blog | werkgroep caraïbische letteren

Promotie Kirtie Algoe over interreligieuze relaties

Na jarenlang onderzoek heeft mej.Kirtie Algoe op woensdag 26 april in het openbaar in de Centrumkerk haar proefschrift Hindu and Muslim Responses to Christian Dominance. Interreligious Relations in Suriname and Guyana 1950-2014 verdedigd.

 

Kirtie Algoe. Foto © Michiel van Kempen

“Onze religieuze diversiteit wordt vaak geprezen op verschillende podia, maar begrijpen we het echt? Kunnen we de relaties tussen religieuze groepen verklaren? Deze vragen hebben mij jarenlang bezig gehouden en daarom ging mijn onderzoek hierover”, aldus mw. Algoe.

De promovendus Algoe kreeg de gelegenheid om in 10 min een wetenschappelijke samenvatting van haar onderzoek te geven. Hierna mochten de promotiecommissie, de meelezers en de opponenten gedurende een uur vragen aan haar stellen. Deze trokken zich daarna terug voor beraad en kwamen tot de conclusie dat mej. Algoe voldeed aan de vereisten om te promoveren tot doctor in de Maatschappijwetenschappen. Daarna volgden de felicitaties vanuit de Universiteit en een dankwoord van de gepromoveerde zelf. De avond werd afgesloten met een receptie.

 

Suriname, weg naar Alkmaar, district Commewijne. Foto © Michiel van Kempen

Algoe heeft in haar proefschrift een verklaring proberen te geven waarom er in het Caribisch gebied, met name Guyana en Suriname, vrede heerst tussen de verschillende religiën die aanwezig zijn. Hierbinnen waren haar focuspunten het Hindoeïsme, de Islam en het Christendom. De 20ste eeuw werd gekenmerkt door oorlogen die te maken hadden met religieuze dominantie. Er hebben ongeveer 26 oorlogen met een religieuze dimensie in verschillende delen van de wereld plaatsgevonden. Bij al deze oorlogen waren christenen, hindoes en of moslims betrokken. Deze oorlogen hadden vaak te maken met macht op religieus vlak, een situatie waarbij de ene religieuze groep dominantie toont ten opzichte van een andere groep en die hen onderdrukt door geweld te gebruiken. “Opmerkelijk is dat het Caribisch gebied, waar ook hindoes, moslims en christenen voorkomen, geen gewelddadige conflicten heeft gekend, althans in de 20ste en 21ste eeuw niet”, zegt Algoe. Hierop was de promovendus haar onderzoek gericht, namelijk een verklaring geven voor het feit dat er vrede heerst in het Caribisch gebied. In het verklaren van dit fenomeen stuitte zij op enkele problemen, met name dat bestaande theorieën en modellen onvoldoende verklaring boden voor de vrede die heerste tussen religieuze groepen in het Caribisch gebied, en dan vooral in Guyana, Suriname en Trinidad. “In mijn onderzoek heb ik gekeken naar de responses van hindoes en moslims op christelijke dominantie in Suriname en Guyana tussen 1950 en 2014. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van een vergelijkende analyse ten aanzien van Guyana en Suriname.” Daarbij heeft Algoe officiële data geanalyseerd en die analyses gebruikt als basis voor het verkrijgen van meer diepgang in de relatie tussen religieuze groepen. Alle data werden vervolgens bij elkaar gebracht en vergeleken.

 

Een bekende plaat uit het stadsbeeld van Paramaribo: de grote moskee naast de joodse synagoge. Foto © Michiel van Kempen

Religieuze dominantie en harmonieuze diversiteit
Er zijn twee vormen van interreligieuze relaties, te weten religieuze dominantie en harmonieuze diversiteit. “Religieuze dominantie moet je zien als een situatie waarbij een of meerdere religieuze groepen als superieur worden gezien. Zij hebben een betere maatschappelijke positie en waardering, vergeleken met anderen. Door deze positie kunnen andere groepen zich gedwongen voelen om zich te bekeren tot de dominante religie. Harmonieuze diversiteit gaat uit van een gelijkwaardige behandeling van religieuze groepen, alsook wederzijds respect en een volwassen benadering van deze groepen aangaande onderlinge conflicten te voorkomen.” In 1950 was er zowel in Suriname en Guyana sprake van dominantie van de christelijke kerken, wat bleek uit hun aantal en het bekeringswerk bij christenen. De verschillen tussen Suriname en Guyana komen door hun overheidsbeleid. “Guyana dwong middels het overheidsbeleid het bekeren van niet-christelijke groepen af door het weigeren van werkgelegenheid. Wilde je werken, moest je een christelijk doopbewijs overleggen. Dit plaatje veranderde in 2014, waarbij twee belangrijke veranderingen zichtbaar worden.” De dominantie van de twee belangrijke kerken en bekeringsmissies neemt af. Er ontstaat daardoor ruimte voor wederzijds respect. Een nog belangrijke situatie die optreedt, is het toenemen van Volle Evangelie-kerken. Dat blijkt uit hun aantal en bekeringswerk. In Guyana groeien het Volle Evangelie kerken ten koste van de hindoes. Zowel in Guyana als in Suriname zijn er responses geïdentificeerd op de traditionele kerken en de Volle Evangelie-kerk. Suriname bleek veel intensievere responses te hebben dan Guyana.

 

Leidingen, district Saramacca, madjid (moskee). Foto © Michiel van Kempen

Suriname heeft een aantal hindoe- en moslimscholen, meer dan er zijn in Guyana. In Suriname bestaan er subsidies voor hindoeorganisaties alsook scholen. “Bovendien hebben we nationale feestdagen en gedenkdagen als gevolg van de responses. Guyana heeft ook nationale feestdagen, maar niet als gevolg van een respons. Een belangrijke verklaring daarvoor is de onderliggende ideologie van regeringen. Zowel Surinamers als de Guyanezen hebben een situatie gehad waarbij hindoes en moslims politieke macht hadden en die macht werd gebruikt om christelijke scholen te nationaliseren. Maar diezelfde macht werd in Suriname gebruikt om de oprichting van moslimorganisaties te stimuleren. Voor wat betreft de invloed van de Volle Evangelie-kerken zien we dat de responses in Guyana veel sterker zijn, omdat ze gecoördineerd worden door nationale hindoe- en moslimorganisaties.”

Algoe is verder ook nagegaan wat de invloed is van de responses op interreligieuze relaties. In beide landen hebben de responses bijgedragen aan de afname van de dominante traditionele christelijke kerken. “In Suriname is er een duidelijk effect op harmonieuze diversiteit, een effect dat ik heb gemist in Guyana. Dat is namelijk de invoering van de nationale feestdag van de hindoes en moslims in 1970. Een proces waarbij het Comité Christelijke Kerken (CCK) betrokken was en bereid was om twee christelijke feestdagen af te staan. Dat geeft weer een proces van wederzijds respect en solidariteit.”

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter