blog | werkgroep caraïbische letteren

Het offer van Remo / Remo su sakrifisio

door Fred de Haas

Het offer van Remo is een in vlot, modern Nederlands geschreven liefdesverhaal met een fatale afloop dat zich afspeelt in het koloniale Curaçao vlak voor de Emancipatie van 1863.

© Jacques Hermelijn

De auteur geeft zelf aan dat het zijn bedoeling is de lezer te vermaken. Hij heeft geen hoog literaire pretenties. Zijn taal is eenvoudig, het verhaal niet gecompliceerd, de dialogen lopen goed, maar men hoeft geen psychologische diepgang te verwachten.

De slaventijd loopt op zijn eind en zowel de slaveneigenaren als de slaven zelf zijn zich hiervan bewust. Beide bevolkingsgroepen vragen zich af hoe de situatie zich zal ontwikkelen na de afschaffing. De Hollandse gouverneur: ‘Het is moeilijk te voorspellen hoe het collectieve zelfbeeld van alle zwarten zich zal ontwikkelen nu ze zich geen koopwaar meer weten’ […] ‘De neger moet beseffen dat zijn sociale status onveranderd zal blijven na de afschaffing’ (p.82).

Deze woorden geven aan hoe er over het algemeen werd gedacht in de blanke gemeenschap. Er was nog volop sprake van een strenge hiërarchie en open racisme. Talloos zijn de plaatsen waarop dit in het boek tot uiting komt bij monde van de – blanke –  hoofdpersonen, waarvan de voornaamste zijn: Benjamin Cardozo, zijn vrouw Helena Cardozo en Jacob Meijer.

Benjamin is een telg uit een Sefardisch-Joods geslacht dat al enkele generaties op Curaçao woont. Zijn vader heeft daar een rijk koopmansbestaan opgebouwd en Benjamin is hem opgevolgd. Zij hebben allebei slaven in dienst die ze goed behandelen, maar met wie ze niet familiair omgaan. Benjamin: ‘Ik weet dat het mensen zijn, maar dan wel onbeschaafd en dom. Ze zijn geschapen om te dienen’ (p. 66). […] ‘Mijn negertjes’, noemde hij ze in zijn vriendenkring (p.68)’.

Cover ´Het offer van Remo´ ´Remo su sakrifisio´ schrijver Jacques Hermelijn NAU Uitgeverij Blaricum

Zijn vrouw Helena, afkomstig uit een Ashkenazisch-Joods geslacht uit Duitsland, is Benjamin naar Curaçao gevolgd en is al een jaar op het eiland als het verhaal begint. Hoewel ze een kind van Benjamin heeft, verveelt ze zich dood en praat maar al te graag met het personeel cq de slaven, zeer tegen de zin van haar man: ‘je moet ophouden familiair met de slaven om te gaan’ (p.25). Maar Helena doet dit toch en voelt zich op een dag hevig aangetrokken tot de jonge, knappe koetsier Remo, een ‘neger en een slaaf’. ‘Een paar maanden eerder had Benjamin Remo en diens moeder Kiki als verjaardagsgeschenk van zijn vader gekregen’.

De zwarte mens als handelswaar

Er ontwikkelt zich een hartstochtelijke, puur fysieke verhouding tussen Remo en Helena, een explosieve zaak in een gemeenschap waar blanke mannen zoveel bastaarden mochten verwekken als ze wilden, maar waar vrouwen het niet moesten wagen om hun man ‘te schande te zetten’ door een verhouding met een zwarte slaaf te beginnen.

Helena krijgt schuldgevoel. Een beetje ongeloofwaardig, temeer daar Benjamin, na terugkeer van een handelsmissie naar Havanna haar vertelt dat hij een danseresje mee naar zijn kamer had genomen, maar faalde omdat zijn erectie hem in de steek liet. Hier en daar laat de psychologie in het boek wel meer te wensen over.  Het personeel gniffelt om de verhouding meesteres-slaaf en slavin Margarita dieer nog niet helemaal zeker van is of Remo een affaire heeft met Helena zegt zelfs: ‘het zou een lekkere klap zijn in de smoel van de blanken die zo op ons neerkijken’. Niet mis te verstaan.

Die blanken komen er in het boek niet al te best vanaf. Zo prefereren ze een grove leugen boven de waarheid als het op een rechtszaak aankomt. Omdat het zo’n kort verhaal betreft ga ik u de plot niet verder vertellen.

Op scholen zouden goed gekozen fragmenten uit het boek prima kunnen dienen om kinderen in het funderend onderwijs inzicht te verschaffen in een bepaalde periode van de geschiedenis. Dat moet dan wel met het nodige commentaar van de onderwijzer(es) vergezeld gaan. In het boek wordt niet diep op de situaties ingegaan. Ook de sectie Geschiedenis van de middelbare school zou hiermee uit de voeten kunnen. In Nederland kan men dan gebruik maken van de oorspronkelijke tekst. Op Curaçao zou men de fragmenten in het Papiaments moeten behandelen.

De proloog van het boek biedt al voldoende handvatten om de geschiedenis van Curaçao te belichten. Ook al aan de hand van in het boek genoemde plaatsen als Scharloo, het Riffort, Fort Amsterdam, de St Annabaai, de Handelskade, Punda,  Otrobanda en het Brionplein. Of de verwijzingen naar tambúfeesten en kleding als wit-katoenen tropenpakken en tropenhelmen. En niet te vergeten de ‘Sinkuria’, de hoed die maar 75 cent (= sinku riá) kostte… Sfeer genoeg.

De vertaling van het verhaal was in goede handen bij Ronald Capriles Martina, zelf een afstammeling van een Sefardische jood en een zwarte vrouw zoals zijn naam al duidelijk aangeeft.

Idiomatisch valt er op de vertaling niets aan te merken en de vertaler heeft leuke vondsten. Wanneer hij moet vertalen ‘je begeeft je op glad ijs’ past hij zijn vertaling aan de tropen aan: ‘Bo ke hasi brua sin konosé yerba’ (= je bedrijft magie zonder dat je het effect van de kruiden kent waarmee je dat doet).

Maar jammer genoeg komen er ook nogal wat slordigheden en zelfs vergissingen in de vertaling voor. Je hebt de bijna niet te voorkomen drukfouten als: bismai (= bisami), pensamntu (= pensamentu), desues (= despues) en su tata a dunan nos (= su tata a duna nos). Vervolgens heeft de vertaler geworsteld met het correcte gebruik van de Curaçaose spelling. Deze spelling is langzamerhand aan vernieuwing toe, maar zolang er een voorgeschreven spelling is moet men zich eraan houden. Hier volgt een bloemlezing (de correcte spelling staat tussen haakjes):

un cuadro grand (= grandi), ela tende (= el a tende), un bigoti kui ketubai ta krul (= un bigoti ku kétubai ta krùl), Margarita a lague sa (= Margarita a lag’é sa), Státùs (= Státus), su man drechí tení (= su man drechi tení), e kanalnan a friz (= e kanalnan a fris), mi amigunan a puntrami ku (= mi amigunan a puntrami si), nòmber di dje mucha muhé (= nòmber dje mucha muhé), ela ofresemi (= el a ofresémi), abo, mi papa, mester dimi (= abo, mi papa, mester di mi), pailanti (is spreektaal)  (= padilanti is schrijftaal), asina e pora logra (= asina e por a logra), muchamuhé pretu (= mucha muhé pretu), pañ’e bela (spreektaal) (= pañ’i bela, schrijftaal), Benjamin a hasi tur lo ke e ta por (= Benjamin a hasi tur loke e tabata por), pididonan di limosna (= pididónan di limosna), Helena kera siña Bernice kon prepará e platonan (= Helena ker a siña Bernice kon ta prepará e platonan), ku e krianan di kas (= ku e kriánan di kas), infuatishon (= infatuashon), e no tabatá permití (= e no tabata permití), su tata tabata posee hopi kos bunita (= su tata tabata poseé hopi kos bunita), un trafikante den katibu (= un trafikante di katibu), Helena a hasi e pika mortal (= Helena a hasi e piká mortal), puru Oropeo (= puru oropeo), foí (= fo’i), Benjamin a kontenplá (= Benjamin a kontemplá), kant’i dje kama (= kantu dje kama of kant’i kama) etc. etc.

Bij een volgende druk moet daar echt even de bezem door!

Het verdient lof als er een boek verschijnt dat licht werpt op een donkere periode uit de Nederlandse geschiedenis in de West en zeker als het verschijnt in de vorm van een verhaal dat makkelijk leesbaar is, zowel in het Nederlands als in het Papiaments.

Titel: Het offer van Remo / Remo su sakrifisio (tweetalige uitgave)
Auteur: Jacques Hermelijn
Uitgeverij NAU, Blaricum-Curaçao, 2017
Vertaling in het Papiaments: Ronald Capriles Martina
ISBN 978-94-9135-45-1
Prijs: 16,95 euro, hardcover

on 16.07.2017 at 13:06
Tags:

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter