blog | werkgroep caraïbische letteren

Roy Evers overleden

De Curaçaose schrijver en columnist Roy Evers is vandaag, 17 juli 2017, in het Rotterdamse Erasmus/Daniël den Hoed-ziekenhuis overleden. Hij verloor de strijd tegen kanker.

 

Roy Evers. Foto © Elroi Evers/FB.

Roy Evers (1947) was van beroep wiskundige en computerspecialist, hij werkte als directeur van Datelnet NV en als IT-adviseur. In de schrijverswereld beschouwde hij als een vreemde eend in de bijt. Geboren en getogen in de volkswijk Otrobanda, putte hij zijn inspiratie uit de vreugden en zorgen van de gewone curaçaoleño en curaçaoleña. Hij hield van het Papiamentu en was dol op spreekwoorden. In 2006 werd hij uitgeroepen tot ‘Baluarte di Otrobanda’. In zijn boek Si no yobe lo pinga (2006) schetste hij de avonturen van Katan, de typisch Curaçaose oma (of moeder of tante), die een goed beeld geven van het dagelijkse leven in de stegen van Otrobanda. De Curaçaoënaar bevond zich volgens hem in een identiteitscrisis en in zijn verhalen hield hij hem een spiegel voor. In zijn tweede boek Awa di dos be no sa muha makaku (2007) duwt de hoofdfiguur Nando, een getrouwde man met twee kinderen en twee buitenvrouwen, de spiegel onder de neus van de Curaçaose man. In Komehein ta traha kas pa prikichi buta aden (2008) en Sansaña den Sabana (2009) laat hij dieren aan het woord, die zeer tot de verbeelding spreken.

 

Komehein bevat een twintigtal verhalen (kuenta di gañagaña) waarin Curaçaose dieren – Wan Yuana, Linchi Chinchirinchi, Ton Raton, etc. – de hoofdrol spelen. Het laatste boek bestaat uit twee dierenverhalen in de traditie van de Kuentanan di Nanzi, verluchtigd met foto’s van Ariadne Faries. Zijn boek Curaçao, kort door de bocht (2009) is in het Nederlands geschreven en bevat oneliners over de Curaçaose cultuur. Onder het pseudoniem ‘Kompader’ (peetoom) schreef hij met succes columns, in het Antilliaans Dagblad, op de verdwenen site C-Post en ook op zijn eigen site. Ze werden gebundeld in zijn laatste boek Vandaag dit morgen dat (2015).

 

Roy, sosega na pas.

 

Roy Evers verklaart:
Lamunchi no por daña promèntè

Voor dit spreekwoord moeten wij naar de Curaçaose keuken, of beter gezegd naar de Curaçaose eetgewoonten. Anders dan bij andere volkeren, Indonesië, Thailand, Mexico, wordt het Curaçaose eten nooit heet (pittig) bereid. De peper wordt aan tafel toegevoegd. Maar ook bijna nooit alleen de peper. Meestal worden uitjes klein gesneden samen met de peper op azijn gezet. Een theelepeltje van deze pika wordt op het bord naast het eten gezet om het smaak te geven.

De soep wordt met veel vet voorbereid. Vaak heeft het vlees waarmee de soep bereid wordt, zelf ook veel vet. Dus dubbelop. Om het vet te ‘breken’ perst men een stukje limoen uit in de soep. Hierbij krijgt de soep een lichtzure smaak.
In afwijking tot het bovenstaande over de pika, doet men in de soep wel een stukje peper. Dus limoen en peper.

Lamunchi no por daña promèntè. Letterlijk zegt het spreekwoord: limoen kan de smaak van peper niet bederven. Met andere woorden, peper heeft een sterkere smaak dan limoen.
En dit betekent het ook: Wie een sterk karakter heeft, wordt niet tegen zijn wil in het verderf gestort.

on 17.07.2017 at 21:55
Tags: /

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter