blog | werkgroep caraïbische letteren
Categorie: Sport & spel

Nieuwe bobi’s

door Nina Jurna

Mijn oppas Fatima kan haar geluk niet op. Voor veertien februari heeft ze vrij gevraagd. Die dag gaat haar dochter namelijk onder het mes. Een valentijnscadeautje van haar nieuwe vriend: grotere bobi’s. Brazilië is land nummer 1 als het gaat om de goedkoopste, beste en meest uitgevoerde cosmetische operaties. Voor nog geen 1.500 Amerikaanse dollar koop je al een paar grotere borsten. Met een gebaar waarmee ze de omvang van de toekomstige goedgevulde siliconenborsten, van haar dochter nabootst wordt duidelijk dat er echt wel een paar maten bij zullen komen. Zelf was het me niet direct opgevallen dat dochterlief niet zoveel had, maar nu het bijna zover is wil ik er ook alles over weten.

Het was me al duidelijk dat je lichaam verbouwen in Brazilië de gewoonste zaak van de wereld is. Net zo normaal als naar de kapper of de schoonheidssalon gaan. Niemand schaamt zich ervoor. Het stikt hier van de klinieken. De talloze grotere en kleinere shoppingmalls hebben standaard een afdeling met alleen maar plastische chirurgie. Je loopt er net zo makkelijk binnen als bij de supermarkt. Prijslijsten hangen soms zelfs in de etalages. Omdat billen hier het schoonheidsideaal zijn, is dat het eerste dat de Braziliaanse vrouw aan zichzelf verandert als ze vindt dat haar bil niet ver genoeg naar achteren staat. Fatima’s dochter schreef laatst het totaalbedrag op om er, zoals ze dat noemt, als ‘een Barbie’ uit te zien. Met nog wat liposuctie op verschillende plekken erbij zou dat op nog geen vierduizend Amerikaanse dollar komen. “Maar gelukkig betaalt mijn vriend het voor me, anders moest ik nog jaren sparen,” zei ze er lachend bij.

De discussie die toen ontstond heb ik niet gewonnen, ik zeg het er maar direct bij. Ik ben van mening dat hij haar gewoon moet nemen zoals ze is, met kleine of grote borsten. Het gaat toch niet alleen om het uiterlijk? Zij vond het juist een teken van liefde dat hij haar borstoperatie betaalt. “Ik voel me lekkerder met grotere borsten. En welke man houdt er niet van grote borsten? Het mes snijdt dus aan twee kanten. We helpen elkaar.” Was haar conclusie. Ook al zijn de Brazilianen een zeer gelovig volk, ook mijn poging om de schepping, God en de natuur erbij te halen liep op niets uit. De godsdienst van de plastische chirurgie staat hier blijkbaar boven alles. “Het is toch een wonder dat dit kan?” was haar reactie en vervolgens liet ze haar nieuwe bh’s zien, speciaal aangeschaft voor haar toekomstige D-cup. Er is wel iets waar mijn oppas zich zorgen over maakt. Het wispelturige karakter van haar dochter. De relatie met haar vriend, die de operatie betaalt, is al talloze keren aan en weer uit gegaan. Er is nog ruim een week te gaan voor de operatie plaatsvindt en Fatima duimt dat haar dochter zich rustig houdt “Maak geen ruzie, tot je de borsten hebt, daarna zie je wel hoe het allemaal gaat’. Drukt ze haar dochter op het hart. Ik probeer me een voorstelling te maken wat er gebeurt als de relatie na de operatie uit zou gaan. Gaat haar vriend dan zeggen: “geef me mijn borsten terug?”

[uit de Ware Tijd, 07/02/2012]

Voetbalclichés

door Hassan Bahara

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan antropologische duiding wagen. Als zwarte atleten winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’.” Tijd om een nieuw cliché te munten. Over Sportverslaggevers.

Gisterenavond tijdens de dramatisch verlopen wedstrijd tussen Gabon en Marokko (Afrika Cup 2012) deed de commentator een memorabele uitspraak: “Wat je vaak ziet in het Afrikaanse voetbal: de drang om te scoren is erg groot.”

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan zulke antropologische duiding wagen. Struikelt een Duitser over een onzichtbare uitgestoken been, dan heet het toneelspel dat in het geniepige voetbal-DNA van de Duitser gebrand zit. Zet om het even welke Zuid-Amerikaanse voetballer een onbesuisde sliding in, dan zijn we getuige van een onbeheerste en cultureel bepaalde moordzucht.

 

Ook over onze eigen voetbalcultuur neigen we in clichés te denken. Wat er vervolgens gebeurt als het spel niet aan de clichés voldoet, beschrijft Ian Buruma heel mooi in zijn formidabele boek Dood van een gezonde roker:

“Je ziet hetzelfde fenomeen dikwijls aan de manier waarop het Nederlands elftal voetbalt. Trots op hun superieure techniek, hun multiculturele samenstelling, hun soepele, haast arrogante spel, waarmee ze spelers van saaiere ploegen, zoals Duitsland, razend maken, beginnen de sterren van de nationale voetbalploeg de wedstrijd gewoonlijk met alle branie van het geweldige Amsterdam. Ze weten dat ze de beste zijn in hun speelse individualisme, hun vergaande stoutmoedigheid. En soms zijn ze dat ook. Maar als het tegen zit en de volhardende Duitsers, de obstinate Italianen of de stugge Engelsen een of twee doelpunten maken, laten de spelers het hoofd snel hangen en zijn de verwijten niet van de lucht. En als de wedstrijd verloren wordt heerst er een zure sfeer van verongelijktheid: hoe heeft dit ons kunnen overkomen? Waaraan hebben we dit verdiend? We zijn toch zeker de besten? Fuck you!”

Gisteren schreef De reizende commentator Maarten Huygen in NRC over een heftige discussie in de publieksloge van het Utrechtse stadion de Galgenwaard. Inzet was een onderzoek van Jacco Sterkenburg die had “vastgesteld dat Marokkanen bij sport weliswaar beter worden behandeld dan elders in de media, maar dat zwarte atleten vaker dan anderen worden beschreven in lichamelijke termen. Als zij winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’.”

“Verlicht racisme” noemt Sterkenburg deze verschillen in duiding van een sportprestatie.

Hilarisch en intriest tegelijk is het commentaar hierop van een sportverslaggever die de conclusie van Sterkenburg lijkt te delen:

„Zwarten hebben een fijner ontwikkeld spierstelsel en daardoor bereiken ze de finale”, zei een man. „Dat is een determinant. Schaken is een determinant voor witten. Maar mijn mening is politiek incorrect.”
Uit verder onderzoek van Sterkenburg bleek dat Marokkanen en Surinamers zich aan de sportverslaggeving storen. Aanleiding voor Sterkenburg om de NOS te vragen of ze hier geen rekening mee kunnen houden en proberen deze ergernis weg te nemen. Maar daar had sportverslaggever Jeroen Grueter weinig oren naar. Zijn werk is al druk en zwaar genoeg, hij kan ook niet nog eens rekening gaan houden met de ergernissen van een fractie van het kijkerspubliek.

Tja. Opmerkelijke afweging. Tijd dus om een nieuw cliché te munten. Sportverslaggevers: zonder uitzondering lui en volgevreten volk dat de platitude liever is dan nuance en inzicht. .

Hassan Bahara is columnist, criticus en schrijver. Hij heeft sinds kort een weblog. Deze column is eerder op zijn blog verschenen en in overleg met Hassan Bahara ook op Republiek Allochtonië geplaatst.


[vanRepubliek Alochtonië, 29 januari 2012]

Mastklimmen


Prentbriefkaart van de volksspelen op het Gouvernementsplein. Onderschrift: ‘Op Koninginnedag. Mastklimmen. Eugen Klein, Uitgever H.B. Heyde, Drukker’ Achterzijde: ‘Briefkaart uit de kolonie Suriname. Algemeene Postvereeniging.’

Locatie: Paramaribo, Suriname
Vervaardiger: Eugen Klein
Inv. Nr.: 09-42
Fotoarchief Stichting Surinaams Museum
Een van de foto’s in het historische foto-archief van het Surinaams Museum op Flickr, zie de link in de kolom rechts.

Surinaamse sportencyclopedie on-line

De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988) van Ricky W. Stutgard is zojuist geheel on-line beschikbaar gekomen bi de DBNL. Daarmee is niet enkel dit naslagwerk doorzoekbaar, ook door het intikken van de namen van sporters op zoekmachines, komt men direct terecht bij het uit 1992 stammende werk van Stutgard.
Klik hier om de Surinaamse sportencyclopedie on-line te vinden..

Ridder

Jarenlang werd Clarence Seedorf achtervolgd door misprijzen. In de ogen van veel Nederlandse voetballiefhebbers kon hij maar weinig goed doen. Seedorf werden twee penalty’s nagedragen die hij in dienst van het Nederlands elftal miste. Zijn acties in Oranje werden als solistisch aangemerkt en weggehoond als zij in schoonheid stierven. Zijn veelvuldige argumenteren met bondscoaches en medespelers leverden hem het imago op van een lastpost, die koste wat kost zijn gelijk wilde halen. Is het moment aangebroken om een streep te zetten onder deze verguizing?

Op 28 april werd Seedorf benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In Rome ontving hij zijn Koninklijke onderscheiding uit handen van de Nederlandse ambassadeur in Italië, in aanwezigheid van Silvio Berlusconi, premier van Italië en voorzitter van AC Milan, de club waarvoor Seedorf momenteel speelt. Het was de bekroning van een grootse sportcarrière en een blijk van waardering voor de sociaal-maatschappelijke projecten waarvoor Seedorf zich al sinds jaar en dag inzet. Tegelijk leek het lintje een vorm van genoegdoening voor de behandeling die hem in het verleden als speler van het Nederlands elftal ten deel is gevallen.

In zijn residentie, waar de plechtigheid plaatsvond, verkeerde de ambassadeur in een verhoogde staat van euforie. Zijn toespraak kreeg vleugels (‘Seedorf is een groot Nederlander in het buitenland’) en de belangstelling van de pers verleidde hem zelfs tot het debiteren van een besmuikt grapje. Berlusconi wilde als humorist niet voor hem onderdoen en lardeerde zijn lof voor Seedorf (‘Seedorf is een leider, een voorbeeld en een heer’) met enkele schalkse opmerkingen, waarop hij inmiddels het patent lijkt te hebben. Om het Nederlandse karakter van het feestje te benadrukken, overhandigde Hare Majesteits hoogste vertegenwoordiger Berlusconi een paar ‘klassieke’ houten klompen. Seedorf kreeg een paar klompen in de kleuren van AC Milan. De middenvelder gaf geen krimp en speelde het spel diplomatiek mee. Hij was blij met de verkregen erkenning.

Het staat nog te bezien of de onderscheiding een omslag zal betekenen in de waardering van de Nederlandse voetballiefhebber voor Seedorf. Hij heeft deze upgrade zonder twijfel verdiend als we zijn sportprestaties in aanmerking nemen (hij won als speler alleen al vier keer de Champions League met Ajax, Real Madrid en AC Milan) en oog hebben voor zijn maatschappelijke verdiensten (in Suriname, Italië, Brazilië, Kenia en Cambodja). Te vaak wordt vergeten dat Seedorf, evenals Johan Cruijff, als clubvoetballer veel meer heeft betekend voor het internationale voetbal dan als speler van het Nederlands elftal. Natuurlijk is Seedorf ook een trotse vedette, die weet wat hij waard is en maling heeft aan valse bescheidenheid. In Nederland roept dat weerstanden op, in de rest van de wereld is dat onlosmakelijk verbonden met een sterrenstatus.

Wat mij aan Seedorf nog altijd het meeste opvalt, is zijn welbespraaktheid en zelfbeheersing. Waar Cruijff nog geen twee coherente zinnen achter elkaar kan uitspreken en recentelijk voor gangstermethoden lijkt te hebben gekozen om Ajax, de club waar hij ooit triomfen vierde, over te nemen, daar is Seedorf een wonder van balans en bezonkenheid. Al bij de start van zijn carrière gold hij als serieus, een beetje ouwelijk voor zijn leeftijd zelfs, en weloverwogen in zijn doen en denken. Je kunt je afvragen of ze bij Ajax het type Seedorf niet veel beter kunnen gebruiken dan het type Cruijff. Al overweegt Seedorf niet te stoppen met voetbal, het kan geen kwaad om El Presidente, zoals zijn bijnaam luidt, eens te polsen voor een bestuurlijke functie bij de club. Laat de erkenning van Seedorf geen symboolpolitiek blijven.

Odo-kenner en sportjournalist Guno Hoen overleden

Sporthistoricus Guno Hoen is donderdagmiddag op 87-jarige leeftijd in Paramaribo overleden. De laatste tijd ging hij enorm achteruit. Precies een week terug was Hoen nog aanwezig bij de uitvaartdienst van voormalig sportdirecteur Ro Phoelsingh. Daags daarna werd hij wegens kortademigheid opgenomen in het ‘s Lands Hospitaal, waar hij zijn laatste adem uitblies.

Van de hand van Hoen verscheen in 1980 Sporthelden uit ons verleden, in 1989 verscheen Onze sporthelden deel II en tenslotte in 1999 Onze sporthelden deel III. Ook bracht hij een Sranan odo buku [Surinaams spreekwoordenboek] in 1988 op de markt dat herhaaldelijk werd herdrukt. In 2003 werd de Stichting Guno Hoen opgericht, met als doel het werk waarmee hij is begonnen voort te zetten. Deze stichting heeft zich sterk gemaakt om de complete fotocollectie (tussen 500 en 800 foto’s) van Hoen vorig jaar te laten opkopen door het directoraat Sportzaken. In de op te zetten Sports Hall of Fame krijgen deze plaatjes een plaats in het documentatiecentrum. De collectie wordt als “kostbaar” en “heel waardevol” beschreven.

Maar Hoen was meer dan sporthistoricus. Hij was een heel goede voetballer en was de beste schutter bij het nemen van strafschoppen. Hij deed ook aan korfbal, was een damliefhebber, maar verzot was hij op voetbal. Voetbal was zijn leven. Hoen is Voorwaartser in hart en nieren geweest, net als hoe hij altijd NPS’er is gebleven. Hij schopte het tot kernvoorzitter. Daarnaast heeft hij er voor gezorgd dat een aantal personen hun weg vond naar de sportjournalistiek. In 1940 toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak moest Hoen als 19-jarige naar de schutterij. Zijn verdiensten voor Suriname bleven niet onopgemerkt: in 1997 werd hij benoemd tot Ridder in de Ere Orde van de Palm en vier jaar later werd hij onderscheiden met de Lifetime Achievement Award. Hoen kreeg elf kinderen.

[Aangepaste tekst, overgenomen van Waterkant.Net]

Foto: @ Pim Ligtvoet
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter