blog | werkgroep caraïbische letteren

Boekrecensie: De terugkeer van Ricardo Bonifacio

door Ko van Geemert

 

Het lijkt er sterk op dat de Curaçaose roman in de lift zit. De laatste jaren verschenen er in elk geval duidelijk meer dan in de jaren ervoor. Ik noem De supermarkt van Viera van Eric de Brabander en Bouwen op drijfzand van Ronny Lobo uit 2013, de vierde druk van Erich Zielinski’s De Engelenbron (2004), Schutkleur van Bernadette Heiligers, Maan en zon van Stefan Brijs, De lichtkamer van Henriette de Mezquita uit 2015 en Schaduwvrouw van Margarita Molina uit 2016. Stuk voor stuk romans en verhalen die de moeite waard zijn. En dit zijn slechts enkele voorbeelden. Niet toevallig uitgegeven door een en dezelfde (Nederlandse) uitgever, de op dit terrein meest actieve: In de Knipscheer. Nu is er dan deze debuutroman van Chesley Rach: De terugkeer van Ricardo Bonifacio. Rach is in 1952 geboren op Curaçao. Zijn vader kwam uit Suriname, zijn moeder uit Trinidad.

 

Hij studeerde in Nederland, werkte enige tijd als stedenbouwkundige op Curaçao en ging vervolgens weer in Nederland wonen. Rach schildert ook: op de cover prijkt een uitsnede van een van zijn schilderijen.
In 27 hoofdstukken, alle voorzien van een titel, vertelt Chesley Rach het verhaal van Ricardo Bonifacio, een eenzame, gescheiden hoogleraar sociologie. Hij woont in Nederland, maar zijn roots liggen op Curaçao. Op een zeker moment neemt ene Marlies van der Velde contact met hem op. Ze is scenariste en wil een film over carnaval maken; Bonifacio heeft daarover een artikel geschreven. Hij wordt verliefd op haar en zij ook wel op hem, maar de relatie verloopt uiterst moeizaam. Zeker op Curaçao, waar Bonifacio samen met Marlies en de rest van de filmcrew heenreist om de film te draaien. Er volgt een aaneenschakeling van problemen op het intermenselijke vlak: tussen Ricardo en Marlies, tussen Ricardo en de leden van de crew, tussen Ricardo en zijn moeder, zijn vader, zijn ex-echtgenote, een goede vriend van zijn vader, zijn jeugdliefde.

Verder lezen? Het hele artikel staat in het maartnummer 2017 van Parbode.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter