blog | werkgroep caraïbische letteren

Jaarverslag 2008

JAARVERSLAG WERKGROEP CARAÏBISCHE LETTEREN VERENIGINGSJAAR 2007-2008

Het bestuur van de werkgroep Caraïbische Letteren bestond aan het begin van het verenigingsjaar uit Lilian Gonçalves-Ho Kang You (voorzitter), Peter Meel (vice-voorzitter), Maite de Haseth (secretaris), Michiel van Kempen (penningmeester) en de leden Igma van Putte-de Windt, Annette de Vries en Henry Habibe. In de tweede helft van 2007 traden nog toe Carl Haarnack (econoom, antiquaar en historicus) en Wieb Broekhuijsen (directeur van het KIT Theater).

In februari 2008 traden de leden Gonçalves-Ho Kang You en De Haseth af wegens drukke werkzaamheden. De Werkgroep zal hun enthousiasmerende inbreng missen. Herschikking van het bestuur leidde tot de volgende verdeling van functies: Peter Meel (voorzitter), Igma van Putte-de Windt (vice-voorzitter), Michiel van Kempen (penningmeester en secretaris ad-interim), Wieb Broekhuijsen, Carl Haarnack en Annette de Vries (leden). Tevens werd besloten tot het instellen van een Adviesraad, waar mevrouw Lilian Gonçalves-Ho Kang You en Henry Habibe deel van uitmaken. Binnen afzienbare tijd wordt beslist over toetreding van nieuwe leden voor zowel Bestuur als Adviesraad.

Sanne Landvreugd (3)

Saxofoniste Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

Het bestuur kwam tijdens het verslagjaar vijf maal bijeen om het beleidsplan bij te stellen en activiteiten voor te bereiden: op 8 mei 2007, 19 juni 2007, 18 september 2007, 18 februari 2008 en 19 maart 2008; daarnaast vonden ter voorbereiding van specifieke activiteiten nog bijeenkomsten en petit comité en kleinere vergaderingen met derden plaats.

De Werkgroep organiseerde in het verslagjaar de volgende activiteiten:

Caraïbische Letterendag
De Werkgroep Caraïbische Letteren werd publiekelijk gelanceerd op zondag 11 november 2007 met een Letterenmiddag in de Hella Haassezaal van de gloednieuwe Openbare Bibliotheek in Amsterdam. De bijeenkomst begon om 15.30 en werd ruim na 17.30 besloten. Bij deze feestelijke lancering van de werkgroep waren circa 100 bezoekers aanwezig, zodat de zaal meer dan vol was (een kleine groep moest de toegang geweigerd worden). Het publiek bestond uit de traditioneel in de literatuur van het Caraïbisch gebied geïnteresseerden, maar ook uit jong nieuw publiek. Verschillende schrijvers, onder wie Erich Zielinski uit Curaçao, Olga Orman, Quito Nicolaas, Myra Romer en Carla Bogaards hebben deze middag acte de présence gegeven.

 

quito nicolaas3

Quito Nicolaas

De organisatie van deze letterenmiddag was mogelijk doordat de werkgroep optimaal gebruik heeft kunnen maken van de organisatorische expertise en de publicitaire armslag van het Black Magic Woman festival, de Openbare Bibliotheek Amsterdam en een subsidie van het Lira Fonds. Werkgroepslid Annette de Vries heeft zich voor deze middag bijzonder ingespannen.

Aangezien de werkgroep zich ten doel stelt het initiëren en ondersteunen van activiteiten ter bevordering van de Caraïbische letteren, zowel in gedrukte als in gesproken vorm, waren voor deze manifestatie verschillende sprekers uitgenodigd. Schrijfster Diana Lebacs en criticus Wim Rutgers waren zelfs speciaal hiervoor uit de Antillen overgekomen.
Als ceremoniemeester trad op Carl Haarnack. Daar de voorzitter van de werkgroep wegens uitlandigheid verhinderd was, verwelkomde Igma van Putte-de Windt het publiek. Zij zette de doelstellingen en komende activiteiten van de Werkgroep uiteen.
Hierna volgde een voordracht door dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Passaat, maalstroom en Noordzeestrand: de literatuur van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba anno 2007.’ Hij plaatste een aantal kritische noten bij het literatuurbedrijf rond de letteren uit de genoemde gebieden, maar liet telkens ook zien hoezeer er uitzonderlijke dingen gebeuren. Hij stelde dat de West-Indische literatuur niet erg bekend is bij het Nederlandse publiek en noemde o.a. de Curaçaoënaar Pierre Lauffer en de Surinamer Trefossa, wier werk niet de kans heeft gehad enige reputatie buiten hun land te verwerven, omdat hun poëzie zeer idiomatisch gebonden is aan de taal waarin zij schrijven. Van hun werk is pas zeer recent de eerste geslaagde vertaling verschenen.
Dr. Wim Rutgers, bijzonder hoogleraar Antilliaanse literatuur aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen en literair criticus gaf ‘De stand van zaken in de literatuur van de Nederlandse Antillen en Aruba.’ Hij benadrukte dat deze literatuur niet alleen bestaat uit het in het Nederlands gepubliceerde werk van ‘De grote vier’, Cola Debrot, Tip Marugg, Boeli van Leeuwen en Frank Martinus Arion, en uit dat van ‘De grote drie’ van het Papiamentu, te weten Pierre Lauffer, Luis Daal en Elis Juliana. Hij poneerde dat de literatuur van de ABC-eilanden al vanaf het begin van de XIXe eeuw multilinguaal is en dat ook zal blijven en dat die van de S-eilanden (Saba, St, Maarten en St. Eustatius) Engelstalig is en zal blijven. Er dient rekening gehouden te worden met deze meertaligheid en de werkgroep zal, in Rutgers visie, de blik over het Nederlands heen op de andere talen moeten richten om deze literatuur in haar geheel tot haar recht te doen komen. Hij stond stil bij de vele literaire activiteiten die de laatste tijd op de eilanden plaats vonden. Veelal was er sprake van voordracht van poëzie, in samenwerking met de horeca, op straat, etc., de geschreven poëzie is echter voornamelijk gelegenheidspoëzie. Rutgers had voor de bezoekers een lijst klaargelegd met namen van auteurs van de eilanden en hun tot 2007 gepubliceerde werken.
Denis Henríquez, in Nederland wonend Arubaans auteur van toneel en van de romans Zuidstraat (1992), Delft blues (1995) en De zomer van Alejandro Bulos (1999), gaf een voordracht getiteld: Schaduwen beneden de wind. Hij besprak over de vier belangrijkste Nederlandstalige auteurs van de Benedenwindse eilanden, Debrot, Marugg, Van Leeuwen en Martinus Arion. Hij liet zien hoe men op de eilanden worstelt met de huidskleur: in Mijn zuster de negerin is er de hunkering naar de warmte van de negerin; in Weekendpelgrimage is de verhouding van de blanke hoofdpersoon tot zijn zwarte eiland aan de orde; in De rots der struikeling is de hoofdpersoon op zoek naar zijn identiteit en uit angst om die te vinden zoekt hij het gezelschap van hoeren; in Dubbelspel tenslotte lopen de frustratie en de haat van de zwarte bevolking uit op moord. Henríquez werd aansluitend geïnterviewd door Lucia Nankoe.
Antoine de Kom, Nederlands dichter met Surinaamse wortels, is de auteur van de dichtbundels Tropen (1991), De kilte in Brasilia (1995), Zebrahoeven (2001) en Chocoladetranen (2004). Hij las droeg het lange, epische gedicht ‘De .’ (De punt) voor, waarin de geschiedenis van de Nederlandse West voorbijkomt. Ook hij werd aansluitend geïnterviewd door Lucia Nankoe.
Diana Lebacs, Antilliaans auteur van onder meer van het succesrijke jeugdboek Sherry: het begin van een begin (1971) en de roman De langste maand (1994), legde in haar voordracht de link met het thema van het Black Magic Woman-festival: ‘Dochters en vaders’, met het voorlezen van een op haar geboorte-eiland Bonaire bekend verhaal over een Indiaanse hoofdman wiens dochter nadat ze door haar broer vermoord is, verandert in een zeemeermin.
Na een kort slotwoord van Carl Haarnack kregen alle aanwezigen een exemplaar mee van een bibliofiele, genummerde editie van het gedicht van de Surinaamse dichter Bernardo Ashetu, getiteld Indiaans, speciaal bij deze gelegenheid gedrukt.
De commentaren na afloop van de letterenmiddag waren zeer positief, zowel
Radio Nederland Wereldomroep als enkele andere media hebben van de middag verslag gedaan. De Ware Tijd in Suriname kwam met een nogal zuur commentaar dat het hier wederom zou gaan om een activiteit in Nederland waar de gebieden in het Caraïbisch gebied buiten stonden – blijkbaar was het de verslaggeefster ontgaan dat er twee gasten uit het gebied waren, en dat de Werkgroep ook corresponderende leden ter plaatse heeft.

Onderscheiding
De Werkgroep heeft al vroeg in 2007 bij de Surinaamse overheid een verzoek ingediend om een dichter van naam, rijp van jaren, een onderscheiding toe te kennen. Bevestiging van de aanvrage bereikte de Werkgroep, maar zowel voor als na 25 november 2007 – de nationale feestdag waarop onderscheidingen worden uitgereikt – bleef het denderend stil vanuit Paramaribo.

Rudolf van Lier-lezing
Op vrijdag 8 februari 2008 vond in de Lorentz-zaal van het Kamerlingh Onnes-gebouw van de Universiteit Leiden de eerste uit de reeks Rudolf van Lier-lezingen plaats. De reeks kende al enkele edities in de jaren ’90, maar is nu nieuw leven ingeblazen. De tweejaarlijks te houden lezing is vernoemd naar de befaamde historicus, socioloog en dichter Rudolf van Lier (1914-1987), hoogleraar te Wageningen en Leiden. De reeks wil intellectueel uitdagende betogen van sociaal-historische aard brengen.
Bij afwezigheid van de voorzitter heette dr. Peter Meel de aanwezigen welkom. Ook nu was er een ruime opkomst van circa 130 mensen, een naar herkomst zeer gemêleerd publiek, in leeftijd variërend van 10 tot 93 jaar.
Deze eerste lezing was getiteld ‘De pluralisering van Suriname’ en werd gegeven door een voormalige student van prof. van Lier, Ruben Gowricharn, hoogleraar Multiculturele Cohesie en Transnationale Vraagstukken aan de Universiteit van Tilburg. In een historisch-sociologisch overzicht van de immigratie van de hindostanen in Suriname van 1873 tot 1917 (en met latere uitlopers) analyseerde hij de betekenis van etniciteit in de vorming van de hindostaanse groep als deel van de nationale bevolking. De etnische banden hebben volgens Gowricharn in sterke mate bijgedragen aan het succes van de groep. Nederland kan van Suriname leren hoe etnische verzuiling een positief-opbouwende kracht in een samenleving kan zijn.
Als referent fungeerde dr. Gert Oostindie, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Universiteit Leiden en directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). In zijn betoog plaatste hij kritische kanttekeningen bij het succesverhaal van Gowricharn en hij probeerde aan te tonen dat diens analyse niet zoals Gowricharn beweerde in het concept van Van Liers plurale samenleving past. In het pittige debat dat volgde betoonden beide hoogleraren zich scherpzinnige debaters. Onder leiding van Peter Meel mocht vervolgens ook de zaal in discussie gaan met de inleider en de referent. Etniciteit blijkt – vooral ook onder oudere Nederlandse West-gangers – veel stof tot discussie te geven. Na afloop kon een vrolijke borrel de dorstige kelen laven en de ruim aangevoerde Surinaamse fiadu- en boyo-cake gingen erin als… ja, als koek.
De bijeenkomst werd door de pers ruim verslagen met interviews vooraf met Gowricharn en uitvoerige verslagen in zowel NRC Handelsblad (12 februari 2008) als Radio Nederland Wereldomroep en NOS Zorg en Hoop (zie http://www.arts.leidenuniv.nl/history/vanlierlezing/media_1.jsp). De eerste Van Lier-lezing kon plaatsvinden dankzij subsidies van het Leids Universiteitsfonds, de Faculteit der Letteren, het Onderzoeksinstituut Geschiedenis en het Departement Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie van de Universiteit Leiden, en dankzij de inzet van medewerkers van het Onderzoeksinstituut Geschiedenis.

Cola Debrot-lezing
Eveneens om de twee jaar organiseert de Werkgroep een lezing onder de naam Cola Debrot-lezing. Deze vindt plaats in Amsterdam. Deze reeks lezingen is literair van aard en beoogt prikkelende betogen te brengen waarbij de spreker een Caraïbisch onderwerp bespreekt en daarbij niet schuwt de grenzen van de disciplines te overschrijden. De Werkgroep prijst zich gelukkig dat Nobelprijswinnaar Derek Walcott zich bereid heeft verklaard op 20 mei 2008 de eerste Debrot-lezing uit te spreken in de aula van de Universiteit van Amsterdam. Op 19 mei 2008 zal de dichter van de Caraïbische Omeros bovendien een masterclass geven voor een select publiek. Bij de afsluiting van deze kopij kunnen nog geen nadere details vermeld worden.

Tenslotte nog enkele punten:

– De Werkgroep ziet af van het instellen van een Literaire Prijsvraag, aangezien deze vermoedelijk qua doelstelling te dicht in de buurt zou komen van de bestaande Kwakoe Literatuurprijsvraag.
– Tot op heden heeft de Werkgroep zich toegelegd op manifestaties die organisatorisch veel tijd en energie van de Bestuursleden vergen. Verkend wordt hoe ook kleinere activiteiten onder auspiciën van de Werkgroep kunnen worden voorbereid, die flexibeler en zonder veel organisatorische last kunnen inspelen op actuele zaken die zich voordoen (bijvoorbeeld het bezoek van Caraïbische auteurs aan Nederland, het verschijnen van een nieuw boek, het overlijden van een auteur). Gedacht wordt aan samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam.
– Het grote debat dat in het vorige Jaarverslag als optie voor de eerste activiteit van de Werkgroep werd genoemd, is niet van de baan, maar vereist scherpstelling van het beleidsplan en een zeer goed doordachte planning om de benodigde financiële middelen bij elkaar te krijgen. De tot nu toe gepolste fondsen staan niet onwelwillend tegenover het plan, dat mogelijk in het najaar van 2008 of voorjaar van 2009 voortgang zal vinden.
– Carl Haarnack zal zich inspannen om een eigen website voor de Werkgroep op te zetten.
– Ontwerpbureau Tadberg Design in Laren heeft zich bereid verklaard tegen een symbolisch (uiterst laag) bedrag een logo voor de Werkgroep te ontwerpen.
– Er is een bankrekening geopend bij de Postbank: gironummer 3027698 t.n.v. de Werkgroep Caraïbische Letteren, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam.
– De Werkgroep heeft een nieuw emailadres: Werkgroepcarlet@gmail.com.

w.g.
Michiel van Kempen, secretaris ad-interim
14 maart 2008

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter