blog | werkgroep caraïbische letteren

Het liefdesleven van Lou Lichtveld

door Hilde Neus

Hoe zit dat eigenlijk met Helman? In mijn ogen zie ik in deze kleine Indiaan geen grote Casanova, maar ik kan me vergissen. Aantrekkingskracht is toch iets heel persoonlijks. Van Kempen heeft het liefdes- en seksleven van de grote Surinaamse schrijver geïnventariseerd in Rusteloos en overal, en dat levert nogal wat anekdotes op.

huwelijk-lenie-mengelberg

Eerste huwelijk van Lou Lichtveld/Helman: met Leentje Mengelberg (familiearchief Lichtveld)

Helman begon nogal conservatief, hij huwde Lenie Mengelberg in 1927. Zij leverde commentaar op zijn kritische muziekrecensies over het werk van haar beroemde oom, de musicus Willem Mengelberg. Met Leentje kreeg Helman drie kinderen, de meisjes Cecilia (Cieltje) en Noni en zoon Peter. In 1932 vestigen ze zich in Spanje, in het artistiekerige huis in San Cugat bij Barcelona, een voormalige theaterbehuizing waar veel gasten op bezoek kwamen. Inmiddels heeft Helman gebroken met de katholieken en publiceerde hij in 1931 Serenitas, waarin een van de thema’s incest is. Volgens Van Kempen was ‘alles wat met seksualiteit te maken had […] suspect in de ogen van de roomse kerk’ en zeker als er geen duidelijk moraliserend commentaar gegeven werd. Was dit een voorbode van Helmans eigen moraal? In 1934 vertrekt hij met Slauerhoff naar Marokko, zo gezegd om meer rust te hebben om te schrijven. In werkelijkheid stond het huwelijk met Leentje onder druk. Van Kempen heeft uit een brief gehaald dat Leentje geen betere vrouw voor hem kon zijn, maar ook vindt Lou dat ze maar beter niet naar Holland kan teruggaan, want hij is ‘van meening dat een vrouw onvoorwaardelijk aan de zijde van haar man heeft te staan’ (p. 161). Zijn gemoedstoestand is gereflecteerd in de roman Orkaan bij nacht (1934). Wel maakt hij nog enkele kookboeken met Leentje. Van Kempen merkt op: ‘Deugdelijk en rationeel. Het lijkt wel alsof de Lichtvelds het over hun huwelijk hadden’ (p. 171).

 

56. Lou met Lili

Lou met zijn tweede vrouw, Lili Cornils

Helman ontmoet in Barcelona de Duitse beeldhouwster Lili Cornils. Met haar begint hij een affaire, en zij zal, in Van Kempens woorden, ‘dertig jaar lang de haven blijven waarin de motorsloep genaamd Lou Lichtveld beschutting vond na de zoveelste storm’ (p. 176). Leentje hoopt dat het overgaat; nee dus. Maar zij is financieel van hem afhankelijk en ze blijft zijn manuscripten uittypen en zich beijveren om de contacten met de uitgevers te onderhouden. Ze vertrekt met de kinderen richting Nederland in oktober 1936. Hij mist zijn kinderen enorm. Zijn brieven aan haar (en vooral aan zoon Peter) zijn bewaard gebleven en maken deel uit van het archief dat Van Kempen heeft bestudeerd.
In Spanje zal Helman naar het front trekken, met Lili. Maar toch blijft zijn vulpen zijn wapen. In 1937 vertrekken ze naar Mexico. Lili mag als Duitse Holland niet in. Beiden hebben zich gecommitteerd aan een open en vrije relatie, en door de biografie heen laat Van Kempen zien dat het er in werkelijkheid ook zo aan toeging: beide partners onderhielden seksuele betrekkingen met anderen. In 1939 wordt de scheiding tussen Helman en Leentje uitgesproken. Zij heeft inmiddels een nieuwe man gevonden. In retrospectief geeft Helman nog zijn mening over de opvoeding van de kinderen. Van Kempen citeert een deel uit een brief aan Peter, waaruit de erotica van Helman spreekt: ‘Wanneer een gezonde man eens flink wil naaien en daartoe een partner vindt, die er net zoals hij plezier in heeft, dan is er geen enkel motief tot zelfverwijt en zelfs niet tot physieke onlust daarna. Een dergelijke ‘moraliteit’ hebben je ouders althans je nooit bijgebracht, en ze kan hoogstens ontstaan zijn in de wat vreemdsoortige, in wezen ietwat hypocriete (in eroticis) sfeer van Landsmeer’ (p. 233).

 

Surinaamsen: enigermate sexy maar leeghoofdig
Van Kempen is een toekijker van afstand, hij beschrijft en oordeelt niet. Als vrouw merkte ik toch dat hier iets schuurde: Helman probeert zichzelf te verschonen en hij levert kritiek op de gezinsmoraal van Leentje en haar nieuwe partner. Ik lees daaruit af dat zij het toch niet zo eens was met de vrije moraal binnen het huwelijk als Helman hier wil doen voorkomen. Met Lili zal het niet zo problematisch zijn geweest, ook zij geloofde in de vrije liefde. Van Kempen noemt hem een ‘bakvis’ en geeft voorbeelden van zijn onhandigheid in het versieren van meisjes (p. 317). In een rede voor Spes Patriae in Suriname (1946) spreekt hij de jongeren toe over seksualiteit. Veel achting voor de Surinaamse vrouw heeft hij niet. Van Kempen haalt aan dat hij ze maar op een vrij primitief peil vindt staan vergeleken met Curaçao en Aruba. Helman beweerde zelfs: ‘Dit land kent geen erotiek, alleen maar een heel brute sexualiteit, – haastig, achter de bomen, naar het schijnt.’(p. 335). De meisjes zijn volgens Helman ‘leeghoofdig en conventioneel, wel enigermate sexy, maar ontoegankelijk voor verfijnde erotiek’ en hij verveelt van ze. Enkele van ze komen slechts om te zien wat voor duivel ze in de kuip hebben (p. 344). Tegen het einde van deze reis naar Suriname maakt een oude bekende het dan toch nog goed, hij schrijft vol lof over haar, in alle aspecten. Naast een aantal romances (aan beide zijden van de oceaan) trouwt hij na het overlijden van Lili (1962) in 1965 een derde maal, met Thera Rebel.

 

131-volkswagen

Derde echtgenote: Thera Rebel met haar Volkswagen Kever op Tobago

Zij brengen veel tijd door op Tobago en in Italië, waar zij de contacten onderhoudt. Ook dit loopt stuk, Helman ziet in haar zelfs psychische afwijkingen. In 1974 gaan ze met grote onenigheid uit elkaar. Zijn laatste langdurige relatie van dertien jaar is met Janneke Monshouwer. Hij trouwt echter niet met haar en het eindigt in 1993 met het vertrek van Helman uit haar woning. De laatste jaren heeft hij zonder vrouw doorgebracht.
Helman beschrijft in zijn romans vaak sterke vrouwen. Maar ook andere visies komen in zijn uitgebreide literaire werk aan bod. In zijn niet-gepubliceerde On(aan)gepastheden, aantekenschrift met zogenaamde ‘maximen’ (leefregels, spreuken), heeft hij diverse ingangen gewijd aan vrouwen en de bijslaap (p. 273/274). Hieruit blijkt ook wel zijn dirty mind. In een van ze schrijft hij: ‘Het ietwat nuffige meisje dat ik plotseling een vriendschappelijke zoen gaf, vroeg geaffecteerd: “Pourqoi ca?” Het antwoord dat ik haar schuldig bleef, had moeten luiden: “Omdat je het nog niet waard bent, verkracht te worden!” In deze context zijn alle erotische opvattingen van Helman, die Van Kempen gedoseerd door de biografie heen heeft gestrooid, bij elkaar gezet. Dan klinkt dit natuurlijk erg gechargeerd. Helman was heer genoeg om zo iets wel uit zijn hoofd te laten. In zijn diverse affaires zal hij zeker geboogd hebben op zijn bekendheid en zijn flair. Of zoals Van Kempen het formuleert op pagina 525: ‘Zijn charme bestond uit een mengsel van luisterbereidheid, grote eruditie, wijze raadgevingen en een flux de bouche die uitzonderlijke dimensies aannam wanneer er vrouwelijke rondingen binnen oogbereik kwamen.’

 

[uit de Ware Tijd Literair, 17 december 2016]

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter