blog | werkgroep caraïbische letteren
Categorie: Caraibische Letterendag

Acteur Mike Ho Sam Sooi te gast op komende Letterendag

Acteur Mike Ho Sam Sooi is een van de maar liefst veertien gasten die aanschuiven tijdens vier gespreksrondes op de 6de Caraïbische Letterendag a.s. zaterdag 24 oktober in de grote lichthal van het Tropenmuseum in Amsterdam. Het programma wordt afgewisseld met filmfragmenten en muziek door Denise Jannah, en is gewijd aan 40 jaar Surinaams-Nederlandse betrekkingen. Mike Ho Sam Sooi behoort tot de grondleggers van het Surinaamse theater, overzee en in Nederland. lees verder…

Robert Vuijsje sluit 6de Caraïbische Letterendag af

Wie herinnert het zich niet: alle commotie rond eerst het boek, toen de literaire prijzen en vervolgens de film naar het boek: Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Hij schreef – wat men er ook van vinden moge – zonder meer het boek dat de meeste vragen stelde over de multiculturele samenleving Nederland. Op zaterdag 24 oktober is hij dan ook te gast in de laatste ronde van de Caraïbische Letterendag, die om exact 19.00 uur losbarst in de lichthal van het Amsterdamse Tropenmuseum. lees verder…

Feministisch kopstuk Maaike Meijer op Caraïbische Letterendag

Maaike Meijer, feministisch kopstuk van het eerste uur, literatuurwetenschapper en hoogleraar, is te gast op de 6de Caraïbische Letterendag a.s. zaterdag 24 oktober in de grote lichthal van het Tropenmuseum. Hieronder de biografie die zij zelf op haar website zette. lees verder…

6de Caraïbische Letterendag: Of je leven ervan hangt

 Life writing performance /talkshow
12 Woordkunstenaars over 40 jaar Suriname en de relatie Nederland-Suriname

Op zaterdag 24 oktober 2015 vindt de zesde Caraïbische Letterendag van de Werkgroep Caraïbische Letteren plaats in de grote lichthal van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Maar liefst 14 gasten zullen hun opwachting maken: Thea Doelwijt, Stephan Sanders, Robert Vuijsje, Maaike Meijer, Sharda Ganga e.v.a.. De Letterendag vindt plaats binnen de grote manifestatie Suriname-Nederland, veertig jaar later. lees verder…

‘Muziek laat poëzie zweven’

 door Otti Thomas
 Amsterdam – Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
“De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,” zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. “We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.”
Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos
Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery’s taalgebruik.
V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson
Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.
Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer
Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst ‘gewone’ liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera’s. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.
Alwin Toppenberg
Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much’i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.
Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. “Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.”
[uit Amigoe, 9 december 2013]
Foto’s: Jean van Lingen
 
 
De Tiri-band van Dave MacDonald

 

Lustrumviering in foto’s

De viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendagen van de Werkgroep Caraïbische Letteren, in beelden gevangen door Jean van Lingen.

Een tot de nok toe gevulde zaal
Alwin Toppenberg
Randal Corsen en Jeannine la Rose
Randal Corsen, pianist, bandleider en componist
Jean-Jacques Rojer, gitaren
Vernon Chatlein, percussie
Eerste voorzitter Lilian Gonçalves-Ho Kang You
Cultuurtuin kawina, voor slagwerk, mezzosopraan, koor en ballet; muziek van René Samson
Slagwerkster Tatina Koleva
Mezzosopraan Fanny Alofs en componist René Samson
Manoushka Zeegelaar, John Leerdam, Maarten van Hinte en Paulette Smit
Bas Geerts
Blaaskwintet speelt De lussen van Faverey van Margriet Hoenderdos
Robert-Harman Sordam van de Tiri-band
De Tiri-band van Dave MacDonald
Lucas Shepherd van de Tiri-band
Raj Mohan van de Tiri-band
Dave MacDonald
Raj Mohan, Lesley Joseph, Rolanda van Embricqs; tekst van Trefossa
Tekst van R. Dobru
Dave MacDonald en Sanne Landvreugd
Rolanda van Embricqs
De presentatie was in handen van Noraly Beyer
Bloemen bij de finale

Te gast bij de Werkgroep Caraibische Letteren 2006-2013

6 december 2013. Foto @ Jean van Lingen

Gisteren, vrijdag 6 december, vierde de Werkgroep Caraïbische Letteren zijn eerste lustrum. Hieronder een lijst van namen van allen die sinds de oprichting van de Werkgroep in 2006 te gast zijn geweest.

Het publiek bij de Eerste Caraïbische Letterendag in 2007

Clark Accord †
Karin Amatmoekrim
Hilli Arduin
Bernardo Ashetu †
Orchida Bachnoe
Rudy Bedacht
Abdelkader Benali
Dé Benjamin
Sandip Bhattacharya
Aliefka Bijlsma
Aspha Bijnaar
Bo Bojoh
Felix Burleson
Arthur Cairo
Henriëtte Cairo
Izaline Calister
Filippo Castellazzi
Thea Doelwijt
Giselle Ecury
Lydia Emanuels
Eva Essed-Fruin
Hugo Fernandes Mendes
Joe Fortin
Chitra Gajadin
Sharda Ganga
Amparo Garcia Cela
Quinsy Gario
 

Acteur Felix Burleson op de Tweede Caraïbische Letterendag in 2009, gewijd aan Edgar Cairo. Foto @ Roeland Fossen

 
Eva Gerlach
Joyce Goggin
Lilian Gonçalves
Henna Goudzand Nahar
Ruben Gowricharn
Romeo Grot
Francio Guadeloupe
Lourens van Haaften
Henry Habibe
Gerda Havertong
Herman Hennink Monkau
Denis Henriquez
Johan Herrenberg
Maarten van Hinte
Paul Hollanders
Julien Ignacio
Miriam Illes
Rihana Jamaludin
Ena Jansen
John Jansen van Galen
Sytske Jellema
Elis Juliana

De Derde Caraïbische Letterendag was gewijd aan het theater in het Caraïbisch gebied, 2010. Foto @ Jean van Lingen

Rudie Kagie
Mala Kishoendajal
Bas Kisjes
Franc Knipscheer
Alida Kock
Antoine de Kom
Ismene Krishnadath
Sanne Landvreugd

Sanne Landvreugd

Diana Lebacs
John Leefmans †
John Leerdam
Solange Leibovici
Roy Libiee
Frans Lopulalan
Lieke Marsman
Patrick Meershoek
Ana Menéndez
Jenny Mijnhijmer
Jacques de Miranda
Raj Mohan
Pablo Nahar
Quito Nicolaas
Linar Ogenia
Ellen Ombre
Gert Oostindie
Olga Orman
Diana Ozon
Bert Paasman
Norman de Palm
Walter Palm
Pamela Pattynama
Ignaro Petronilia
Garry van Pinxteren
Igor Plzak
Hans Ramsoedh
Rappa
Peter de Rijk
Carlo Rijkaard

De Vierde Caraïbische Letterendag in 2011 gewijd aan literaire kritiek, met debatleider John Jansen van Galen, schrijfster Ismene Krishnadath, criticus Jos de Roo en schrijfster Karin Amatmoekrim. Foto @ Doortje Janssen

Astrid Roemer
Scott Rollins
Myra Römer
Jos de Roo
Wim Rutgers
Raymi Sambo
Diederik Samwel
Ruth San A Jong
Arnold-Jan Scheer
Shrinivási
Michael Slory
F. Starik
Maureen Tauwnaar
Michael Tedja
Carry-Ann Tjong-Ayong
Benoît Verstraete
Annette de Vries
Ellen de Vries
Wendela de Vries
Robert Vuijsje
Derek Walcott
Natalie Wanga
Gloria Wekker
Joanna Werners
Pim Wiersinga
Tim de Wolf
Saiye Safdar Zaidi
Manoushka Zeegelaar Breeveld
Erich Zielinski †
Kunstenaars en fotografen die opdrachten verwierven van de Werkgroep
Carl Ariza
Herwolt van Doornen
Roeland Fossen
Doortje Janssen
Kris Kristinsson
Jean van Lingen
Tirzo Martha
Bert Nienhuis
Nicolaas Porter
Dhiradj Ramsamoedj
John Treffer
De Werkgroep verleende opdrachten voor muziekcomposities aan
Randal Corsen
René Samson
Logo
Anita van den Berg & Rachelle Tjin-A-Djie
(Tadberg Design)

De Vijfde Caraïbische Letterendag in 2013 werd afgesloten met de Tiri-band van Dave MacDonald. Foto @ Silence of the Unspoken Word

Logo lustrumviering
Herwolt van Doornen
Techniek lustrumviering
Nico Pouwiel
Simon Lawford
Mark Snitslaar
Productieleiding
Djoere de Jong

Subsidiërende instellingen
Amsterdams Fonds voor de Kunst
Prins Bernard Cultuurfonds
OBA
(met bijzondere dank aan Marijke Troelstra)

Opnametechniek
Kees van de Wiel
Dave MacDonald
Adviesraad Werkgroep
Kirsten Dorrestijn
Joyce Goggin
Lilian Gonçalves-Ho Kang You
Henry Habibe
Carel de Haseth
Chila de Haseth
Alex Reinders
Wim Rutgers
Ruth San A Jong
Jennifer Smit
Wycliffe Smith
Bestuur Werkgroep
Noraly Beyer
Aart Broek
Carl Haarnack
Michiel van Kempen
Peter Meel
Matthijs Ponte
Igma van Putte-de Windt
Paulette Smit

Alwin Toppenberg opent lustrumviering Werkgroep Caraïbische Letteren

De Arubaanse pianist Alwin Toppenberg zal op vrijdag 6 december a.s. de viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendag – gewijd aan poëzie & muziek – openen.
Alwin Toppenberg

 

Alwin Genardo Toppenberg werd op 19 januari 1940 geboren in Aruba. Hij was het vijfde kind in een gezin van 8 jongens en 2 meisjes. Alwin toonde al op jonge leeftijd een groot talent voor muziek en sport. Vanaf zijn negende jaar speelde Alwin piano en bleek hij zowel een goede honkbalwerper als een basket- en volleyballer te zijn.
Na afronding van de 3e HBS vertrok Alwin in 1957 op 17-jarige leeftijd naar Nederland om in Rotterdam de HBS-B af te maken. Tussentijds werkte hij in het ziekenhuis waar al gauw zijn liefde ontstond voor het laboratoriumonderzoek. Alwin koos uiteindelijk vastberaden voor de analistenopleiding.
Als werkstudent behaalde Alwin achtereenvolgens de akte MO-A Natuur- en Scheikunde en de akte MO-B Scheikunde. In 1974 heeft hij met goed gevolg het Doctoraalexamen Scheikunde afgelegd aan de Universiteit Leiden met als hoofdvak: Organische Chemie, bijvak: Anorganische Chemie en derde richting Theoretische Organische Chemie.
In het schooljaar 1968-1969 is Alwin begonnen met het lesgeven. Aanvankelijk aan het Voortgezet Onderwijs en later aan het HBO en het MBO. In 1975 vertrok Alwin naar Aruba waar hij in het schooljaar 1975-1976 aan het Colegio Arubano les gaf in de vakken Scheikunde en Natuurkunde. Ook was hij vanaf 1975-1978 verbonden aan de Antilliaanse Lerarenopleiding in Aruba waar hij belast was met het opzetten van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs voor de tweedegraads bevoegdheid voor de vakken Biologie en Scheikunde. Onder zijn leiding werd de Applicatiecursus Scheikunde voor MAVO- en LBO-docenten gegeven waarbij genoemde docenten her- en bijgeschoold werden.
Van 1976-1978 had hij de leiding van de Antilliaanse Lerarenopleiding. Als voorzitter van het bestuur van de Arubaanse Muziekschool en als directeur van de Antilliaanse Lerarenopleiding heeft Alwin ervoor gezorgd dat aan de Antilliaanse Lerarenopleiding – in samenwerking met de docenten van de Arubaanse Muziekschool – de opleiding ter verkrijging van de LO-akte Muziek werd gegeven. In het bijzonder was deze opleiding bestemd voor zittende leerkrachten. Op deze manier kon het muziekonderwijs op de basisscholen worden verbeterd met als gevolg dat meer kinderen lessen zouden volgen aan de Arubaanse Muziekschool.
In 1978 keerde Alwin terug naar Nederland waar hij weer in dienst trad bij het Van Leeuwenhoek Instituut in Delft waar Hoger Laboratorium Onderwijs (HLO) werd gegeven. Deze HBO-opleiding is later overgegaan in de Hogeschool Rotterdam.
In 1980 begon Alwin op verzoek van de heer dr. Jules de Palm als studiementor voor de studenten van het eilandgebied Curaçao, welke taak hij uitvoerde tot 1989. Alwin was als studiementor verbonden aan het Centraal Bureau Toezicht Curaçaose Bursalen (het CBTCB) onder leiding van de heer Jules de Palm. In 1983 was Alwin naast Miro Dabian en Jaime Kelly medeoprichter van het Mentorenteam dat de Arubaanse studenten ging begeleiden. Als studiementor voor het eilandgebied Aruba heeft hij deze taak tot 1 september 2005 vervuld.
Naast het mentorschap heeft Alwin zich ook bezig gehouden op andere maatschappelijke fronten. In de Nederlandse honkbalwereld heeft hij zich een uitstekende derde en tweede honkman getoond bij onder meer de eersteklasser Storks en later de hoofdklasser ADO. Ook op het gebied van organiseren deed Alwin van zich spreken. Hij is de grote motor geweest achter de honkbalwedstrijden Aruba vs Curaçao die jaarlijks werden gespeeld respectievelijk op de  internationale honkbaltoernooien, ‘de Haarlemse Honkbalweek’ en het ‘World Port Tournament’ van Rotterdam. Tot op heden is Alwin ook lid van de Commissie van Beroep Strafzaken van de Nederlandse honkbalbond (KNBSB).
Van 1959 tot en met 1975 heeft Alwin pianoles gehad van de bekende pianopedagoog Dolf Daey Ouwens in Den Haag, een ex-leerling van de beroemde Franse pianist Robert Casadesus.
Ook heeft hij zanglessen gevolgd bij de bekende alt Rijkje Wolleswinkel in Den Haag.

Reeds op 17-jarige leeftijd was hij in 1957 de pianist en de artistieke leider van “Los Ducques Del Caribe” die veel furore maakte vooral onder de jongeren in Aruba.
In de 1960’s bij “Los Ases Latinos” (Pedro Velasquez, Harry Rodriguez, Franklin Dap, Eddy Palm en Alwin Toppenberg) 

 

In Nederland is hij jarenlang actief geweest als artistieke leider van de onder alle Antilliaanse en Arubaanse studenten bekende band “Los Ases Latinos”. Met de groep “Los Ases Latinos o.l.v. Alwin Toppenberg” trad Alwin in verschillende plaatsen in Nederland op.
Ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de Arubaanse Kunstkring heeft Alwin op 25 augustus 1996 een pianorecital gegeven in het “Cas di Cultura” (Cultureel Centrum Aruba). Tijdens dit recital heeft hij werken van de componisten Paradisi, Debussy, Mozart, Schubert, Liszt , Von Weber en Chopin ten gehore gebracht.
In maart en april 2007 en juni 2008 gaf Alwin in het programma Muziek met een praatje van de Regentenkamer in Den Haag, de aanwezigen door zijn zang en zijn spel een beeld van de Antilliaanse en Arubaanse muziek. In Aruba heeft dit plaats gevonden in oktober 2008 in het Cultureel Centrum Aruba (CCA). Bij al deze gelegenheden was de zaal in een vroegtijdig stadium uitverkocht. Ook treedt Alwin vaak op met de bekende schrijfster Yvonne Keuls.
Alwin Toppenberg en Yvonne Keuls

 

Ook als componist heeft Alwin van zich doen spreken. Hij heeft verschillende walsen en tumba’s gecomponeerd w.o. Much’i scol, Placa, placa en 50 Aña, danki die hij componeerde ter gelegenheid van het 50-jarige huwelijksfeest van zijn ouders in 1982. Bij het Festival di Cancion Himno y Bandera in Aruba in maart 1983, heeft zijn compositie Aruba de eerste prijs gewonnen.
Met de compositie Mamai su Wals heeft hij in 1995 zijn moeder verrast bij de viering van haar 85e verjaardag. In 2010 heeft hij ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Padu Lampe de wals Padu del Caribe, 90 aña gecomponeerd. De teksten van al zijn composities zijn geschreven door zijn vriend Denis Henriquez, een bekend schrijver van cabaret, toneel en musicals.
In april 2002 heeft Hare Majesteit De Koningin Alwin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn belangeloos en buitengewone bijdrage en inzet voor de Nederlandse, Antilliaanse en Arubaanse samenleving.
In 2006 is hem de ‘Lifetime Achievement Passaat Award’ uitgereikt als waardering voor hetgeen hij o.a. op muzikaal gebied heeft gedaan.Programma

Het programma dat Alwin Toppenberg op 6 december zal spelen:
1.            Juliana,                Wals      Luis Belasco
               
2.            Much’i Scol,       Wals      Alwin Toppenberg
               
3.            Mama, Wals      Rómolo Bonifacio
               
4.            Atardi,  Wals      Rudy Plaate
               
5.            Potpourri,           Tumba  Folklore
               
6.            Parara,   Tumba  Folklore
                

—-
Voor de lustrumviering is nog maar een zeer beperkt aantal kaarten verkrijgbaar. Voor het bestellen van deze kaarten – goedkoper bij voorintekening – klik hier voor meer informatie.

René Samson over Kultuurtuin kawina

Op vrijdag 6 december gaat Kultuurtuin kawina in première, bij de viering van het eerste lustrum van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Het stuk is geschreven door de Surinaams-Nederlandse componist René Samson. Hij componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu. Hieronder volgt zijn toelichtende tekst.

René Samson, tweede van links, luistert aandachtig naar de uitvoering van zijn compositie Sporen in de Oude Dorpskerk van Abcoude

 


Aantekeningen van de componist over Kultuurtuin kawina voor mezzosopraan en slagwerk

Het begon allemaal met een telefoontje van Michiel van Kempen: of ik er zin in had een stuk te schrijven gebaseerd op de poëzie van Michaël Slory en Bernardo Ashetu? Michiel en ik kennen elkaar al jaren. Mijn vriendin en ik waren aanwezig bij de verdediging van zijn proefschrift en het memorabele feest na afloop (mijn moeder zaliger zou zeggen: ai baja, feesten … dat a sabi) en daarna bleven we elkaar bij vele plezierige sociale evenementen ontmoeten. Hij wist van mijn adoratie voor Slory’s poëzie. Ik had hem waarschijnlijk verteld dat mijn vader mij vol vuur grote delen uit Slory’s Koroni Kawina uit het hoofd reciteerde (ai baja, gedichten lezen… na dat a ben sabi). Op de kleine jongen die ik toen was, maakte dat een diepe indruk. Michiel vertelde mij over Bernardo Ashetu van wiens werk ik toen nog nooit gehoord had. Wat ik van Ashetu las, overtuigde me vanaf de allereerste kennismaking: een diepe geest. Ik kon me geen mooiere compositieopdracht voorstellen.

 

Hoe pak je zo iets aan? Bij mij begint dat vaak met nadenken over de instrumentatie. Ik wilde in elk geval iets met die prachtige teksten doen, dus een zanger of zangeres was absoluut noodzakelijk. Wat verder? Een piano? De door-de-eeuwen-beproefde combi van zingende dame of heer, bevallig gedrapeerd in de bocht van een concertvleugel? Als dat goed genoeg is voor Schubert, zou ’t voor Reneetje Samson toch ook moeten voldoen? Op de een of andere manier dreven mijn muzikale impulsen me toch een andere kant op. Ik bleef maar de ritmische klanken van een apintiedrum horen bij veel van de gedichten die ik las. Waarom weerstand bieden aan zo iets? Zangeres en slagwerker; dat moest ’t worden. Om behalve een ritmisch ook een melodisch element in mijn gereedschapskist te hebben, wilde ik een slagwerker hebben die zeer goed uit de voeten kan met de marimba: een fantastisch flexibel en veelzijdig instrument. Fanny Alofs en Tatiana Koleva (de laatste een virtuoze marimba-expert) leken me geknipt voor deze job.
Behalve dat m’n jejeeen apintiedrum hoorde, zag m’n geestesoog ook dansende vrouwen en mannen; niet zo vreemd eigenlijk voor een Surinaamse jeje. Precies in diezelfde tijd had ik intensief contact met dansgroep LeineRoebana en ontmoette daar danser/choreograaf Michael Jahoda. Hij vertelde mij enthousiast over zijn leertraject bij het befaamde Alvin Ayley American Dance Theatre. Hij leek me dè man voor dit project.

Blueprints (2010) van Michael Jahoda

 

Mijn intensieve herlezing van Slory’s en Ashetu’s gedichten confronteerden mij met de rijkdom en gelaagdheid van hun werk. Het begon tot me door te dringen dat beide dichters vele poëtische personae in zich verenigden. Bij Slory zag ik behalve een echte Surinaamse kawinadichter, ook een verfijnde geest die de schoonheid van de natuur en van de vrouw bezong. Bij Ashetu zag ik soms beelden die me aan de Italiaanse commedia dell’ arte-traditie deden denken, maar ook veel gedichten waarin ik de stem van een beschadigd kind meende te horen.
Mijn muziek kon niet anders zijn dan een reflectie van de rijkdom en verscheidenheid die ik in al die gedichten vond. Sommige van mijn stukken staan vrij dicht bij de kawinatraditie; in andere stukken zal de ervaren luisteraar moeiteloos de stijl van de Europese kunstmuziek van de afgelopen honderd jaar herkennen; zoals de toonzetting van één van Ashetu’s gedichten (Amatijo) die een directe parafrase is van Arnold Schönbergs Pierrot lunaire. In weer een ander Ashetu gedicht (Marcel) kon ik de onweerstaanbare neiging niet onderdrukken om een stuk Nederlandse tekst (“God alleen …”) te versurinaamsen (“Gado nomo ….”) in de context van een gestileerde quasi-Surinaamse bazuinkoraal.
Ik kan alleen hopen dat het publiek even veel lol zal beleven aan het beluisteren van Kultuurtuin kawina als ik had tijdens mijn compositiearbeid.
(René Samson, november 2013)

René Samson (rechts) met partner, en met letterkundige Michiel van Kempen (links) en de musicologe Odilia Vermeulen, kleindochter van Alphons Diepenbrock en dochter van Matthijs Vermeulen, op de Citadel van Namen, België in 2005.

 

Over de componist
René Samson, geboren en getogen in Suriname, kwam de eerste helft van zijn professionele leven aan de kost als chemicus. Op z’n 40stejaar begon hij te componeren, min of meer als autodidact. Na een moeizaam begin wordt zijn werk nu met enige regelmaat uitgevoerd op concertpodia in Nederland en elders door gerenommeerde professionele uitvoerende musici. Voor meer gedetailleerde informatie (lijst van werken, concertagenda, uitgebrachte CD’s, recensies, enzovoorts) zie zijn website: www.renesamson.nl 

Klik hier voor het gehele programma van de lustrumviering op 6 december 2013 en voor informatie over het bestellen van kaarten.

 

Dave MacDonald’s band sluit lustrumviering af

Dave MacDonalds band tijdens Keti Koti 2012 in Amsterdam

Dave MacDonald met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band zal het slotoptreden verzorgen van de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december a.s. David MacDonald nam poëzieteksten van Trefossa, R. Dobru en Shrinivási en zette die op muziek, telkens met een geheel andere klankkleur, soms intimistisch, soms op een spetterende kaseko. Het belooft een waar spektakel te worden in het Theater van ‘t woord, dat is de grote theaterzaal op de zevende verdieping van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, want aan MacDonald’s band gaan drie andere, zeer uiteenlopende groepen en één pianosolist vooraf.

En alsof het niet op kan: Na de formele afsluiting van de viering in de grote zaal speelt Dave MacDonald nog zelf in de foyer enkele nummers samen met de saxofoniste van zijn band, Sanne Landvreugd. Voor het complete programma: klik hier.

Dave MacDonald
Sanne Landvreugd

*

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter