blog | werkgroep caraïbische letteren

Jacobus Putman. Godsdienst, taal en onderwijs op Curaçao in de negentiende eeuw

door Joop Vernooij

De University of Curaçao en de Fundashon pa Planifikashon di Idioma hebben in 2016 een publicatie uitgegeven over de priester Jacobus (Koos) Putman. De volledige titel is Jacobus Putman. Godsdienst, taal en onderwijs op Curaçao in de negentiende eeuw. De letterkundige en de ons bekende oud-docent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), taalwetenschapper Wim Rutgers, is de hoofdverantwoordelijke, met bijdragen van Maritza Coomans-Eustatia, Henny Coomans, Elisabeth Echteld, Armando Lampe, Ronald Severing en Christa Weijer. Kortom: een keur aan deskundigen in taal, historie en religie op de Antillen.

 

De Antilliaanse Maritza Eustatia (1940-2002) was de eerste bibliothecaris van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (1978-1987). Als zodanig heeft ze heel veel materiaal verzameld over bij voorbeeld Luis Daal, Cola Debrot, Nicolaas van Meeteren. Ze produceerde catalogi over hen, maar was ook deskundige wat betreft Elis Juliana, Temminck Groll, Boeli van Leeuwen en de ons bekende Frank Martinus Arion, ook docent Nederlands op het IOL. Ze heeft alles wat los en vast zat over de katholieke priester Koos Putman verzameld in de Antillen en in Nederland en dit materiaal is nu voor ons samengebracht.

De publicatie betreft Jacobus Putman, geboren in Oudewater (Utrecht) in 1812 in een gegoede familie. Hij ging naar het seminarie van ’s Heerenberg, destijds hèt seminarie van het Utrechtse. Hij werd in 1836 priester gewijd in Oegstgeest door Cornelis baron van Wijckerslooth van Schalkwijk, zeer bekend uit mijn jeugd, vlak bij Wijk bij Duurstede. In 1837 reisde men natuurlijk per zeilschip naar de Antillen. Putman heeft een uitgebreid reisverslag geschreven. Ik doe het hem niet na. Hij had talent voor taal. Hij was niet de eerste Nederlandse priester die erheen ging en kwam onder de apostolische prefect en in 1842 apostolisch vicaris Martinus Niewindt te staan.

Hij ging aan de slag in een gebied, dat nu bekend staat als de wijk Santa Rosa en bouwde een stevige gemeenschap op en een kerk. Maar een speerpunt van zijn inzet was het onderwijs aan de jeugd. Hij kwam daarmee in discussie met de monseigneur, die naar de idee van Putman niet fatsoenlijk leefde. Hij had plantages en slaven en handelde erin. Bovendien was het privéleven van Niewindt, samen met zijn huishoudster, een doorn in het oog van Putman.

Putman ging in 1837 op vakantie naar Nederland om in 1848 terug te keren (zolang dus! en dat was tegen het zere been van Niewindt). Putman kocht in Nederland een drukpers en begon schoolboekjes, gebedenboekjes en allerlei ander soort materiaal aan te maken, zowel in het Nederlands als in het Papiamento. In Nederland was hij al bekend bij katholieken omdat hij verhalen en brieven in De Godsdienstvriend van Joachim Le Sage ten Broek kon publiceren. Ik ben menig materiaal van hem tegengekomen in De Godsdienstvriend toen ik bezig was met de brieven van missionarissen van Suriname die hetzelfde blad publiceerde (J. Grooff, A. Swinkels etc.). Zijn tweede verblijf eindigde in 1853, met een soort verbanning door Niewindt (‘om gezondheidsredenen’). Geen probleem voor Niewindt. Putman werd pastoor in het dorp Cabauw en in Utrecht. In Nederland vond hij ook tijd zich te verdiepen in het Spaans en publiceerde over Cervantes. Kan je voorstellen!

Deze publicatie en die over pater Schabel zijn niet bedoeld om katholieke priesters naar voren te halen maar vooral om een deel van de Antilliaanse geschiedenis te bewaren voor een breed publiek. Beide genoemde instituten zijn op de Antillen creatief en productief. Zo zie je maar weer!
De dominicanen van Nederland hebben het publicatieproject met succes aangejaagd (Putman was geen O.P. zoals op p.441 bovenaan wordt gesuggereerd).
Rutgers, Wim e.a.: Jacobus Putman. Godsdienst, taal en onderwijs in de negentiende eeuw op Curaçao. 2016. Uitgave University of Curaçao en de Fundashon pa Planifikashon di Idioma.
ISBN 978-99904-2-319-8

 

[Eerder verschenen in de Ware Tijd Literair, 15 oktober 2016]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter