blog | werkgroep caraïbische letteren

Lieke van Duin over Noni Lichtveld

Toespraak van Lieke van Duin bij de rouwplechtigheid voor Noni Lichtveld, Huize Frankendael, Amsterdam, woensdag 23 augustus 2017

Noni heb ik leren kennen via Anansi. Hoe dat ging staat beschreven in mijn In Memoriam op de site van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Noni’s boek Anansi, de spin weeft zich een web om de wereld uit 1984 was een eye-opener voor me. Het was het meest levendige, geestige, actuele en toch universele boek met Anansi-verhalen dat tot dan toe in het Nederlands was verschenen. Haar illustraties waren een feestelijke waterval van kleuren. Anansi’s vier armen en vier benen doen vaak allemaal iets anders; soms heeft hij er zelfs vijf of zes, en twee hoofden die razendsnel lijken te bewegen.
Eén aspect uit dat IM wil ik nader toelichten, over een project dat mislukte maar waaruit bleek hoe veelzijdig Noni was. Geïnspireerd door Noni’s boek knutselde ik een Anansi handpop en speelde daarmee simpele Anansiverhalen in kinderdagverblijven en kleuterklassen. Maar die pop was niet echt mooi. Daarop ontwierp Noni handpoppen van Anansi, zijn vrouw Akoeba en kindje Pegasaya die wèl mooi waren: met een hoofd van piepschuim, overtrokken met katoen, en spiralen van ijzerdraad als armen – lekker flexibel. Ze schreef ook verhalen en liedjes voor de Anansi poppenkast. Aan de hand van haar patronen en werkbeschrijvingen zette ik de handpoppen in elkaar.

 

De door Noni Lichtveld ontworpen poppenkastpoppen van Anansi, Ma Akoeba en hun kind Pegasaya

Toen ik deze week mijn Anansi-archief aan het doorpluizen was, vond ik haar teksten van toen terug, en haar uiterst gedetailleerde ontwerpen: op zich al kunstwerkjes, met dat mooie, sierlijke handschrift van haar.
Het was onze droom om alle kinderen in Nederland met Anansi te laten kennismaken. Als juffen en meesters nu zelf eens Anansi-poppenkast gingen spelen! Anansi is immers van iedereen! Met de patronen van Noni zouden ze de handpoppen zelf in elkaar kunnen zetten. De Werkgroep Kindercentra Nederland liet doe-het-zelfpakketten met Noni’s patronen en werkbeschrijving maken, compleet met haar drie poppenkastverhalen. De Stichting Samen Wonen Samen Leven in Rotterdam verspreidde ze voor 35 gulden per stuk. Helaas sloeg het niet aan. De pakketten bleken te ingewikkeld en tijdrovend voor de doorsnee juf of meester en ons ambitieuze plan raakte in de vergetelheid. Maar als ik nu Noni’s nooit gepubliceerde poppenkastverhalen lees, denk ik: die zijn te leuk om niets mee te doen!

 

In 1988 gingen we naar Ghana: Noni, Gerda Havertong, Hellen Gill en ik, op zoek naar de roots van Anansi. We hoorden de verhalen in het Twi of Fanti in dorpen zonder elektriciteit, vaak tegen de avond onder een boom. Noni zat dan altijd te tekenen.
Eén zo’n verhaal, De voetbalwedstrijd, kwam later terug in Noni’s boek Anansi tussen God en duivel uit 1997. We hoorden het op straat in Elmina, vlak bij het fort waar duizenden Afrikanen tot slaaf gemaakt werden en verscheept naar de zogenaamde Nieuwe Wereld. We bezochten dat fort en werden er misselijk van. Noni zei daarna in een interview:  ‘Ik heb de smalle gang gezien waar de slaven doorheen moesten voor ze op het schip naar Amerika belandden. Die gang was zo smal dat je er alleen kruipend doorheen kon.(…) Ik besef meer dan ooit hoe onoverwinnelijk de geest is, hoe al die Anansi-verhalen door die smalle spleet zijn meegekropen.’
Onze drie Anansi-handpoppen hadden we meegenomen. We schonken ze aan de poppenspelers van de Ghanese kindertelevisie.

Ik wil eindigen met een rap die Noni schreef voor de Anansi poppenkast, maar die dus nooit is gepubliceerd:

Anansi Song

De slimme spin Anansi is een held uit Suriname.
Hij is zo bloed-gehaaid als twintig stripfiguren samen.
Hij komt – wat jij niet kunnen zou –
ook tegelijk uit Curaçao.
Zijn naamgenoot en grootpapa
die woont nog steeds in Afrika.

Anansi, Anansi,
al duizend jaren populair.
Anansi – owowowowo!
Anansi komt van ver.

Hij heeft wel twalef kindertjes en ook een echtgenote.
Dat zijn dus bijelkaar al honderdzesendertig poten.
Ik weet niet meer wanneer hij kwam
maar hij woont ook in Amsterdam.
En wat ik ook niet zeker weet
dat is hoe of zijn vrouwtje heet.

Akoeba – Maria – hoe was het,
één van beiden noemt men haar.
Maria nee, Akoeba ja,
Akoeba zeg ik maar.

De kleine spin Anansi overwint de sterkste krijger.
Ja, zelfs de grootste bosland-bruut: die krachtpatser de tijger.
Omdat hij – wat je vast al wist –
zijn toevlucht graag neemt tot een list.
Je hoeft niet sterk te wezen, want
je kunt ook winnen met verstand.

Anansi, Anansi,
ik wil eens zien hoe jij dat doet!
Anansi – owowowowo! –
vertel me hoe dat moet!

 

 

Dank voor uw aandacht.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter