blog | werkgroep caraïbische letteren

Over Habitus van Radna Fabias

‘het onvermogen om mijn culturele achtergrond uit mijn identiteit te amputeren’

Gedichten geschreven met diabaasbloed

Er is een nieuwe ster aan de dichtershemel, hoera. Ze heet Radna Fabias (1983), schrijft in het Nederlands en woont in Nederland. Met haar debuutbundel, Habitus, dendert ze, boos, niet rabiaat, en met een gezonde vleug (zelf)spot de literatuur binnen. Hierbij een aftastende kennismaking met de bundel.

door Jeroen Heuvel

Wat opvalt bij het eerste doorbladeren is dat er geen punten worden gebruikt en hoofdletters aan het begin van zinnen. Dit zou kunnen betekenen dat de gedachten meanderen en slechts door de oevers van het gedicht hun vorm krijgen, of dat de lezer aangespoord wordt de zinsbouw te ontmaskeren. Schijnbaar vormloos. De eerste associatie met de titel van de bundel: aan de habitus van de gedichten kun je niet meer zien dan dat, de vorm. 

Radna Fabias. FOTO: Wouter le Duc

Er zijn vier afdelingen, drie maskeren iets met de Tropen, iets met Genesis en iets met je-best-doen, namelijk respectievelijk ‘uitzicht met kokosnoot’,’rib’ en ‘aantoonbaar geleverde inspanning’. Er is ook een motto, over blind zijn bij je moeder voor de vorm en jezelf in het donker zien, een gedicht van Bert Schierbeek.

de titel

Habitus is buitenkant, huis, huid, schil, schijn, façade, masker, niet binnenkant, thuis, ziel, wezen, inwendige, ontmaskerde. Van Dale gebruikt het woord habitus in de omschrijving van androgynie ‘het voorkomen van mannelijke (secundaire) geslachtskenmerken of habitus bij een vrouw’ en bij de betekenis van gynandrie ‘het voorkomen van vrouwelijke (secundaire) geslachtskenmerken of habitus bij een man.

Een gedicht is geduldig, hiervoor geldt niet ‘you never have a second chance to make a first impression’. In het dagelijkse leven is die eerste indruk wel belangrijk, die indruk krijgt een ander door je habitus. Radna Fabias bezigt de schijn niet om het wezen – van de ik-figuur – te maskeren, maar bloot te stellen. Het woord ‘ik’ komt in deze bundel 222 keer voor. Zoals bij goede gedichten, moet de lezer wel geduldig lezen, lezen en herlezen.

e-boek

Ik heb de bundel niet als echt-boek maar als e-boek. In een e-gedichtenbundel kan ik niet altijd precies zien hoelang de regels zijn en hoeveel bladzijden, maar het wordt wel duidelijk dat dit is een bundel is met veel gedichten. Ik geloof dat het echte boek 120 pagina’s telt. In het e-boek is de kaft saai, zwart met vier grijze cirkels van verschillende grootte en in witte letters de naam en zo; in het echte boek kan dat anders zijn, bijvoorbeeld met gaten als cirkels. Door de zoekfunctie in een e-boek tel ik 9 keer het woord ‘thuis’, 13 keer huis, taal (4), moeder (18), vader (6), zwart (38), wit (8), blank (0), neger (5), vrouw (10), man (55) Heer (met hoofdletter, 3), Jezus (3) en ik dus 222 keer. De enige hoofdletters in deze bundel zijn voor Heer, Vader, Jezus, Messias en Christus. 

De kaft van de dichtbundel. In de kaft zitten ronde uitsparingen waardoor het grijs-gekleurde blad erachter zichtbaar is.

Het thuis van de ik-figuur is op de gele streep in het midden van hete, golvende asfaltwegen, niet bepaald een home sweet home. De gedichten gaan niet over onvervulbare liefde of heimwee naar het paradijs, het gaat over de ruïne van de samenleving en de woedende teleurstelling waarom harmonie schier onmogelijk is. Radna doet niet denken aan een romantische Aletta Beaujon of verstandige Vasalis, wel aan een schrandere Frank Martinus Arion of een rauw realistische Lynton Kwesi Jonhson, maar die schreef in het Engels. Zou Radna ook in het Papiamentu schrijven en hiermee meer mensen in Curaçao willen bereiken? Ik hoop van harte wel en kijk er naar uit. Het is weliswaar belangrijk om de Nederlander in zijn/haar taal aan te spreken, in de eerste afdeling van ‘habitus’ gidst de ik-figuur de Nederlandssprekende langs de sombere -niet in de gewone toeristengidsen voorkomende – Curaçaose realiteit, zoals Frank Martinus Arion in zijn bundel ‘Stemmen uit Afrika’ de Nederlandslezende bewust maakte over de racistische veronderstellingen van de Europese rijksgenoot. Interessant voor verdere studie, een vergelijking tussen Fabias en Arions poëzie. Overigens komen in deze bundel woorden als ras, racisme, discriminatie en koloniaal niet voor.

ballotant en migrant

Het gaat niet om een eilandbewoner die naar het moederland gaat met slechts één kust, maar om de migrant die (even) terugkeert naar de geboortegrond en zich dan verwondert over het eilandelijke vertrouwde dat in haar ‘nieuwe’ land niet ‘de norm’ is. En het gaat over de aanpassing van de migrant aan de habitus van het nieuwe land, dat in het eiland misschien als beloofde land was afgeschilderd, maar… Wat de ik-figuur heeft achtergelaten toen ze naar het andere land ging, zijn allerlei uiterlijke kenmerken zoals 

‘de hitte

het washandje in de broekzak van de buschauffeur
de hete lucht blazende ventilatoren
de stoet rouwende mensen
de mensen die zich op de doodskist van een geliefde laten vallen en schreeuwen
dat heet rouwen’

In het tweede gedicht ‘openingsscène’ ziet de ik ‘er keurig uit mijn haar zit goed’ en heeft ‘het masker aan een elastiek / achter mijn oren gehaakt’. Welk masker zal de migrant opzetten, aantrekken in het land waar ze is aangekomen om te worden aangenomen? 

In het (laatste) gedicht (voor de epiloog): staat (ook) een (lang) gedicht vol masochistische humor getiteld: ‘aantoonbaar geleverde inspanning’

Hierin klinkt de strijd om herkenning en wat een individu daar allemaal voor doet, en wat een individu uit een andere habitus daar voor doet.

Het gaat over hoe goed, ja hoe heet het, een medelander, allochtoon, rijksgenoot, ballotant zo noemt de emi- immigrant zich, binnen eigen koninkrijk met eigen habitus aan de habitus van het moederland is aangepast. Ballotant (staat nog niet in Van Dale) is een aspirantlid van een vereniging en ‘vereniging’ kan ook als ‘moederland’ worden gezien: een Curaçaoënaar die naar het ‘moederland’ verhuist en daar door de ballotage van de inburgering moet raken. Een mooi woord, associatie met het Papiamentu ‘balor’, (waarde), een ballotant heeft waarde – een ballotante een letter meer.

vader

De moeder en de grootmoeder spelen een belangrijke rol, soms liefdevol, soms hypocriet. Ze houdt van haar moeder maar heeft wel de eigen eierstokken laten afklemmen. Zelfs in het gedicht van Bert Schierbeek dat als motto voor in de bundel staat, wordt moeder wel en vader niet genoemd. De vader, ‘de man die mij onbedoeld en terloops verwekte’ wordt niet vanuit liefde geschilderd, er worden niet veel woorden aan vuilgemaakt, ook al is er een gedicht dat getiteld is ‘vader’. Het is het kortste gedicht:

‘en de oude man ging naar de zee en de oude man ving niks meer en de oude man vond daar zijn nietigheid’

kerk

In het gedicht ‘handoplegging’ wordt de geloofwaardigheid cynisch aan de kaak gesteld: 

‘broeder george is met zijn hand langs de gloeiende lichaamsdelen van minstens drie vrouwen gegleden
(maar we eren alleen de kerk die hij bouwde)

in de wachtkamer van de hemel houden we onze benen stevig tegen elkaar aan gedrukt
(ik ook, Vader, ik ook)’

rib

Een gedicht met verwijzingen naar de zeven stadia van bewustzijn en groei naar universele harmonie, in veel spirituele verhandelingen beschreven, staat in de afdeling ‘rib’. De ik-figuur blijft cynisch, de harmonie is, na het doorlopen van de zeven kamers, nog ver te zoeken.

epiloog

In de epiloog die uit één gedicht – ‘roestplaats’ – bestaat, eindigt Fabias deze bundel met:

‘dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het’

Tot zover deze eerste kennismaking. Gedichten geschreven met diabaasbloed, masha danki, Radna Fabias, met je steengoed debuut.

[Eerder verschenen in Antilliaans Dagblad van 3 april 2018.]

 

 

 

 

 

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter