld brengt, waaronder tekeningen van Maria Sibylla Merian (1647-1717), die rond 1700 in Suriname verbleef en daar de flora en fauna tekende.

Demonstratie wetenschappelijk tekenen

Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft tijdens de lezing een demonstratie. Zij werd onlangs nog beloond met de Margaret Flockton Award, een belangrijke Australische wedstrijd voor wetenschappelijk illustratoren van planten en bloemen. Sachs: “De exacte weergave van een plant of bloem is essentieel voor het wetenschappelijk onderzoek eraan. In een illustratie kun je de ideale situatie van de plant of bloem weergeven. Op een foto is het object soms verkreukeld of verlept.”

Kijk voor extra informatie in de agenda op www.naturalis.nl. Het digitale herbarium is nu in zijn geheel online te bekijken op www.hermann-herbarium.nl. Deze website wordt op 24 juni officieel gelanceerd.

Een vergeten Surinaamse schat uit de schatkamer van NCB Naturalis

Tijdens de verhuizing van de 800.000 collecties van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis, kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. Dit boek met 50 plantencollecties, verzameld rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, een onbekende inwoner van Suriname, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Het was in het bezit van de Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann.

Slangenkruydt (Eryngium foetidum), slangenverjager, met sterk zoete smaak en zware geur, voor hysterie gebruikt

Onlangs is deze waardevolle historische collectie gedigitaliseerd, geïdentificeerd en de Latijnse teksten vertaald en geïnterpreteerd. Nu blijkt dat het de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is. Hendrik Meyer moet met lokale Indianen het bos in zijn gegaan: vrijwel alle planten dienen als medicijn, voedsel of constructiemateriaal en de meeste lokale namen zijn in de inheemse Carib taal.

Opvallend is dat er twee Afrikaanse planten tussen zitten: okra en sesam. Die werden eind 17e eeuw al verbouwd door slaven, die de zaden mee smokkelden uit slavenschepen. Deze collectie laat zien hoe lokale namen en plantgebruik in de loop der eeuwen zijn veranderd, maar soms ook verassend gelijk zijn gebleven.

Meer informatie: http://www.hermann-herbarium.nl/ Tinde van Andel (andel@nhn.leidenuniv.nl)

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter