blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Pasen, eieren en Suriname

Weet wat je eet, een stukje geschiedenis… Pasen, eieren en Suriname.

Het woord Pasen is afgeleid van het Grieks-Latijnse Pascha. Oorspronkelijk was het een Hebreeuws woord (Pesoch of Pasche). Det betekent “springen/doortocht” en heeft betrekking op de laatste van de tien plagen die over Egypte kwamen, voordat de joden toestemming kregen dat land te verlaten. Pascha (enkelvoud) werd bij de joden Pesach en bij de christenen Pasen (meervoud), omdat bij hen het feest uit twee dagen bestond.
Met de joodse kolonisten kwamen ook hun religieuze eetgewoonten mee naar Suriname. Het ei maakte bij hen onderdeel uit rouw- en feestmaaltijden. Zo at men na een begrafenis als eerste spijs een hardgekookt ei, omdat het de wedergeboorte symboliseerde.
Tijdens Pesach (joods-Pasen), het achtdaagse feest waarmee de uittocht van hun volk uit Egypte werd herdacht, werden ze in talloze heerlijke gerechten verwerkt.
Ook afzonderlijk hadden zij een rol: geroosterd maakten zij deel uit van de Seiderschotel (als uiting van rouw om de verwoeste tempel) en voor het begin van de Seidermaaltijd at men een hardgekookt ei, dat in zout water was gedoopt. In deze vorm symboliseerde het ei het karakter van het joodse volk: in tijden van indrukking bleven zij steeds nog harder vasthouden aan het leven. Net zoals een ei dat naarmate het langer wordt gekookt steeds harder wordt, dit in tegenstelling tot ander voedsel.*
Europese zendelingen brachten (ook) in Suriname een andere betekenis van het ei over op hun bekeerlingen: voor hen was het ei het symbool van Jezus’ opstanding. Net als een kuiken de eierschaal openbreekt om te beginnen aan zijn nieuwe leven, zo opende Jezus zijn graf om opnieuw op te staan (wederopstanding). Hier komt ook de gewoonte vandaan dat men eerst driemaal klopt op de schaal, voordat een ei wordt gepeld. Dat is ter ere van drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De Paaseieren waren vroeger standaard gekleurd. Met behulp van plantaardige brouwsels kregen ze de mooiste tinten. Groen verkreeg men door ze in spinaziewater te koken, rood door het kookvocht te vervangen door bietensap, paars met rodekoolwater en geel door enkele draadjes saffraan aan het water toe te voegen.
Wat ook niet mocht ontbreken was Paassoep (Mimosasoep) en het Paasbrood, een soort krentenbrood. Al in 1699 werd bepaald dat dit gebakken moest worden van tarwebloem.
Surinaamse joden mogen tijdens hun Pasen juist geen tarwebloem eten. Zij beperken zich vandaag de dag tot aardappel- en matsemeel (heel vroeger werd dit in tijden van schaarste vervangen door cassavemeel). Hiervan worden de heerlijkste feestgerechten en het heerlijkste feestgebak bereid.
Ook in het Surinaamse Winti-geloof speelt het ei een belangrijke rol. Het staat symbool voor nieuw leven en wordt vaak bij offers gebruikt. Veel creoolse Surinamers eten, ook met Pasen, bij voorkeur alleen eieren die door hem of haar zelf zijn gekookt.
Winti is een van de weinige, zo niet de enige religie ter wereld die niet vijandig staat tegenover andere geloven. Zelfs niet tegen de godsdienst die haar met alle mogelijke middelen heeft geprobeerd uit te roeien.

.
JOODSE CITROENTAART
Dit heb je nodig: Sap van 3 citroenen, geraspte schil van 1 citroen , 315 gram suiker, 300 gram gemalen amandelen (gepeld), 4 eieren, 5 afgestreken eetlepels matze- of cassavemeel, mespuntje zout.
Dit moet je doen: Verwarm de oven voor op 160*C. Vet een taartvorm in. Klop de eieren met het zout en 300 gram suiker op. Roer bij beetjes het citroensap erdoor. Schep er daarna de amandelen en de citroenrasp door. Voeg al roerend het matzemeel toe en doe het mengsel over in de taartvorm. De rest van de suiker erover strooien, de taart op een rooster in het midden van de oven plaatsen en 30 minuten bakken.

.
PAASSOEP of MIMOSASOEP
Dit heb je nodig: 1liter water, 4 maggiblokjes, 3 eieren, 3 eetlepels melk, zout, gemalen zwarte peper, boter, 3 takjes selderij, 1 ui, 1 laurierblad, 4 lontai (pimentkorrels).
Dit moet je doen: Bereid een bouillon van het water, ui, de blokjes, laurierblad, 2 takjes selderij en lontai. Na ca. 30 minuten zeven. Klop intussen eieren los met melk, gemalen peper en zout (naar smaak), zonder al teveel schuim te krijgen. Schenk het in beboterd kopje. Plaats dat in pannetje met laagje water dat tot 1 cm onder de rand van kopje reikt (kopje moet niet drijven). Breng het water aan kook en laat het ei daarna op een laag vuur stollen (ca. 15 minuten). Neem het kopje uit het pannetje en keer dat om. Laat de verkregen eiergelei iets afkoelen. Snijd er plakjes van. Kook de ei-rondjes en 1 takje fijngehakte selderij even mee in de gezeefde bouillon. Maak de soep op smaak af en serveer.

.
(* = Nieuw Israëlietisch Weekblad, 1971)

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter