blog | werkgroep caraïbische letteren

‘n Indisch avondje in Amsterdam

door Lidewey van Noord

Op vrijdag 23 oktober ging Nederland Leest 2009 van start in de OBA. De openingsavond werd verzorgd door de Werkgroep Indische Letteren, aangezien dit jaar Oeroeg van Hella Haasse gratis wordt aangeboden aan de lezer. Hans van Velzen, directeur van de OBA, greep de gelegenheid aan om te laten zien dat ‘Amsterdam boordevol Indië is’. Op de website van de bibliotheek kan je nu zelfs een Indische fietstocht door Amsterdam vinden, die voert langs memorabele plekken die de koloniale herinnering aan het Amsterdamse VOC-verleden tot leven brengen.
.

Het was een Indisch avondje. Pamela Pattynama hield een lezing over Oeroeg (1948) en Sleuteloog (2002), waarin ze aantoonde hoe de vergelijking tussen beide werken niet alleen de ontwikkeling in het denken van Hella Haasse zelf aan het licht brengt, maar ook een metafoor vormt voor de publieke verwerking van een koloniaal verleden. De man van gas en licht van Nicolette Smabers werd gepresenteerd, waaruit blijkt dat Indië nog altijd een hedendaags onderwerp vormt. In de pauze was er spekkoek, Theodor Holman las op bevlogen wijze een brief van Tjalie Robinson voor, en daarna hield Wim Willems een lezing over deze Indo-voorvechter. De avond werd afgesloten met een discussie. Deze discussie werd geleid door Kester Freriks en en Sylvia Dornseiffer en droeg de titel “Ik hoor hier niet bij”, Indische stemmen in de literatuur. Kester Freriks lichtte de titelkeuze toe met de volgende zin: ‘Buitenstaanderschap is een wezenlijk kenmerk van de Indische literatuur.’ Zo verweet de nestor van de Indische literatuurwetenschap, Rob Nieuwenhuys, Hella Haasse bijvoorbeeld dat zij geen goed boek kon schrijven over de Indische samenleving, omdat ze blank was. ‘Voel jij je een buitenstaander binnen de Nederlandse literatuurwetenschap?’ vroeg Dornseiffer aan Pattynama. ‘Heb jij dat gevoel ook, dat je er niet bij hoort?’ Vol overtuiging – en hoorde ik daar lichte verontwaardiging in haar stem? – antwoordde Pattynama: ‘Ik hoor er wel bij! Indië is een belangrijke component van de Nederlandse cultuur en dus ook van de literatuur. Mulisch, Hermans en Reve hebben ook over Indië geschreven.’

De discussie over ‘erbij horen’ ging verder. Over de plek van de Indische literatuur binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis, en vooral het gebrek aan die plek. Over dat het niet mogelijk is in Nederland om tegelijkertijd Indo en Nederlander te zijn. Je moet ergens bijhoren, een keuze maken. Er werd een stukje vertoond uit de documentaire Ik ben een Indo ja, en zo wil ik leven die Ida Does maakte over Tjalie Robinson. In dat fragment kijkt Robinson vol verbazing naar de hoeveelheid spullen die Nederlanders in hun huis zetten: ‘Als ik ooit zo ga leven ben ik verloren.’ Misschien is die worsteling met de betekenis van identiteit wel het belangrijkste kenmerk van de Indische letteren. Een universeel en tijdloos thema overigens, want is dat ook niet waar het in hedendaagse migrantenliteratuur allemaal om draait?

Ik begon me wat ongemakkelijk te voelen, en ik keek eens om me heen. Ik telde nog vier andere blonde mensen in de zaal. Naast mij zaten de oprichters van de website http://www.indisch3.nl/, een weblog voor derdegeneratie Indische Nederlanders. Kennelijk zijn het vooral Indische mensen die de Indische letteren lezen, op zoek naar jeugdherinneringen, of de geschiedenis van ouders en grootouders. In mijn gedachten sprak de geest van Rob Nieuwenhuys mij streng toe: ‘Jij bent zo blank als Hella Haasse, hoe kan jij nou ooit iets goeds schrijven over de Indische letteren?’ Ik was een Nederlandse stem in de Indische literatuur. Ik hoorde er niet bij. En opeens vroeg ik me af: Willen de Indische letteren er eigenlijk wel bijhoren? Als alle Indische auteurs worden opgenomen in een volgende Nederlandse literatuurgeschiedenis, waar zal de discussie dan over gaan? Ik bleek een medestander te hebben in Nicolette Smabers, die heftig zei: ‘Uitzoeken in hoeverre mensen Indisch zijn is muggenzifterij. We kunnen het ook breder zien, de discussie kan over migratie gaan, ook nu zijn er kinderen die tussen twee culturen leven.’ Ik haalde opgelucht adem. Iemand durfde het te zeggen. Als je wilt dat de Indische letterkunde een prominentere rol gaat spelen binnen de Nederlandse literatuurbeschouwing, dan is het nodig om verder te kijken dan kwesties als ‘Hoe Indisch is deze auteur’ en ‘Waarom horen we er nog altijd niet bij’. Dan moet je het over de inhoud gaan hebben. Maar deze avond kreeg ik de indruk dat de Indische letteren zover nog niet zijn. De neiging om het unieke van de Indische literatuur te koesteren en te beschermen is te sterk. Zo noemde Pattynama de schrijfster Maria Dermoût een ‘verborgen juweel’, en daar voegde ze aan toe: ‘En ik weet soms niet of dat moet veranderen, of dat dat zo moet blijven.’ Duidelijker wordt het niet: de Indische letteren willen Indisch blijven, en lijken er nog niet aan toe te zijn om naast spekkoek ook bitterballen te serveren.

[overgenomen van de blogspot De Amsterdamse Lezing]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter