blog | werkgroep caraïbische letteren

5 juni Hindostaanse migratie India > Suriname 145 jaar

door Mala Kishoendajal

Op 5 juni dit jaar is het 145 jaar geleden dat de grootouders van mijn grootmoeder, in 1873 met de eerste lichting arbeidsmigranten uit Calcutta, India, naar Suriname kwamen. Het was binnen een pact tussen Hollandse en Britse overheersers die veel van de wereld onderdrukten, onder het mom van handel. Ook de Portugezen hielden een naam hoog hierin.

De haven van Calcutta

Het eerste transportschip was een zeilschip van een Ierse reder en heette Lalla Rookh. Het was een omgebouwde klipper waarin twee keer zoveel mensen gestouwd konden worden als op een normaal passagiersschip. De naam is ontleend aan een boek van de Ierse schrijver Thomas Moore. Hij schreef een verhaal over een Perzische prinses, Lalla Rookh.
Er is, kortom, niks Indiaas of heldhaftigs aan de naamgeving. Hindoestanen bezingen ten onrechte de titel in hun chauvinisme. Na die vaart werd het schip door de reder verkocht, en onder een andere naam na kort te hebben gevaren, afgebroken. Er waren meer schepen met die naam.
De contractarbeiders kwamen al in de nacht van 4 juni aan, maar zetten de volgende dag pas voet aan wal in Suriname. Ze kwamen als kostbaar arbeidskapitaal. Plantage-eigenaren hadden hen “gekocht” en vooruitbetaald. Mijn bet-betovergrootvader was vijfentwintig. Mijn bet-betovergrootmoeder was zestien. Ze kwamen voor vijf jaar, niet wetend dat vijf jaar een heel leven kan duren. Pyari Hiran, Lieflijk Hert, was haar naam. Een van haar kleindochters, mijn grootmoeder, heette Betsy, een naam die haar niet paste en niet sierde. Die naam werd geofferd aan het huwelijksvuur toen ze negen was. Het huwelijk werd “geconsumeerd” na de menstruatie. Ze kreeg de naam Lakshmi.

Ik ook, Aji*

Zomaar moest ik na jaren
aan je denken

Zoals je rond half zes kalm over het erf
schreed en het grauwhouten
huis betrad langs de drie treden,
met een vers geplukte bloem
en een koperen kruikje water
in de rechterhand
om te bidden bij de godin van het Licht

Het vuil van de jachtige dag
had je in bad gedaan, gestoken
in schoon, altijd onverstoorbaar wit.

Wist je dat ik het spelen zou staken,
op de bank klimmen om je te begluren
in de lotuszit?
Je ogen vond ik altijd gesloten, niets
kon je afhouden van je gesprek met
de godin zelf, een tweegesprek, want
jij was de
godin zelf, Lakshmi was ook jouw naam

Nog altijd zie ik de weelderige wolk
van zilverdraden kabbelen over je rug,
die je na het gebed in een handige
streek zou vangen in een knot

Echt zomaar hoor, Aji
moest ik na jaren
aan je denken, toevallig
toen ik langs de spiegel
naar mijn stuntelig ingerichte
huisaltaar liep,
en zag dat tijd mij heeft
ingehaald, ondanks
het zwart van mijn haar, het zwart
van een tube verf.

 

  • Aji = grootmoeder (vaders moeder).

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter