blog | werkgroep caraïbische letteren
Categorie: Evenementen

7.000 berichten op Caraïbisch Uitzicht

Met het nieuwtje over het Arubaanse tijdschrift Bacchanal hieronder, plaatste Caraïbisch Uitzicht gisteren zijn 7.000ste bericht. Deze blogspot is zo langzamerhand uitgegroeid tot tot een van de belangrijkste nieuwsdoorgeefluiken op het gebied van de Caraïbische cultuur aan beide zijden van de oceaan. We hebben een vruchtbare samenwerking met de Ware Tijd Literair en met verschillende vaste columnisten, recensenten en andere scribenten. Sommige berichten worden vrolijk overgenomen van andere media, veel krijgen we aangereikt, een deel schrijven we zelf. Boekpresentaties, festivalverslagen, recensies, gedichten, columns, polemische bijdragen, melancholische herinneringen, rare stukjes, documenten, zakelijke informatie uit de wereld van schrijvers, musici, beeldend kunstenaars, theatermakers, cineasten, journalisten en ga zo maar door.  Spannend, ontroerend, relaxted. Als het kan voorzien van de mooiste actuele foto’s. En steeds meer mensen vinden de weg naar deze blogspot. Duizenden per dag en in totaal gaan we al naar de tweeënhalf miljoen bezoekers. Blijf ons volgen, blijf reageren, en stuur maar in wat u goed dunkt:
info@werkgroepcaraibischeletteren.nl

Caraïbisch Vers!

Op donderdag 28 november 20.00 uur kan het publiek in de Bibliotheek Bijlmercentrum in  Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. In een flitsend programma met beeld en geluid gaat Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) in gesprek met maar liefst negen schrijvers:
Karin Amatmoekrim
* Karin Amatmoekrim: zij schreef een roman over een uiterst delicaat moment in het leven van de Surinaamse publicist, vrijheidsheld en geschiedschrijver Anton de Kom: De man van veel. Het boek deed al veel stof opwaaien: gaat het liggen of dwarrelt het door?
* Leo Balai baarde als historicus groot opzien met zijn proefschrift over het slavenschip Leusden, een wetenschappelijke studie waarvan inmiddels een editie voor het grote publiek is verschenen: het gruwelijke verhaal van de koelbloedige moord op een schip vol slaven.
* Jeannette van Ditzhuijsen is bekend van verschillende boeken over de Antillen, maar presenteert nu voor het publiek het schitterende fotoboek over de Antilliaanse muziek Músika Curaçao van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette van Ditzhuijsen de tekst schreef.
* Giselle Ecury, Antilliaans evengoed als Nederlands, voegde een nioeuwe roman toe aan haar oeuvre: De rode appel, een roman over de morele, psychologische en seksuele groei van Elisabeth.

* Eardly van der Geld schreef een actuele roman over de gevolgen van het slavernijverleden: Curaçaos bloed.

Giselle Ecury

 

*  Janny de Heerschreef een forse roman over een Duitse immigrant in het 19de-eeuwse Suriname: Gentleman in slavernij. Voor het boek verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek in  tal van archieven, maar wat telt is het romanverhaal.
*  Ricardo MacNacktekende voor het boek Vervlogen dagen in de voormalige DDR, een van de vele curiosa uit de Surinaams-Nederlandse letterkunde: een dagboek van een stage tussen 1982 en 1983 in het socialistische Oost-Duitsland.
*  Frank Ong-Alok maakte een multimediaal prenten-, liedjes- en verhalenboek met cd voor kinderen van 0 tot 100 jaar, veertien liedjes en zes verhalen onder de titel Bloemies.
Stephan Sanders. Foto @ Jan van Breda
* Stephan Sanders, tv-journalist en columnist van Vrij Nederland, schreef een aangrijpend relaas van zijn moeizame vriendschap met Anil Ramdas, een uiterst persoonlijk In memoriam onder de titel: Iets meer dan een seizoen.
U kunt boeken aanschaffen in de boekenstands en de schrijvers zullen hun werk signeren.
De muzikale begeleiding wordt verzorgd door Sanne Landvreugd.
Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

 

Datum: donderdag 28 november
Aanvangstijd:  20.00 uur
Locatie: Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, Amsterdam Zuidoost
Toegang gratis; reserveren gewenst via brc@oba.nl / 020-6979916
Organisatie: OBA en Werkgroep Caraïbische Letteren

Amatmoekrim kruipt in psyche Anton de Kom

Het publiek bij de Vereniging Ons Suriname werd verwend. Foto @ Mitra Rambaran
 

door Stuart Rahan

Amsterdam – Je zou het de opening van het Caribische literatuurseizoen kunnen noemen. Wat literair Suriname, Nederland en het Nederlands sprekend deel van het Caribisch Gebied de voorbije maanden heeft mogen verwelkomen en ook wat er de komende periode van de hand van schrijvers met voornoemde achtergrond te verwachten is. Zondag sloegen de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caribische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam de handen ineen onder de noemer Letterendag.
Benoît Verstraete. Foto @ M.van Kempen
Joe Fortin. Foto @ M.van Kempen
Karin Amatmoekrim en Diederik Samwel. Foto @ Michiel van Kempen
In het jaar dat Nederland en Suriname 150 jaar afschaffing van de slavernij herdenken, komt er van de hand van schrijfster Karin Amatmoekrim een boek over Anton de Kom. Van zijn hand is Wij slaven van Suriname, een spiegel die De Kom beide samenlevingen voorhoudt.
Schrijfster Karin Amatmoekrim leest een stukje voor uit De man van veel dat begin volgende maand uitkomt. In dit boek beschrijft Amatmoekrim de periode van drie maanden waarin de Surinaamse verzetsheld Anton de Kom was opgenomen in een psychiatrische inrichting. Foto @ Stuart Rahan
Safdar Zaidi wordt geïnterviewd door Michiel van Kempen. Foto @ Mitra Rambaran
Opname De Kom
Wat velen over Anton de Kom weten, is zijn verzet tegen de Nederlandse overheersing in Suriname, zijn gevangenschap in Fort Zeelandia gevolgd door verbanning uit zijn geboorteland. In Nederland sloot hij zich aan bij het verzet tegen de Duitse overheersing tijdens de Tweede Wereldoorlog om uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme te sterven.
Terloops is bekend dat Anton de Kom tijdelijk was opgenomen in een psychiatrische inrichting vanwege overspannenheid. Dat is het moment waarop Amatmoekrim in de psyché kruipt van de verzetsheld en eindigt het verhaal als hij drie maanden later uit de inrichting wordt ontslagen. ‘De man van veel’ zoals de titel luidt, komt begin oktober uit. Zij las als voorproefje een stuk voor, dat enthousiast werd ontvangen. Sommigen kunnen niet wachten tot het boek uit is.
Safdar Zaidi luistert naar een video-opname met babbelkous Rappa. Foto @ Mitra Rambaran

Versurinamiseren
Opmerkelijk tijdens deze middag was de verantwoording door de Pakistaans-Indiaas-Nederlandse schrijver Saiye Safdar Zaidi over zijn boek De suiker die niet zoet was. Zaidi vertelt dat er een Surinaamse versie komt waarin het gevoelige woord ‘neger’ of foute benaming ‘pannenkoek’ vervangen zullen worden door bijvoorbeeld ‘Afro-Surinamer’ en ‘roti’. Maar de hilariteit ontstond toen de schrijver vertelde dat voor de Surinaamse versie hij toestemming gegeven heeft aan Robby ‘Rappa’ Parabirsing het fictieverhaal uit te breiden met nog eens vijftig pagina’s omdat er volgens Rappa ook enkele feitelijke onjuistheden in zouden voorkomen. Daarmee zou het verhaal ‘Surinaamser’ worden.

Ellen de Vries. Foto @ Michiel van Kempen
De dag bood promovendi, die onderzoek doen bij de Leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, de gelegenheid een uiteenzetting te geven over hun huidige onderzoek. Schrijver Ellen de Vries, die eerder publiceerde over kunstenares Nola Hatterman, onderzoekt de rol van de Nederlandse en Surinaamse media in de periode 1982 1992. Haar vertrekpunt is de Decembermoorden met een nadere focus op de Binnenlandse oorlog.
[uit de Ware Tijd, 10/09/2013]
Sanne Landvreugd sloot de middag stemmig af met werk van Jobim. Foto @ Michiel van Kempen

Opening van het letterenseizoen bij Ons Suriname

Benoît Verstraete

Op zondag 8 september 2013 presenteren de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam een Letterendag bij Ons Suriname in Amsterdam.

De dag begint met drie lezingen van promovendi die onderzoek doen bij de Leerstoel West-Indische Letteren (prof. Michiel van Kempen). Zij presenteren delen van hun onderzoek en geven het publiek alle gelegenheid tot vragen stellen.
Inloop 13.30 uur.
14.00 Benoît Verstraete – Over de Deens/Surinaams/Nederlandse zendeling/schrijver P.M. Legêne
14.30 Joe Fortin – Over de verhaalkunst van de Arubaanse schrijver Jossy Tromp
15.00 Ellen de Vries – Over de rol van de media ten tijde van de Binnenlandse Oorlog in Suriname
Joe Fortin

 

Vanaf 15.30 uur
Boekenmarkt
 
Stephan Sanders
 
Met korte interviews met de volgende schrijvers:
Rudie Kagie – Bikkel
Saiye Safdar Zaidi – De suiker die niet zoet was
Diederik Samwel – Jelaya
Stephan Sanders – Iets meer dan een seizoen (over Anil Ramdas)
Antoine de Kom – Ritmisch zonder string
Karin Amatmoekrim leest uit haar nieuwe, nog te verschijnen roman
Alle schrijvers signeren hun boeken! Boekentafels aanwezig.

Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

Muzikale omlijsting door de saxofoniste Sanne Landvreugd.
Locatie: Vereniging Ons Suriname
Hugo Olijfveldhuis
Zeeburgerdijk 19a
1093 SK  Amsterdam
(nabij de molen en het KIT in Oost; vanaf CS stadsbus 22 stopt bij de Nicolaaskerk tegenover CS, richting Indische buurt, 8 min.)
Toegang 3,50.

 

Werkgroep zoekt penningmeester

De Werkgroep Caraïbische Letteren zoekt per direct een nieuw bestuurslid die de functie van penningmeester op zich wil nemen. De penningmeester zorgt voor het financiële jaarverslag, beheert de bankrekening, ondersteunt subsidieaanvragen, zorgt voor betaling van honoraria en voldoening van nota’s. Er is geen grote kennis van financiën voor nodig, al strekt enige rekenvaardigheid wel tot aanbeveling. Affiniteit met de wereld van cultuur en letteren van het Caraïbisch gebied is wel vereist, want de penningmeester is een volwaardig meedenkend lid van het bestuur, dat circa vier maal per jaar bijeenkomt.
Het gaat om een onbezoldigde functie; geen der bestuursleden ontvangt enige vergoeding voor de werkzaamheden.
De werkzaamheden variëren qua tijdsinvestering, maar komen over het jaar genomen neer op ongeveer een dag per maand.
Nadere inlichtingen kunnen verkregen worden bij de voorzitter, dr Peter Meel, bereikbaar tijdens werkuren op tel. 071-5272654 of per mail: P.J.J.Meel@let.leidenuniv.nl
 
Aanmelden kan via het mailadres van de werkgroep:

Heerlijk Avondje met de Werkgroep: een foto-impressie

Op donderdag 6 januari 2012, de jaardag van de heer Sint Nicolaas uit Myra, organiseerde de Werkgroep Caraïbische Letteren een heerlijk avondje in het Amsterdamse literair theater Perdu. Twaalf dichters en schrijvers gaven elk hun eigen visie op het Sinterklaasgebeuren, en de vroeger zo grappige en nu zo omstreden knecht Zwarte Piet. Raymi Sambo zorgde voor de presentatie, het Sinterklaastrio swingde de Sint van de daken. Een foto-impressie van Michiel van Kempen.

Arnold-Jan Scheer vertoonde filmbeelden over schminken en de zwarte mens in verschillende culturen
Amparo Garcia Cela vertelt over de traditie van het Spaanse stierenvechten
Diana Ozon sloot de avond dynamisch af
Frans Lopulalan goot zijn bijdrage in de vorm van een satirische parabel over Indonesië
Het Sinterklaastrio: Filippo Castellazzi op gitaar, Bas Kisjes op contrabas en Igor Plzak op drums
Het publiek werd getrakteerd op Tony Chocolony chocoladeletters en surprises, beschikbaar gesteld door het Sinterpakhuis van uitgeverij In de Knipscheer
Hilli Arduin: gedicht vol verontwaardiging
Michiel van Kempen: gedicht over de ‘goedheiligman’ die het hele jaar aanwezig was; foto @ Aart Broek
Quito Nicolaas (Nobelprijs voor Papiamentu literatuur) bracht een Nederlands gedicht
Raymi Sambo deelt namens de Sint surprises uit
Raymi Sambo presenteerde vlot en amuseerde zich kostelijk;  foto @ Aart Broek
Romeo Grot kwam met een oud lied en een hedendaagse beschouwing over racisme
Scott Rollins: Amerikaans gedicht over de Sint
Solange Leibovici vertelde over haar Diederik Samson-achtig, zwaar gesubsidieerde onderzoek naar de angst van kindertjes voor de Sint, haar Franse familie en de Kerstman
Aart G. Broek vertelde over de Sinterklaastraditie op Curaçao en zijn eigen optreden als Sinterklaas

Raymi Sambo presenteert Sinterklaasavond Werkgroep Caraïbische Letteren

Raymi Sambo zal de presentator zijn van de Sinterklaasavond, donderdag a.s. 6 december in het Amsterdamse literaire theater Perdu. Raymi Sambo werkte mee aan films en televisieprogramma’s, o.m. aan All Stars, Het Klokhuis, SpangaS en Flikken Maastricht.
Een aantal dichters is voor de avond gevraagd een alternatief Sinterklaasgedicht te schrijven. Vier sprekers spreken over tradities van folklore in verschillende landen. Voor het publiek zijn er chocolade letters en surprises. Klik op het hoofd van de zwarte Sint hiernaast voor meer informatie.

 

De volledige line-up voor de avond ziet er als volgt uit:
Quito Nicolaas
Aart Broek over de Antillen
Scott Rollins
Charl Landvreugd
Quinsy Gario
Arnold-Jan Scheer over de Sinterklaastradities in Europa en Afrika
Hilli Arduin
 
Frans Lopulalan
Amparo Garcia Celma over Spanje
Romeo Grot
Michiel van Kempen
Solange Leibovici over Frankrijk
Diana Ozon

Met medewerking van

Aanvang: 19.30 uur precies.

 

Letterendag wordt Letterenfeest

door Giselle Ecury

Op zondag 23 september vond onder auspiciën van de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam een Letterendag plaats.

Carl Haarnack

Vier promovendi die hun proefschrift schrijven bij professor Michiel van Kempen, presenteerden aspecten van hun onderzoek aan het publiek. De vijfde, Benoît Verstraete-Hansen  (over “De Deense zendeling P.M. Legêne”) was helaas ziek. Daarna volgden interviews met en voordrachten van schrijvers. Hoogtepunt was een rechtstreekse verbinding via Skype met Michaël Slory vanuit Paramaribo, die inging op zijn zojuist bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie.
Wat mij bij gelegenheden rond het Caribisch Gebied aanspreekt, is dat het een feest van herkenning is, een reünie voor allen die zich professioneel of anderszins betrokken voelen bij de West-Indische Letteren: Een Letterenfeest.

Frontispice van Die Negerin in Guyana (1841); Buku

Na het openingswoord door Michiel van Kempen beet Carl Haarnack het spits af zich bewust van het feit, dat de term “Indianen” discutabel is: “De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname tussen 1700 en 1900”. Gebaseerd op o.a. reisbeschrijvingen, dagboeken, brieven en literatuur, begon hij met de definitie van reizen: je gaat vanuit de omgeving die je kent, naar een omgeving die nieuw voor je is. Over wat dit met je doet, kun je schrijven. Zo gingen de eerste Duitse onderzoekers op pad, meestal missionarissen, die moesten helpen de slaven te bekeren. Omdat die niet altijd bekeerd wílden worden, ging men zich bezighouden met Indianen, die men destijds “vooral niet moest zien als onbedorven mensen die nog niet te maken hadden met het kwaad”. Let wel: men beschikte niet over de telecommunicatiemiddelen, waarmee wíj ons kunnen voorbereiden. Hun ideeën over wat zij zouden kunnen aantreffen, haalden zij uit de zestiende-eeuwse literatuur. Vlot hield Haarnack een aantal Duitse onderzoekers in vogelvlucht tegen het licht: Wilhelm Bauberger met het opmerkelijke Die Negerin in Guyana over Blanca, die het dramatische slavenleven zelfs nog verkiest boven een uitweg via een huwelijk met een heidense Indiaan; Carl Lang; August von Schlözer; J.D. Kunitz (over Suriname en zijn bewoners); uit Johann Friedrich Ludwigs Neueste Nachrichten von Surinam zou blijken, hoe de Indiaan aan zijn platte neus kwam: door voor- en achterkant van het kinderhoofd tussen twee plankjes te klemmen. Een via PowerPoint geïllustreerd betoog, waarbij ook de toehoorders zich bij de afbeeldingen van lelieblanke Indianen met Duits/Europese gelaatstrekken uit “Malerische Länder- und Völkerkunde” van W.F.A. Zimmermann (pseudoniem voor Carl Gottfried Wilhelm Vollmer) mochten afvragen, of de goede man überhaupt wel eens een Indiaan gezien had. Toch was dit boek een belangrijke bron voor Karl May (1842-1912), voor velen bekend als dé auteur van avonturen over confrontaties met Indianen – wie kent Old Shatterhand en Witte Veder niet? 

Paul Hollanders

Paul Hollanders zette aan de hand van Paul François Roos (1751-1805) en de Surinaamse plantersletterkunde, de Animus Revertendi af tegen de Animus Manendi (een pril begrip), ofwel: de wil om terug te keren [van de uitgezonden blanke, G.E.] tegenover de wil om te blijven [in de kolonie, G.E.]. Hoewel Roos, geboren te Amsterdam, van huis uit de liefde voor de handels- en koopmansgeest meekreeg, wilde hij predikant worden, om uiteindelijk als blanke knecht/opzichter naar Suriname te gaan. Hij was werkzaam op diverse plantages en klom op tot directeur en administrateur, om uiteindelijk een welvarend koopman en planter te worden. In tegenstelling tot zijn collegae, die liefst zo snel mogelijk terugwilden na hun zakken gevuld te hebben – de Animus Revertendi– begon Roos van Suriname te houden. Hij wilde er blijven en is slechts twee maal teruggekeerd naar Holland. Hij schreef poëtisch over Suriname, over zijn zorg omtrent het latere verval van het land. Als dé gelegenheidsdichter, die een belangrijke rol vervulde in het dan aardig ontwikkelde en bloeiende culturele leven van Suriname, heeft hij zich ingezet voor de samenleving.

Roos’ Surinaamsche Mengelpoëzij (1804)

Zo richtte hij het Genootschap “De Surinaamse Lettervrienden” op. De leden wilden met opbouwende verlichtingsideeën iets nalaten en zaaien in het geliefde vestigingsland. Paul Roos sprak gouverneur Jan Jacobs Mauricius tegen, die beweerde, dat de blanke kolonisten áltijd snel weg wilden uit het land met “die zure naam”. Hollanders betoogde het lonend te vinden, te onderzoeken of er in de geschriften meer is terug te vinden over de Animus Manendi. Hij refereerde aan het heden, waarin migranten eveneens soms liever blijven, terwijl er tevens een spagaat ontstaat door verlangens naar het land van herkomst. P.F. Roos echter bleef: “Ik ben Suriname mijn welvaart schuldig.”

Jos de Roo

Met enthousiasme lichte Jos de Roo “De invloed van de Wereldomroep op Caraïbische auteurs” toe. Hij noemde het een voorrecht van 1983 tot aan zijn pensionering in 2002 werkzaam geweest te zijn als programmamaker bij de Caraïbische afdeling van Radio Nederland Wereledomroep tijdens wat men noemt: “De periode Van de Walle”, waarin radio het meest populaire medium was. De Roo verdiepte zich voor zijn onderzoek in de archieven van de Wereldomroep, o.a. om inzicht te verkrijgen in de vroegste fase van de geschreven moderne letterkunde van het Caribisch Gebied en het enorme belang van de Wereldomroep daarin. In feite heeft die in de jaren vijftig van de vorige eeuw veel méér gepubliceerd, dan via tijdschriften gebeurde, zoals de ingezonden verhalen van auteurs die later grote bekendheid zouden verwerven (onder wie Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion) en de orale literatuur van mensen als Raul Römer en Johan Ferrier. Dit blijkt nu van groot belang. De bescheiden De Roo kijkt in zijn proefschrift onder meer of de destijds reeds aangehaalde thema’s zullen terugkomen in hun latere werk. Met veel kennis van zaken onderstreepte hij, dat er nog veel meer te halen is uit die achtergebleven archieven. Wij kijken uit naar de afronding van zijn onderzoek.

Tim de Wolf

Over Tim de Wolfs “Muziek en muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied” kan ik kort zijn, onderstrepend, dat zijn werk daardoor alles behalve minder belangrijk zou zijn. Integendeel. Een charmant betoog over een onderwerp dat letterlijk leeft: hij houdt zich bezig met het beschermen van geluidsopnamen voor het nageslacht en ontsluit het materiaal door het te digitaliseren. Meer nog is dit sinds 1982 zijn passie, toen hij een paar 78-toeren-platen uit het Caribisch Gebied vond op een rommelmarkt in Hilversum. Het onderzoeken begon, zonder te selecteren. Dit resulteerde in het prachtboek Discography of music from the Netherland Antilles & Aruba, including a history of the local recording studios (Walburg Pers, Zutphen 1999).

Tim de Wolf bezig met een reddingsactie van bandmateriaal op Curaçao

> Hij verzamelt alles en wellicht richt hij zich ooit eveneens op Suriname. Tim liet zijn toehoorders op humorvolle wijze genieten van muziekfragmenten van platenlabels  als Hoyco en Padú en onderstreepte eveneens het belang van het digitaliseren van bandopnamen. Zo werd voor even de stem hoorbaar van Cola Debrot, die in 1969 als Gouverneur zijn nieuwjaarsrede uitsprak, en van Pierre Lauffer senior, die een gedicht voorlas.

Michael Slory via een Skype-verbinding. Foto Anya Hollanders

De tijd liep. Het gesprek via skype met Michaël Slory (1935) was echter ondanks de soms uitvallende verbinding vanuit het huis van Ruth San a Jong (auteur en nog veel meer, zoals oprichter van de Schrijversvakschool te Paramaribo, zie www.ruthsanajong.com) bijzonder en zeer zeker hartverwarmend. Het door hem voorgelezen gedicht voor de onlangs overleden John Leefmans, zijn rake opmerkingen en mooie woordkeus – waar hoor je nog het fraaie woord”nimmer”? Michiel van Kempen noemde hem een groot voorbeeld van wat idealisme kan zijn. “Tegenwoordig ben ik niet meer zo idealistisch, dat begrijp je, het is allemaal niet meer zo leuk, hoor!” zegt hij gevat, doelend op de ongemakken die zijn hoge leeftijd brengt. Hij is blij met zijn nieuwe dichtbundel, is altijd nog bezig met poëzie: “Nu ook in het Engels. Ik ben koloniaal, weet je, ik heb een zekere “erfenis”, zodat ik dat kan.” De bekende fluitist Ronald Snijders vroeg hem hoe hij zo’n romanticus heeft kunnen blijven, ondanks de vele teleurstellingen. Het antwoord was even ontwapenend als mooi: “Ik ben een gelovig mens, ik lees ’s nachts uit de Koran. Ik heb Spaans gestudeerd en ben altijd verbonden gebleven met die Arabische invloeden binnen die cultuur. De troostrijke boodschap helpt me.” Geraakt bedankte Michiel van Kempen hem voor al die jaren poëzie, een warm applaus volgde. “Met deze nieuwe dichtbundel is mijn gezicht weer een beetje gered,” volgde helder een toegift uit Paramaribo. “De mensen kennen me scheldend in het Nederlands, Engels en Spaans. Nu zien ze dan weer mijn poëzie! Het is een mijlpaal. In elk geval geen testament!” volgde levenslustig. “Er zijn veel méér mensen die van je houden,” antwoordde Michiel. “Dat heb ik hard nodig, want je begrijpt: dit is geen lolletje,”  reageerde Slory, weer doelend op de ouderdom. Hij sloot af met een gedicht, waarvan de regels “Zoveel ik kon, heb ik de straat bezongen, […], maar waar de hoop verdween, bleef liefde” mij zullen bijblijven. Zoals ook dat laatste beeld op mijn netvlies gebrand staat: een zwaaiende Slory.

John Leefmans. Foto @ Buku

Professor Michiel van Kempen stond daarna aandachtig stil bij leven en werk van John Leefmans, die eind augustus 2012 overleed. Uit zijn bewogen gesproken tekst kwam steeds diens sprankelende lach naar voren, zoals Michiel ook omschreef in het In Memoriam van zondag 26 augustus, geplaatst op zijn blog Caraïbisch Uitzicht:  “Je wist altijd vrij nauwkeurig waar John Leefmans zich ophield, als hij ergens aanwezig was: je hoorde iemand druk praten, op een heimelijke toon die toch veel mensen konden horen, de spanning liep op, de toon werd hoger en uiteindelijk klonk er en een volle, luide schaterlach. Hoe druk een bijeenkomst ook was, je wist: dáár is John Leefmans.” (Michiel van Kempen).http://caraibischeletteren.blogspot.nl/search/label/Leefmans%20John

Het was mooi hem hier op deze wijze te gedenken, zeker toen de improvisatie van de in het publiek aanwezige dichter en musicus Raj Mohan erop volgde. Hij zong in het Hindi en a capella “Song of the birds” met de slotwoorden: Op een dag zul je vliegen.
Peter de Rijk interviewt Orchida Bachnoe. Foto @ Anya Hollanders

Peter de Rijk interviewde vervolgens de als altijd prachtig geklede Orchida Bachnoe n.a.v. haar nieuwste roman Azijn in mijn aderen (In de Knipscheer, 2012) Hij, redacteur van de uitgeverij, complimenteerde haar om het frisse van haar proza, terwijl het een zwaar onderwerp behandelt: suïcide. Aanleiding was, dat een meisje, dat Orchida begeleidde, zich huilend bij haar aan de deur meldde met de mededeling, dat ze pillen geslikt had. Door adequaat te handelen, wist de auteur dit meisje deze keer te redden. Maar zij vond dat ze er iets mee moest doen, want blijkbaar schieten de hulpverleningstrajecten hun doel voorbij. Suïcide moet bespreekbaar zijn: Dit zijn de signalen en dan moet je zó ingrijpen. Deze roman is het resultaat met als thema “Dromen is prima, maar zorg dat je daarnaast een plan hebt. Blijf daarin geloven en eraan werken.” Het boek heeft veel los gemaakt en geleid tot Kamervragen, omdat ook in Nederland veel jonge Hindoestaanse meisjes zelfmoord plegen. De schrijfster heeft haar boek opgedragen aan Anil Ramdas, de Surinaams-Nederlandse auteur die begin dit jaar eveneens een einde aan zijn leven maakte.

T. Martinus/Quinsy Gario

Na een kort, voornamelijk Engelstalig, intermezzo door de dichter en performer T. Martinus (pseudoniem voor Quinsy Gario) over The bearable ordeal of the collapse of certainties – mooi qua dictie, goed om te zien hoe vast en zeker hij als het ware stond in zijn tekst – was het de beurt aan Professor Dr. Michiel van Kempen, Hoogleraar West-Indische Letteren, om in samenwerking met Peter de Rijk, zijn poëziedebuut met de titel Wat geen teken is maar leeft te presenteren. Peter was vol lof over het fantastische werk dat is verricht en dat – ik citeer – “in alles afwijkt van de Michiel van Kempen, zoals wij die kennen uit de tientallen publicaties die hij op zijn naam heeft staan. De lezer mag kijken in het hoofd van de auteur aan de hand van zijn openhartige, goede poëzie, soms op het randje van proza. Heel veel woorden, lange gedichten over verliefdheid en verdriet, met goed getroffen metaforen, bijvoorbeeld over een voorbije liefde, waarbij je opeens als vreemden tegenover elkaar komt te staan.”

Peter de Rijk interviewt Michiel van Kempen. Foto @ Scott Rollins

“Ik liet eens in een groep zo’n gedicht voorlezen door een jonge vrouw. Halverwege begon ze te huilen en ik schrok daar erg van,” aldus Van Kempen. “Later kwam ik er in rust op terug. Ik vroeg of er soms iets met haar gebeurd was, dat haar zo raakte. Maar nee, zei ze. Het was het ritme.”

Peter liet weten al uit te kijken naar een volgende dichtbundel. Michiel: “Eerst wil ik werken aan de biografie van Albert Helman. Die wil ik afhebben. Dit blokkeert elke andere woordenstroom.”
Sanne Landvreugd

Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

Een passend moment mijn aantekeningenboek op te bergen. Het is vroeg in de avond geworden. Ongemerkt. Buiten regent het. Binnen sluiten de met verve gespeelde melancholische klanken uit de vakkundig door Sanne Landvreugd aangestuurde saxofoon de middag af. Wat geen teken is, maar leeft!

[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad]

Alle foto’s:, tenzij anders aangegeven: Michiel van Kempen

Caribische Letterendag in een nieuw jasje

door Quito Nicolaas

Afgelopen zondagmiddag vond in de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam de aftrap van het nieuwe literaire seizoen plaats. Komend jaar belooft  opnieuw een enerverend jaar te worden voor schrijvers, recensenten, uitgevers en webshops.
…goede opkomst bij Ons Suriname…; foto @ Anja Hollanders

Vorige week nog werden drie nieuwe uitgaven van Uitgeverij in de Knipscheer in Podium Mozaiek gepresenteerd: Woestijnzand, Terug naar Toledo en De bevlogen jaren van een bewogen dichter. Het programma voor deze zondagmiddag stond in het teken van debat met de promovendi, voordrachten, interviews, muziek, boekpresentaties en een boekenmarkt. Er waren vele bekende gezichten uit het literaire circuit komen opdagen om dit evenement mee te maken. In een hoek zaten Wim Rutgers en Henry Habibe gebroederlijk naast elkaar, met een vergelijkbare atitude als die van Harry Mullisch tijdens het boekenbal, zodat iedereen die binnenkwam hen moest begroeten. 
Carl Haarnack
De middag begon met een korte presentatie van een viertal promovendi, die onder verantwoordelijkheid van Michiel van Kempen hun proefschrift schrijven. Na afloop konden vanuit de zaal vragen aan de promovendi gesteld worden, waarvan goed gebruik werd gemaakt.
Carl Haarnack vertelde over De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname. Bij de eerste spreker miste ik de vraag over de doorwerking van de stereotyperingen over de indianen naar
het heden toe.
Paul Hollanders
Daarna kwam Paul Hollanders aan het woord, die had het over Paul François Roos en de Surinaamse plantersletterkunde en zijn eigen ontwikkelde theorie over de goede en malafide Nederlanders die zich destijds in de kolonies hadden gevestigd. 
Jos de Roo
Oud-journalist Jos de Roo gaf vervolgens een uiteenzetting over zijn onderzoeksthema: de bijdrage van de Wereldomroep aan de ontwikkeling van Caraïbische auteurs. Opmerkelijk was dat in de jaren vijftig voor de uitzending van de Caribische afdeling gebruik werden gemaakt van teksten die geschreven werden door Cola Debrot, Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion. In het Caribisch gebied bestond in die tijd eveneens het BBC-radio-programma Voices of the Caribbean, dat van 1942 – 1957 werd uitgezonden en vele van de bekende Caribische schrijvers zoals Derek Walcott, V.S. Naipaul, George Lamming, Kamau Brathwaite bekend maakte. Ondanks dat in die tijd de koloniale mogenheden elkaar goed in de gaten hielden en dan met name op het vlak van het te voeren beleid in de kolonies, constateerde de Roo op een vraag uit de zaal [van Quito Nicolaas – red.] dat er geen vergelijking bestaat tussen de BBC en haar radioprogramma Voices of the Caribbean en de radio-uitzendingen van de Caribische afdeling van de Wereldomroep. 
Tim de Wolf toont Caribia van Edgar Palm & Trio
 
Tenslotte viel het Tim de Wolf de beurt om te vertellen over zijn onderwerp: Muziek en
muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied, waarbij hij fotomateriaal liet zien van zijn uitgebreide platencollectie. Hij schetste een beeld van de muziekwereld op Aruba en Curaçao, waar op eerstgenoemd eiland grammofoonplaten met Surinaamse muziek werden geperst. Op Curaçao was het met name dhr. Henriquez die actief was in de platenwereld en bij Radio Hoyer, en die voornamelijk folkloremuziek draaide, die een onderscheidende rol speelde. Een moment van nostalgie brak aan toen de Wolf de zaal een fragment van het populaire nummer Minirok van Rudy Plaate liet horen en erbij vertelde dat dit liedje bij de zanger thuis werd opgenomen. 
Minirok van Rudy Plaate
Een tweede hoogtepunt van deze middag was de rechtstreekse Skype-verbinding met
Suriname om een gesprek te voeren met dichter Michael Slory. Hier was het gespreksthema zijn onlangs uitgebrachte bundel Torent een man hoog met zijn poëzie. De 77-jarige Slory die continu de geringe erkenning die hem toekomt hekelt, barstte los in en in een woordenvloed en schakelde terug in de tijd om over zijn jaren in Nederland te praten. Vanuit het publiek kon men hem een vraag stellen en jammer dat de vraag ‘Hoe het politieke klimaat in Suriname zijn schrijverschap had beïnvloed’ er niet bij hoorde.
Rechtstreeks via een Skype-verbinding met Paramaribo: Michael Slory; foto @ Anja Hollanders
Een keerpunt vormde de korte herdenking van John Leefmans, die naam verwierf met de bundel Retro (2001). Hij is een man die werkelijk van alles deed in het leven en zelfs ambassadeur voor zijn land is geweest. Als dichter stond hij bekend als iemand die vrij complexe en ondoordringbare versen schreef. Zijn liefde voor zijn land Suriname viel wel tussen de regels af te leiden.
Orchida Bachnoe geïnterviewd door Peter de Rijk
Het derde blok van het programma werd ingenomen door een interview met schrijfster Orchida Bachnoe over haar debuutroman Azijn in mijn aderen, waarin het tragisch verhaal wordt verteld over de aard van de zelfmoordpogingen onder jonge hindoestaanse meisjes.
Later op de avond volgde het optreden van T. Martinus met The bearable ordeal of the collapse of certainties. Opnieuw wist deze woordkunstenaar het publiek, in een samenleving die al geruime tijd in verwarring verkeert, met zijn kritische noten te bewegen.
Voordracht van T. Martinus (Quinsy Gario)
Ter afsluiting was het de veelzijdige en onvermoeibare Michiel van Kempen die zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft wereldkundig maakte. Een boektitel die je al meteen aan het denken zet over al datgene dat leeft en geen teken vormt. Een voorbeeld van de talloze prachtige gedichten, vindt men terug in onderstaande strofe.

Nu is de hemel helder, geen vogel volgt
de laatste stip die regen nog zou kunnen dragen
maar die verder vallen zal, niet hier
niet in het ruim van lucht tussen deze flanken
en wij die binnen de klanken van dit waterland

wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

[uit het gedicht ‘Runenteken’ van M. van Kempen]

 

Peter de Rijk ontving een mystery guest
die zei te spreken namens Michiel van Kempen

Deze uitzonderlijke literaire middag van de Caribische werkgroep met een geweldige opkomst werd afgesloten met de muziek van Sanne Landvreugd. Nadat de afgelopen jaren verschillende formules  werden toegepast om het groot publiek aan te trekken, is het ditmaal eindelijk gelukt. Het is een samenzijn geworden van verschillende culturen die allen belangstelling hebben voor literatuur, wetenschap, muziek en een goede gedachtenwisseling.

Sanne Landvreugd speelt bij de VOS; op het achterdoek Michael Slory in Paramaribo

  Alle foto’s, tenzij anders aangegeven, van @ Michiel van Kempen

Een ontmoeting met de dichter des vaderlands

door Ruth San A Jong

Ik kopieer niet gemakkelijk typisch Nederlandse begrippen, maar vandaag kon ik het niet laten de kop van mijn bericht deze titel te geven. Vanmiddag was de presentatie van Michael Slory’s dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Slory was vanmiddag bij mij thuis aan het skypen. De organisatie had mij gevraagd of dat mocht en kon en ik had zonder nadenken ja gezegd. Slory ken ik alleen van de boeken of ik zie hem vaak op straat, op zoek naar inspiratie voor de gedichten die hij neerpent. Mijn ontmoetingen met hem waren altijd van een afstand, bij een literair gebeuren, of in de CCS bibliotheek, maar nooit hadden we elkaar in de ogen aangekeken en gesproken. Ik heb hem altijd een aandoenlijk mannetje gevonden en vind de verhalen over de onvoldoende waardering die hij krijgt ronduit pijnlijk. Slory is voor mij een van de pioniers van de woordkunst in Suriname en daar heb ik alleen maar interesse en waardering voor.

Maar vandaag was een bijzondere zondag, toen Kirsten Dorrestijn uit de taxi stapte met Michael Slory aan haar zij om via mijn internetverbinding live bij de boekpresentatie aanwezig te zijn in Amsterdam. Kirsten is freelance journalist, of beter gezegd, de letterlijke ‘beschermvrouwe’ van Slory op deze dag, die voor de derde of vierde keer in Suriname is en naar ik vermoed elke keer wanneer ze in het vliegtuig naar Nederland stapt, denkt: ik wil hier blijven.

Een bescheiden man met een grijze baard en een zwart hoedje stapte mijn woonkamer binnen. Ik had eerder op de ochtend als de bliksem mijn woonkamer op orde gebracht. Het moest er allemaal goed uit zien voor de camera. Slory hield zijn tas van jute stevig vast en het moment dat hij zijn mond opendeed kwam er een woordenvloed die pas eindigde toen ik hem bij zijn huis afzette. Schrijvers zijn vertellers ging het door mijn hoofd en wellicht hadden de slokjes rode wijn die hij voor het interview had ingenomen een beetje geholpen. Hij slingerde Kirsten en mij tussen de herinneringen van de jaren zestig, zeventig, Nederland: waar hij meedeed aan protestmarsen als enige Surinamer, communisten, de olie van Coronie,  de Chinese contractarbeiders van 1853 die met Creoolse vrouwen kinderen kregen en meer.

Slory op SkypeHij vertelde hoe aangenaam verrast hij was dat dit mogelijk was, een live interview. Verbaasde zich over de technologie van nu, en vroeg mij of er bepaalde vragen waren waar hij zich op zou moeten voorbereiden. Ik had mij niet met de inhoud beziggehouden. Wel met kabeltjes, geluidsboxen, skype-verbinding gecontroleerd met iemand uit Nederland eerder, laptop op groot scherm aangesloten, extra belichting, bureaustoel iets lager gezet zodat zijn benen niet zouden bengelen. Kirsten zou wat drank en eten nemen. Vincent Soekra had zijn laptop ter beschikking voor aansluiting op een beamer daar in Nederland en had mij wat instructies gegeven voor dat technische deel. Het programma van de Letterendag was anderhalf uur eerder begonnen, ik had alles moeizaam kunnen volgen omdat de verbinding het geluid vertraagd of soms helemaal niet overbracht.

Slory ging gemakkelijk zitten op de stoel, ik deed een glas sap voor hem erbij. Hij moest vooral relaxed zijn. Zijn kladblok, dichtbundel die hij eerder had ontvangen ernaast en een pen.  Hij boog zijn hoofd: ‘Ik bid even voor een goede verbinding.’ We konden beginnen. Michiel van Kempen, de ‘reddende engel’ zoals Slory dat later zei, deed het interview. De volle zaal keek. En zo vlot als zijn pen is, zo rolde de ene na de andere anekdote eruit bij de vragen van Michiel. Jaartallen, de bezoeken van Bruma aan het Torarica-casino, namen van ontmoetingen die hij met mensen had, de ‘communistische’ verwijten die naar zijn hoofd geslingerd waren toen, een gedicht voor wijlen John Leefmans in Sranantongo, nog eens het gedicht voor Leefmans, weer een jaartal, zijn in de steek gelaten idealisme (waar hij met de grootse zelfspot over sprak), de eeuwige vrouw die hij nog steeds niet was tegengekomen, de gedichten die nog in zijn huis rondslingerden waar best nog een bundel van gedrukt zou kunnen worden, dat men vroeger absoluut geen Chinezen wilden laten halen naar Suriname…dat alles flitste in een uur door de woonkamer en de zaal van de VERONSUR.

“Is de dichtbundel een soort testament Michael?”, vroeg Van Kempen. “Nee! Geen testament maar een mijlpaal! Mijn gezicht is gered!” We hoorden de lachsalvo’s en applausjes van de zaal in de woonkamer. De slechte verbinding maakte mij nerveus: het geluid viel steeds uit. “De zwakke bandbreedte, daar ligt het aan.” hoorde ik Vincent op de achtergrond zeggen. ‘We doen de camera uit.” Het geluid werd inderdaad iets beter en Slory kon verder uit zijn dichtbundel voorlezen. Het publiek kreeg de gelegenheid hem te groeten. Hilli Arduin, Ronald Snijders en Cynthia Abrahams stelden vragen. Ronald Snijders vroeg waar hij ondanks de teleurstellingen toch nog in zijn werk de romantiek bleef behouden. “Ik bid altijd op mijn knieën en vaak lees ik uit de Koran, daar vind ik kracht. Ja, 75 van de 100 keren ben ik op mijn knieën.”

Het ging echt niet goed met de verbinding dus moesten we maar stoppen. Hij zwaaide nog naar het publiek, kreeg een luid applaus en bedankte een ieder waarvan in bijzonder Michiel van Kempen en Franc Knipscheer. “Gods zegen voor jullie allen daar. Gods zegen!”
En ik, ik heb bijna mijn gesigneerd exemplaar uit.

23 september 2012

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter